Orkaan Irene veroorzaakt decadente natuurstaat

Hurricane Irene, Orkaan Irene, Thomas Hobbes, Jean Jacques Rousseau, Woody Allen

klik om een oordeel te geven!
New York maakt zich klaar voor orkaan Irene. De supermarkt stroomt vol met klanten, de schappen raken langzaam leeg. Flessen water worden aangeschaft, taxi’s worden volgestauwd met uitpuilende boodschappentassen. ‘Prepare for the worst, hope for the best’ luidt het mantra van politici en burgers.

Gele waarschuwingslinten versperren de trap naar de ondergrondse wereld van New York. Gewoonlijk gebruiken zo een tien miljoen reizigers per dag de metro. Nu zijn de gangen, stations en sporen leeg. Alleen de ratten scharrelen nog rond. De kans op overstroming is groot, de kans op een elektriciteitsdefect en een gebrek aan water ook. New York is een stad vol selfmade men, maar hoezeer men ook zijn eigen leven beheerst, tegen een orkaan als Irene kunnen zelfregulerende technieken als mindfulness of braintraining weinig doen. Irene toont dat onze macht gering is. Moeder natuur is een femme fatale.

De stress hangt in de straat. Een verstikkend wolkendek kondigt de komst van Irene aan. Rondvliegende bomen, brekende ramen en een tekort aan water en voedsel worden wellicht realiteit. Een weekend lang bevindt New York zich in een soort natuurstaat. Deze toestand, die plaatsvindt voor de oprichting van de staat en samenleving, ziet er volgens de Engelse filosoof Thomas Hobbes (1588 – 1679)
als volgt uit:

[There is] No place for Industry; no culture of the Earth; […] No account of time; no Arts; no Letters; no Society; and which is worst of all, continuall fear, and danger of violent death; and the life of man, solitary, poor, nasty, brutish and short.
 
In de supermarkt lijkt Hobbes’ theorie praktijk geworden. Men dringt voor, snauwt elkaar af. Net wanneer ik de laatste fles water wil pakken, grist iemand hem voor mijn neus weg. Wanneer ik na een dertig meter lange rij eindelijk vlakbij de kassa ben, belt de man voor mij met zijn vrouw. ‘Nu komen!’ dirigeert hij haar. Met twee karren vol blikvoer (‘no culture of the Earth’) wurmt ze zich zonder blikken of blozen naar voren. Deze mensen bereiden zich allerminst voor op een kort (‘short’) leven; de hoeveelheid voer die ze in huis halen, houdt hen twee weken in leven. Maar ‘nasty’ en ‘brutish’ is hun gedrag zeker. Bij de kiosk om de hoek wil ik nog een tijdschrift kopen, maar de New Yorker is uitverkocht. Een stapel glanzende Vogue’s en Marie-Claire’s liggen wel klaar (‘no Arts; no Letters’).

Ook zonder substantieel tijdschrift moet ik achtenveertig uur in huis, zonder electriciteit, kunnen doorkomen. Ik kan met mijn huisgenoten kletsen, een boek lezen bij kaarslicht, spelletjes spelen, naar de storm kijken. De natuurstaat die New York te wachten staat hoeft geen verschrikking te zijn. Ze kan ook een bevrijding zijn. Volgens de Franse filosoof Jean Jacques Rousseau vormen mensen een samenleving om natuurgeweld tegen te gaan. Hij pleitte in de 18e eeuw dat deze samenleving mensen corrumpeert en sociale ongelijkheid veroorzaakt, terwijl de mens van nature invoelend en goed is.

En inderdaad, ook de natuurstaat van Rousseau lijkt werkelijkheid. Zaterdagochtend (lokale tijd) regent het al flink en deel ik een paraplu met een onbekende – we moeten toch dezelfde kant op en wensen elkaar sterkte en succes. De verkopers van de plaatselijke boerenmarkt blijven in de stromende regen staan om hun vaste klanten van verse groenten te voorzien en buren permitteren elkaar bij hoge uitzondering toe om alles wat buiten rond kan vliegen (fietsen, bloempotten, televisie-schotels), in de gezamelijke gang te bergen. Ik geef toe, het klinkt als minimale goedheid maar er is wel degelijk een zekere verbroedering voelbaar in de stad.

De nostalgie naar zulk een verbroederde natuurstaat regeert. In New York is niets zo populair als organic en natural eten en de populaire Lush-winkel maakt ons wijs dat natuurlijke mascara ons dichter bij de werkelijke ik brengt. Ook de hipster-kledingstijl, die zich vooral baseert op tweedehands vintage kleding, en de wekelijkse vlooienmarkt in Brooklyn, waar oude, maar dure typmachines enthousiast worden aangeschaft door jonge schrijvers, duiden op een zekere nostalgie naar iets dat geweest is. In zijn nieuwste film, Midnight in Paris, portretteert Woody Allen deze trend als tijdloze aanstellerij. De romantische schrijver Gil Pender hunkert zo naar het verleden, dat hij er uiteindelijk in terecht komt. Wanend in de jaren ‘20 ontmoet hij grootheden als Ernest Hemingway, Gertrude Stein en F. Scott Fitzgerald, maar uiteindelijk leert hij dat ook zij naar het verleden verlangen. Nostalgie is kortom een decadente fantasie waarin je flink kunt verdwalen.

Terug naar de natuur; naar toen de mens nog goed en invoelend was. Irene bevredigt onze nostalgie: een boek bij kaarslicht, een dag zonder warm water en een spelletje Mens erger je niet!. Helaas is deze hang naar het primitieve, natuurlijke leven voornamelijk weggelegd voor hen die het zich kunnen veroorloven, want het organische leven is duur. Arme Amerikanen prefereren – zij het noodgedwongen – voorverpakt voedsel met extra kleurstof en suiker, goedkope katoen en mascara die je niet tot jezelf maakt, maar je op een filmster doet lijken. Toch worden zij momenteel het meest getroffen door orkaan Irene. Natuurgeweld discrimineert niet, maar in een samenleving zijn de gevolgen altijd ongelijk verdeeld. Of Irene nu een natuurstaat à la Hobbes of à la Rousseau voortbrengt, alleen zij wier huis stevig genoeg is en wier verzekering is veiliggesteld, kunnen er van genieten.


In de supermarkt:

Reacties

"And a love like ours, my dear
Is best measured when it's down
And I never buy umbrellas
For there's always one around"
T.W.

Bedankt voor je mooie getuigenis.

Apsara op 30-08-2011 om 18:54

Sterke artikel meid, wilde het heel graag op google+ delen, maar net die mogelijkheid is er niet. Gr8 job 

Saminah op 28-08-2011 om 18:54