Anil Ramdas - een ondergesneeuwde held

Anil Ramdas, Badal, prins Friso, Socrates, socratisch gesprek, Superman, held, Lawine, Lech

klik om een oordeel te geven!
Dit stuk gaat niet over prins Friso. Wel over Anil Ramdas. Het bericht van zijn overlijden werd een beetje ondergesneeuwd door de lawine in Lech, maar het bericht was er wel degelijk. Anil Ramdas overleed op zijn vierenvijftigste verjaardag. Het betrof een zelfverkozen dood zoals ook zijn romanpersonage Badal de dood verkoos.

Ramdas klaagde graag over het gebrek aan zwarte intellectuele romanpersonages in de Nederlandse literatuur. Hij wilde: ‘Geen taxichauffeur, geen zwijmelende nostalgi-immigrant, niet iemand die aldoor naar de hoeren gaat. De onderkant van de samenleving, we have been there. Dat is niet de enige plek waar zwarten nog komen.’ De zwarte intellectueel bleef ondervertegenwoordigd en dus nam Ramdas de taak zelf op zich: in 2011 verscheen zijn romandebuut Badal.

Het werd een roman van 400 pagina’s waarin een bont palet aan ideeën voorbij komt. Over die ideeën – over de westerse beschaving, over muziek, over immigratie en vervreemding – legde hij graag verantwoording af. Niet omdat hij het eens was met alles wat zijn personages betoogden, wel omdat die ideeën in de meerstemmige en veelzijdige vorm van een roman op uitgebreide wijze kunnen worden besproken en getoetst. In mijn recensie noemde ik Badal daarom een geslaagd ‘socratisch gesprek’.

Een schrijver kan de effecten van zijn tekst niet voorspellen, noch kan hij spielerei of misbruik voorkomen. Wel kan hij bepaalde effecten beogen of in ieder geval aanzetten tot dialoog. Laten we bij de Socrates vergelijking blijven, want als er iemand was die niet weg liep voor zijn woorden, was het Socrates. Zelfs toen hij ter dood veroordeeld werd, vluchtte hij niet. Toch waren het niet alleen zijn standpunten waarom Socrates beducht was: het was vooral zijn kracht om anderen aan het denken te zetten, twijfel toe te laten en argumenten floreerden bij hem boven gevoelsmatige of op autoriteit gebaseerde waarheden.
Zoiets heeft Ramdas ook met Badal willen doen.

De ideeën die Ramdas met verve in zijn boek wist te verwikkelen, bleven onbesproken. Dat deze geen weerklank of tegenspraak  vonden in het publieke debat, moet een teleurstelling zijn geweest. Maar een teleurstelling is nog geen reden tot zelfmoord.

We zien iemand graag hoog vliegen. Idolen en helden: we hebben ze nodig.
Terwijl de held vliegt moet hij tegelijkertijd ook menselijk blijven. Zelfs Superman wordt verliefd of huilt om het verdriet van een naaste. Een té heldhaftige held is vervreemdend; een held die zo menselijk mogelijk is, die doet het goed. Maar die menselijkheid toont zich vooral in emoties, niet in het uitdenken van theorieën of in een gedachte-experiment. Denk aan de martelaarsdood van Socrates; hoe hij de beker drinkt, blijft argumenteren, geen treurnis duldt. Het verslag van Socrates’ dood zou nu volkomen anders van toon zijn: we zouden inzoomen op de tranen van zijn volgelingen, we zien zweetparels van angst op het voorhoofd van de grote leermeester en zijn betoog is plots een emotionele smeekbede. Ik denk dus ik ben is tegenwoordig een antithese.

Voor Ramdas’ argumenten was nauwelijks aandacht. Voor zijn larmoyante leven des te meer. En ook Ramdas zelf kwam tot de conclusie dat het emotionele en persoonlijke belangrijker was dan het intellectuele. Badals intellectuele uitwijdingen noemde hij ‘frivoliteiten’. Ze dienen als ‘een grote smoes om te ontkennen dat het altijd om de liefde gaat.’

Zo trapt Badal in dezelfde val als ieder die een held beoordeelt op zijn ‘menselijkheid’. Zoals de schrijver experimenteren kan en personages laat debatteren, zo moet ook de intellectuele held vrij kunnen vliegen zonder voortdurend met zijn ‘menselijkheid’ te worden geconfronteerd. Hij moet zijn ideeën kunnen spuien, zijn gedachten ruien. Zonder de druk om ook ‘menselijk’ te zijn.

Een held mag best opvliegerig zijn, drankzuchtig, hakkelend of mediaschuw. Want die menselijkheden maken een held geen held. Een held bestaat uit zijn publieke daden of woorden – wie hij thuis is doet er niet toe.

De lawine in Lech confronteert ons met de menselijkheid van onze prins – met alle fatale gevolgen van dien.  Onze helden behoren niet te worden ondergesneeuwd door menselijkheden. Publiekelijk behoren zij gewoon vrijuit held te zijn. Badal en Ramdas kregen daar de kans niet toe.



* Lees hier mijn interview met Anil Ramdas, vorig jaar zomer. 

