Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
14-12-2018

Weekendlijstje: kunstzinnige filosofen

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Robbert Uijtendaal

Filosofie en kunst zijn niet van elkaar te scheiden. Kunstenaars beroepen zich vaak op filosofen voor hun inspiratie en filosofen praten maar al te graag over kunst. Friedrich von Schelling schreef in zijn Filosofie van de kunst van 1802 dat kunst uitbeeldt wat filosofie begrijpt. Het nadeel hiervan is dat de kunstenaar niet noodzakelijk begrijpt wat hij gemaakt heeft en de filosoof niet in leven kan roepen wat hij begrijpt. Zo zijn kunst en filosofie twee kanten van hetzelfde geheel, die nooit geheel verbonden kunnen worden. Er zijn dan ook niet veel filosofen die kunstwerken hebben gemaakt. Toch zitten er een aantal uitzonderingen bij. We hebben er vijf voor u op een rijtje gezet.

Friedrich Nietzsche
Nietzsche noemde zichzelf de filosoof die het meest verbonden was met muziek. Hij heeft in zijn leven dan ook flink wat muziek geschreven. Het was redelijk gebruikelijk voor geleerde Duitsers om op vroege leeftijd achter een piano te zitten. Wat de stukken van Nietzsche zo interessant maakt, is de connectie met zijn filosofie. Net als zijn filosofie staat zijn muziek geheel op zichzelf. Hij heeft zichzelf leren spelen en probeert niemand te imiteren met zijn composities, zelfs Wagner niet. De muziek was eerder een manier voor hem om datgene te zeggen wat niet met woorden te vatten is. Zelf noemde hij zijn muziek ‘verschrikkelijk’, net als zijn filosofie. Niet omdat hij het zo slecht vond, maar omdat het gevaarlijke ideeën zou uiten. Deze verschrikkelijke muziek werd niet goed ontvangen in de muziekwereld. De muziekcriticus Von Bülow zei snerend: ‘U omschrijft uw muziek als verschrikkelijk, maar het is nog erger dan u denkt’. Toch zijn de pianostukken heel goed te beluisteren. Pianist Jeroen van Veen heeft nieuw leven geblazen in deze stukken.



Ludwig Wittgenstein
Na het Haidbauer incident, waar Wittgenstein een elfjarige bewusteloos had geslagen, zat Ludwig niet zo lekker in zijn vel. Om hem wat anders aan zijn hoofd te geven, raadde zijn zus hem aan om de architect Paul Engelmann te helpen bij het ontwerpen van een huis in Oostenrijk. Ludwig was blij met het aanbod, Paul niet. Toch beschouwde Engelmann Wittgenstein verantwoordelijk voor het eindproduct. Wittgenstein eiste dat elk detail precies was zoals hij het wilde. Het duurde een jaar voor hij eindelijk tevreden was over zijn ontwerp voor de deurknoppen en nog een jaar voor de radiatoren klaar waren. De ramen mochten geen gordijnen hebben, maar kregen een metalen scherm van 150 kilo die met een zelfontworpen katrol in de grond kon verdwijnen. Alles was net zo geniaal als dat het peperduur was. Toen het huis bijna klaar was, stond Wittgenstein erop dat een plafond dertig millimeter hoger moest, zodat elke verdieping precies de juiste proporties had. Bijna niemand van de familie vond het huis mooi. De enige die er even heeft gewoond was zijn zus Gretl. Het werd snel verkocht en er volgde een twee jaar lange planning om het te slopen. Deze sloop is echter nooit gekomen en het huis is nu een museum. Het Wittgenstein Haus staat op de Kundmanngasse in Wenen.



Theodor W. Adorno
De meest muzikale denker van de Frankfurter Schule, Theodor Adorno, was pessimistisch over de muziek die hij steeds vaker hoorde. De moderne muziek is gewoon een constante herhaling van de vorm ervan. Het bekende filmpje ‘The four chord song’ is hier een uitstekend voorbeeld van. Dat toont aan hoeveel moderne nummers bestaan uit dezelfde vier akkoorden. Mensen vinden het enkel goed omdat ze het herkennen. In deze herkenning voelen ze zich gevleid omdat ze de muziek begrijpen. Op deze manier kan de cultuurindustrie zijn onbetwiste macht blijven uitoefenen op de muziekwereld. En jazz, daar kon Adorno al helemaal niks van aanhoren. De enige muziek die echt het luisteren waard is, is de dissonante muziek van Schoenberg. Alleen dat is werkelijke kunst die de muziek verder brengt; kunst die je moet leren begrijpen en die niet onderworpen kan worden aan een massaproductie. Het kan dus niet verbazen dat de pianostukken die Adorno zelf heeft geschreven sterk doen denken aan die van Schoenberg.



