Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
14-07-2017

​Croissantjes met de Denker des Vaderlands

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Florine Keus

Als ik het huis van René ten Bos binnenstap, klinkt er harde trancemuziek uit de woonkamer. Heeft hij die expres opgezet?

Ik neem plaats op de bank en kijk in de ogen van een roze tuinkabouter die zijn middelvinger opsteekt. De Denkers des Vaderlands gaat rechts van mij in een leren paarse stoel zitten, slaat zijn benen over elkaar en zijn arm over zijn hoofd. Hij wijst naar de tv waar een afbeelding van de artiest van de trancemuziek op te zien is. Het is een man met enorme baard. Hij doet me denken aan een Viking.

‘Mooi vind je niet?’, vraagt Ten Bos, ‘dit is mijn denkmuziek. Ze willen altijd weten of ik als Denker des Vaderlands alleen maar denk. Ik vind eigenlijk dat ik vrij weinig denk. Ik denk al helemaal niet vaak over mezelf. Ik vind mezelf niet zo interessant. Ik vind niet dat ik een bijzonder leven heb. Het is wel een  mooi en goed leven. Het had slechter kunnen zijn.’

Waarom is het mooi en goed?
‘Mijn leven is niet een grote harmonische toestand. Het is turbulent, dat vind ik goed. Zodra het rustig is voel ik me ongelukkig. Ik slaap niet veel thuis. Ik heb geen normaal huwelijk. We zijn een beetje maf. Maffe muziek. Tatoeages. Elkaar vrijheid geven, gunnen. Als je 30 jaar samen bent moet je je relatie constant zien te vernieuwen. Dan moet je niet denken ‘ojee we gaan lekker samen weer eens tv kijken’. Dus veel kroegen, veel zuipen, veel doorhalen. Ik wil niet rustig en glad. Ik wil gespletenheid en contradicties en die breed omarmen.

Als er een begrip is waarin ik heel erg geïnteresseerd ben, is dat Ataraxia. De epicurese onverstoorbaarheid of eigenlijk gelijkmoedigheid. Die gelijkmoedigheid bestaat niet in rust. Als de wereld turbulent is, kan je je alleen thuis voelen in die wereld als je zelf ook een zekere turbulentie accepteert. Zoals de wind die over het water scheert en turbulentie in een rimpelloze vijver veroorzaakt. Die windvlaag moet je in jezelf toestaan. Ik ben zelf ook gespleten en contradictoir. Ik loop op laarzen van slangenleer maar ben hartstikke vegetariër.’

Dit klinkt anders best alsof u er veel over nadenkt.
‘Ik ben wel veel te laat begonnen met reflecties over mezelf. Mijn leven is één groot gevecht tegen obesitas. Ik heb ooit 136 kilo gewogen. Dat ik het zo ver heb laten komen, begrijp ik nog steeds niet. Waarom heb ik mezelf zo verwaarloosd? Dat is een gedachte die ik nog steeds meedraag.’

Heeft u spijt dat u zo laat bent begonnen?
‘Ik heb mazzel dat ik nog leef in dat opzicht. In dit soort aandoeningen zit een stuk zelfbegoocheling. “Het valt best wel mee.” Of “Er zijn ook dikke mensen die best gezond zijn.” Deze gedachten verdoezelen het moment dat je er iets aan gaat doen. Daar heb ik wel spijt van. Spijt is eigenlijk een soort verwondering: “Waarom doe je dat nou?” of “Waarom heb je er niets aan gedaan?”.
Maar met dit soort reflecties gaat een dubbelzinnigheid gepaard, want ik heb een ontzettende hekel aan nadenken over je eigen leven of een intellectuele houding ten opzichte van jezelf. Ik was eens op een conferentie met een goede  vriend van mij, een heel dikke man. Na een avond lang getafeld te hebben zat hij de volgende ochtend aan een english breakfast. Ik zei “is zo’n ontbijt wel goed voor jou?” waarop hij zei: I love the smell of death early in the morning. Verwijzend naar zijn english breakfast. Geweldige opmerking. Minachting hebben naar dit soort zaken, daar heb ik stiekem ook wel bewondering voor.’

Waarom?
‘Ja gewoon leven man, je moet gewoon leven.’

En daar valt nadenken niet onder?
‘Ik wil niet over dit soort dingen nadenken. Maar de omstandigheden hebben mij weleens gedwongen om mezelf onder de loep te nemen.‘

Als u niet wilt nadenken over het leven, hoe maakt u dan keuzes? Wat is uw kompas?
‘Ik weet niet of er een kompas is. Ik heb altijd een beetje een hekel aan dingen die mij de richting wijzen. Ik heb zelden het idee dat ik iets kies. Keuzes overkomen me. De verliefdheden in mijn leven overkomen me, de neiging om te veel wijn te drinken is iets wat me overkomt, ik sta daar niet bij stil. Je moet niet altijd denken dat je kunt kiezen. Het leven is iets wat je overvalt, het is een vervoering.

