Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service | Ledenpagina

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
09-03-2018

Weekendlijstje: Seksisme bij grote filosofen

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Simon J. Bellens

Filosofen hebben zich niet zelden seksistisch uitgelaten. In dit weekenlijstje verzamelen we de opmerkelijkste uitspraken van enkele grote namen.


Aristoteles

‘De relatie van de man tot de vrouw is die van een natuurlijke meerdere tot een natuurlijke ondergeschikte, die van een heerser tot een overheerste.’ (Politica)
 
Aristoteles was wellicht de eerste die echt een theorie ontwikkelde over de inferioriteit van de vrouw. Hiervoor geeft hij onder meer biologische en psychologische argumenten. Zo zou de vrouw ’als het ware’ een onafgemaakte man zijn en zou de vrouwelijke rationaliteit, in tegenstelling tot die van de man, de emoties niet de baas kunnen. Als men dus een rangorde zou 
moeten opmaken van het vermogen van de rede om beslissingen te nemen, dan staat de vrouw maar net boven slaaf en kind. Die eerste ontbreekt een deliberatieve ratio, bij de tweede is deze nog onvolmaakt. Vrouwen zijn dus wel degelijk redelijke wezens, maar hun rede mist ‘autoriteit’. Aristoteles’ denken over de vrouw zou eeuwenlang het christelijke, maar ook het islamitische en joodse denken inspireren.
 

Confucius

‘Honderd vrouwen zijn nog geen ene testikel waard.’

Dit populair Vietnamees gezegde wijst men vaak ten onrechte aan Confucius toe. Het is dan ook maar zeer de vraag welke uitspraken en geschriften juist Confucius toekomen. Toch zijn er ook redenen om hem in dit lijstje op te nemen. Volgens de International Encyclopedia of Sexuality was de Chinese samenleving namelijk overwegend matriarchaal tot Confucius (en Mencius) de man-vrouwverhoudingen in termen van superioriteit definieerde(n). Zo zou hij bijvoorbeeld wel gezegd hebben dat het een ‘natuurwet is dat een vrouw onder dominantie staat van een man’. (Starr, 191, p. 118) 
 

Immanuel Kant

‘Een vrouw die een hoofd vol Grieks heeft (…) of zich aanstelt over fundamentele controverses van de mechanica, kan even goed een baard hebben.’ (Opmerkingen over het gevoel van het schone en het verhevene)

Immanuel Kant is misschien wel de belangrijkste filosoof van de Verlichting, dat zorgt er ook voor dat het seksisme in zijn teksten onderwerp is van menig feministisch debat. Zo meent Kant dat de man in een heteroseksueel huwelijk van nature een betere vertegenwoordiger is van de relatie dan zijn partner en sluit hij vrouwen uit van stemrecht of actief burgerschap, omdat ze principieel niet onafhankelijk zouden kunnen zijn. Bovendien acht hij het niet onmogelijk dat een vrouw een goede student is en veel kennis kan vergaren, maar dan ‘verzwakt dit wel haar natuurlijke charme, waarmee ze macht over het andere geslacht uitoefent’. Hoewel Kant dus ontegensprekelijk seksistische vooroordelen heeft, is het niettemin onderwerp van academisch debat in welke mate deze stereotiepe vooroordelen toelaten Kants hele filosofie als seksistisch af te doen. Zijn vooroordelen komen immers niet expliciet in zijn belangrijkste hoofdwerken tot uiting en zijn algemene opvattingen over moraliteit en rationaliteit lijken deze vooroordelen tegen te spreken.
 

Arthur Schopenhauer

‘Vrouwen zijn van nature geschikt om als verpleegsters en onderwijzers van jonge kinderen te dienen omwille van de eenvoudige reden dat ze zelf kinderlijk, dwaas en kortzichtig zijn – in een woord, ze zijn hun leven lang grote kinderen.’ (Over vrouwen)

Schopenhauer is ongetwijfeld één van de eerste namen die je te binnen schieten als je seksistische uitspraken van filosofen bedenkt. In zijn beroemde essay Over vrouwen, zet hij op een bijna obsessieve wijze een mysogeen beeld van de vrouw neer. ‘Men moet maar naar het figuur van een vrouw kijken om te begrijpen dat ze er niet toe bestemd is te veel mentale of fysieke arbeid te verrichten’, begint hij het essay. Hij laat er geen twijfel over bestaan dat vrouwen mannen moeten gehoorzamen en voegt daar nog aan toe dat elke mannelijke verering van de vrouw wel te wijten moet zijn aan een ‘door de geslachtsdrift vertroebeld intellect’. Vaak hebben academici ter verklaring gewezen naar Schopenhauers ongelukkige liefdesleven of problematische relatie met zijn moeder, maar het essay is ook een typerend voorbeeld van zijn snedige onapologetische stijl. Na hem zal Nietzsche in een vergelijkbare en aforistische stijl de man-vrouw-tegenstelling op de spits proberen te drijven, vanuit de idee dat strijd de voorwaarde is voor een creatief leven.
 

