Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
16-03-2018

Weekendlijstje: Filosofen in het parlement

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Simon J. Bellens

Grote filosofen houden er vaak een uitvoerige politieke filosofie op na. Sommigen proberen echter ook zelf een politieke carrière uit te bouwen.
 

Senator Cicero

 
Marcus Tullius Cicero (106 v.C.-43 v.C.) was afkomstig uit een rijke, maar politiek onmachtige familie. Zijn tomeloze ambitie brengt hem tot consul, hoogste verkozen magistraat, in 63 v.C. Tijdens zijn ambtsperiode probeert de opvliegende senator en voormalig tegenstander van Cicero, Catilina, een staatsgreep te plegen. Met zijn beroemde Catilinarische redevoeringen slaagt Cicero erin de met spoed samengeroepen senaat te overtuigen van Catilina’s samenzwering, hoewel het hem aan zware bewijslast ontbreekt. Na dit retorische meesterstukje keert de senaat zich tegen Catilina, die in allerijl vlucht. Daarop verschaft de senaat Cicero het tijdelijke dictatorschap. Zonder echt proces laat hij Catilina en zijn bondgenoten arresteren en ombrengen. Later brengt dit hem in de problemen, wanneer een van zijn tegenstanders een wet indient die alle executies zonder proces bestraft met verbanning. De gewiekste Cicero is echter niet zo gemakkelijk opzij te schuiven. Hij ziet zich gedwongen te vluchten, maar kan nauwelijks anderhalf jaar later terugkeren.

Wanneer Caesar, Pompeius en Crassus in 60 v.C. hun eerste triumviraat beginnen, besluit Cicero zich niet bij hen te voegen, maar trouw te blijven aan de senaat. Ook als Caesar de macht helemaal naar zich toetrekt, hekelt Cicero (weliswaar niet in het openbaar) het dictatorschap en verdedigt hij de republiek als staatsinrichting boven het keizerrijk.

Als senator is Cicero getuige van de moord op Caesar. Rome verkeert in chaos, maar Cicero gelooft dat hij de macht van de senaat in ere kan herstellen. De jonge Octavianus (later Augustus) zou zich wel naar de senaat schikken. Maar Octavianus maakt deel uit van het tweede triumviraat met Lepidus en Marcus Antonius. Die laatste zet Cicero’s naam op de proscriptielijst, een lijst met namen die vogelvrij verklaard werden. Cicero vlucht, maar tevergeefs. Hij zou zijn nek uit de draagbaar hebben gestoken, zijn moordenaars vastberaden hebben aangekeken en onthoofd zijn. Op bevel van Marcus Antonius plaatste men het afgehakte hoofd en de afgehakte handen gespiesd op het sprekerspodium op het forum, waar hij zo vaak gesproken had.

Met zijn politieke ervaring schreef Cicero De Officiis (Over de plichten). In dit politieke handboek richt hij zich bij wijze van raadgeving tot zijn zoon, op dat moment nog student filosofie in Athene. Hierin bespreekt Cicero het morele handelen. Hij stelt dat het deugdzame en het nuttige niet tegengesteld zijn. Op langere termijn is immers ook de deugd nuttig. Maar het boek bevat vooral veel praktische tips voor een politieke carrière. Bovendien bespreekt en rechtvaardigt hij impliciet de moord op Caesar. Wie immers zoveel macht naar zich toe trekt, meent Cicero, roept onvermijdelijk onheil over zich af.
 

Kamerlid Burke


Als filosoof staat Edmund Burke (1730-1797) aan het begin van de romantische traditie. Hij verkiest de overweldigende kracht van het sublieme boven de evenwichtige vervoering van het schone. De Franse revolutie leidt vooral tot anarchie en chaos. En de vooruitgang van de verlichting brengt niet alleen beterschap, maar doet ook iets fundamenteels verloren gaan, traditionele eerbiedige waarden en normen. Al deze romantisch-conservatieve aspecten komen terug in zijn levenslange politieke loopbaan.

35 jaar is Burke als hij in het onooglijke kiesdistrict Wendover verkozen wordt in The House of Commons (Tweede Kamer). Zijn esthetisch onderzoek naar het sublieme heeft hij dan al geschreven. Zijn verkiezing had weinig voeten in de aarde. De plaatselijke Earl, of graaf, schonk hem het district door de lokale arbeiders op te dragen op Burke te stemmen en klaar was Kees. Wendover was een zogenaamde pocket borough, een kiesdistrict in de zak van een landheer. Dat belette echter geen groot feest. In een brief na zijn verkiezing, schrijft Burke: ‘Gisteren werd ik verkozen voor Wendover, werd erg dronken, en ben vandaag zwaar verkouden.’

