Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement

De wereld is eenvoudiger dan/als je denkt

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

ISVW

De wereld lijkt steeds sneller te veranderen en ze lijkt al zo ingewikkeld. Hoe kun je je verhouden tot die veranderende wereld? En hoe bereiden we toekomstige generaties erop voor? Het agoramodel biedt uitkomst.

Het agoramodel is bedacht door voormalig Denker des Vaderlands René Gude, daarbij gesteund door de Duitse filosoof Peter Sloterdijk, pedagogen van de Hogeschool Utrecht (o.a. Gerard van Stralen) en filosoof Erno Eskens. Het model wordt eenvoudig uitgelegd in het postuum gepubliceerde boekje Het agoramodel (ISVW Uitgevers), dat begint met een gedachte-experiment. Stel je voor dat je terug bent in de Griekse oudheid en dat je midden op het Atheense marktplein, de agora, staat. Het mag ook het centrale plein zijn in Rotterdam, Brussel of iedere andere stad. Het is er chaotisch. Handelaren, soldaten, geestelijken lopen door elkaar en je ziet een wirwar aan gebouwen. Je kent niemand, je hebt geen idee waar je naartoe moet. Je voelt je als een kind in de grote stad. Hoe kun je in deze wereld snel je weg vinden? Hoe voorkom je dat je domme dingen doet en hoe kweek je voldoende karakter en persoonlijkheid om je op dat marktplein te redden?

Voormalig Denker des Vaderlands en oud-directeur van de ISVW René Gude.

De kunst is om de complexiteit van de gebouwen om je heen te reduceren. Je voelt je verloren op dat plein, maar misschien is de wereld minder ingewikkeld dan ze lijkt. Probeer de gebouwen die je om je heen ziet maar eens terug te brengen tot hun functie. Je ziet dan dat er eigenlijk maar vier soorten gebouwen zijn waarin je kunt leven. Dat zijn privéhuizen (de privésfeer), bedrijven en winkels (de private sfeer), publieke gebouwen (de publieke sfeer) en politieke gebouwen (de politieke sfeer). In deze vier sferen kun je vier basale rollen spelen. Die van familiemens, van ondernemer/werknemer, van maatschappelijk betrokkene, of je speelt een rol die bij de drie politieke machten past (de wetgevende politicus, de uitvoerende ambtenaar of de controlerende rechter). Deze rollen spelen mensen al sinds mensenheugenis. Hoe complex en veranderlijk de wereld ook is, deze rollen blijken de tand des tijds te doorstaan. En daarom is het goed je in deze rollen in te leven.

Rondom de agora vinden we verder vier soorten gebouwen waar we doorgaans wat korter verblijven en waarin we onze levenshouding trainen: in de academie (school) trainen we de kritische houding van de filosofie en de wetenschap, in de tempel oefenen we de deemoed van de religie, in het theater (of breder: de kunstinstellingen) wordt je verbeeldingskracht wakker geroepen. En in het stadion, tot slot, werk je aan je uithoudingsvermogen, lenigheid, eergevoel en sportiviteit. Deze vier trainingspraktijken – meer zijn er niet – zijn erop gericht om in korte tijd mensen te trainen om zich te redden in de vier levenssferen. 
   
De wereld is nu een stuk overzichtelijker geworden. Je hebt vier levenssferen en vier trainingsprogramma’s die elk hun eigen gebouwen in de omvattende ecosfeer hebben. De eerste stap is nu te beseffen in welke sfeer jij, als verdwaalde ziel, zit. Welk masker ben je geneigd op te zetten? Dat van familiemens (privésfeer), van ondernemer of werknemer (private sfeer) of van maatschappelijk betrokkene (publieke sfeer)? Of denk je meer in termen van macht en compromis (de politieke sfeer)? Als je weet waar je in het model zit, dan weet je ook waar je niet zit.
 

Onderwijs

Het agoramodel is handig in het onderwijs, omdat je het kunt gebruiken om leerlingen en jezelf van agorafobie af te helpen. Ieder mens heeft van nature de neiging zich terug te trekken in een veilige sfeer. Die veiligheid is prettig, maar we beperken ons wel in onze ontwikkeling als we nooit ons hok uit komen. Een behulpzame docent verleidt de leerling dan ook om het plein eens over te steken en te kijken in de vier sferen: wat is politiek en wat heeft de politiek over jouw leven te vertellen, of wat is de invloed van de private sfeer op jouw bestaan, wat kun je in de publieke sfeer samen met andere burgers regelen (zonder overheidssteun dus) en wat betekent het als je zegt dat het gezin (de privésfeer) de hoeksteen van de samenleving moet zijn? Met dat soort vragen kunnen leraren hun leerlingen helpen om de vier sferen af te tasten. Ken je die vier, dan ken je de wereld.

Het agoramodel is daarom ook een model dat past bij het bildungsideaal dat in het onderwijs fungeert als tegenwicht tegen het idee dat leerlingen vooral een vak moeten leren (Ausbildung) dat zich direct vertaalt naar economisch nut. De Ausbildung is een nobel streven, want zonder vaklui wordt het niks met deze wereld. Maar Ausbildung alleen is niet voldoende. Dat komt omdat de wereld te veranderlijk is om definitief uitgevormd te zijn. Naast Ausbildung heb je toch ook wat niet-vakspecifieke vaardigheden nodig om je te redden in deze complexe wereld vol andersdenkende mensen. Iedere scholier of student moet daarom voor die onzekere toekomst, voor het complexe heden en voor die ingewikkelde sociale interacties worden opgeleid.

