Essay

In april 2016 denken we na Over de grens. Paul Scheffer neemt hierin, als verkozen essayist, het voortouw. Wat is de vrijheid van de grens?

Het overschrijden van grenzen wordt vaak gezien als de enige weg naar vooruitgang. We leven het leven als een immer wijkende horizon, als een vrijheid die zich steeds verder heeft losgezongen van een vorm – met een wereld zonder grenzen als het hoogste ideaal. Want wie zijn wij, wereldburgers, om anderen toegang tot ons grondgebied te ontzeggen?

Dit heeft alles te maken met een overschatting van de mobiliteit: de minderheid van mensen die in beweging zijn wordt overal bestudeerd, maar dat de overgrote meerderheid aan een plaats gebonden is lijkt geen onderwerp van onderzoek. We gaan gemakshalve voorbij aan het gegeven dat driekwart van de Fransen woont in de regio waar ze zijn geboren, en dat is elders in Europa niet veel anders. Die blinde vlek belemmert niet alleen ons zicht op de werkelijkheid, het leidt ook tot een verachting van alles wat plaatsgebonden is.

In het essay van de Maand van de Filosofie onderzoekt Paul Scheffer dan ook niet de grenzen van de vrijheid, maar de vrijheid van de grens. Met de nodige filosofische distantie stelt hij de vraag of een open samenleving niet pas ontstaat door een ruimtelijke afbakening. Anders gezegd: om hoeveel begrenzing vraagt de beschaving? En wat is tegen die achtergrond een eigentijds vooruitgangsideaal?

Paul Scheffer (1954) was onder meer correspondent in Parijs en Warschau. Sinds 1990 schrijft hij voor nrc Handelsblad en zijn artikelen verschijnen in tal van Europese dagbladen. In 2007 publiceerde hij Het land van aankomst, dat een bestseller werd. In 2013 verscheen Alles doet mee aan de werkelijkheid, een portret van zijn grootvader Herman Wolf, een in de jaren twintig en dertig bekende filosoof. Van 2003 tot 2011 was hij buitengewoon hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Momenteel is hij hoogleraar Europese Studies aan de universiteiten van Tilburg en Amsterdam.