Zodra Burke zijn intreden maakt in het Lagerhuis prijzen de andere kamerleden zijn retorisch talent. Op dat moment is het parlement verdeeld in twee fracties. Sinds de Glorious Revolution van 1688 is de Engelse koning immers verplicht zijn macht in aanzienlijk met het parlement te delen. Een parlementaire fractie, de Whigs, toont zich als voorvechter van deze grondwettelijke rechten, de andere, de Tories, ziet niet zoveel in deze checks and balances. Burke sluit zich aan bij de eerste. In een tijdperk dat politieke partijen wantrouwt omdat partijbelangen zowel de individuele districtsvertegenwoordiging als het algemene belang zouden schaden, betoogt Burke dat een georganiseerde oppositie, als partij, juist noodzakelijk is voor democratische controle. Bovendien matigt de partij persoonlijke standpunten en is samenwerking nodig om succesvol te zijn. Zijn loopbaan lang zet hij zich in voor de partijwerking van de Whigs.

Exact honderd jaar nadat Burke zijn politieke carrière begon zal nog een andere grote Britse filosoof John Stuart Mill voor dezelfde partij, inmiddels omgedoopt tot de Liberal Party, een zetel in het parlement innemen. In zijn weliswaar korte periode als parlementslid pleit Mill als eerste parlementslid in het Verenigd Koninkrijk voor het vrouwenstemrecht.

Na enkele jaren als vertegenwoordiger van Wendover, besluit Burke op te komen in Bristol, dan de tweede stad van het Verenigd Koninkrijk. Hier heeft de ruime handelsklasse wel veel politieke belangen. Na een hevige campagne slaagt hij in zijn opzet. Zijn overwinningsspeech maakt Burkes opvatting over vertegenwoordiging duidelijk: ‘Het parlement is een beraadslagende vergadering van één land, met maar één belang, dat van het geheel; waar niet de lokale doelen, niet de lokale vooroordelen leidend zijn.’ Hij zou zich niet laten leiden door de veranderende en diverse meningen van zijn kiezers, maar trouw blijven aan zijn eigen standpunten. Precies een gebrek aan standvastigheid betekende voor hem verraad. Zes jaar later verloor hij zijn herverkiezing.

Niettemin zorgen Burkes politieke connecties er voor dat een vertegenwoordiger voor het Noord-Engelse district Malton zijn zetel voor hem opgaf. Zo kon hij kamerlid blijven tot 1794, een paar jaar voor zijn dood.
 

Voorzitter Gramsci


Antonio Gramsci (1891-1937) zal het fascisme nooit overleven. Op 46-jarige leeftijd sterft hij na meer dan een decennium in gevangenschap. ‘We moeten dit brein twintig jaar stilleggen’, sprak de rechter bij de veroordeling van de Italiaanse communist. En zo geschiedde, min of meer.

De filosofische nalatenschap van Gramsci bestaat uit de ontwikkeling van een aantal fundamentele concepten van de politieke theorie, zoals culturele hegemonie – de idee dat de macht invloed uitoefent door middel van een ideologisch kader dat als ‘gezond verstand’gaat gelden, eerder dan door dwang en geweld; of passieve revolutie – de macht die een geleidelijke maar diepgaande verandering van de maatschappij teweegbrengt door aanpassingen in onderwijs of politieke instituten om de hegemonie veilig te stellen zonder revolutionair geweld. Veel van zijn ideeën werkte hij uit in dagboekjes gedurende zijn gevangenschap. Om de controle van bewakers te slim af te zijn gebruikte hij een soort codetaal, waarbij hij Lenin strikt ‘Iljich’ noemt en het nooit heeft over het ‘marxisme’, maar wel over de ‘filosofie van de praxis’.

In 1921 besluit Gramsci uit de Italiaanse socialistische partij te treden en zelf de Partito Comunista Italiano (PCI) op te richten. Hij is ervan overtuigd dat de arbeidersklasse een betere vertegenwoordiging verdient en wordt zelf voorzitter van de partij. De partij ziet Gramsci als een ‘Moderne Prins’, naar Macchiavelli’s Il Principe. Ze moet voorgaan in de creatie van een contrahegemonie en intellectueel leiderschap over de arbeidersklasse uitoefenen. Hetzelfde jaar breekt Mussolini’s fascistische partij door in het Italiaanse parlement. Een jaar later volgt de mars op Rome en grijpt Mussolini de macht.

Drie jaar na de oprichting van de PCI wint Gramsci een zetel in het Italiaanse parlement. Wanneer Gramsci, die al zijn hele leven aan een ziekelijke gezondheid lijdt, met zwakke stem het parlement toespreekt, spannen alle leden zich in om hem goed te kunnen aanhoren. De volgende dag publiceert een Romeinse krant een foto van een aandachtige Mussolini met zijn hand om zijn oor gekolven. In zijn speech richt Gramsci zich tegen het nieuwe fascistische verbod op geheime organisaties, in het bijzonder de vrijmetselarij. Gramsci meent echter dat dit verbod op vrijmetselarij een groter verbod op vereniging verdoezelt en ziet dat het fascisme arbeidersvereningen en de communistische partij reeds als een geheime organisatie beschouwt. Het draait uit op gebekvecht met Mussolini die dit ten stelligste ontkent. Niettemin arresteert de fascistische politie Gramsci in 1926, ondanks zijn parlementaire onschendbaarheid.
 

