Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
WP nr. 1/2009

Principes voor een duurzame politiek

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Robert van der Veen

Politiek gaat over het verenigen van gemeenschappelijke en conflicterende belangen in bindende collectieve besluitvorming op een wijze die door winnaars en verliezers kan worden aanvaard. In dit artikel baseer ik mij op het politiek gezaghebbende duurzaamheidsconcept van de Brundtlandcommissie in Our Common Future: ‘Duurzame ontwikkeling is ontwikkeling die tegemoetkomt aan de behoeften in het heden zonder de mogelijkheid van toekomstige generaties om te voorzien in hun eigen behoeften in de weg te staan’. Dan blijkt direct dat het vinden van principes voor een duurzame politiek lastig is, want het gaat hier om een morele eis rekening te houden met de belangen van mensen in komende generaties die nu nog geen deel uitmaken van een politieke gemeenschap.

De eis is opgedragen aan het mondiale forum. Maar ook dat is geen echte politieke gemeenschap, eerder een deeply divided world van zeer arme tot zeer rijke staten, die vooralsnog meer hechten aan hun nationale soevereiniteit dan aan bindende kaders van collectieve besluitvorming op wereldniveau. Hoe belangrijk de moraal ook mag zijn als richtsnoer om beperkte eigenbelangen in een gemeenschappelijk belang te transformeren, een politieke oplossing voor duurzaamheidsvraagstukken kan niet bestaan zonder pragmatische compromissen. Tot slot is de bovenstaande morele eis van duurzame ontwikkeling niet in overeenstemming met het normale spraakgebruik, waarin ‘duurzaamheid’ vooral slaat op de wenselijkheid om ecologische waarden veilig te stellen.

Voordat van politieke principes sprake kan zijn, moet de normatieve inhoud van het Brundtland-concept daarom worden verhelderd. Hierbij dient zich alvast een eerste principe aan. ‘Duurzame ontwikkeling’ is een veelomvattend geheel van eisen. Daarom moet worden gezocht naar een minimale kern, die bruikbaar kan zijn voor politiek handelen op nationaal en internationaal niveau. In de loop van het artikel zal ik onderzoeken of er op basis hiervan concretere principes van duurzame politiek zijn te identificeren. Ik richt me daarbij op het urgentste duurzaamheidsprobleem van klimaatverandering, waarbij ik het Human Development Report van 2007/8 als leidraad neem. Het bekende kerncitaat uit Our Common Future hiernaast weegt de belangen van verschillende generaties. Laten we het voor het gemak met b1 aanduiden. Minder bekend is dat dit citaat nader wordt toegelicht op twee conceptuele punten, die ik hieronder aanduid met b2 en b3. Ik zal b1 eerst verbinden met b3 (‘een duurzame planeet voor allemensen’) en dan met b2 (‘duurzaamheid als rechtvaardigheid’).Deze twee aspecten van duurzaamheid verhelderen in onderlinge samenhang de normatieve inhoud van het Brundtland-concept:

B2 ‘het begrip “behoeften”, in het bijzonder de basisbehoeften van de armen in de wereld, waaraan de hoogste prioriteit moet worden gegeven, en

B3 het idee van beperkingen die door de stand van de technologie en de sociale organisatie worden gesteld aan demogelijkheid van het milieu om te voorzien in huidige en toekomstige behoeften.’


Een duurzame planeet voor alle mensen

In b1 gaat het, zeer in het algemeen, om het reserveren van voorraden hulpbronnen die de mogelijkheden voor behoeftebevrediging van komende generaties veiligstellen. Je zou je kunnen indenken dat hieraan kan worden voldaan door de huidige generatie, zonder grenzen te stellen aan het verbruik van niet-vernieuwbare natuurlijke hulpbronnen en zonder acht te slaan op ecologische restricties. Verliezen aan natuurlijk kapitaal kunnen dan altijd gecompenseerd worden door de inzet van menselijk en geproduceerd kapitaal. Deze onrealistische veronderstelling (in de literatuur soms aangeduid als ‘weak sustainability’) wordt in b3 verworpen: ‘Toenemende kennis en de ontwikkeling van technologie kunnen de draagkracht van natuurlijke hulpbronnen vergroten. Maar er zijn uiterste grenzen, en duurzaamheid vereist dat lang voor deze bereikt zijn de wereld ervoor heeft gezorgd dat er een eerlijke/gelijkwaardige toegang bestaat tot deze bronnen, en de technologie zich heeft geheroriënteerd’. Omdat dit empirische punt in de definitie van duurzame ontwikkeling is opgenomen, is er bij nader inzien toch overeenstemming met het normale spraakgebruik. Daarin legt duurzaamheid beperkingen op aan het nastreven van materieel welzijn, om ecologische waarden en natuurlijk kapitaal te waarborgen zonder onaanvaardbare verliezen. Maar wat die beperkingen zijn en welke verliezen als onaanvaardbaar worden beschouwd, zal uiteindelijk afhangen van verdelingsbeginselen die onder b1 en b2 vallen. Het Brundtland-concept hanteert dus een notie van rentmeesterschap, waarin het behoud van de natuur vooral in dienst staat van het welzijn van mensen in huidige en toekomstige generaties, niet in de eerste plaats vanwege de intrinsieke waarde van de natuur zelf. Deze doelstellingen sluiten elkaar echter niet geheel uit, want hoe breder men het menselijk welzijn opvat, des te groter zal de instrumentele waarde van de natuur worden ervaren. Bovendien kan zorg omtrent de intrinsieke waarde van de natuur ook direct deel uitmaken van de kwaliteit van menselijk leven. In de samenvatting van de Millennium Ecosystem Assessment-rapporten van 2005 wordt dan ook een ruime interpretatie gegeven van de waarde van ‘ecosystem services’ voor een viertal domeinen van levenskwaliteit, te weten veiligheid, materiële voorzieningen, gezondheid en sociale relaties. Het concept dat hieraan ten grondslag ligt, is verwant met de capability-benadering van Amartya Sen, waarin deze (en ook andere) domeinen gezien worden als verzamelingen van handelingsmogelijkheden die inhoud geven aan wat de meeste mensen na reflectie onder de kwaliteit van leven verstaan. Het voordeel van dit concept is dat het causale verbanden legt tussen bestanddelen van natuurlijk kapitaal en de hulpbronnen die op diverse terreinen essentieel zijn voor een opvatting van levenskwaliteit die meer omvat dan de materiële levensstandaard. De eis dat minimale hoeveelheden van deze hulpbronnen voor eenieder toegankelijk zijn, is opgenomen in de Millenniumdoelstellingen en is rechtstreeks af te leiden uit de mensenrechten. Het lijkt mij dat een duurzame politiek meer samenhang en daarmee meer draagvlak kan krijgen als dit brede concept van levenskwaliteit als uitgangspunt wordt genomen.

Verder lezen?



Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.