Charles Darwin

‘Ik denk zeker dat vrouwen, hoewel ze in het algemeen moreel superieur zijn aan de man, intellectueel inferieur zijn.’ (Brief aan C.A. Kennard)

Darwins seksisme is niet los te zien van zijn theorie van natuurlijke selectie. In The Descent of Men bespreekt hij waarom ‘mannen evolutionair geavanceerder zijn dan vrouwen’. Net als wildemannen zouden vrouwen een kleiner brein hebben en zich dus meer door instincten laten leiden. Omdat mannen onder grotere druk staan bij de seksuele selectie, de concurrentie tussen mannen onderling en de uiteindelijke keuze van de vrouw, zouden ze zich verder ontwikkeld hebben dan vrouwen. Mannen verschijnen hier als concurrentieel en actief, vrouwen in de eerste plaats als passief. Ook de jacht en de omgang met gebruiksvoorwerpen heeft tot een verdere evolutie geleid. In zijn persoonlijke overtuigingen, liet Darwin zich eveneens soms seksistisch uit. Zoals wanneer hij als jongeman over het huwelijk zegt dat hij dan niet zou weten hoe hij nog tijd zou hebben voor de wetenschap ‘als hij elke dag met een vrouw moest gaan wandelen’. Nochtans liet hij zich zeer lovend uit over de vrouwen waarmee hij samenwerkte en probeerde hij ze vaak te helpen in hun academische carrière. Hij moet geloofd hebben dat dit stuk voor stuk uitzonderingen waren.
 

Valerie Solanas

‘Man-zijn is gebrekkig zijn, emotioneel gelimiteerd; mannelijkheid is een gebreksziekte en mannen zijn emotioneel kreupel.’ (S.C.U.M. Manifesto)

In haar S.C.U.M. Manifesto (Society for Cutting Up Men) stelt Valerie Solanas een utopische samenleving voor waarin de mannelijke sekse is uitgeroeid. Mannen hebben de samenleving verknoeid, het komt op de vrouwen aan om ze te herstellen. Nu het mogelijk is om zonder mannen kinderen te produceren, meent ze, doen we er best aan alle mannen te elimineren. Er zijn immers genetische argumenten om te veronderstellen dat mannen het inferieure geslacht zijn. Het mannelijke Y-chromosoom zou een onderontwikkeld X-chromosoom zijn, waardoor mannen emotionele intelligentie en empathie ontbreken. Vaak leest men het manifest als een parodie, maar zelf stond Solanas erop dat ze bloedserieus was. Hoewel het opvalt dat Solanas een traditionele dualiteit tussen mannen en vrouwen hanteert (ratio vs. emotie), is zij toch een niet onbelangrijke stem geweest binnen het radicale feminisme, een stroming binnen het feminisme die pleit voor een radicale omwenteling van een door en door patriarchale samenleving. Haar bekendheid heeft echter meer te maken met haar levensloop, dan met haar manifest. In 1968, een jaar nadat ze haar manifest schreef, probeerde ze Andy Warholl te vermoorden. Warholl had een exemplaar van haar toneelstuk Up Your Ass dat hij niet wilde produceren, maar haar ook niet teruggaf. Met drie schoten perforeerde ze onder andere zijn longen en spleen. De wonden zouden nooit helemaal genezen en Warholl was voor de rest van zijn leven gedwongen een korset te dragen. Op het proces gaf ze aan dat ze beter schietlessen had genomen om te leren mikken. Later werd ze gediagnosticeerd met paranoïde schizofrenie.

 

(On)eerbare vermeldingen:


‘Van de mannen die (…) lafaards waren of een onrechtvaardig leven hebben geleid, kunnen we redelijk aannemen dat ze in de volgende generatie in vrouwen zijn veranderd.’  Plato (Timaeus)

‘Wees niet bang jouw vrouw als vrouw op te voeden; leer hen vrouwenzaken, dat ze bescheiden moeten zijn, dat ze het huishouden moeten regelen en dat ze voor hun familie moeten zorgen.’ Jean-Jacques Rousseau (Emile)

‘Vrouwen handelen niet volgens universele eisen, maar volgens arbitraire neigingen en meningen.’ G.W.F. Hegel (Grundlinien der Philosophie des Rechts)


 








 


 

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.