De eeuwige wederkeer van

...Bij de bouw van een moskee



klik om een oordeel te geven!
Onlangs nam de Volkskrant een artikel over uit The New Tork Times waarin werd verwezen naar een studie over moskeeën en terrorisme. De conclusie van dit Amerikaanse onderzoek, dat twee jaar duurde, luidt dat moskeeën radicalisering tegengaan; moskeeleiders nemen erg veel moeite om extremisme de kop in te drukken. Islamdeskundige en onderzoeker Bagby stelt: ‘De jongeren waar we ons zorgen over moeten maken, zijn niet de mensen doe naar de moskee komen’.

Het onderzoek geeft te denken over de waarde van religieuze symbolen, die zo vaak juist worden gezien als tekenen van sektarisme, onverdraagzaamheid en voorbodes van radicalisering (zie de bouw van het islamitisch centrum enkele blokken verwijderd van Ground Zero, het minaretverbod in Zwitserland, het boerkaverbod in de openbare ruimte in Frankrijk, en diverse discussies over boerka’s en hoofddoeken in Nederland). De Leuvense filosoof Rudi Visker oppert, als het over het laatste gaat, exact het tegenovergestelde: een verbod op religieuze symbolen zou juist radicalisme in de hand kunnen werken.

Volgens Visker bieden (religieuze) symbolen een ontlastende werking; laten we daartoe een geheel ander, voor iedereen herkenbaar, voorbeeld van zo’n symbool geven – een rouwband.
Op het eerste gezicht zou je zeggen dat de drager van zo’n band vooral wil benadrukken dat hij in rouw is. Maar is de bedoeling van zo’n band niet precies omgekeerd, namelijk dat het de drager ervan mogelijk maakt om niet voortdurend met rouw bezig te zijn? Of beter gezegd: de band geeft vorm aan een anders tomeloos verdriet, dat hem dreigt te overspoelen. De rouwband neemt het verdriet als het ware een beetje van hem over, brengt het verdriet dat het innerlijk verscheurt naar buiten; transformeert het van een persoonlijke crisis naar een aan algemene rituelen, gebruiken en vanzelfsprekendheden gebonden ‘ praktijk’ – hoe te handelen, hoe lang ‘ in rouw’ te zijn, et cetera.
Het biedt daarom ook een zekere rust, het ontlast de drager alleen al door een routine te bieden. Sterker nog: de rouwband schenkt de luxe van een zekere mate van onverschilligheid. In de goede zin van het woord: hij hoeft niet voortdurend in de weer te zijn met de dood van een geliefde. De rouwband spreekt voor zich.

Een religieus symbool ‘werkt’ op eenzelfde manier. Evenals rouwen kan geloven tomeloos zijn; de gelovige kan zich geen raad weten met wat hem in het geloof zo aangrijpt. Religieuze symbolen geven daarentegen een vanzelfsprekende ‘ vorm’ aan het geloof, een routine van gebruiken en rituelen. Als deze symbolen worden verboden, dan valt de gelovige geheel terug op zichzelf, en moet op een andere manier zijn religieuze ‘bewogenheid’ tot rust zien te brengen. Extremisme of religieus fanatisme is dan een gevaar; een routineuze of zelfs ietwat onverschillige houding tegenover de grip van het geloof is niet meer mogelijk, dus zoekt men naar andere wegen. De fantasie-islam die verhitte moslimjongeren in elkaar knutselen door te putten uit dubieuze bronnen – vaak via internet – is daarvan een voorbeeld. Het is een ostentatieve poging te laten zien dat je Echt Wel Een Goede Moslim bent, terwijl de truc van religieuze symbolen juist is dat je dit niet hoeft te laten zien, maar op kunt gaan in een vanzelfsprekende religieuze praktijk.   

Wellicht, zou je denken, zou het dan nog beter zijn om maar helemaal niet te geloven, zodat je ook niet zo wordt aangegrepen. Maar nog los van de vraag of het geloof verlaten een act van de wil is, of eerder iets ‘ dat gebeurt’, moeten we ons afvragen of we daarmee zijn verlost van welke grip dan ook. Religie geeft vorm aan de grote existentiële kwesties: dood, geboorte, liefde. Als we het geloof verlaten, zijn die kwesties nog niet van de baan. Sterker nog: we voelen meer dan ooit hoe ze ons in de greep houden – hoe verwarrend en vervreemdend dergelijke gebeurtenissen kunnen zijn. In deze xenofobische tijd iets om verder over na te denken; de angst voor het vreemde begint al bij de tijd en wijle unheimlichkeit van het eigen bestaan.  

Radicalisering is dan ook zeker niet gebonden aan religie, maar is een krampachtige poging te genezen van het leven zelf.

Reacties