Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
25-09-2018

De canonisering van de arbeid en de schop onder de kont

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

René ten Bos
filosoof, hoogleraar

Ik droom nog van tijden toen filosofen of theologen zich niet schaamden om boeken te schrijven met titels als Eloge de la paresse (Lofrede op de luiheid) of Le droit à la paresse (Het recht op luiheid). De eerste titel is van de hand van de nu vergeten katholieke Belgische theoloog Jacques Leclerq (1891-1971) en verscheen in 1962. Voor hem stond een ding als een paal boven water: arbeid ontmenselijkt. Om het wat preciezer te zeggen: een leven zonder luiheid, geduld of traagheid is geen menselijk leven.

De tweede titel komt van de hand van Franse journalist en activist Paul Lafargue (1842-1911) en verscheen veel eerder dan het boek van Leclerq, namelijk in 1883. Lafargue, de schoonzoon van Karl Marx (1818-1883), neemt in dit boek de burgerlijke arbeidsmoraal op de korrel. De openingsalinea van zijn tekst is het waard om geciteerd te worden:
 
“Een vreemde manie beheerst de werkende klasse in alle landen waar de kapitalistische beschaving heerst, een manie die het resultaat is van de individuele en collectieve misère die de moderne samenleving doortrekt. Dit is de liefde voor arbeid, de woedende manie om te werken, iets wat leidt tot de uitputting van het individu en zijn nakomelingen. De dominees, de politieke economen en de moralisten hebben deze mentale aberratie niet bestreden maar juist gecanoniseerd. Blind en beperkt, hebben mensen wijzer willen zijn dan God, want als zwakke en onwaardige wezens hebben ze dat willen vereren wat God verwierp.”
 
Wie eraan twijfelt: God verwierp de arbeid. Lafargue was geen katholiek. Allesbehalve zelfs, hij was een socialist met enige anarchistische trekjes. Toch voelde hij op zijn klompen aan wat de katholieke priester Leclerq zo’n tachtig jaar later vanzelfsprekend vond. De waardering voor arbeid in onze samenleving is een probleem. Een Bijbelse illustratie moet hier volstaan: Mozes beklom de berg en ging in een vormloze wolk wachten op de stem van God. Hij ging wachten, terwijl hij van alles te doen had. De onrust onder zijn mensen was groot. Hij zou naar beneden moeten gaan om daar dingen te doen, maar hij deed niets. Hij wachtte. Hij was banger voor werk dan voor nietsdoen. Werk – daar komt meer ellende van dan van nietsdoen.

Nu klinken dergelijke geluiden ouderwets, want we zijn, net als kennelijk de tijdgenoten van Lafargue, in de ban geraakt van de ‘canonisering’ van arbeid. Arbeid is het normale. Arbeid moet. Wie werkt, hoort erbij. Wie niet werkt, hoort er niet bij. Dat gaat over politiek, want politiek gaat altijd over de vraag wie er wel en wie er niet bij hoort. Dat gaat ook over moraliteit. Er moet iets mis zijn met iemand die niet werkt. Zoiets raakt bijvoorbeeld bijstandtrekkers bijzonder hard. Met hen moet iets mis zijn. Dat heeft bijvoorbeeld onze minister-president, Mark Rutte, altijd al gedacht. In 2006, twaalf jaar geleden toen hij nog geen minister-president was, proclameerde hij het volgende:
 
"We sleuren iedereen de arbeidsmarkt op. Om te beginnen krijgen jongeren tot 27 jaar géén bijstand meer. Uiterlijk over vier jaar sluiten we de bijstandswet voor iedereen die niet arbeidsongeschikt is, want dan is er letterlijk werk voor iedereen."
 
Meer dan tien jaar later, in het praatprogramma met van Pauw en Jinek dat begin 2017 werd uitgezonden, stelt hij nog steeds dat mensen die “in een uitkering zitten … allemaal problemen hebben” en bepleit hij dat vakantiegeld voor bijstandtrekkers wordt ingehouden. Onze minister-president, die er wel eens van beschuldigd is dat hij wispelturig als een kameleon is, heeft over mensen die geen werk hebben een oordeel dat als een constante echo in zijn hersenkamer rond zoemt:  wie niet werkt, is een probleemgeval en moet aangepakt worden. Ik herinner me ook nog een uitspraak dat het korten op uitkeringen goed is omdat het de mensen “harder zal laten lopen”. Hij heeft weliswaar het fatsoen afstand te nemen van de verwaten uitspraak van werkgeversvoorzitter Hans de Boer, die mensen in de bijstand ooit “labbekakkers” noemde. Ook De Boer zelf nam later afstand van zijn eigen uitspraken, maar ondertussen weten we hoe de wind in het politieke wereldje waait.

Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen zag ik VVD-posters waarop Ruttes positie naadloos werd afgebeeld: een stoere en opgestroopte overhemdsmouw die duidelijk maakt dat iedereen er tegen aan moet. Ik denk nog wel eens met een zekere weemoed aan tijden waarin ook liberalen als Molly Geertsema en later zelfs Gerrit Zalm openlijk speelden met de gedachte van een basisinkomen voor iedereen. Rutte is echter streng: de samenleving kan zich geen achterblijvers veroorloven aan wie geen eisen gesteld worden. Een harde aanpak is noodzakelijk.
 
3
 
Wat vooral ergerlijk is, is de simpele motivatietheorie die achter dergelijke opvattingen schuilgaat. Ze doet me denken aan de bekende motivatiepsycholoog en managementgoeroe Frederick Herzberg (1923-2000). In 1968 scheef deze grootheid in de organisatiepsychologie een van de meest geciteerde managementartikelen ooit: One more time. How do you motivate your employees. Dit stuk, dat in Harvard Business Review verscheen, maakt duidelijk waar het in de logica van managers en politici en motivatietheoretici allemaal om draait: mensen moeten een schop onder de kont hebben: een ‘kick in the arse’. Sedertdien is het zogenaamde KITA-management niet weg te denken onder mensen die wel baantjes hebben, zoals werkgeversvoorzitters en minister-presidenten.
Toen Herzberg in de vroege jaren zeventig een lezing gaf voor Britse topmanagers, een lezing die later werd uitgezonden door de BBC, sprak hij de volgende woorden:
 
“Als je honger hebt en ik bied je wat eten aan, dan zul je iets voor me doen. Maar wil je ook iets voor me doen. Het antwoord luidt ontkennend. Maar als je hongerig genoeg bent, zul je dan iets voor me doen? Het antwoord luidt bevestigend. Haha. Ik kan jou met andere woorden in beweging zetten en dit noem ik KITA. Dat is de eenvoudigste manier om iemand iets te laten doen, haha, geef ze een schop onder de kont.”   
 
Daarna maakt Herzberg een onderscheid tussen positieve KITA en negatieve KITA. Positieve KITA ontstaat als je mensen een beloning – laten we met het oog op huidige discussie zeggen: een basisinkomen – in het vooruitzicht stelt. Negatieve KITA als je mensen dreigt met straf – bijvoorbeeld korten op uitkeringen of het intrekken van vakantiegeld voor bijstandtrekkers. Dreigen met straf is veel beter dan het in het vooruitzicht stellen van een beloning. Waarom dat zo is, laat Herzeberg op stuitende wijze zien. Het verschil tussen positieve en negatieve KITA, legt Herzberg uit, is het verschil tussen “verleiding” en “verkrachting”. Ik citeer hem nog een keer:
 
“Het is oneindig veel slechter verleid te worden dan verkracht te worden. Want als je verkracht wordt, dan kun je dit accepteren als een negatieve gebeurtenis in je leven, maar verleid worden betekent dat je zelf deelneemt aan je ondergang. Haha, iedere vrouw, weet je, die verleid is zegt dat hij echt van mij houdt en dat ik van hem houd, snap je. En bedrijven houden echt van jou en jij van de bedrijven. Haha, mijne heren, je bent dan je maagdelijkheid kwijt.”
 
De BBC zond de door mij geciteerde passages niet uit. Er zou teveel trammelant van komen. Zelfs in de wilde jaren zeventig was dit te incorrect.  Maar Herzberg sprak deze passages wel uit en met veel vreugde. Haha! En reken maar dat zijn gehoor ervan smulde. Haha!

Nog steeds denken vooraanstaande personen in onze samenleving dat een harde aanpak beter werkt dan een zachte aanpak. Het is niets anders dan obscene KITA die voortvloeit uit wat Lafargue de ‘canonisering van arbeid’ noemde. Al deze lieden zouden met een schop in de wolk van Mozes moeten worden verplaatst: even niets doen en iets harder nadenken.
 
 

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.