Manhattan, eiland van eenzaamheid

Jonathan Franzen, Stine Jensen, Chantal Mouffe

klik om een oordeel te geven!
In New York woont een man die zijn internet-router heeft dichtgelijmd en een geluidsdichte koptelefoon draagt in een geluidsdichte kamer. Hij behoeft stilte en isolement, maar is in heel Amerika bekend. Het is Jonathan Franzen, schrijver van The Corrections en de (ook in Nederland) recente succesroman Freedom. Wie in Oprah Winfrey’s boekenclub wordt opgenomen – zij het tegen de zin van de schrijver –, moet moeite doen om rust te vinden, maar Franzen houdt verbeten vol.

In New York woonde een vrouw wier isolement waarschijnlijk minder welbewust was gekozen. Christina Copeman, zeventig jaar oud, leefde in Brooklyn, om de hoek van mijn nieuwe thuis. Twee jaar lang lag zij dood in haar woning. Niemand die het doorhad.

Behalve voor iemand met het succes van Franzen, lijkt eenzaamheid onontkoombaar in de stad. New York kent bijna 10 miljoen inwoners, waarvan de helft een eenpersoonshuishouden bestiert. Dwalenden zoals J.D Salinger’s Holden Caulfield en Sex and the City-personages Carrie en Miranda doen er alles aan om de eenzaamheid te verdrijven, vaak zonder resultaat. Ook Amsterdam, onze grote stad, kent genoeg loners. Hoewel Ramses Shaffy stoer de eenzaamheid bezingt, besluit hij uiteindelijk: ‘'t Is zo stil in Amsterdam. Ik wou dat ik nu eindelijk iemand tegenkwam...’

Filosofe Stine Jensen betoogt in haar essay Echte vrienden dat we steeds minder intieme vrienden hebben – sociologisch onderzoek wijst dit uit. Toch is eenzaamheid niet per se van deze tijd, en ook geen fenomeen uit de grote stad. De barrière tussen onszelf en de ander is namelijk veel fundamenteler. De politiek filosofe Chantal Mouffe pleit in haar On the political dat identiteit op antagonisme berust: Ik ben ik omdat jij jij bent. Ook op politiek niveau geldt de noodzaak van een gezonde antagonistische relatie (door Mouffe agonisme genoemd). Tegenstellingen zoals rechts/links, vriend/vijand, wij/ander, zijn nodig. Alleen wanneer verschillen openlijk bestaan en worden besproken, blijken werkelijk extreme ideeën en handelingen onnodig. Niet een gebrek aan compromis, maar aan conflict is de oorsprong van het oprukkend populisme in West-Europa, aldus Mouffe.

New Yorkers leven aan elkaar vastgeplakt. Mijn buurman loopt met een handdoek door de gang om van zijn 8m² kamertje naar de gemeenschappelijke woonruimte te komen (dus toch niet helemaal alleen), waar hij kan douchen. De sherrif (‘New York Police Department, m’am!’) bonkt bij de benedenbuurvrouw op de deur, het hele huis trilt mee. In de metro schalt muziek, breakdansers gebruiken het gangpad als podium, waardoor iedereen nog iets dichter tegen elkaar aanschuift. Voor kunst maakt men blijkbaar plaats.

De fysieke nabijheid van mensen in de stad zou tot voortdurend oproer kunnen leiden. Zeker met de New Yorkse hoge temperaturen, waar men naar verluidt agressiever van wordt. Maar ieder sluit zich wijs af voor de ander, houdt de ander op afstand, zelfs al staat hij in je ‘aura’. ‘Talk to the hand because the face ain’t listening.’ Die strategie helpt New Yorkers overleven.

Eenzaamheid redt de stad ook op politiek gebied. De ik/jij scheiding is evident. New York, eiland vol vrijgezelle uniekelingen, bouwt op de antagonistische krachten die voortdurend met elkaar in dialoog zijn. Ieders identiteit heeft vorm gekregen doordat hij of zij zich kan spiegelen en afzetten ten opzichte van alle anderen. Daardoor verovert elke New Yorker een gedefinieerde plaats in de samenleving en voelt hij zich minder gauw buitengesloten en eenzaam.

Want afgebakend is de ik, maar onvermijdelijk is het contact met de jij. De buurman laat zijn shampoo vallen, ik raap hem op. De onderbuur excuseert zich, ze heeft werkelijk waar niets misdaan. De forens naast me slingert nog dichter op me, maar we merken het niet, gefascineerd als we zijn door de moves van de danser. Wie dat niet wil, verhuist de stad uit.

Eenzaamheid mag dan zo zijn maatschappelijke voordelen hebben – Jonathan Franzen legt het allemaal uit in zijn essaybundeling How to be alone, voor Christina Copeman mocht het niet baten. En voor al die andere eenzamen ook niet. Zie daar de discrepantie tussen politieke perfectie en vox populi.




Reacties