Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
05-12-2014

Oluwole: 'Mens word je door relaties met anderen'

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Carolien Ceton

‘Je wordt pas mens door je relaties met anderen’, zegt Sophie Oluwole. En daar kan de westerse filosofie nog wel wat van leren. Een gesprek met de Afrikaanse filosoof.

Of mijn afspraak met de Nigeraanse filosofe Sophie Oluwole doorgaat, blijft tot op het laatst onduidelijk. Het beoefenen van Afrikaanse filosofie vergt nog altijd een extra investering, op verschillende manieren. Om te beginnen waren er problemen met haar visum; pas na tussenkomst van minister van buitenlandse zaken Frans Timmermans was de komst van Sophie Bósèdé Oluwole (1935) – op bezoek in Nederland tijdens de Nacht van de Filosofie 2014, de G8 – zeker gesteld. In de bibliotheek van het Amsterdamse Hotel Lloyd spreekt zij, in haar voor het westerse oor onwennige Nigeriaanse tongval, op zachte toon over haar strijd voor een authentieke Afrikaanse filosofie, over mensenrechten, en over haar zojuist verschenen boek Socrates and Òrúnmìlà.

Wie was Òrúnmìlà?
‘Ik noem hem een beschermheilige van de klassieke filosofie, net zoals Socrates dat was. Òrúnmìlà werd rond 500 voor christus geboren. Hij was de leider van een religieuze cult in Ile-Ife (Nigeria), de thuishaven van de etnische groep de Yoruba. Zijn volgelingen werden er onderwezen in onder andere religie, moraal, wiskunde.’

Ook is Òrúnmìlà een mythisch karakter dat volgens de overlevering door de Yorubaanse god naar aarde werd gestuurd om met zijn wijsheid de maatschappij vorm te geven en de mensen te laten beseffen dat geen enkel mens absolute kennis of wijsheid bezit.
 

Het samengaan van uitersten

Oluwole zoomt in haar boek in op de ideeën van Òrúnmìlà over geest en materie, die zij complementair dualistisch noemt. ‘Òrúnmìlà zag geest en materie als ondeelbaar. Hij was geen materialist en ook geen idealist, maar had een dualistische visie op de werkelijkheid waarbij twee uitersten van een fenomeen elkaar juist aanvullen. De extremen zijn complementair en creëren gezamenlijk harmonie en eenheid.’ Oluwole trekt een vergelijking met Pythagoras, die opperde dat de werkelijkheid bestaat uit een isonomie, ofwel een evenwicht tussen tegengestelden. ‘De Pythagoreërs stelden een lijst op van tien – voor hen een heilig getal – tegengestelden, zoals oneven/even, rechts/links, man/vrouw, goed/slecht, licht/donker. De unificatie van deze tegengestelden zou harmonie teweegbrengen in de natuur en in het maatschappelijk leven.’

Oluwole onderstreept dat Òrúnmìlàs complementair dualisme door de menselijke ervaring wordt bevestigd. Ze legt haar hand op tafel. ‘Kijk, mijn hand heeft een voor- en een achterkant, die duidelijk verschillend zijn van elkaar. Maar hoe kan mijn handpalm gescheiden functioneren van de achterkant van mijn hand? De menselijke ervaring bestaat uit fenomenen waarvan de uitersten elkaar niet uitsluiten maar aanvullen, ze zijn complementair.’
 

Inclusieve logica

Het denken van Òrúnmìlà hangt nauw samen met de inclusieve logische argumentatie die hij hanteert. Wat is inclusieve logica? Oluwole legt uit: ‘Neem twee beweringen die waar of onwaar kunnen zijn: bewering A en bewering B. Als je beide beweringen samenvoegt krijg je de samengestelde uitspraak A \/ B, waarbij \/ staat voor ‘of’. Dat noemen we een logische disjunctie. Bij een inclusieve disjunctie is de samengestelde bewering waar als ten minste één van de twee samenstellende uitspraken waar is, óf als beide waar zijn.’ Tegenover de inclusieve disjunctie staat de exclusieve disjunctie, waarbij de samengestelde bewering waar is als A of B waar is, maar juist níet als beiden waar zijn.

