Home Het kwaad Susan Neiman: ‘Moraal is het beste middel tegen het kwaad’
Het kwaad

Susan Neiman: ‘Moraal is het beste middel tegen het kwaad’

Door Antoine Verbij op 05 maart 2013

03-2003 Filosofie magazine Lees het magazine
De Amerikaans-joodse Susan Neiman beweegt zich tussen drie naties: Amerika, Israël en Duitsland. Een gevoelige combinatie, zeker in deze tijd. Vorig jaar verscheen van haar het provocerende Evil in Modern Thought. Een gesprek over het denken, het kwaad en de oorlog: ‘Alleen met morele categorieën kun je een oordeel vellen over een Amerikaanse regering die het tijdperk van de communistenjager McCarthy doet verbleken’.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Ze heeft Evil in Modern Thought uit woede geschreven. Een woede die ze koestert vanaf het moment dat ze filosofie ging studeren. ‘Als je op jonge leeftijd Nietzsche en Sartre leest, denk je dat filosofie over de zin van het leven gaat. Maar als je dan filosofie gaat studeren, krijg je te maken met de vraag hoe je er zeker van kunt zijn dat dit kopje een kopje is.’
 
Vijftien jaar lang lag Susan Neiman met haar wijsgerige leermeesters van Harvard University overhoop. Haar belangrijkste mentor, de vorig jaar overleden John Rawls, slaagde er maar ternauwernood in om haar voor de filosofie te behouden. ‘Ik had hem gezegd dat ik in de kroeg meer wijsheid vond dan op de universiteit. Maar ondanks mijn rebellie bleef hij mij stimuleren.’
 
Uiteindelijk nam ze op gepaste wijze wraak op de filosofie. Ze schreef een boek waarin ze de krachtige stelling verdedigt dat de filosofie wel degelijk over het leven en over kwesties van goed en kwaad gaat maar dat hedendaagse filosofen daar gewoon geen oog voor hebben. Ze gaf het boek een bewust provocerende ondertitel mee: An Alternative History of Philosophy. In ruim driehonderd pagina’s betoogt ze dat de kwestie van het kwaad de eigenlijke motor van de geschiedenis van het denken is en dat het een grote fout van de twintigste-eeuwse filosofie is geweest om die kwestie van de agenda te schrappen. ‘De enige denkers die zich aan het vraagstuk hebben gewaagd, kwamen uit de hoek van de literatuur, zoals Albert Camus en Jean Améry.’
 
Toen het boek vorig jaar uitkwam, lag John Rawls op sterven. ‘Ik heb daar nog steeds veel verdriet over. Hij heeft het boek wel gezien maar niet kunnen lezen. Hij had al verschillende hartaanvallen achter de rug.’

 

Er is nauwelijks een groter verschil denkbaar dan tussen de droge, formele stijl van Rawls’ geschriften en de klaterende toon van Evil in Modern Thought. ‘Neiman schrijft zinnen die thuishoren in de perfecte conversatie, waarin ieder mot bon is’, noteerde een recensent. ‘Ik wilde een boek schrijven dat ook voor niet-filosofen toegankelijk was’, verklaart Neiman.

In het boek weigert ze een definitie van het kwaad te geven. ‘Het ging me om de omgang met het kwaad en om wat die omgang over onszelf zegt en over onze plaats in de wereld. Daarom geef ik geen definitie van het kwaad, maar werk ik met exemplarische gevallen waarover weldenkende mensen het eens zijn dat ze voorbeelden van het kwaad zijn.’
 

Lijnen

Twee van zulke gevallen markeren respectievelijk het begin en de grootste crisis van het moderne denken over het kwaad: de aardbeving die Lissabon in 1755 verwoestte en de vernietiging van joden in Auschwitz. Het eerste sloeg destijds in als een bom. Denkers als Voltaire en Rousseau waren ontzet. Ze voerden heftige polemieken, die tot de conclusie leidden dat men onderscheid moet maken tussen ‘natuurlijk’ en ‘moreel’ kwaad. Voor natuurrampen zoals aardbevingen is de mens niet verantwoordelijk, voor zijn eigen morele handelen wel. Met die conclusie was volgens Neiman de Verlichting geboren.

