Home Rechtvaardigheid Tim Fransen: ‘Ons idee van vooruitgang klopt niet’
Mens en techniek Rechtvaardigheid Vrijheid

Tim Fransen: ‘Ons idee van vooruitgang klopt niet’

We hebben het beter dan ooit, volgens cabaretier en filosoof Tim Fransen, maar leven met ongekende gevaren.

Door Marc van Dijk op 15 april 2024

Tim Fransen filosoof cabaretier In onze tijd beeld Maarten Noordijk

We hebben het beter dan ooit, volgens cabaretier en filosoof Tim Fransen, maar leven met ongekende gevaren.

Filosofie Magazine 5 FM5 cover Is het leven nog leuk zonder zorgen?
05-2024 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

De ene crisis was net voorbij toen de volgende begon, herinnert Tim Fransen zich. Het was begin 2022. ‘De laatste coronamaatregelen waren net opgeheven, het was mijn eerste speelweek. En toen viel Rusland Oekraïne binnen. In diezelfde week kwam er een superalarmerend IPCC-rapport.’

Al jaren liep hij met het idee rond, maar die samenloop van omstandigheden bracht hem aan het schrijven, vertelt de cabaretier en filosoof aan de keukentafel in zijn Amsterdamse appartement. Het moest een pamflet worden, van een pagina of tachtig. Dat zou hij zo kunnen schrijven, terwijl hij aan het toeren was. ‘Ik raakte zo bezeten van dat boek dat ik soms een kwartier voordat ik het podium op moest nog aantekeningen zat te maken.’

Tim Fransen (1988) is filosoof en cabaretier. Als cabaretier won hij vele prijzen, onder andere de jury- en de publieksprijs van het Leids Cabaret Festival (2014), de Neerlands Hoop (2016) en de Poelifinario (2018 en 2022). In onze tijd (2024) is zijn derde boek. Eerder publiceerde hij Brieven aan Koos (2018), waarin hij zijn filosofische helden achterna reist, en Het leven als tragikomedie (2020), wat het essay van de Maand van de Filosofie was.

Het duurde langer en groeide verder. Twee jaar later ligt er een vuistdikke maatschappijanalyse: In onze tijd. Leven in het Calamiteitperk. Het is vlot geschreven en bevat persoonlijke details en typerende grappen, maar de boodschap is bloedserieus: er staat ons veel werk te doen op moreel terrein.

Wat maakt het ‘Calamiteitperk’ anders dan het Antropoceen, een andere aanduiding van deze tijd?
‘Een belangrijk verschil is dat er over het Calamiteitperk geen congressen worden georganiseerd door geologen of historici. Het Calamiteitperk – mijn eigen term – is een speelse benaming voor een historisch perspectief, een bril om naar onze tijd te kijken. Een perspectief is altijd selectief: het laat veel dingen weg en licht een paar relevante dingen uit. In dit geval zijn dat de paradoxen van deze tijd.’

Zoals?
‘De drie belangrijkste pijlers die onze tijd kenmerken – technologische superkrachten, grootschalige natuurbeheersing en hyperconnectiviteit – hebben enorme keerzijdes. De levensverwachting is hoger dan ooit, de welvaart ook, maar tegelijkertijd leven we met ongekende risico’s en gevaren. Onze welvaart en natuurbeheersing gaan gepaard met ecologische roofbouw. Het feit dat we wereldwijd zo nauw verbonden zijn, maakt dat we met iedereen handel kunnen drijven. Dat geeft overvloed, maar ook een enorme kwetsbaarheid.’

‘Opkomen voor het eigenbelang is een deugd geworden’

Is deze tijd heel anders dan andere tijden?
‘Natuurlijk hebben mensen hun eigen tijd altijd als bijzonder ervaren. In bijbelse tijden dachten ze ook dat de Apocalyps aanstaande was. Toch zijn er nu dingen die echt nog nooit zo geweest zijn. Sinds de komst van kernwapens zijn er knoppen waarop bepaalde personen kunnen drukken, waarmee het lot van de mensheid in één klap bepaald zou zijn. Dat kon niet in 1600. En één enkele hacker kan tegenwoordig het elektriciteitsnetwerk van een land platleggen; in de zestiende eeuw kon een kwaadwillende enkeling hoogstens alle straatlantaarns in het dorp uitdoven. Al weet ik niet waarom je dat überhaupt zou doen, want zie daarna nog maar eens thuis te komen.’