'Met een inclusieve logica kunnen tegengestelde fenomenen – geest en materie, of andere tegengestelden als man/vrouw of goed/slecht – dus gelijktijdig waar zijn, bij een exclusieve logica kan dat niet.’ Het concept van geest en materie als ondeelbaar en een inclusieve logica zijn culturele eigenheden van de Afrikaanse filosofie, betoogt Oluwole. ‘En dat heeft consequenties voor principes van menselijk gedrag en sociale organisatie.

Dergelijke principes zijn terug te vinden in traditionele Afrikaanse denkwijzen.’ Het Zuid Afrikaanse concept ubuntu bijvoorbeeld vindt zijn uitdrukking in “A person is a person through other persons”, waarbij het mens-zijn is gefundeerd in relaties met anderen. Een gelijksoortig concept wordt uitgedrukt in een klassiek vers uit een Yoruba-tekst: “Iedereen die het bestaan van anderen ontkent, ontkent daarmee ook zijn eigen bestaan.”’
 

Morele plicht

Filosofie moet een bijdrage leveren aan de oplossing van problemen waar mensen in dit leven mee geconfronteerd worden, vindt Oluwole; een plicht die het westerse denken verzaakt. Concepten als ubuntu en de dualistische complementariteit van Òrúnmìlà verschaffen ons een filosofische, rationele rechtvaardiging van morele plichten. Oluwole, die promoveerde op westerse meta-ethiek, betoogt dat een dergelijke rechtvaardiging in de westerse filosofie momenteel ontbreekt.

De vroegere westerse moraal was gebouwd op goddelijke, absolute morele wetten, maar heeft in later tijden geen rationele rechtvaardiging gevonden binnen de filosofie als een seculiere discipline. De westerse filosofie eist dat morele principes empirisch en/of logisch onweerlegbaar zijn, en dat is een onmogelijke opgave. ‘Neem de mensenrechten. Die kunnen we niet construeren als fundamentele, onvervreemdbare universele rechten. In het axioma van Descartes, “ik denk dus ik ben”, is geen ruimte voor een logisch of wetenschappelijk proces waarbij het individu kennis kan nemen van het bestaan van anderen. Laat staan dat het een basis is voor enige vorm van bindende verantwoordelijkheid voor die ander.

Zolang je de werkelijkheid formuleert vanuit een conceptuele structuur die is opgebouwd rond de exclusieve logica, waarin ieder bestaan onafhankelijk is van de ander, kunnen we het individu geen rationele en onvervreemdbare plicht opleggen om het bestaan en de rechten van andere mensen te erkennen.’ Oluwole herleidt de westerse voorliefde voor een exclusieve logica, waarbij tegengestelden elkaar niet aanvullen maar juist uitsluiten, tot Socrates. ‘Hij koos voor Democritus’ visie dat tegengestelden als geest en materie onafhankelijk van elkaar bestaan. De hypothese van Pythagoras wees hij af.’
 

Onder druk

Toch staat Afrikaanse filosofie onder druk. Zo baseerde Oluwole zich op teksten die aanvankelijk eeuwenlang mondeling van generatie op generatie werden overgedragen. Pas aan het eind van de twintigste eeuw begon de transscriptie in schrift van de Yoruba-teksten. Het (nagenoeg) ontbreken van een geschreven Afrikaanse filosofische traditie werkt nog altijd in het nadeel van Olúwolé, die zich daar heftig tegen verzet.

