Home Filosofen Plato
Peter Sloterdijk
Vorige

Peter Sloterdijk

Plato

Plato

427 v. Chr. - 347 v. Chr.
Pythagoras
Volgende

Pythagoras

Quote

“"Het begin van de wijsbegeerte is de verwondering."”

“De ziel van de mens is onsterfelijk en onvergankelijk.”

Plato is met Aristoteles de grootste filosoof van de Oudheid. Zijn dialogen, waarin Socrates een prominente rol speelt, behoren tot het hoogtepunt van de westerse filosofie.

Plato wordt geboren in een aristocratische familie tijdens de Gouden Eeuw van Athene. Hij is voorbestemd tot een politieke carrière, maar besluit onder invloed van Socrates zijn leven te wijden aan filosofie. Na de terechtstelling van Socrates richt Plato buiten de stad een filosofische school op, de Academie.

In de Phaedo beschrijft Plato voor het eerst zijn ‘ideeënleer’: in een metafysische, alleen voor het denken toegankelijke wereld, bestaan oervormen van de concrete, in de alledaagse werkelijkheid waar te nemen dingen. Dat verklaart waarom dingen herkenbaar zijn en blijven, maar tegelijkertijd toch voortdurend veranderen. Zo blijft een paard te herkennen als paard, ook als het slechts drie poten heeft, zwart of wit is, of gaandeweg ouder wordt – de essentie van het paard blijft bestaan.

Bovenaan deze ideeënwereld staan ‘het goede, ware en schone.’ Zij wakkeren het verlangen om goed te doen, de drang naar juiste kennis en de zoektocht naar schoonheid aan. De zetel van deze drang naar het hogere is de ziel, het onsterfelijke deel van de mens. Het lichaam is volgens Plato een kerker, waaruit de ziel bij de dood ontsnapt. Tijdens ons leven kunnen we al een voorschot nemen op onsterfelijkheid door filosofie te beoefenen. In de beroemde vergelijking van de grot vergelijkt Plato ons met gevangenen die met de rug naar het licht de schaduwen op de muur voor de echte werkelijkheid houden. Filosofen gaan op zoek naar de bron van het licht en proberen mensen te behoeden voor deze schijnkennis.

Ook Plato’s opvattingen over staatkunde vloeien voort uit deze ideeënleer. In de Politeia beschrijft hij de ideale staatsvorm: een maatschappij die geleid wordt door vorsten die kennis hebben van de ideeën zodat zij als rechtvaardige ‘filosoof-koningen’ regeren.