Carl G. Jung
Carl Gustav Jung is de meest bekende leerling van Sigmund Freud. Hij is eerder een psychoanalyticus dan een filosoof, maar zijn theorieën worden vaak behandeld in de cultuurfilosofie. Dit zijn dan vooral zijn werken over de archetypen van de geest: oeroude beelden die opduiken vanuit de diepte van het onbewuste. Ook is zijn theorie van de zelfactualisatie van groot belang geweest voor de psychologie. Zelfactualisatie houdt in dat iemand zijn volle potentie kan waarmaken, en hiervoor is zelfkennis nodig. De beste manier om deze zelfkennis op te doen is door kunst te maken en zo de onbewuste energieën zichtbaar te maken. Mandala’s waren zijn persoonlijke favoriet. In het Rode boek, veruit het meest persoonlijke boek van Jung, dat postuum is uitgegeven, zijn veel van zijn tekeningen bijgevoegd. Volgens Jung zelf beeldt elke tekening zijn eigen geestelijke toestand van dat moment uit. 





Friedrich von Schiller
Toegegeven, het is een beetje valsspelen om Schiller een filosoof te noemen die ook kunst heeft gemaakt, omdat Schiller eerder een schrijver is die met zijn Brieven over de esthetische opvoeding van de mens een grote filosofische relevantie heeft gekregen. Deze relevantie is echter moeilijk te overschatten en dus geniet Schiller van een welverdiend plaatsje onder de grote filosofen. Hij is samen met Schlegel en Schelling één van de belangrijke figuren die de Duitse romantiek in leven hebben geroepen. Zijn toneelstukken waren bekend bij iedere geleerde van die tijd en worden bijvoorbeeld vaak genoemd in de boeken van Fjodor Dostojevksi. Hij schreef echter niet alleen toneelstukken of brieven aan een Deense prins, maar ook poëzie. Zoals dit gedicht over een ontmoeting met een vrouw.


Nog zie ik haar altoos, omringd van haar vrouwen:
De schoonste onder haar stond zij midden den kring,
En was een schitterende zon om te aanschouwen.
Ik stond slechts van ver, daar de vrees mij beving.
Mij roerde en doorbeefde een wellustig benauwen,
Wanneer haar glans door mijn oogleden ging;
Doch, even als mochten mij vleugelen voeren,
Voelde ik mij gedwongen de snaren te roeren.
 
Maar wat ik dien stond heb gevoeld en gezongen,
Dat zoek ik vergeefs, en verbeelding is zwak.
't Was of een nieuw zintuig, mijn wezen doordrongen,
De heilige taal van het hertgevoel sprak.
De ziel was 't, die lang en te hevig bedwongen,
Op eenmaal door al haar windselen brak,
En tonen vond, die in haar grondeloosheden
Lang ongemerkt sliepen en thans haar ontgleden.
En als nu de harpsnaar reeds lang had gezwegen,
En als nu allengs mij de ziel wederkwam,
Dan zag ik een vlam op haar wangen gestegen,
En tweestrijd van liefde en van schaamte in die vlam.
Ik vloog in verrukking de hemelen tegen,
Wanneer ik de zoetste der woorden vernam. -
O, ginder, daarboven, bij zalige koren,
Kan ik maar die woorden, die toon weder horen!
 
‘'t Getrouwige hert, dat, in onrust verloren,
Nog stil en bescheiden, zich matigt in druk,
Weet niets van zijn waarde, die mij kan bekoren;
Zijn' adel verkies ik voor 't blinde geluk.
't Benijdbaarste lot zijn de schamele beschoren!
Dat liefde de bloemen der liefde slechts plukt!
De kostbaarste schat is voor 't hert, dat hem smaken,
En met hem, wederkerig, gelukkig kan maken?’

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.