Home Neiman: ‘Cynisme is een vorm van luiheid’

Neiman: ‘Cynisme is een vorm van luiheid’

Door Colet van der Ven op 30 oktober 2014

Cover van 12-2014
12-2014 Filosofie magazine Lees het magazine

Nadenken over een betere wereld is niet naïef, vindt de Amerikaanse filosoof Susan Neiman. ‘Het is een teken van volwassenheid dat je niet capituleert voor de status-quo.’ Op 24 november ontvangt ze voor haar werk de Spinozalens 2014.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Met instemming bekijkt Susan Neiman het rijtje denkers dat eerder de Spinozalens ontving. De prijs is sinds 1999 onder meer uitgereikt aan de Israëlische filosoof Avisha Margalit, de Bulgaarse humanist Tzvetan Todorov en de Amerikaanse arbeidssocioloog Richard Sennett. Ze vindt het een eer om in hun gezelschap te verkeren. Maar ook de gelauwerde dode denkers – met name Kant – kunnen haar goedkeuring wegdragen. Ze promoveerde op Kant en is nog steeds een hartstochtelijk bewonderaar. Ze beschouwt de Duitse verlichtingsfilosoof als een van de grootste denkers in de geschiedenis van de wijsbegeerte, door niemand overtroffen en alleen door Plato en Aristoteles geëvenaard. Kant figureert ook veelvuldig in haar boeken.

Neimans internationale doorbraak kwam in 2002 met Het kwaad denken, een andere geschiedenis van de filosofie. In dit boek betoogt ze dat de belangrijkste denkers van de westerse wijsbegeerte zich probeerden te verhouden tot met name één vraagstuk: het kwaad in hun tijd. Ze vindt dat filosofen in de twintigste eeuw dit thema ten onrechte links hebben laten liggen en hebben overgelaten aan literatoren als Albert Camus en Jean Améry. Daarom kreeg Neiman de vraag van lezers of ze bereid was háár visie op het kwaad in onze tijd te geven. Dat was ze niet. Ze vond het te aanmatigend om zich daaraan te wagen.

Tot de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2004, toen het progressieve kamp zijn utopisch visioen opgaf en koos voor een meer solide politiek, en daarmee ook zijn morele kompas afdankte. Rechts, bij monde van George W. Bush, kaapte  triomfantelijk de begrippen ‘moraal’, ‘fatsoen’ en ‘dapperheid’ en voorzag ze van een nieuwe inhoud. Neiman was hierover zo woedend dat ze besloot alsnog gehoor te geven aan de oproep van haar lezers. Dat resulteerde in Morele helderheid, goed en kwaad in de 21ste eeuw, een boek waarmee ze het morele kompas in ere wilde herstellen. Voor beide studies krijgt ze nu de Spinozalens. Wat ziet ze als haar belangrijkste bijdrage aan het denken over goed en kwaad?

‘In Morele helderheid grijp ik terug op het onderscheid dat Kant maakt tussen de wereld zoals die is en de wereld zoals die zou moeten zijn. Het eerste gaat over waarheid, het tweede over moraal. Een ongelooflijk belangrijk onderscheid, omdat het ruimte schept voor ethisch gedrag. Mens-zijn is weigeren de gegeven werkelijkheid als vaststaand te beschouwen. Natuurlijk conflicteren theorieën met de praktijk, ideeën met de ervaring, maar ideeën behoren de horizon van onze ervaring te verbreden en zo de wereld radicaal te veranderen. Kijk naar de afschaffing van de slavernij, de burgerrechtenbeweging, de vrouwenemancipatie – al deze zaken leken in hoge mate onrealistisch, tot ze realiteit werden. Dit aspect krijgt veel te weinig aandacht in het politieke denken en de politieke praktijk.

Verder vind ik dat filosofen te vaak hun wijsgerige vaardigheden inzetten om vragen te deconstrueren, maar te weinig te rade gaan bij politicologen, historici en sociologen. Ik heb als filosoof meer aan de interviews van psychiater Robert Lipton met nabestaanden van Hiroshima dan aan tweehonderd pagina’s metafysische beschouwingen over hetzelfde onderwerp. Filosofie moet een reële én ideële component hebben, anders missen we iets. Mijn bijdrage is de focus op dat onderscheid en op het belang van beide elementen.’

