Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

'Verwerp alles'

Eén keer kwam Rudolf Agricola naar de school in Deventer. Erasmus volgde de openbare les en beschreef het later als een hoogte­punt in zijn leven. Hier sprak de nieuwe tijdgeest, hier stond de Renaissance zelf. Hier hoorde hij zinnen als: 'Zorg ervoor dat je wantrouwig staat tegenover alles wat je tot nu toe geleerd hebt. Verwerp alles, ga ervan uit dat je alles moet afleren, tenzij je het op gezag en als het ware bij decreet van de betere auteurs jezelf weer eigen kunt maken. Aan Agricola - 'dat goddelijke intellect' - ontleende Erasmus de term die hij aan zijn totale werk meegaf: Philosop­hia Christi. 'Deze wijsheid of philosophia is eerder te vinden in wilsovertuiging dan in syllogismen,' aldus Erasmus. 'Zij is eerder een manier van leven dan een redetwist, meer een inge­ving dan een kennis, meer een verandering dan een redenering. Zij vindt gemakkelijk aanknopingspunten in de natuur, want de Philosophia Christi is niets anders dan een nieuwe geboorte, het herstel van een natuur die goed geschapen is.'

Hoewel hijzelf de kerk nooit de rug toe zou keren, geloofde hij niet dat theologen nodig waren om het geloof zuiver te houden. Goed taalon­der­wijs, zodat iedereen zelf de bijbel zou kunnen lezen, voldeed. In zijn Enchi­ridion (Handboekje voor de Chris­ten­strijder) legde Eras­mus zijn standpunten over kerk en bijbel nog eens uit: 'Het is verkeerd om als kinderen vast te houden aan de letter en niet op te groeien tot de vrijheid van de geest.' De boodschap sloeg aan. Erasmus was de eerste schrijver in Europa die van de pen kon leven.
 
Door zijn opvat­tingen over de bijbel voelde Eras­mus, die een oplei­ding tot monnik volgde, zich steeds minder thuis in het kloos­ter. Hij vroeg en kreeg ont­slag van zijn kloos­terge­lof­te. Erasmus had talent voor talen. Een bisschop be­noemde hem om die reden tot zijn persoonlijk secretaris, zodat hij de benodig­de Latijnse brieven kon schrijven. De carrière van Erasmus bleek daarna niet meer te stuiten. In 1520 verge­zelde hij Karel V bij vredesonderhandelingen in Calais. Hij raakte betrokken bij de opvoeding van prinsen en kreeg met enige regelmatig banen aan hoven aangeboden. Maar hij verkoos de stilte van de stu­deerkamer. Erasmus zag zich­zelf in de eerste plaats als 'studiemens'. Hij hield van lezen, schrij­ven, discussiëren en een goed glas rode wijn.

Hij besloot de bijbel opnieuw te vertalen. Een gewaagde onder­neming. Tot op dat moment gebruikte men de Vulgaat, een bij­belvertaling die door de kerkvader Hiëronymus (345-420) was uitgebracht en een millennium lang door de kerk als heilig was beschouwd. Er stonden fouten in, constateerde Erasmus. Pries­ters debiteerden al eeuwen onjuistheden van het preekgestoel­te. En fouten, dat kon niet goed wezen. Hij maakte een tweeta­lige bijbel, het Novum Instrumentum. Naast zijn Latijnse verta­ling stond de oudere Griek­se tekst. Het geldt als een pronk­stukje van de Renaissance, juist vanwege de mogelijk­heid om de verta­ling nog eens kritisch te toetsen.

Deze tekst komt uit het artikel Desiderius Erasmus: 'Ik wijk voor niemand' (Volledig toegankelijk voor leden).
Wilt u toegang tot alle artikelen van filosofie.nl? Word dan lid.
Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.