Vanaf dat moment lopen er twee lijnen door het moderne denken. De ene lijn, die bij Rousseau begint en via Kant en Marx loopt, gaat ervan uit dat er een principiële kloof bestaat tussen rede en werkelijkheid. Die kloof werd traditioneel door de religie overbrugd met een verhaal over de werken Gods. Vanaf de Verlichting hebben filosofen echter geprobeerd het gat met behulp van de rede te dichten en de mens zelf voor zijn handelen verantwoordelijk te maken.

De tweede lijn begint bij Bayle en Voltaire en omvat denkers als Hume en Schopenhauer. Zij loochenen de kloof tussen rede en werkelijkheid: de wereld is zoals ze is, ze is goed noch kwaad, de rede vermag daar niets aan te veranderen. Hoewel Neiman zichzelf op de eerste lijn plaatst en daarbij Hannah Arendt als haar belangrijkste medestandster ziet, erkent ze de kracht van de tweede lijn. Uiteindelijk kiest Neiman voor een kantiaanse positie: een op de rede gebaseerde moraal is het beste middel tegen het kwaad.
 
Zet het onderscheid tussen rede en werkelijkheid niet opnieuw de deur open naar religie? ‘Daar ben ik helemaal niet bang voor. Ik ben wat dat betreft kantiaans: je hebt vragen die het weten betreffen en vragen die het geloven betreffen, en die kunnen gerust naast elkaar bestaan. Zeker als het om de kwestie van het kwaad gaat, kijk ik liever naar de overeenkomsten tussen religie en filosofie dan naar de verschillen.’

Toen Neiman de laatste hand aan haar boek legde, sloeg het kwaad opnieuw toe. ‘Ik had mijn redacteur beloofd dat hij het manuscript in oktober 2001 zou krijgen. Toen kwam de elfde september, de aanslag op de Twin Towers in New York. Ik was ontzet maar heb me toch door mijn redacteur laten overhalen er enkele passages over te schrijven. Binnen drie weken heb ik de ramp een plaats in mijn boek gegeven.’

‘De elfde september was een les’, zegt Neiman nu. ‘Die aanslag maakte ten overvloede duidelijk dat het niet alleen onmogelijk is een definitie van het kwaad te geven maar dat het zelfs fout en gevaarlijk is. Wij, reflecterende links-liberale mensen, waren erg door Auschwitz bepaald. We dachten dat het kwaad langs banale weg zijn loop neemt, zonder dat er kwade bedoelingen aan te pas komen, puur systematisch. Ineens was daar een voorbeeld van een beoogd, demonisch kwaad, met de uitdrukkelijke opzet om zo veel mogelijk onschuldige mensen de dood in te jagen. Wij hadden het verleerd om dit soort kwaad waar te nemen. Auschwitz had ons zintuig daarvoor vertroebeld.’
 

‘We moeten de manifestaties van het kwaad niet vergelijken, we moeten ze onderscheiden’, luidt een van de soepele one-liners in Evil in Modern Thought. ‘We moeten erop bedacht zijn dat het kwaad talloze gedaanten kan aannemen’, licht Neiman toe. ‘Dat is wat ik van de elfde september heb geleerd. Bovendien werd het me door die ramp eens te meer duidelijk dat het kwaad een zinvolle morele categorie is en dat het fout is om het morele van het politieke te scheiden. Ik zie dat nu als een belangrijke maar enigszins verborgen these van mijn boek.’

