Home Filosofen Hannah Arendt
Gottlob Frege
Vorige

Gottlob Frege

Hannah Arendt filosoof

Hannah Arendt

14 oktober 1906 - 4 december 1975
Héloïse
Volgende

Héloïse

Quote

“Het is een treurige waarheid dat het meeste kwaad wordt gedaan door mensen die niet kiezen tussen goed of kwaad.”

Hannah Arendt is een twintigste-eeuwse politiek filosoof. Ze is vooral bekend om haar analyse van totalitaire samenlevingen en haar verslag van het Eichmann-proces, waarin ze de term ‘banaliteit van het kwaad’ munt. Macht, kwaad en politiek zijn centrale begrippen in het werk van Hannah Arendt.

The Human Condition

Hannah Arendts The Human Condition (De menselijke conditie) wordt meestal als haar hoofdwerk beschouwd. In het boek analyseert Hannah Arendt vita activa, het actieve publieke leven. Dat onderscheidt ze van vita contemplativa, het beschouwende leven. De vita contemplativa wordt sinds de denkers van de klassieke oudheid hoger gewaardeerd dan de vita activa, maar dat is onterecht, vindt Arendt. Wat ons menselijk maakt is niet alleen ons denken, maar ook ons handelen, redeneert Hannah Arendt.

Arbeiden, werken, handelen

De vita activa bestaat volgens Arendt uit een combinatie van arbeid, werk en handelen. Arbeid is het voorzien in dagelijks levensonderhoud, werk is het produceren van duurzame goederen. Handelen doen we in de gemeenschap, waar we onze stem laten horen.

In onze moderne cultuur zou arbeid dominant zijn geworden, maar in Arendts ordening staat die juist onderaan. Arbeid bestaat uit de handelingen die de mens gemeen heeft met de dieren, die gedicteerd worden door de biologische noodzaak om in haar onderhoud te kunnen voorzien. Arendt waarschuwt voor een moderne maatschappij waarin consumeren en produceren een doel op zich wordt.

Het verschil van tussen werk en arbeid is volgens Arendt dat door middel van werk blijvende dingen worden geproduceerd, zoals gebouwen, monumenten en kunstwerken. Arendt rangschikt het werken daarom hoger dan het vluchtige arbeiden.

Het hoogst in Arendts rangorde staat het handelen. Dat voltrekt zich in de publieke ruimte en daarin vertegenwoordigt elk mens zijn eigen uniekheid en authenticiteit. Pas in het handelen is de mens echt vrij. De antieke Griekse polis is volgens Arendt het voorbeeld van een samenleving waar het handelen vrij was. Burgers bedreven daarin politiek als gelijken en namen besluiten op basis van woorden en overtuigingen, en niet op basis van dwang of geweld, zo beschrijft Hannah Arendt.

Totalitarisme

Hannah Arendts ervaringen als vluchteling voor het nazistische totalitaire regime verwerkt ze in 1951 tot het boek The Origins of Totalitarianism. Arendt betoogt daar onder meer in dat nazisme en stalinisme twee loten aan dezelfde stam zijn – een idee dat inmiddels algemeen geaccepteerd is. Een totalitair regime verschilt van een autocratisch of dictatoriaal bestuur, stelt ze, doordat het het leven van zijn onderdanen op alle mogelijke manieren wil domineren. Daarvoor probeert het de massa te mobiliseren en alle politieke tegenstand te bestrijden door het gebruik van propaganda, terreur en racisme.

Voordat Arendt bij deze conclusies komt, analyseert ze eerst de politieke ontwikkelingen die aan het totalitarisme voorafgaan en er een belangrijke invloed op uitoefenen: antisemitisme, imperialisme en racisme. Tijdens het imperialistische en kolonialistische bewind van de Europese mogendheden in de negentiende eeuw werden sociale fenomenen als antisemitisme en racisme steeds meer politieke vraagstukken, waar ook de staat stelling in zou nemen. Die politisering zou vervolgens leiden tot het racistische beleid van nazi-Duitsland, stelt Hannah Arendt.

Eichmann

Hannah Arendt beleeft haar doorbraak bij het grote publiek met haar verslag van het Eichmann-proces in 1961. Op basis van die rechtszaken schrijft Hannah Arendt Eichmann in Jerusalem. A Report on the Banality of Evil (Eichmann in Jeruzalem. De banaliteit van het kwaad). De Duitse SS-functionaris Adolf Eichmann, verantwoordelijk voor de dood van miljoenen joden, bleek een saaie maar ijverige kantoorklerk te zijn. Hoe kon het kwaad er zo onbenullig uitzien? Arendt concludeert dat het kwaad niet monsterlijk, maar banaal is. Zo komt ze tot de term die Hannah Arendt ‘banaliteit van het kwaad’ noemt. Het kwaad is nauwelijks terug te herleiden tot diepere drijfveren, en blijft vaak oppervlakkig, denkt Hannah Arendt.