Metafysische wond
In haar jongste boek Waarom zou je volwassen worden? is opnieuw dat onderscheid het uitgangspunt. Neiman betoogt daarin dat volwassenheid betekent dat je evenveel gewicht toekent aan de werkelijkheid als aan het ideaal, maar het merendeel van de mensen wil daar niet aan. ‘We leven in een maatschappij waarin grote weerzin bestaat tegen volwassen worden. Omdat het moeilijk is. En tragisch. Want de kloof tussen de wereld zoals hij is en zoals hij zou moeten zijn zul je nooit dichten. Dat bedoelde Nietzsche toen hij sprak over de metafysische wond in het heelal. En Kant toen hij schreef dat volwassen worden moed vereist. Het is veel makkelijker om terug te vallen op kinderlijke dogmatiek en anderen – de kerk, de partij – voor je te laten denken. Of – meer gangbaar in intellectuele kringen – alle ideeën over hoe de wereld zou moeten zijn af te doen als naïef wensdenken. Het zijn twee verschillende vormen van de weigering om volwassen te worden. Door consumeren tot focus van onze cultuur te maken, de jaren tussen de 16 en 26 te verheerlijken als de beste tijd van het leven, en ouder worden af te schilderen als een beklagenswaardig proces, hebben we een samenleving gecreëerd die voor een belangrijk deel bevolkt wordt door eeuwige adolescenten.’

Model voor dit postmoderne menstype staat Thrasymachus, de wilde jongeling in De Staat van Plato die gelooft dat moraliteit niets anders is dan op eigenbelang gerichte, bedrieglijke retoriek. Hij is de cynicus die volwassenen hoont om hun idealisme nadat hij heeft ontdekt dat droom en daad – alle mooie woorden ten spijt – niet altijd samenvallen. Met een mengeling van woede, teleurstelling en triomfantelijkheid zweert hij vervolgens het idee af dat er een morele grondslag zou kunnen bestaan voor het menselijk handelen. En het is deze houding die in onze tijd in de mode is.

Binnen het tijdsbestek van nog geen eeuw heeft de schaamte om onvoldoende moreel te zijn plaatsgemaakt voor schaamte om onvoldoende egoïstisch te zijn. Wie nog gelooft in altruïsme en naastenliefde wordt versleten voor lichtgelovig en naïef, en maakt zich al snel belachelijk. ‘Maar’, zegt Neiman, ‘volwassen worden betekent dat je niet capituleert voor de status-quo. Cynisme is een vorm van luiheid. Wie stelt dat een rechtvaardige wereld een idiote kinderlijke droom is hoeft ook niet de handen uit de mouwen te steken.’

Waarom zou je volwassen worden? is gespeend van cynisme en pessimisme, maar ook van al te gemakzuchtig optimisme. ‘Dat optimisme – te vinden bij Leibniz of in Candide van Voltaire -, dat gelooft dat deze wereld vanzelf zal uitgroeien tot de best mogelijke wereld, is aan mij niet besteed. De laatste tijd minder dan ooit. We leven in donkere tijden. Ik denk veel na over het fundamentalistische terrorisme. Wat hebben we fout gedaan? We hadden kunnen voorkomen dat talloze jonge mensen zich tot het fundamentalisme wendden als we een aantrekkelijke verlichtingscultuur hadden aangeboden. Ongelukkigerwijs zijn begrippen als “Verlichting” en “het Westen” identiek geworden aan “neoliberale globalisering”. Apple, Google en Amazon strekken hun klauwen uit naar de wereld, zich baserend op het mensbeeld van de Homo economicus. Een fatale fout. De mens leeft niet bij brood en spelen alleen. Het is niet vreemd dat er dan op hetzelfde moment een fundamentalistische terroristische beweging opkomt. Dat is óók – naast een heleboel andere dingen – een massaal protest tegen het mensbeeld van de Homo economicus. We zouden onze cultuur aantrekkelijker kunnen maken door waarden te propageren die jongeren vertrouwen geven en hun verbeeldingskracht prikkelen.’

