Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
26-02-2018

Waarom het goed is dat de politiek niet naar het volk luistert

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Bart Verheijen

Populisten zeggen dat de democratie in gevaar komt doordat de politiek niet naar het volk luistert. Volgens de Franse denker Claude Lefort  is dat niet waar: juist het beeld van één volk dat spreekt met één stem, is een bedreiging voor de democratie. Bart Verheijen legt uit hoe Leforts denken over democratie ons een handvat kan bieden tegen nieuwe totalitaire verleidingen. 



De Franse denker Claude Lefort (1924- 2010) meende dat de democratie als politiek regime enkel te begrijpen is door deze af te zetten tegen haar historische tegenpool: het totalitarisme. Beide regimes, zo heeft de twintigste eeuw ons laten zien, zijn sterk met elkaar verbonden en de verbintenis blijft vandaag de dag nog steeds in stand. Door middel van een historische analyse van de politieke samenlevingen laat Lefort zien hoe de democratie tot stand is gekomen en wat de betekenis is van een pluralistisch en open democratisch regime.

De democratie staat altijd onder druk, zo waarschuwt Lefort. Dat komt in de eerste plaats door de democratie zelf. Anders dan vaak wordt beweerd betekent democratie niet het uitvoeren van de mening van de meerderheid. Democratie betekent voor Lefort juist een verdediging van minderheden. In een democratisch regime erkent men dat burgers op enig moment in bepaalde beslissingen altijd een minderheid zullen zijn. Daarom organiseert, institutionaliseert en verdedigt de democratie verdeeldheid in plaats deze permanent op te willen lossen. Hierdoor is ze kwetsbaar. Het totalitarisme bedreigt de democratie omdat het een nieuw idee van de onverdeelde harmonieuze samenleving introduceert dat het politieke pluralisme ziet als hinderlijk obstakel en het daarom teniet wil doen. Dit gaat gepaard met het opheffen van geïnstitutionaliseerde vrijheden, het concentreren van de macht in een sterke leider, en het afschaffen van de scheiding der machten.
 

lege plek

De democratie onderscheidt zich dus wezenlijk van het totalitarisme, en dat geldt niet alleen voor de manier waarop er een machtsverdeling optreedt. Deze vormgeving doortrekt alle vormen van het leven. De democratie kenmerkt zich door een scheiding van de domeinen van het recht, het weten en de macht (resulterend in bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging) en verbindt hieraan een pluralistisch en open idee. Burgerrechten, culturele en juridische gelijkwaardigheid, onafhankelijke rechtspraak én bescherming van minderheden vormen de wezenskenmerken van een moderne democratische staat. Dit kan alleen doordat de democratie zich organiseert rondom ‘de lege plek van de macht’. Dit is een historisch gegroeid proces. Wat impliceert deze analyse van de historische politieke samenleving nu voor de hedendaagse betekenis van de democratie als politiek regime? Wat is de rol van de onbepaaldheid en contingentie die Lefort situeert in het hart van de democratie?

De kracht van de democratie – de paradox die stelt dat de macht tegelijkertijd aan iedereen en aan niemand toebehoort – vormt tegelijkertijd een zwakte. Het gevaar van de totalitaire verleiding die deze paradox wil opheffen ligt altijd op de loer. Op verschillende plekken in zijn teksten benadrukt Lefort deze ingebakken neiging tot ontsporing van de democratie. Die neiging manifesteert zich in de roep om een sterke leider, om pasklare oplossingen voor complexe problemen en het verlangen om de oorspronkelijke verdeeldheid in de samenleving op te heffen. Hoewel Lefort in zijn teksten het woord ‘populisme’ niet vaak gebruikt, denk ik toch dat dit postdemocratische vertoog vandaag de dag in West-Europa vooral door de (rechts)populisten wordt verwoord. Hierin speelt de ware interpretatie van de ongedeelde volkswil een grote rol. Ook het vertoog van de ongedeelde samenleving als politiek ideaal wordt hierbij ingezet. Dit is de retoriek van de organische samenleving, met een duidelijk vijandsbeeld, die zich onderscheidt van een democratische ethiek.