Haar principiële overtuiging dat je in de politiek morele idealen nodig hebt om het kwaad te overwinnen, ventileert ze ook in het huidige debat over de oorlog tegen Irak. In het Berlijnse dagblad Der Tagesspiegel pleitte ze voor een morele benadering van de Amerikaanse oorlogszucht in plaats van een puur politieke. ‘Want alleen met morele categorieën kun je een oordeel vellen over een Amerikaanse regering die het tijdperk van de communistenjager McCarthy doet verbleken.’ Neiman eindigt haar essay met de conclusie dat het morele failliet van de regering-Bush anderen dwingt het voortouw te nemen in de strijd tegen het islamitische fundamentalisme.
 

Bondsrepubliek

En wie mogen die anderen dan wel zijn? Neiman heeft een enorm vertrouwen in de rood-groene regering van de Bondsrepubliek, de regering van het land waar ze zich, naar het schijnt, voor lange tijd heeft gevestigd. Ze was als filosoof werkzaam in de Verenigde Staten, vervolgens in Israël en nu sinds ruim twee jaar in Duitsland. ‘Ik vind het hoogst ironisch dat van die drie – het Israël van Ariel Sharon, het Amerika van George W. Bush en het Duitsland van Gerhard Schröder en Joschka Fischer – het de Bondsrepubliek is die het meest tegemoet komt aan de waarden die ik erop nahoud.’
 
Het ironische daaraan is dat Susan Neiman eerder al enkele jaren in Berlijn woonde en toen vertrok omdat ze meende dat je daar ‘als jodin niet kunt wonen zonder gek te worden’. In de jaren tachtig werkte ze aan de Berlijnse Freie Universität aan de monografie over Immanuel Kant waarop ze later bij Rawls zou promoveren. Over die periode schreef ze een boek, Slow Fire: Jewish Notes from Berlin, waarin ze vaststelt dat de Duitsers nog steeds gevangen zitten in hun Vergangenheitsbewältigung. De druppel die voor haar de emmer deed overlopen, was een bevriende kunstenaar die tegen haar zei: ‘Iedere keer als ik je zie, schat, moet ik aan Dachau denken.’ Dat de ouders van de man nazi’s waren, liet ze niet als verzachtende omstandigheid tellen.
Ze keerde, niet lang voor de val van de Muur, teleurgesteld terug naar Amerika. Haar verblijf in Berlijn had de afstand tussen haar en de Duitsers alleen maar vergroot. Omgekeerd was de afstand tussen haar en haar joodse wortels kleiner geworden. ‘Dat is niet ongebruikelijk. Er zijn meer joden geweest die weinig met het jodendom ophadden maar die in de confrontatie met Duitsland dichter bij het jodendom kwamen te staan. In mijn geval leidde het er zelfs toe dat ik een tijd lang als religieuze jodin heb geleefd, niet in de orthodoxe zin, maar strenger dan ik van mezelf had verwacht. Inmiddels zijn bij mij toch weer de universele waarden op de voorgrond getreden.’

Het politieke klimaat in Duitsland mag de laatste jaren in haar ogen aanzienlijk zijn verbeterd, de oude kwalen zijn nog niet helemaal genezen. ‘Wat me in het debat over de oorlog tegen Irak nogal ergert, is dat de Duitsers zo vreselijk met zichzelf en hun geschiedenis bezig zijn. Daar had ik in mijn stuk voor de Tagesspiegel een opmerking over gemaakt die opvallend genoeg is geschrapt. Ik schreef dat de Duitsers kennelijk een slechte psychoanalyticus hebben, die blijft doorzeuren over het Oedipus-complex terwijl zich in de familie een acuut geval van geweld voordoet. Het gaat niet om de geschiedenis, het gaat om nú!’
 

Eerder, in 1995, had ze een verzoek om hoogleraar in Potsdam te worden afgewezen. ‘Het was me toen niet duidelijk in welke richting Duitsland zich ontwikkelde. Bovendien was ik bang dat ik in de rol van ‘hofjodin’ terecht zou komen. En ten derde hou ik helemaal niet van de Duitse universiteiten.’ Vijf jaar later lagen de zaken anders. Opnieuw werd er vanuit Duitsland een beroep op haar gedaan, maar nu niet door een universiteit maar door het Einstein Forum te Potsdam.
 
