Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
30-04-2018

Het voorwoord van Kierkegaard

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Nicolaus Notabene a.k.a. Søren Kierkegaard

In 1844 publiceert Kierkegaard, alias Nicolaus Notabene, een verzameling voorwoorden. Lees hier het voorwoord tot zijn boek met voorwoorden.

Een ervaring die telkens weer bevestigd wordt, is dat je door een futiliteit, een kleinigheid, een slordige uiting, een achteloze uitroep, een toevallige mimiek, een onbewust gebaar, de gelegenheid krijgt om heimelijk een inkijk in een mens te krijgen en iets te ontdekken wat zich aan zorgvuldige waarneming onttrekt. Om deze onbeduidende opmerking intussen niet te laten ontaarden doordat ze zichzelf al te zwaar op zou gaan nemen, zie ik er meteen van af om verder over haar uit te weiden en haast ik mij terzake te komen.

Vergeleken met een boek is een voorrede iets onbeduidends. Zou je echter niet aan de hand van een zorgvuldige vergelijkende studie van voorredes voor een koopje de gelegenheid tot observeren kunnen benutten? Binnen de wetenschap is er veel gedaan om de literatuur te ordenen en het werk van iedere afzonderlijke schrijver zijn plaats in zijn tijd toe te wijzen en zijn tijd te plaatsen binnen die van het mensengeslacht. Maar niemand is op de gedachte gekomen wat je zou kunnen winnen als je een of andere geleerde zou kunnen africhten om uitsluitend voorwoorden te lezen, maar dat dan zo alomvattend te doen, dat hij bij de oertijd zou beginnen en verder zou gaan door alle eeuwen heen tot in onze tijd.

Voorwoorden worden gekenmerkt door het toevallige, net als dialecten, idiomen, streektaal. In een heel andere zin dan de geschriften zelf zijn ze onderworpen aan modetrends, ze wisselen net als klederdrachten. Ze zijn de ene keer lang, dan weer kort, soms driest, dan weer schuchter, stijf of nonchalant, bekommerd, haast berouwvol, of juist vol zelfvertrouwen, op het vrijpostige af, soms zijn ze niet zonder oog voor de zwakke punten van het boek, soms zijn ze met blindheid geslagen, soms erkennen ze die zwakheden beter dan wie dan ook. Soms smaakt een voorwoord als een voorproef van het product, dan weer biedt het er de nasmaak van. En dit alles is puur ceremonieel: zelfs een schrijver die in zijn werk de tijd trotseert, conformeert zich waar het om futiliteiten gaat toch aan zeden en gebruiken, hier dus in het voorwoord. Hierdoor wordt hij in allerlei, voor een waarnemer hoogst amusante, botsingen op de proef gesteld: hoever gaat hij en hoe doet hij het.

Hoe meer ik hierover nadenk, hoe meer belofte een dergelijke studie lijkt in te houden. Denk alleen maar aan deze tegenstelling: de Griekse naïviteit die een eminente grondslag wilde bieden voor de presentatie van de resultaten. Maar hier onderbreek ik deze gedachtestroom, die me vermoedelijk op het verkeerde pad zou brengen bij gebrek aan de nodige naslagwerken.

Tekst loopt door onder afbeelding


In de nieuwere wetenschap kreeg het voorwoord zijn doodsteek. Vanuit haar standpunt lijkt de oudere auteur een triest figuur, je weet niet of je om hem moet huilen of lachen, want zijn onbeholpenheid om ter zake te komen maakt hem komisch en zijn naïviteit, alsof iemand belang in hem zou stellen, maakt hem roerend. In onze tijd kan zo’n situatie zich niet herhalen, want als je het boek begint met de zaak en het systeem met niets, dan lijkt er niets over te blijven om in een voorrede te zeggen. Dat het zo ligt was de aanleiding om me erop attent te maken dat het voorwoord een karakteristiek literair voortbrengsel is. En omdat het weggedrukt wordt, is het de hoogste tijd dat het zich emancipeert, net als al het andere. Op die manier kan het nog wat worden.

Het incommensurabele, dat in vroegere tijden ondergebracht werd in het voorwoord van een boek, kan nu zijn plek vinden in een voorwoord dat geen voorwoord is bij enig boek. Ik meen dat op die manier de strijd tot wederzijds contentement en genoegen is bijgelegd. Als het voorwoord en het boek niet aan elkaar kunnen gekoppeld worden, laat het een dan het andere een scheidbrief overhandigen. De jongste wetenschappelijke methode heeft mij erop geattendeerd dat het tot een breuk moest komen. Het wordt mijn verdienste om die breuk serieus te nemen. Hier is hij alleen een fenomeen dat verwijst naar een diepere grondslag. Iedere esthetisch ontwikkelde schrijver heeft zeker momenten gekend waarin hij geen lust had om een boek te schrijven, maar wel een voorwoord voor een boek, of dat nu een boek van hemzelf of van iemand anders was. Dat wijst erop dat het voorwoord wezenlijk verschilt van het boek en dat het schrijven van een voorwoord iets heel anders is dan het schrijven van een boek. Was het tegendeel het geval, dan zou die drang zich alleen uiten, ofwel nadat men het boek geschreven had, of wanneer men erover dacht om het te gaan schrijven, zoals je je dat oppervlakkig voorstelt, en daarom de vraag opwerpt of je het voorwoord als eerste of als laatste moet schrijven. Zodra een van deze twee situaties aan de orde is, heb je ofwel een zaak te pakken, of neem je aan er een te hebben.