Maar hoe weten we dat dit authentieke, klassieke teksten zijn? Is het resultaat van zo’n transcriptie van mondelinge naar geschreven tekst doorgaans niet eerder een product van de schriftstellers dan een getrouwe weergave van de oorspronkelijke tekst? Aan het transcriberen van mondelinge tradities kleven inderdaad vaak dergelijke bezwaren geeft Oluwole toe, maar zij schat in dat de Yoruba-teksten daarop een uitzondering vormen. ‘Het inprenten van de verzen was een heilige taak. Iedere leerling moest een aanzienlijk aantal van die verzen uit het hoofd leren voordat hij erkend werd als ingewijde van de leer. Uit vergelijkingen tussen verschillende leerlingen blijkt dat de overdracht redelijk tekstvast is geweest.’

Vertalingen vormen een serieuzer probleem. ‘Voor de meeste mensen zijn de teksten in het Yoruba niet toegankelijk. We zijn dus afhankelijk van – meestal Engelse – vertalingen en die zijn vaak veel te letterlijk, zodat een aanzienlijk deel van de betekenis verloren gaat.’ 

Ook is Afrikaanse filosofie vaak in diskrediet gebracht door haar af te doen als religie, magie, of mythe. Dat hebben Afrikanen vooral zelf gedaan, benadrukt Oluwole. Veel van haar collega’s beargumenteren dat er geen pre-koloniale Afrikaanse filosofie bestaat of stellen dat de Afrikaanse filosofie – in tegenstelling tot de westerse – uitgaat van een ander soort rationaliteit: emotioneel en intuïtief. Volstrekte onzin, vindt Oluwole. ‘Filosofie moet kritisch, rationeel en wetenschappelijk zijn, anders is het geen filosofie. Dat geldt voor traditionele filosofie net zo goed als voor moderne. In de Yoruba-teksten vinden we een traditionele, pre-koloniale vorm van filosoferen die argumentatief, kritisch en rationeel is. Daarmee vertegenwoordigen de teksten een gedocumenteerde, Afrikaanse bron van klassieke filosofie.’
 

Democratie

Die rationele Afrikaanse teksten kunnen de westerse filosofie ook helpen bij het denken over democratie, vindt Oluwole. ‘Zolang het individu de primaire eenheid is, onafhankelijk van anderen, komen we nooit tot een volwaardige democratie. Je kunt geen maatschappij bouwen op losse individuen.’ En dat de democratie met zijn achterstelling van vrouwen, immigranten, vluchtelingen en vele anderen nog niet volwaardig is, leidt voor Oluwole geen twijfel.

‘Een aantal verzen uit de Yoruba-teksten behandelt de inrichting van de staat. Een van Òrúnmìlà’s leerstellingen was dat gemeenschapszaken moeten worden bestierd door mensen met de benodigde ervaring: mannen, vrouwen, jongeren en vreemdelingen. Zij genieten allemaal dezelfde politieke rechten om deel te nemen aan het bestuur van de gemeenschap. En degene die daarbij de leiding heeft, beschikt zeker niet over autoritaire macht.’

De westerse filosofie kan hier dus het één en ander leren van de Afrikaanse? Oluwole knikt bevestigend. ‘Ik wil niet aantonen welke manier van denken superieur is, of waar hij vandaan komt. Daar gaat het niet om. Het idee van complementariteit is niet uniek voor Afrika. Je vindt het bij Confucius in China, en bij Pythagoras in het westen. Mijn punt is dit: als we besluiten dat individualisme niet geschikt is als basis voor democratie, wat doen we dan? Voor welke optie kiezen we: de dualistische tegenstelling of de complementariteit?’
 
Àgbà mérin ló ń șèlú: Àgbà ọkùnrin, àgbà obìnrin, àgbà ọmọdé, àgbà àlejò. Òwónrín-Òbàrà.

Vertaling: Vier groepen van ervaren mensen moeten de de bestuurzaken behartigen. Ervaren mannen, ervaren vrouwen, ervaren jeugdigen en ervaren vreemdelingen.
 
Owonrin-Obara.

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.