In de tien jaar van zijn bestaan heeft het Einstein Forum een reputatie opgebouwd in het organiseren van internationale en interdisciplinaire debatten over filosofische en wetenschappelijke kwesties. In de twee jaar dat Susan Neiman er nu de leiding van heeft, is die reputatie alleen maar sterker geworden. ‘Ik zie het Einstein Forum als een salon in de traditie die teruggaat op de salons van Berlijn en Parijs ten tijde van de Verlichting. Destijds gingen daar de belangrijkste intellectuele impulsen vanuit, niet vanuit de universiteiten. Ik kan hier laten zien dat denken op zichzelf een waarde is en een genot.’
 
De afgelopen maanden organiseerde het Einstein Forum onder meer debatten over taboes, Europa, geweld, vergeving, evolutie en virtuele werkelijkheid. En er werd een herdenking voor John Rawls gehouden, waarop Neiman sprak over de liefde van de filosoof voor Bob Dylan. Alle bijeenkomsten kenmerken zich door volledige openheid. ‘We werken niet met uitnodigingen, iedereen mag komen. Er is altijd gelegenheid tot debat, ook na afloop, met een glas wijn erbij.’ De formule is zo’n opvallend succes dat het intellectuele weekblad Die Zeit Susan Neiman, vanwege de inspiratie die van haar uitgaat én vanwege haar opmerkelijke boek over het kwaad, heeft uitgeroepen tot de spannendste filosoof van Duitsland.
 
In een café in het centrum van Berlijn, niet ver van de Humboldt Universität waar ze gasthoogleraar is en niet ver van haar huis, legt ze uit wat het verschil is tussen de debatcultuur in Duitsland en die in Amerika. ‘Ik ben vooral onder de indruk van het publieke debat in Duitsland. Dat is van een enorm hoog niveau, ook in de kranten. Maar op de universiteiten is het de dood in de pot. Seminars verzanden steevast in reeksen monologen. En status speelt een enorme rol. In Amerika is het precies omgekeerd. Daar is het intellectuele debat op de universiteiten levendiger, opener en beter dan erbuiten. En het gaat er veel democratischer aan toe dan op de Duitse universiteiten.’
 

Humor

In het steekspel tussen Amerika en Duitsland rond de oorlog tegen Irak, waarschuwt Neiman voor Duitse overmoed. ‘De Duitsers moeten niet vergeten dat de felste kritiek op de regering-Bush nog altijd uit Amerika zelf komt. Wanneer ik naar argumenten zoek om mijn verontwaardiging over het beleid van Bush te onderbouwen, praat ik liever met Amerikanen dan met Duitsers.’ Bovendien, zo voegt Neiman eraan toe, lijden de Duitsers aan een verontrustend gebrek aan humor, terwijl die nu juist een brug zou kunnen slaan tussen de beide verstoorde volkeren. ‘Humor berust immers, meer dan andere zaken, op gedeelde veronderstellingen.’
 
Susan Neiman (Atlanta, USA, 1955) is directeur van het Einstein Forum te Potsdam. Ze studeerde filosofie aan de Harvard University, onder andere bij John Rawls. Van 1982 tot 1986 bestudeerde ze Kant aan de Freie Universität Berlin. In de jaren negentig doceerde ze filosofie aan de Yale University en de Universiteit van Tel Aviv. In 1992 verscheen van haar Slow Fire: Jewish Notes from Berlin, in 1994 The Unity of Reason: Rereading Kant en in 2002 Evil in Modern Thought: An Alternative History of Philosophy. Naast haar werk voor het Einstein Forum doceert ze aan de Humboldt Universität en werkt ze aan een roman.
 

Evil in modern thought, door Susan Neiman, Princeton University Press, € 32,-