Ziet u in grote lijnen wel vooruitgang?
‘Jawel. Maar er is iets fundamenteel mis met ons denken in termen van vooruitgang. Het idee was lange tijd dat kennis, wetenschap en technologie ons vanzelf steeds verder vooruit zouden helpen, zolang we zouden zorgen voor de juiste omstandigheden, zoals een liberale democratie en een vrije markt.’

Even tussendoor… Meer interviews lezen met grote denkers? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:

Meld u aan voor onze nieuwsbrief

Ontvang elke woensdag het laatste filosofie nieuws, de beste artikelen van de week en af en toe een aanbieding.
Ontvang wekelijks het laatste filosofienieuws, de beste artikelen en af en toe een aanbieding.

Die succesformule klopt niet meer?
‘Als die al ooit geklopt heeft. Je kunt al in een vroeg stadium van de moderne tijd zien: nieuwe technologische macht heeft altijd destructieve kracht met zich meegebracht, is altijd al een tweesnijdend zwaard geweest. We hebben heel lang verkeerd begrepen wat nou eigenlijk vooruitgang brengt. En dat zijn niet wetenschap en technologie op zichzelf, die moeten verbonden zijn met moraliteit en rechtvaardigheid. Dat is in het vooruitgangsverhaal stelselmatig weggepoetst en daardoor zitten we nu met de gebakken peren. Mijn boek is helaas pindakaas voor de vooruitgangsdenkers. En voor ons allemaal.’

Sadisten

In zijn analyse gaat Fransen terug naar de wortels van dit probleem. Een van de eersten die expliciet probeert de moraal maatschappelijk overbodig te maken is verlichtingsdenker Immanuel Kant. ‘Volgens Kant is vooruitgang zelfs mogelijk voor een volk van duivels. Daarmee bedoelt hij niet kwaadaardige sadisten, maar rationele mensen die berekenend hun eigenbelang volgen. Kant was een optimist, maar niet over de menselijke natuur. Hij zei: mensen zitten vol ondeugden zoals jaloezie en hebzucht, we herkennen die allemaal in onszelf. Dus als vooruitgang daarvan moet afhangen, is dat een wankele basis.’

Waarom is het volgens Kant zo moeilijk om moreel zuiver te handelen?
‘Hij maakte een onderscheid tussen handelen in lijn met de plicht en handelen omwille van de plicht. Alleen dit laatste geldt als een echt moreel zuivere daad. Kant illustreert dit met een voorbeeld. Stel dat een kind iets komt kopen bij een winkelier. Dan is het heel makkelijk voor die winkelier om het kind op te lichten en een hogere prijs te rekenen. Toch doet de winkelier dat niet. Maar dan weten we volgens Kant nog steeds niet of de winkelier eerlijk handelt uit oprecht plichtsbesef of omdat hij bang is voor reputatieschade, bijvoorbeeld als de ouders van het kind erachter komen. We kunnen volgens Kant nooit helemaal zeker weten of iemand iets werkelijk uit moreel zuivere motieven doet.’

De lat lag hoog.
‘Ja, en als je de lat moreel gezien zo hoog legt, is het misschien logisch dat je de vooruitgang daar niet van wil laten afhangen. Kant vond, met een elegante logica, dat we de maatschappij zo moesten inrichten dat we niet afhankelijk zijn van die niet altijd even betrouwbare morele kwaliteiten van de mens. Zou dat niet mooi zijn, dat we de moraal als het ware overbodig kunnen maken?’

Klinkt inderdaad verleidelijk.
‘Het idee sloeg dan ook erg aan. De vrije markt zorgt ervoor dat mensen alleen hun eigenbelang hoeven te volgen in de handel. Daardoor zou er meer welvaart komen en meer vrede tussen steden, streken en landen. Denk ook aan “de onzichtbare hand” van Adam Smith. Bij Smith is die logica nog beperkt tot de economie, maar twintigste-eeuwse denkers zoals de neoliberalen Friedrich Hayek en Ayn Rand maakten er een complete maatschappijvisie van. Hayek zegt: onze samenleving is zo grootschalig dat we niets meer hebben aan onze morele intuïties, die gebaseerd zijn op primitieve stadia waarin we nog in kleine groepjes bij onze hutjes zaten. In onze abstract society moet de vrije markt ons handelen coördineren. En zo geschiedde.’

Overschat u de invloed van deze denkers niet?
‘De invloed van iemand als Hayek reikt veel verder dan de mensen die zijn boeken hebben gelezen. Die neoliberale denkwijze wordt belichaamd en verspreid door de markt zelf. Want we hebben daadwerkelijk de samenleving steeds meer omgevormd tot een markt: in de zorg, het openbaar vervoer, in het onderwijs – een studie is “investeren in jezelf”. Burgers werden consumenten, van wie verwacht werd dat ze opkomen voor hun eigenbelang – dat werd een deugd. Politiek werd als gevolg hiervan een soort klantenservice die onze problemen moet oplossen, terwijl wij vrijelijk onze gang moeten kunnen gaan.’

