Home Filosofen Immanuel Kant
Hypatia van Alexandrië
Vorige

Hypatia van Alexandrië

Immanuel Kant filosoof

Immanuel Kant

22 april 1724 - 12 februari 1804
Iris Murdoch
Volgende

Iris Murdoch

Quote

“Verlichting is bevrijding van de onmondigheid die je aan jezelf te wijten hebt.”

Immanuel Kant is een Duitse filosoof uit de Verlichting en misschien wel de belangrijkste denker van de moderne filosofie. Dankzij zijn baanbrekende werken over kenleer, ethiek, metafysica, wijsgerige antropologie en esthetica kan geen filosoof sinds het einde van de achttiende eeuw nog heen om de ideeën van Immanuel Kant.

Kritiek van de zuivere rede

Wat kan ik weten? Die vraag staat centraal in het hoofdwerk van Immanuel Kant, Kritiek van de zuivere rede (Kritik der reinen Vernunft, 1781). Hij reageert daarin op de Schotse filosoof David Hume (1711-1776), die Immanuel Kant uit zijn ‘dogmatische sluimer’ had gehaald door erop te wijzen dat er geen noodzakelijk verband is tussen oorzaak en gevolg: ook al zien we de ene biljartbal keer op keer de andere raken, waarna de tweede bal begint te bewegen, we kunnen nooit met zekerheid weten dat de beweging van de ene bal voortkomt uit de botsing met de andere.

Kant lost dit probleem op door te zeggen dat we de wereld zoals deze echt is, het zogeheten Ding an sich, nooit volledig kunnen kennen. Onze waarneming hiervan is altijd beperkt en gekleurd door ons kenvermogen. Zo zijn oorzakelijkheid, maar ook tijd en ruimte, ‘categorieën’ waarmee ons verstand structuur aanbrengt in de waarneming van de werkelijkheid om ons heen. Zoals de zon niet om de aarde draait, zo weerspiegelt onze geest dus niet de wereld zoals die werkelijk is, maar slechts zoals die zich aan ons voordoet. Je kunt dit inzicht daarom beschouwen als ‘een tweede copernicaanse wending’, zegt Immanuel Kant.

Meer lezen over Kant en andere grote denkers? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief

Meld u aan voor onze nieuwsbrief

Ontvang elke woensdag het laatste filosofie nieuws, de beste artikelen van de week en af en toe een aanbieding.
Ontvang wekelijks het laatste filosofienieuws, de beste artikelen en af en toe een aanbieding.

A priori, a posteriori

Kant deelt de menselijke kennis in in a priori en a posteriori-kennis. A priori is de kennis waarvoor je geen waarneming in de wereld nodig hebt. Denk bijvoorbeeld aan de som ‘1+1=2’ – je hebt geen zintuigen nodig om deze op te kunnen lossen. A posteriori-kennis kan juist alleen gebaseerd worden op de zintuiglijke ervaring van de wereld.

Volgens Kant kunnen verstandelijke (a priori)- en empirische (a posteriori)-kennis niet zonder elkaar bestaan. Met die stelling bouwt hij een brug tussen de empiristen, die beweren dat kennis alleen gefundeerd kan zijn op de ervaring, en de rationalisten, die stellen dat kennis alleen voort kan komen uit het verstand. ‘Gedachten zonder inhoud zijn leeg, aanschouwingen zonder begrippen zijn blind’, schrijft Immanuel Kant.

Plichtethiek

Vervolgens wendt Kant zich in de Kritiek van de praktische rede (Kritik der praktischen Vernunft, 1788) tot de ethische vraag: wat moet ik doen? Als een echte verlichtingsdenker stelt hij dat alleen de rede daar een goede basis voor kan zijn. Kant stelt één fundamentele morele grondregel voor, de ‘categorische imperatief’: ‘Handel zo dat je zou kunnen willen dat de maxime van je wil altijd tegelijk als principe van algemene wetgeving geldt.’ Hij bedoelt daarmee dat al je handelingen verheven zouden kunnen worden tot een universele wet. Lieg en steel dus niet, want een wereld waarin iedereen liegt en steelt zou een onleefbare wereld zijn.