Reacties

De lamentabele onwaarheden van Michiel Van Kempen

UVA-hoogleraar in de Surinaamse kunstjes, Michiel Van Kempen heeft tegen mij als publicist aangifte bij de politie gedaan als zou ik hem hebben gedreigd met het verspreiden van pamfletten over hem met een lasterlijke inhoud. Van Kempen heeft van oudsher zeer graag aandacht en belangstelling van mij gewild maar doordat ik deze gedrochtelijke persoonlijkheid geen aandacht gaf deed hij deze aangifte waar de NRC en Het Parool rond 15 mei 2015 een artikeltje aan wijdden. Deze in zijn geestelijke groei belemmerde Brabander is al sinds 2006 op Wikipedia en Google.nl bezig mij te beschimpen alsof hij zich zijn hoogleraarschap ten spijt dodelijk verveelt. Van Kempen ervaart het zelf kennelijk niet als laster wanneer hij op zijn door de staat gesubsidieerde weblog Caraibisch Uitzicht karikaturale teksten over mij schrijft met de nadruk op gepleegde plagiaat en het pronken met nooit behaalde academische titels. Ik op mijn beurt verwijt Van Kempen er terecht van dat hij als hoogleraar nooit kaas heeft gegeten van vakken als onderzoeksmethoden ( kwalitatief/kwantitatief) waardoor hij ook niet over het geestelijke vermogen beschikt om naar allebei de door hem geuite beschuldigingen een onderzoek te doen. In feite spreekt Van Kempen zich tegen omdat hij eerder over mij schreef dat ik na aankomst in Nederland verschillende studies aanvatte en opeens zou dit door mijzelf bedacht en verzonnen zijn.

Gerechtelijke procedure

Het is juist dat ik rond 2010 een rechtszaak tegen Michiel van Kempen had aangespannen maar zelf wegens griep in persoon niet aanwezig kon zijn op de zitting. Hierdoor heb ik de ter zitting aangebrachte beweringen door Van Kempen ook niet kunnen weerleggen dan wel logenstraffen . Mijn advocaat had zich helaas niet goed voorbereid omdat hij er terecht op rekende dat ik zelf met tegenbewijzen zou komen. Het hoger beroep leverde eveneens niets op omdat ik aanwijzingen had dat mijn advocaat met Van Kempen collaboreerde en had tegen de advocaat een klacht ingediend bij de orde van advocaten.

Academische pretenties

Sindsdien loopt Van kempen overal als een schooljochie te kladden dat ik op de rechtszaak verscheen en mij tot twee keer toe zou hebben vergist in de titel van mijn proefschrift . Het feit dat Van Kempen zich kan verlagen tot zulk een lamentabele leugen siert hem als hoogleraar helemaal niet. In een interview aan het Surinaamse blad Parbode verklaarde Van Kempen dat ik volgens hem nooit een proefschrift zou hebben geschreven ondanks het feit dat hij in het bezit was van een verklaring van de universiteit te Wageningen waarin een lovend oordeel werd gegeven over de kwaliteit van mijn proefschrift en dito van de universiteit te Leuven. Bij de diplomabank van DUO te Groningen kan men zien dat ik aan de universiteit te Wageningen ben afgestudeerd terwijl ik ook nog een academische graad heb in sociologie. Overigens: aan de universiteit te Twente ( vakgroep toegepaste communicatiewetenschappen) had ik in januari 2011 de eerste hand gelegd aan mijn tweede dissertatie over de vrijheid van meningsuiting. Van Kempen kwam dit te weten en gebruikte zijn hoogleraarschap om promotor Menno De Jong te benaderen met het verzoek mij niet te begeleiden omdat ik niet over enige academische vooropleiding zou beschikken. Hiervoor had Het Parool op aandringen van Van Kempen er zelf ook gewag van gemaakt zonder een voorafgaand onderzoek. Van Kempen verzwijgt tegenover de buitenwereld dat hijzelf aan zijn zestien promovendi gekomen is middels telefonische werving. Niemand hoefde hem op te zoeken middels een promotievoorstel dat later op merites zou moeten worden beoordeeld.

plagiaat

Wat het plagiaatverhaal betreft waarbij Van Kempen denkt er gaarne garen mee te kunnen
spinnen, het volgende: plagiaat is het letterlijk overnemen van de tekstinhoud uit
iemands werk zonder bronvermelding. Ik had in mijn essay over de Surinaamse literatuur
enkele regels geciteerd uit een pamflet van Jeroen Brouwers en uit een recensie van
de Curaçaoënaar Wim Rutgers . Doordat ik na publicatie van het werk in 1986 tot de
ontdekking kwam dat de voetnoten er waren weggelaten, heb ik de uitgeverij middels
een gerechtelijke procedure proberen te dwingen alle exemplaren uit de boekhandel
te halen en eventueel tot herdruk over te gaan. Helaas vroeg de desbetreffende
uitgeverij faillissement aan en kreeg ik via mijn advocaat veertig gratis exemplaren
toegestuurd als doekje voor het bloeden. Hier heb ik nog juridische correspondenties over!

Van Kempen laat overal en op alle punten zien zich bij voorkeur te laten leiden door
willekeur en door zijn rudimentaire ingevingen en vermoedens. Hij meent zijn
hoogleraarschap steeds te kunnen aanwenden om overal iets over mij te kunnen kladden.
Hij heeft Nederlands gestudeerd maar heeft er kennelijk juist de meeste moeite mee.
Voor een polemiek met mij is hij altijd doodsbenauwd geweest. Alles wat hij schrijft
en beweert is een neerlandicus en een hoogleraar onwaardig. Iemand die een blik werpt
op Google en Wikipedia ziet reeds in eerste oogopslag een karikaturale tekst over mij waarvan de inhoud een spiegelreflex is van wat Van Kempen van mij vindt en graag wil hebben dat die visie gedragen wordt door de hele mensheid.


rabin gangadin op 10-11-2015 om 21:34

eindelijk iets normaals grote dank

Marjolaine Hohberger op 25-08-2013 om 21:34

Met dank...

Ik op 27-02-2012 om 21:34

Zet aan tot denken....dank

Patricia op 27-02-2012 om 21:34