Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
WP nr. 3/2018

Ten geleide: Feministisch Denken

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Cris van der Hoek en Jorrit Smit

Vijftig jaar geleden verscheen het spraakmakende essay Het onbehagen bij de vrouw van Joke Kool-Smit in De Gids. Dit onbehagen betrof met name het gebrek aan handelingsmogelijkheden van de getrouwde vrouw. Zij had indertijd niet veel andere keuzes dan zich te schikken in een bestaan als huisvrouw en moeder. Ondanks de verworvenheden van de eerste feministische golf – zoals het vrouwenkiesrecht, toen precies vijftig jaar geleden – waren veel feministische idealen nog niet vertaald in de mogelijkheid van volwaardig burgerschap. In het dagelijks leven hadden vrouwen niet de vrijheid om de eigen potenties te verwerkelijken. Kool-Smits kritische analyse was dan ook een belangrijke aanzet tot een opleving van de feministische beweging in Nederland; een beweging die van meet af aan verschillende stromingen kende en nog steeds kent.

Kool-Smit liet zich, evenals andere feministen van de Tweede Golf, sterk inspireren door het gedachtegoed uit De tweede sekse (1949) van Simone de Beauvoir. De Beauvoir beschrijft hierin hoe de vrouw door de eeuwen heen tot de ander, tot object, is gemaakt en hoe de man zichzelf de positie van het zelf, het subject, heeft toegeëigend. Haar reproductieve functie (‘baren en zogen’), zo stelt De Beauvoir, is door de man aangegrepen om de vrouw aan de kant van de immanentie te positioneren en zichzelf aan de kant van de transcendentie. De biologische kenmerken van de vrouw zijn op zichzelf echter niet bepalend voor haar lot. Ze krijgen alleen betekenis in culturele en historische omgevingen. Beroemd is in dit verband de uitspraak van De Beauvoir: ‘Je komt niet als vrouw ter wereld, je wordt vrouw.’ Het veronderstelde onderscheid tussen sekse (lichaam) en gender (de rol, waarden en betekenissen die aan mannen en vrouwen worden toegeschreven) is nog steeds een actueel thema in de feministische filosofie. 

Ontegenzeggelijk is de positie van vrouwen de laatste vijftig jaar sterk veranderd. Toch heeft het feministische denken niet aan actualiteit ingeboet getuige de #MeToo-beweging, de aanhoudende controverses rond de hoofddoek van moslimvrouwen of de populariteit van neurobiologische verklaringen voor het verschil tussen mannen en vrouwen die ongelijkheid legitimeren. Sterker nog, er lijkt sprake te zijn van stagnatie in het emancipatieproces; wellicht zelfs van een terugkeer van patriarchale waarden wereldwijd en een toename van seksisme, die vaak gepaard gaat met racisme. 

Deze ontwikkelingen dwingen het feministische denken tot grote conceptuele precisie. Zo is de aandacht voor de interactie tussen racisme en seksisme een focus die het hedendaags feminisme in sterke mate bepaalt. In elk individu zijn onder meer gender, etniciteit, klasse et cetera op een complexe manier met elkaar verweven. Deze dimensies zijn in hun samenhang medebepalend voor machtsverhoudingen en ongelijkheidsrelaties. Als we alleen spreken over vrouwen in het algemeen, verdwijnen bijvoorbeeld de ervaringen van vrouwen uit etnische minderheidsgroepen al snel uit beeld. Het intersectioneel feminisme analyseert de verschillende elkaar kruisende dimensies dan ook in hun interferenties. 

In dit themanummer zullen we een aantal actuele manifestaties van feministisch denken laten zien. Annelies Kleinherenbrink bespreekt in de eerste bijdrage het zogenoemde nieuw feministisch materialisme. Dit materialisme probeert het (materiële) lichaam en gender als discursieve constructie op een nieuwe manier met elkaar te verbinden. Kleinherenbrink laat vervolgens zien wat deze benadering kan opleveren voor het nature-nurture-debat omtrent sekse/gender in het brein. Ze probeert daarbij zowel het biologisch determinisme, als het sociaal constructivisme te vermijden.

Ook in de tweede bijdrage, van Nathanja van den Heuvel, speelt materie en natuur een grote rol. Van den Heuvel laat zien hoe actueel het ecofeminisme is in onze tijd en hoe de traditionele veronderstelling van een essentialistische verbinding tussen vrouw en natuur herziening behoeft. In de ‘permacultuurbeweging’ is er geen sprake meer van dualisme tussen natuur en cultuur.

De derde bijdrage in dit nummer betreft een voorpublicatie uit de bundel Activisme, feminisme en islam. Voor met name marxistische critici is het hedendaags feminisme verworden tot een vorm van neoliberalisme. Karen Vintges beargumenteert in haar artikel dat deze kritiek evenwel problematisch wordt wanneer we de intersectionele identiteitspolitiek in ogenschouw nemen van bijvoorbeeld Marokkaanse feministen.

Onderlinge solidariteit is volgens De Beauvoir voor het succes van het feminisme onontbeerlijk. Dat impliceerde voor haar ook dat mannen de eigen immanentie, kwetsbaarheid en lichamelijkheid onder ogen moesten zien opdat er geheel nieuwe relaties tussen mannen en vrouwen mogelijk worden. Wat is daarvan terechtgekomen? Er zijn onmiskenbaar meer mannen die zorgtaken op zich hebben genomen, maar kunnen mannen wel feminist zijn?

In hun essay Het onbehagen van mannen betogen Alex Thinius en Veronica Vasterling dat er sprake is van een crisis van moderne mannelijkheid, die heeft geleid tot een hedendaags mannelijk onbehagen. De auteurs laten zien welke processen er aan die crisis ten grondslag liggen en hoe mannen met dit onbehagen omgaan. Zij concluderen dat het bestrijden van structurele misogynie net zo goed een taak voor mannen als voor vrouwen is.

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.