Heidegger en Hannah Arendt

Voer voor schrijvers, filmmakers en dramaturgen is de jarenlange liefdesaffaire die Arendt onderhoudt met filosoof Martin Heidegger. Hannah Arendt volgt als 18-jarige student colleges bij de 17 jaar oudere Heidegger in de Duitse stad Marburg, en al snel zijn de twee meer dan intellectueel in elkaar geïnteresseerd. De verhouding wordt gevoelig als Heidegger sympathie begint te tonen voor de NSDAP, terwijl Arendt als Joodse juist moet vluchten voor de nationaal-socialisten. Na de Tweede Wereldoorlog herstelt het contact tussen Arendt en Heidegger, maar deze wordt nooit meer zo innig als die daarvoor was.

De filosofie van Heidegger zou wel van invloed blijven op haar denken. Zo neemt ze zijn deconstructivistische lezing van de westerse filosofische traditie over, door op zoek te gaan naar de oorspronkelijke betekenis van begrippen.

Andere denkers die Arendt persoonlijk beïnvloeden, zijn Karl Jaspers en Walter Benjamin. Bij Jaspers studeert Arendt in 1929 af met een scriptie over het liefdesbegrip van kerkvader Augustinus. Met hem blijft ze een leven lang bevriend. De eveneens Joodse Benjamin ontmoet ze in Parijs, waar beiden aanvankelijk naartoe trekken na de machtsgreep van de NSDAP in Duitsland. Als de nazi’s ook de macht dreigen te grijpen in Frankrijk en Spanje, pleegt Benjamin zelfmoord. New York wordt op dat moment de nieuwe bestemming en thuisstad van Hannah Arendt.

Het leven van de geest

Wat gebeurt er als we denken? Dat is de vraag die Arendt stelt in haar laatste boek The Life of the Mind (Het leven van de geest). Hannah Arendt onderzoekt daarin de vita contemplativa. Opnieuw maakt ze een onderscheid, ditmaal tussen denken, weten en kennen. Kennis richt zich op feiten of fenomenen die al in de werkelijkheid zijn aangetroffen, denken zoekt juist naar wat nog niet gevonden of aangetoond is.

En waar en wanneer bevinden we ons als we denken? Als we denken zijn we ons niet van tijd en ruimte bewust. Daaruit concludeert Arendt dat we ons als we denken in een elders, een soort tussenwereld bevinden. De tijd staat even stil – het denken slaat een bres in de chronologische tijd van de klok en tussen verleden en toekomst.

Evenals in een niet-tijd bevindt het denken zich in een niet-tijd, vervolgt Arendt. Het trekt zich altijd terug uit de aanwezigheid der dingen. Het denkende ik is een zwerver, een nomade, zegt Hannah Arendt.

Het leven van de geest zou eigenlijk uit drie delen moeten bestaan – ‘Denken’, ‘Willen’ en ‘Oordelen’ – maar Arendt overlijdt in 1975 aan een hartaanval voordat ze het laatste deel af kan maken. Postuum worden de eerste twee delen van het boek nog uitgebracht. Onlangs verschenen de drie delen voor het eerst in een gezamenlijke Nederlandse vertaling.

Nalatenschap van Hannah Arendt

Arendt en de filosofie hebben aanvankelijk een moeizame verhouding. Veel filosofen vinden haar te historisch en journalistiek, en te weinig filosofisch. Arendt weigert zichzelf ook filosoof te noemen, vanwege haar kritiek op de filosofische traditie.

Na haar dood bloeit de filosofische interesse in Hannah Arendt echter snel op. Zo zijn hedendaagse denkers als Susan Neiman, Richard Sennett en Ágnes Heller sterk door haar beïnvloed. In het Nederlandse taalgebied dragen voormalig Denkers des Vaderlands Hans Achterhuis en Marli Huijer, Joke Hermsen en Dirk de Schutter bij aan Arendts populariteit. De universiteiten van Antwerpen en Leuven richtten in 2020 ter ere van Arendt het Hannah Arendt Instituut op om wetenschappelijke en filosofische kennis te delen met beleidsmakers en maatschappelijke organisaties.