Daar je ook zonder dat zin kunt hebben om een voorwoord te schrijven, is het gemakkelijk in te zien dat het geen zaak moet behandelen, want dan wordt het voorwoord zelf een boek en dan wordt het probleem van het voorwoord en het boek weggeschoven. Het voorwoord als zodanig, het geëmancipeerde voorwoord, moet dus geen zaak ter behandeling hebben, maar over niets gaan en waar het iets lijkt te behandelen of over iets lijkt te gaan, moet dat ogenschijnlijk zo zijn, een gefingeerde beweging. Hiermee is het voorwoord zuiver lyrisch bepaald en bepaald naar zijn begrip, terwijl het voorwoord in vulgaire en traditionele zin een ceremonie naar tijd en gebruik is. Een voorwoord is stemming. Een voorwoord schrijven is als het slijpen van een zeis, het stemmen van een gitaar, als kletsen met een kind, als uit het raam spugen. Hoe het komt weet je niet, de lust overvalt je, de lust om avontuurlijk te vibreren in de stemming van je productiviteit, de lust om een voorwoord te schrijven, het verlangen naar deze leves sub noctem susurri [zachte fluisteringen bij het vallen van de nacht].

Een voorwoord schrijven is als belletje trekken, als naar de straatstenen kijken terwijl je het raam van een meisje passeert, als in de lucht met je stok naar de wind slaan, als zwaaien met je hoed, ook al is er niemand om te groeten. Een voorwoord schrijven is alsof je iets gedaan hebt waardoor je met recht aanspraak zou mogen maken op enige aandacht. Of alsof je iets op je geweten hebt, dat vertrouwelijkheid uitlokt. Het is als buigen bij het dansen, al verroer je geen vin. Of als je linker kuit tegen het paard aandrukken, de teugel naar rechts trekken, je hoort de passant ‘psst’ zeggen maar zelf maak je een herrie van jewelste. Het is als ergens aan meedoen zonder de minste gêne dat je meedoet, het is alsof je op de Valbybakke naar de wilde ganzen staat te kijken.

Tekst loopt door onder afbeelding

Het uitzicht vanaf de Valbybakke


Een voorwoord schrijven is alsof je met de postkoets bent aangekomen bij het eerste station en stilstaat onder het donkere afdak met een vermoeden van wat je te zien zult krijgen. Je ziet de poort en daarmee de hemel opengaan, je ziet de weg voor je liggen die telkens weer verder reikt, het verwachtingsvolle geheim van het bos, het aanlokkelijke verzwinden van het voetpad, je hoort de posthoorn en de wenkende uitnodiging van de echo, het harde knallen van de zweep van de koetsier, de warrige nagalm ervan vanuit het bos, en het montere gepraat van de passagiers.

Een voorwoord schrijven is als aangekomen zijn, in de gezellige huiskamer staan, de verbeide gestalte begroeten van degene waar je naar hebt uitgezien, in de leunstoel zitten, je pijp stoppen, ze aansteken – en dan zo oneindig veel met elkaar te bespreken hebben. Een voorwoord schrijven is als aan jezelf merken dat je verliefd aan het raken bent: je ziel is lieflijk verontrust, het raadsel is opgegeven, alles wat er gebeurt is een tip van sluier die wordt opgelicht. Een voorwoord schrijven is als het wegbuigen van een tak in een hut van jasmijn en haar zien die daar verborgen zit: mijn liefste.

Zo, ja precies zo is het om voorwoorden te schrijven. En hoe zit het met degene die het schrijft? Hij beweegt zich tussen de mensen als een gek in de winter en een nar in de zomer, iemand die tegelijk begroet en afscheid neemt, altijd blij en zonder zorgen, tevreden met zichzelf, echt een lichtzinnige deugniet, ja, een amoreel persoon. Want hij gaat niet naar de beurs om geld te schrapen, maar kuiert er alleen doorheen, hij spreekt niet op jaarvergaderingen want daar is de lucht hem te benauwd, hij brengt geen toast uit bij enige vereniging want dan moet je je meerdere dagen van tevoren aanmelden. Hij is geen boodschapper van het systeem. Hij betaalt niet mee aan de staatsschuld, hij wordt daar niet eens ernstig van. Hij gaat door het leven als een schoenmakersknecht die fluitend over straat loopt, zelfs wanneer degene die de laarzen nodig heeft staat te wachten. Hij moet maar wachten zolang er onderweg nog glijbanen zijn of er ook maar iets bezienswaardigs te ontdekken valt. Zo en wel precies zo is iemand die een voorwoord schrijft.

Dit is het voorwoord tot Kierkegaards recent naar het Nederlands vertaalde boek Voorwoorden.

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.