In Morele helderheid kiest Neiman voor vier verlichtingswaarden die deze rol zouden kunnen vervullen: geluk, rede, hoop en eerbied. ‘Geluk is niet consumptief, maar actief. Je geeft iets aan de wereld in ruil voor je bestaan. Rede is verantwoording afleggen en verantwoording vragen voor daden en uitspraken. Hoop is het geloof dat de wereld beter kan worden door menselijke betrokkenheid en moreel engagement. En eerbied is het respect van de rentmeester, want wie de wereld ook heeft geschapen, niet jij en ik.’

Zielsverwantschap
Ter gelegenheid van de toekenning van de Spinozalens verschijnt Afgezien van de feiten, een bundel essays als introductie op Neimans werk. Een van de essays, getiteld ‘Filosofie, geen geschiedenis’ is gewijd aan Hannah Arendt, een filosofe naar wie ze ook in haar andere boeken regelmatig verwijst. ‘Ik voel me in tal van opzichten aan haar verwant. Ik las Eichmann in Jerusalem in Harvard toen ik midden twintig was en bezig was aan mijn proefschrift over Kant. Omdat ik ontdekte hoeveel ik met haar deel, heb ik het boek naast me neergelegd. Ik wilde niet te veel beïnvloed worden. Pas op het moment dat ik aan Het kwaad denken begon ben ik haar weer gaan lezen, en opnieuw was daar die enorme herkenning. Zielsverwantschap. Het klinkt misschien pretentieus, alsof ik mezelf als de volgende Hannah Arendt opwerp, maar dat bedoel ik allerminst. Maar we delen de Joods-Amerikaanse-Duitse invloeden, we geloven in de politieke consequenties van morele opvattingen, we zijn van mening dat politiek activisme begint waar recht en redelijkheid ontbreken, we zijn gezegend met veel intellectuele en emotionele vriendschappen met mensen van allerlei pluimage, en we laten allebei in onze geschriften een onderscheidend stemgeluid horen, met ruimte voor passie en paradoxen.’ Dan, met een lachje: ‘Wat ik niet met haar deel is haar liefde voor Heidegger. Verre van.’

In hetzelfde essay merkt Neiman op dat het haar een daad van geestelijke gezondheid lijkt om na zoveel jaren schrijven over het kwaad haar aandacht te verleggen naar een ander thema. ‘Het is niet goed voor de menselijke ziel om constant bezig te zijn met het kwaad. Het mat af en maakt cynisch. Je verliest je woede, maar ook je talent voor verwondering en dankbaarheid. Terwijl dankbaarheid een van de belangrijkste voorwaarden voor moraliteit is. Vaak nemen we niet de tijd om dankbaar te zijn voor de wereld waarin we leven. We accepteren het goede als vanzelfsprekend en klagen over wat slecht is of fout gaat. David Hume beschouwde ondankbaarheid als de vreselijkste en onnatuurlijkste misdaad waartoe mensen in staat zijn. En de Duitse socioloog Georg Simmel noemde dankbaarheid “het morele geheugen van de mensheid”. Ik realiseer me dat ik dit zeg in donkere tijden, maar dat neemt het immense belang van dankbaarheid niet weg. Overigens ben ik toch weer aan het schrijven over het kwaad. Ik kan het blijkbaar niet laten.’
 

Eigenbelang

In Morele helderheid houdt Neiman een pleidooi voor alledaags heldendom en in het essay ‘Afgezien van de feiten’ borduurt ze daarop door. Ze haalt Kants voorbeeld aan van de twee kruideniers. De een is eerlijk omdat het hem meer klanten zal opleveren, de ander omdat hij hecht aan oprechtheid. Ze handelen vanuit andere motieven, maar met hetzelfde resultaat. ‘Moraliteit komt pas echt om de hoek kijken wanneer het eigenbelang niet samenvalt met het morele belang. Zoals de 50-jarige zwarte bouwvakker Wesley Autrey liet zien, toen hij zich voor de metro in New York wierp om het leven van een blanke student van twintig te redden. Of de Hutu-eigenaar van Hotel Rwanda toen hij onderdak bood aan meer dan duizend opgejaagde Tutsi’s. Volgens Kant zijn dergelijke rolmodellen onmisbaar voor morele vorming.’
Maar waarin schuilt het geheim dat – alle morele vorming en rolmodellen ten spijt – de ene mens wel moreel handelt en de andere niet? ‘Dat is het mysterie van de vrijheid. Het verlangen naar gerechtigheid brengt sommigen ertoe de sterkste menselijke drift, die naar zelfbehoud, te overwinnen. Iedereen kan gegrepen worden door dat verlangen, want paradoxaal genoeg is het ook een keuze.’