Partijcoryfee Luxemburg

 
In Duistland mogen vrouwen zich verkiesbaar stellen en zelf stemmen vanaf 12 november 1918. Dat is de enige reden waarom Rosa Luxemburg (1871-1919), activiste en filosofe, nooit een zetel in de Reichstag had. Sinds het begin van de twintigste eeuw was ze namelijk een van de leidende figuren binnen de Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD). Ze doceerde aan de partijschool en wierp zich op als voorvrouw en voornaam spreker van de linkervleugel van de partij. Daarnaast had ze als Poolse de Pools-Litouwse sociaaldemocratische partij opgericht, waarvoor we ook na haar vlucht naar Duitsland de koers bepaalde.

Binnen de SPD verzette ze zich tegen het sociaaldemocratische reformisme. Deze stroming meent dat het met aanpassingen binnen het kapitalistische bestel mogelijk is om een democratische en rechtvaardige samenleving te creëren. Bovendien zullen, door de groei van het proletariaat, de sociaaldemocraten op termijn de meerderheid grijpen binnen het parlement, waarna ze het socialisme kunnen invoeren. Revolutie is dus overbodig of zelfs schadelijk. Luxemburg gelooft niet in dit riedeltje dat uiteindelijk neerkomt op het verdedigen van de status quo. De enige optie is om het kapitalistische systeem revolutionair omver te werpen. Of er komt een revolutionaire socialistische staat, of de crisissen, chaos en uitbuiting van het kapitalisme zullen ons alsmaar gewelddadiger toevallen. ‘Socialisme of barbarij.’

Toen de sociaaldemocraten tot haar grote ontsteltenis voor de goedkeuring van oorlogskredieten stemden, keerde Luxemburg zich af van de partij. Ze richtte de Spartacusbond op, een radicale en communistische organisatie die later uitgroeide tot de Kommunistische Partei Deutschlands (KPD). Tijdens de novemberrevolutie van 1918, waarna het Duitse Keizerrijk plaats moest maken voor de Weimarrepubliek, en in de maanden daarna riep de Spartacusbond op tot een revolutionaire republiek. Uit angst voor een links-radicale staatsgreep beval de sociaaldemocratische raadsvoorzitter Friedrich Ebert, die daarna de eerste president van de Weimarrepubliek zou worden, het Freikorps om met geweld de communistische opstandelingen neer te slaan. Deze militaire knokploeg arresteerde Luxemburg. Twee maanden nadat vrouwen met de komst van de Weimarrepubliek toegang hadden gekregen tot het parlement en vier dagen voor de eerste parlementaire verkiezingen waar vrouwen aan mochten deelnemen, vermoordde het Freikorps Rosa Luxemburg op brutale wijze. Haar lichaam wierpen ze in het Landwehrkanaal.
 

President Žižek 


Slavoj Žižek (1949) is wereldberoemd als marxistisch filosoof en kenner van de Lacaniaanse psychoalanalyse. Hij laat zich graag nogal provocerend uit over politiek, zo verdedigde hij in 2016 een keuze voor Donald Trump boven Hillary Clinton, omdat de schok heilzamer zou zijn dan de status quo. Zelf identificeert hij zich als radicaal links. Minder bekend is Žižeks eigen politieke carrière.

Bij de eerste vrije presidentiële verkiezingen in Slovenië, in 1990, is Žižek kandidaat voor de presidentiële vergadering. Niet voor president dus, maar voor een vierkoppige raad die samen met de president de uitvoerende macht uitmaakt. Een jaar later schaft de nieuwe Sloveense grondwet dit instituut overigens alweer af.

Ondanks zijn communistische overtuiging kwam Žižek op voor de sociaal-liberale partij Liberalna demokracija Slovenije. Bijna werd hij verkozen. Van de vele kandidaten haalde hij 36,3% van de stemmen. Daarmee was hij vijfde. Hij kwam 1,8% of 22.620 stemmen tekort om bij de vier verkozenen te horen. Memorabel was niettemin het televisiedebat aan de vooravond van de verkiezingen. Zoals gewoonlijk was Žižek te lang aan het woord. Een centrumrechtse kandidaat maande hem zijn spreektijd te beperken met de stelling ‘dat ze allemaal wel weten dat Žižek de slimste is en het hoogste IQ heeft, maar dat hij hen toch ook moest laten spreken’. Volgens Žižek tot grote ergernis van de andere kandidaten.
 
 
 

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.