Daarmee staat hij aan de basis van de deontologie, ook bekend als de plichtethiek. Immanuel Kant concludeert dat wie volgens de categorische imperatief handelt, vrij en autonoom is: hij of zij legt zichzelf de wet op. Die komt niet van God of ergens anders buitenaf, stelt Immanuel Kant.

Esthetica

In zijn derde kritiek, de Kritiek van het oordeelsvermogen (Kritik der Urteilskraft, 1790) behandelt Immanuel Kant zijn theorie van de esthetica: hoe komen we tot ons oordeel dat iets mooi is? Aangezien we de wereld zoals deze echt is niet kunnen kennen, kunnen we er volgens Kant ook niet vanuit gaan dat schoonheid buiten onze subjectieve waarneming bestaat. Beauty is in the eyes of the beholder. Toch zijn zulke oordelen zowel subjectief als universeel. We baseren dat oordeel op basis van een subjectieve ervaring van schoonheid, maar tegelijkertijd gaan we er bij die vaststelling vanuit dat anderen dat oordeel delen.

Bij zo’n oordeel overbruggen we volgens Kant ook de kloof tussen ons theoretisch kenvermogen, het verstand, en de praktische kennis van onze morele plicht, de rede. Er is immers geen noodzakelijk oordeel, we zijn volkomen vrij om een schoonheidsoordeel te vellen. Maar het smaakoordeel overstijgt ook de subjectieve vrijheid, omdat het aan het object toegekend wordt alsof het object tot doel heeft schoon te zijn, schrijft Immanuel Kant.

Verlichting

Wat is Verlichting? Aan het einde van de achttiende eeuw woedt in Duitsland een intellectueel debat over hoe deze intellectuele beweging te duiden. Uit het essay Beantwoording van de vraag: Wat is Verlichting? uit 1784 komt het inmiddels klassieke antwoord van Immanuel Kant: ‘Verlichting is de bevrijding van de mens uit de onmondigheid die hij aan zichzelf te wijten heeft.’ Sapere aude (durf te denken) is volgens Kant het motto dat we aan de Verlichting toe kunnen schrijven.

Tegelijkertijd wijst Kant ook op de grenzen van het verstand. Want als iedereen begint met zelf denken en niemand zich meer aan zijn voorgeschreven rol houdt, wordt het chaos. Als niemand meer belasting betaalt, omdat iedereen zelf tot de conclusie komt dat hij of zij dat niet hoeft, stort de maatschappij in. Daarom pleit Kant voor een vrij openbaar gebruik van het verstand, niet een vrij privaat gebruik van het verstand: de burger moet zijn belastingen betalen, maar mag tegelijkertijd in het openbaar discussiëren over de rechtvaardigheid van deze belastingen. Zo komt de gemeenschap tot een zo zinnig mogelijke invulling van het belastingstelsel.

Immanuel Kant, racist en seksist

Hoewel Kants denken van grote invloed is op de moderne mensenrechten, ligt hij sinds een paar jaar ook steeds meer onder vuur. Hij zou een seksist en een groot deel van zijn leven ook een racist zijn geweest. Zo schreef Kant dat vrouwen ondergeschikt zijn aan mannen vanwege de ‘natuurlijke superioriteit’ van de laatsten. Ook vond hij dat vrouwen geen stemrecht of andere burgerrechten moesten krijgen.

De vroege Kant deelde menselijke rassen ook nog eens op in een hiërarchie, waarin de Europese witte mens bovenaan kwam te staan. Aziaten, Afrikanen en inheems Amerikanen zouden nooit zo abstract kunnen denken als de witte man, die daarom ook het recht zou hebben over de andere rassen te regeren. Op latere leeftijd komt Kant op die ideeën terug. In zijn essay Naar de eeuwige vrede (Zum ewigen Frieden) uit 1795 keurt Kant het kolonialisme en de slavernij plotseling sterk af.