Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
WP nr. 3/2013

De estafette: Democratie en ressentiment

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Sjaak Koenis

Ik vind het ressentiment of het onbehagen dat democratie voortbrengt een interessant probleem. Niet omdat we met ressentiment (dat tegenwoordig alom met populisme wordt geassocieerd) een van de grootste bedreigingen van de democratie te pakken hebben. Wie bang is voor populisme, zoals Rob Riemen of Sybe Schaap, brengt ressentiment het liefst in verband met ondermijning van de democratie, terwijl ik geloof dat ressentiment (in de meeste gevallen) een productieve rol vervult. Ressentiment staat niet tegenover rechtvaardigheid, zoals linkse beschouwers denken die gruwen bij de gedachte dat hun kritiek op wat zij als onrechtvaardig ervaren ook maar iets te maken heeft met ressentiment. Martin Luther King of Joke Kool-Smit in verband brengen met ressentiment, hoe durf je! Zelf hadden ze daar niet zoveel moeite mee. Het ging ze niet om waar de woede vandaan kwam, maar om hoe deze gebruikt kon worden om het lot van zwarten en vrouwen te verbeteren. Ressentiment is ook niet louter de machteloze rancuneuze expressie van een slavenideologie, zoals rechtse Nietzsche-adepten menen. Het vormt het ruwe materiaal waaruit zowel rechtvaardigheidsclaims als gefrustreerde rancune kan worden gevormd. Ressentiment kan omgezet worden in constructieve pogingen om de wereld te veranderen, zoals emancipatiebewegingen in het verleden hebben gedaan, maar het kan ook, in de woorden van Max Scheler, ingezet worden als louter Resentimentskritik die alleen maar gericht is op de expressie van woede en frustratie. Waar komt dit ressentiment en onbehagen vandaan? Voor de Tweede Wereldoorlog wisten de meeste beschouwers van de politiek het wel: de democratie is hiervan de bron. Na de oorlog is het beeld van de democratie helemaal gekanteld: van bron van onbehagen is het veranderd in het hoogste goed. Vrijwel iedereen is er tegenwoordig van overtuigd dat democratie een nastrevenswaardig ideaal vormt. Deze universele erkenning en waardering van democratie heeft ons echter blind gemaakt voor het ressentiment en het onbehagen dat de democratie juist zelf met zich meebrengt. Ik doel op drie soorten van ressentiment en onbehagen. Ten eerste is er de spanning tussen elite en volk. Het volk kan zichzelf alleen besturen met behulp van de elite die daartoe door het volk gekozen wordt. Maar in een democratische samenleving zal deze elite zich nooit blijvend op een maatschappelijke claim van superioriteit kunnen beroepen, ook niet op die van verdienste in een meritocratie, omdat het volk uiteindelijk ook ‘zijn besten’ kan en zal wegsturen. Deze spanning tussen elite en volk komt periodiek tot uiting zodra een periode van ‘normale politiek’ ten einde komt waarin tussen volk en elite een stabiele relatie bestaat. Omdat dit onbehagen afhangt van de conjunctuur van de politiek noem ik dit conjunctureel onbehagen. Het linkse populisme uit de jaren zestig is er een voorbeeld van, net als het rechtse populisme van het laatste decennium. Ze markeren het einde van een periode waarin elite en volk een relatief stabiele relatie onderhielden.

Verder lezen?



Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.