Daarom bieden goede opleidingen – vakopleiding of niet – ook ruimte voor Bildung. Dit begrip betekent zoiets als ‘algemene en persoonlijke vorming’. Op de Internationale School voor Wijsbegeerte, waar Rene Gude lange tijd directeur was, worden opleidingen verzorgd waarbij mensen in het onderwijs leren werken met het agoramodel om die niet vakspecifieke Bildung vorm te geven op hun school. Ook is er een Bildung-scheurkalender voor 2017.

 

Werken met het agoramodel

Wie zich in de verschillende sferen stort, doet aan wat de Romeinen inventio noemden. Dat komt van het woord invenire, dat letterlijk ‘naar binnen komen’ betekent. Ons woord ‘inventief’ is hieraan verwant. Je gaat een sfeer binnen en ontdekt en passant hoe het daar werkt. Terwijl je dat doet, merk je dat je je een beetje moet aanpassen, maar niet te veel. Zo verlies je je ruwe kantjes en word je erudiet en beschaafd. Je krijgt karakter omdat je oefent in het omgaan met een vreemde sfeer en omdat je verschillende rollen leert spelen in de verschillende sferen. Het agoramodel laat zien vanuit welk perspectief, oftewel vanuit welk mentaal kader, je denkt. En daarmee heb je gelijk je eigen eenzijdigheid in beeld.

Die eenzijdigheid kun je vervolgens omvormen tot veelzijdigheid door ook eens andere sferen te betreden dan je gewend bent, andere trainingssferen te bezoeken dan waar je je thuis voelt en zo een breed palet aan vaardigheden te oefenen. Je ontdekt dat een probleem in elke sfeer op een andere manier wordt opgelost en leert een vraagstuk vanuit de verschillende sferen te benaderen. Dat maakt je inventief en in staat op een creatieve manier problemen op te lossen. In het werkzame leven is dat een onmisbare eigenschap, want er wordt nogal wat verwacht van de werkende mens in een snel veranderende wereld. Door het agoramodel als uitgangspunt te nemen kun je complexe problemen vereenvoudigen en ze vanuit verschillende perspectieven beschouwen. De opleiding 'Werken met het agoramodel' leert professionals om het agoramodel probleemoplossend te gebruiken op de werkvloer.
 

Ambachtelijk zingeven

Gudes ambities met het agoramodel reikten echter verder dan de Bildung van leerlingen en het oplossen van problemen. In 2013 sprak hij in het Amsterdamse debatcentrum de Balie met de Belgische psychoanalyticus Paul Verhaeghe over depressie, dat binnen tien jaar volksziekte nummer een belooft te worden. Stress, vooral op het werk, werd aangewezen als de grootste oorzaak. Als samenleving zijn we daarom genoodzaakt, vond Gude, om dit tegen te gaan door 'humeurmanagement' en 'ambachtelijk zingeven'. Zingeving lijkt misschien een vaag en moeilijk concept, maar volgens Gude is ook dat te verhelpen met het agoramodel.

Corresponderend aan de vier sferen van het agoramodel onderscheidde Gude vier vormen van zin: het zinnelijke, het zintuiglijke, het zinrijke en het zinvolle. Door alle vier vormen invulling te geven krijg je uiteindelijk zin in het leven. Helaas overleed Gude voor hij dit concreter kon maken, maar Peter Henk Steenhuis, de filosofieredacteur van het dagblad Trouw die hem tot zijn dood wekelijks interviewde, hernam het onderzoek en ging ermee het bedrijfsleven in. Dat resulteerde in het boek Werk verZetten waarin hij de vier vormen van zingeving – de vier Z-ten, zoals hij ze noemt – concretiseert door middel van interviews met professionals over zingeving op het werk en essays.  
 

Het leven is quadruplex

Elk model is een overzichtelijke weergave van iets complex. Zo ook het agoramodel. Of het nu gaat om wereldbeschouwing, de Bildung van leerlingen in het onderwijs, probleemoplossing op het werk of humeurmanagement en zingeving, het agoramodel toont aan dat de complexiteit van al deze zaken bestaat uit vier lagen. Daarmee maakt het agoramodel de werkelijkheid niet simpeler dan het is, maar maakt het de complexiteit concreet en begrijpelijk. Dat de wereld complex is, wil nog niet zeggen dat ze ingewikkeld is. Gude gebruikte graag een allegorie uit de houtbewerking: 'In de houtbewerking spreken we bijvoorbeeld van simplex bij een laag hout en triplex bij drie. De complexiteit van triplex is drie. Geldt dezelfde rekensom ook voor het geslaagde leven? Bij een laag zou het leven simplex zijn, bij twee lagen duplex, enzovoort. Op die manier ben ik mijn leven gaan berekenen en kwam ik uit op een complexiteit van 4. Mijn leven is quadruplex.'

Nieuwsgierig naar de opleidingen van de ISVW? Bekijk hier de opleiding 'Bildung voor PO-schoolleiders' en 'Werken met het agoramodel'.
Wilt u toegang tot alle artikelen van filosofie.nl? Word dan lid.