Voltaire "Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen."

De Franse filosoof Voltaire, pseudoniem van François-Marie Arouet, was in zijn tijd vooral bekend vanwege zijn humoristische gedichten. Regelmatig beledigde de Verlichtingsdenker aristocraten in satire, waardoor hij meerdere malen in de gevangenis belandde. Zo beschuldigde hij eens een regent van incest met zijn dochter, dit leidde tot de eerste van vele keren dat Voltaire uit Parijs zou worden verbannen.

Van 1726 tot 1729 woonde Voltaire in Engeland. Hier kwam hij in aanraking met de filosofie van John Locke en de natuurkunde van Isaac Newton. Over deze ideeën schreef Voltaire de Lettres Philosophiques, waarin hij de constitutionele monarchie en de religieuze tolerantie van de Engelsen prees. Het boek werd gezien als een kritiek op de Franse regering, waardoor Voltaire in 1734 opnieuw Parijs moest verlaten. Dit keer trok hij naar Leiden en van daaruit naar Genève.

Voltaire verkreeg vooral roem door zijn satirische roman Candide, ou l’optimisme, waarin hij de monadenfilosofie van Leibniz op de hak neemt. Volgens Leibniz leven wij in de beste van alle mogelijke werelden. Dit oordeel is gebaseerd op de aanname dat God goed is. Maar Voltaire geeft stevige kritiek op deze in zijn ogen optimistische instelling. Vooral de aardbeving van 1755 in Lissabon, waar hij eerder al het gedicht Poème sur le désastre de Lisbonne over schreef, was voor Voltaire aanleiding om te twijfelen aan de goedheid van God. Ondanks zijn kritiek bleef hij wel geloven in God. Voltaire noemde zichzelf een theïst, maar was in feite een aanhanger van het deïsme. Volgens deze leer heeft God het universum geschapen en op gang gebracht, het universum houdt zichzelf vervolgens in beweging. God verdwijnt na de schepping als het ware van het toneel en hij grijpt niet direct in in het menselijk bestaan.