Tekst loopt door onder afbeelding

Douchen

Het gevolg is volgens Fransen onder meer dat mensen niet meer bereid zijn tot offers voor het algemeen belang. Bovendien zijn we allergisch geworden voor overheidsbemoeienis, al helemaal als de overheid daarbij een beroep doet op de moraal. Dat was een halve eeuw geleden anders. Fransen: ‘Tijdens de Tweede Wereldoorlog was benzine ook schaars in de VS. Carpoolen moest besparend werken. De Amerikaanse overheid lanceerde toen een campagne: “Als je alleen rijdt, rijd je met Hitler.”

Zoiets is nu ondenkbaar. Stel je voor dat Rob Jetten, minister voor Klimaat en Energie, tijdens de eerste winter van de Oekraïne-oorlog had gezegd: “Als je warm doucht, douch je met Poetin.” In plaats daarvan zei hij iets als: “Uiteindelijk gaat iedereen zelf over hoe lang hij doucht. Maar korter douchen scheelt wel voor je eigen portemonnee.” De overheid bleef ver van een moreel appel.’

Een moreel appel zou waarschijnlijk alleen maar tot haatreacties hebben geleid.
‘Waarschijnlijk wel. Veel mensen zien zoiets tegenwoordig al gauw als inperking van onze vrijheid, als ongewenste bemoeienis. Dat zorgt voor een patstelling: we willen dat de overheid al onze problemen oplost, maar als er tegelijkertijd van ons niets verwacht mag worden, geven we de overheid weinig speelruimte om dat te doen. In tijden van overvloed, zoals de jaren negentig, kom je daar misschien mee weg. In tijden van crisis kun je niet zonder burgers die verantwoordelijkheid nemen.’

We moeten naar een ander begrip van vrijheid?
‘In de vrijheidsdefinitie die wij nu hanteren, betekent vrijheid “een afwezigheid van bemoeienis”. Dat is een liberale vrijheidsopvatting. Maar daarin gaan we veel verder dan de denkers uit de liberale traditie ooit voor ogen hadden. Neem het schadebeginsel van John Stuart Mill. Dat houdt in: je bent vrij om te doen wat je wilt, zolang je anderen geen schade berokkent. Je mag jezelf best de dood in drinken als je daar zin in hebt. Maar niet als je kinderen hebt. En je mag ook niet stomdronken achter het stuur gaan zitten, want dan breng je anderen in gevaar.

Dergelijk schadelijk gedrag vertonen wij nu eigenlijk allemaal. Denk maar aan onze overtuiging dat we onbeperkt moeten kunnen vliegen. En onbeperkt vlees moeten kunnen eten – de gemiddelde Nederlander eet 75 kilo vlees per jaar. Dat is drie keer zoveel als wat volgens wetenschappers houdbaar is. En als de politiek dan voorzichtig begint over een vleestaks, schrijft De Telegraaf: “Overheid bemoeit zich met Hollandse eetgewoonte.” Hetzelfde gebeurt bij de vliegtaks. Terwijl we weten dat ons gedrag elders in de wereld klimaatdoden veroorzaakt.’

Wat staat ons te doen?
‘We moeten flink aan de bak. We moeten morele inspanning en rechtvaardigheid op alle mogelijke manieren cultiveren. In opvoeding en onderwijs, in onze sociale praktijken en in onze instituties. Dat weg-organiseren van de moraal hebben we nu lang genoeg gedaan. Het resultaat is een gigantische maatschappelijke uitholling.’

Hebt u nog hoop?
‘Jazeker. Ik wijs in mijn boek ook op allerlei alternatieve denkrichtingen. Zoals het limitarisme van filosoof en econoom Ingrid Robeyns. Zij stelt voor om een democratisch bepaalde bovengrens te stellen aan rijkdom, zodat kapitaal zich niet onbeperkt kan ophopen bij een clubje superrijken. Zij zegt: in een wereld zonder grote collectieve uitdagingen is het misschien prima als een individu 300 miljard slapend op de bank heeft staan. Maar in zo’n wereld leven we niet.’

In onze tijd, Tim Fransen - Paperback - 9789021342603

In onze tijd. Leven in het Calamiteitperk
Tim Fransen
Alfabet
352 blz.
€ 24,99