Je moet je genius volgen. Dat wil zeggen, als je de neiging hebt om net iets meer gas te geven, of net iets hoger te klimmen, of om vreemd te gaan en je doet dat steeds weer niet en niet en niet, omdat je kiest voor het verstandige, dan word je diep ongelukkig. Je moet dat af en toe wel doen. Wentel je er niet in maar koester het af en toe. Zoals bij Eudaimonia, het aristotelisch geluk: het midden tussen twee uitersten. Die genius is het demonische in geluk wat jou af en toe dingen influistert. Je moet dat niet alleen maar onderdrukken zoals kantianen of calvinisten.’

Moeten we de dag plukken?
‘Pluk de dag heeft iets optimistisch:  de dag heeft iets moois te brengen en jij hoeft het alleen maar naar binnen te halen. Er zit ook een zorgeloosheid in. Een soort verval naar hedonisme. Ik zou het niet snel zeggen. Ik heb een vriendin die heeft Carpe diem op haar arm getatoeëerd. Dat zou ik nooit doen. In 'pluk de dag' zit een opportunisme wat me tegenstaat. Dat is iets wat ik niet zo leuk vind. Gelukzoekers of utopisten zijn over het algemeen vervelende mensen. Pessimisten zijn veel leuker. Stel jij bent heel optimistisch en ik ga daar niet in mee, dan vind je mij al heel snel vervelend. Je ziet mij dan als spelbreker. Ik verpest jouw glorieuze weg naar geluk, naar harmonie.’

Wat maakt de pessimist dan zo leuk?
‘Een pessimist richt zijn leven niet in naar wat komen gaat. Hij is bevrijd van het keurslijf van verwachtingen. Hij verwacht niets van de dag. De pessimist is iemand die kiest voor de democratie van het moment, een prachtige uitspraak van Joshua Dienstag. Niet ieder moment is ondergeschikt aan een soort toekomstvisie waarin alles goed is. De dag heeft veel te veel momenten, je kunt geen dag plukken, momentjes misschien af en toe. Dat je even denkt, nou is het even fijn.’

Ten Bos wrijft duim en wijsvinger tegen elkaar en likt zijn lippen alsof hij iets wil proeven. ‘Plukken is iets losrukken, iets kapotmaken. Agressiviteit daar hou ik niet zo van. Pluk de dag, is eigenlijk een rot-uitspraak. Waar kijk jij naar?’

Ik schrik. Mijn blik was afgedwaald naar de roze kabouter. ‘Mooie kabouter hea? Maak daar maar een foto van met een boodschap van de Denker des Vaderlands: dit doen we met mensen die de dag willen plukken.’

(Tekst loopt door onder afbeelding)


Dan gaat de deur open, de zoon vanTen Bos komt binnen in joggingbroek met warrig haar. Hij verontschuldigt zich en verlaat de met trance gevulde kamer. Kijk, dat is nog eens de dag plukken, ‘s  nachts sporten en om 3 uur in de middag uit je nest komen.’

Wat zijn die momentjes die we moeten plukken?
‘Vanochtend las ik een gedicht van Anne Vegter, ooit Dichter des Vaderlands. Ik stond naast m’n fiets bij de Waalbrug toen ik terugkwam uit Arnhem en daar stond een stalen plaat met het gedicht. Ik was echt ontroerd. Het was een epifanisch momentje. De zon kwam op. Ik merkte dat het warmer werd. Ik had stevig gefietst en een beetje gezweet. Toen ik een slokje water nam, las ik dat opeens toevallig. Ik wist niet dat het er was. Goh wat mooi. Bijna kinderlijk voelde het. 

We weten nog niet hoe

snel alles, hoe snel je zicht verandert
tot je bent wat je verandert,
hoe snel het kind zich in je opbergt.

We weten nog niet hoe ver alles,
hoe ver de echo van je zang reikt,
hoe ver je gaat of buigt.

We weten nog niet hoe licht alles-
hoe licht het dragen van je geluk-
hoe licht van details het gewicht-

We weten nog niet hoe vaak alles,
hoe vaak de stad schittert in je ogen,
hoe vaak de liefde een daad is van genot.

“Kijk, de stad drijft langs!”
“Zie je iets?”
“Zei je iets?”

Je tekent een bed op het water.
“Wacht je daar op me?”
We weten nog niet wanneer je een godensprong waagt.
© Anne Vegter, 1 april 2016 


Een vriendin van mij vertelde laatst ook over een poëtisch momentje. Ze was met haar dochter in het bos en zag fazantjes rennen. Het dochtertje zei “mama, mama daar lopen de croissantjes”.

Ten Bos lacht hard. ‘Dat is toch een poëtisch moment! Puur geluk! Eén zo’n moment maakt de dag goed. Dus pluk maar zo’n moment af en toe, geniet daar maar van.’ 


Meer weten over René ten Bos? Lees hier zijn artikelen & interviews.

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.