Neimans eerste boek Slow Fire, Jewish Notes from Berlin, stamt uit 1994. Daarin beschrijft ze haar ervaringen als Joodse in de Duitse hoofdstad in de jaren tachtig. In Amerika groeide ze op in een Joods gezin met enige mate van traditie, maar in Berlijn bleek haar Joods-zijn van prominent belang. Elke persoonlijke vraag kreeg de lading van de wereldgeschiedenis mee, wat zowel weerzinwekkend als ontroerend als obsceen kon uitpakken, zo illustreert ze aan de hand van de uitspraak van een Duitse vriend waarmee Slow Fire opent: ‘Every time I see you I think of Dachau, baby.’

Door haar Berlijnse jaren heen botsen en versmelten haar persoonlijke verhaal en de Grote Geschiedenis op alle mogelijke manieren. Na zes jaar houdt ze het voor gezien. Ze verruilt Berlijn voor Yale. Je zou bijna kunnen zeggen: ze vlucht uit Berlijn. ‘Meer mensen kregen die indruk uit Slow Fire, maar zo heb ik het niet ervaren. Ik had het verlangen – ook omdat mijn zoon inmiddels was geboren – om in een normale Joodse omgeving te wonen, zonder me te realiseren dat na Berlijn geen enkele omgeving meer normaal Joods zou zijn. Ik doceerde een paar jaar aan Yale en vervolgens in Tel Aviv, maar ik vond er niet wat ik zocht en ben in 2000 teruggekomen. Berlijn is een fantastische plaats om je thuis te voelen als je je nergens meer thuis voelt.’

In Slow Fire staat een uitspraak van Neimans toenmalige echtgenoot: ‘Jij bent niet de eerste die je gevoel voor moraliteit verliest in Berlijn, maar het probleem is dat je het niet totaal verloren hebt.’ Neiman: ‘Als je niet in Berlijn leeft, is het makkelijker om een zwart-witbeeld te hebben van de nazi’s en de Holocaust. Je kunt alles op armlengte afstand houden en zeggen: wie er ook verantwoordelijk geweest mogen zijn, wij waren het niet. Als je hier leeft is dat onmogelijk. Duitsers hebben geworsteld met het feit dat ze moesten zeggen: wij waren verantwoordelijk – mijn leraar, mijn vader, mijn grootvader. Dat stemt nederig, maakt de toon in gesprekken over het kwaad minder absoluut. Maar ik geloof niet dat ik mijn moraliteit ben verloren. Ook niet gedeeltelijk.’

Op de laatste vraag, over wie ze de belangrijkste eigentijdse filosoof over het kwaad vindt, volgt een lange stilte. Dan, schuchter: ‘Ik geloof toch mezelf.’
 
 
Spinozalens
De Spinozalens voor ethiek en samenleving is een prestigieuze prijs die wordt toegekend aan een internationaal vermaard denker die zich gebogen heeft over de ethische grondslagen van de maatschappij. Het ene jaar wordt een dode denker geëerd met de lens, het andere jaar een levende. Voor 2013-2014 is het thema ‘Goed en kwaad en hun betekenis in de politiek’. In de categorie dode denkers viel Immanuel Kant de eer te beurt en in de categorie levende denkers de Joods-Amerikaanse filosoof Susan Neiman. Op 24 november ontving zij uit de handen van burgemeester Jozias van Aartsen een sculptuur van Spinoza en een geldbedrag van € 10.000,-.