Hierbij gaat het erom dat Lefort het totalitarisme ziet als een daadwerkelijke aanpassing van de organisatie van de macht en een mutatie van het politieke regime. Lefort zegt hierover: ‘biedt de democratie niet reeds plaats aan totalitaire instituties en totalitaire organisatie- en voorstellingswijze? Jazeker. Maar er is niettemin een verandering in de economie van de macht nodig om de totalitaire samenlevingsvorm te laten opduiken’.
 



jennende populisten

In hoeverre constitueert de vaak jennende en ontregelende politiek van het populisme een symbolische mutatie van de democratie? Los van het vulgaire vijandbeeld dat de populisten introduceren – ‘kopvoddentax’, ‘islamitisch stemvee’ – reiken de implicaties van hun politieke handelen wel degelijk verder. De lessen van Lefort over de totalitaire verleiding en de verdediging hiertegen zijn hierbij van groot belang. De democratie moet zich wapenen tegen de valkuil die stelt dat er een organische eenheid van ‘het volk’ bestaat, die identiteit ondiscutabel als ‘dé identiteit’ presenteert. Deze retoriek staat haaks op de democratische openheid. Een dergelijk vertoog is namelijk in staat om de symbolische orde van de samenleving richting het totalitarisme te trekken, om de democratische symbolische orde geweld aan te doen. Dit verloopt via in- en uitsluitingmechanismen die in de samenleving geïntroduceerd worden en waardoor de onbepaaldheid van de democratie langzaamaan weer wordt opgeheven. In het vertoog van de populisten wordt namelijk helaas vaak ook een beroep gedaan op het crisisdenken, de ondeelbare en door de elite verraden volkswil en, erger nog, een duidelijk vijandsbeeld. Aan de hand van de mythe van een onbemiddelbare volkswil (die bovendien een juiste interpretatie zou kennen in plaats van een veelheid aan interpretaties) beschuldigen de populisten de middenpartijen van kiezersverraad. Dit vertoog komt in de plaats van de acceptatie van een debat tussen gelijken. Gelijkheid betekent in het populistische vertoog dan ook geen juridische gelijkheid en gelijke toegang tot het publieke debat. Gelijkheid impliceert een letterlijke gelijkheid, in de zin van letterlijk hetzelfde zijn. Het impliceert ‘behorende tot dezelfde organische volkseenheid’, met dezelfde mond spreken en de ontkenning van afwijkende meningen.

Het willen oplossen van de huidige verdeeldheid in de samenleving door hier de mythe van de ware volkswil tegenover te plaatsen, en zo het politieke conflict te bedekken, duidt echter op een fundamentele denkfout. Deze wijze van redeneren staat namelijk haaks op de onbepaaldheid die de democratie als politiek regime representeert. De sporen van de totalitaire mutatie zijn hierin duidelijk aanwezig. Het vertoog van de populisten is niet langer democratisch, het is postdemocratisch. Hierbij wordt een onhistorisch beeld van de samenleving geschetst, waarbij het belangrijkste politieke programmapunt lijkt om te streven naar een onverdeelde, harmonieuze, oorspronkelijke samenleving. Dit gebeurt ook door de uitsluiting van oneigenlijke elementen die zich binnen de samenleving manifesteren. De voorstellen die populisten de afgelopen tijd hebben gedaan getuigen hiervan.

Het is dan ook te makkelijk om het populisme af te doen als een spontane beweging van boze burgers die hun geloof in politieke partijen zouden hebben verloren. Het populisme werkt namelijk op een specifieke manier in op de democratie. Het verdraait en muteert de betekenis van de democratie door zich te laten betoveren door de totalitaire verleiding. Het wezenlijke verschil in het politieke vertoog van de populisten ten opzichte van het democratische zit hem, zoals recentelijk ook door de Duitse politicoloog Jan-Werner Müller is betoogd, in de afwijzing van afwijkende meningen en geloofsovertuigingen, van afwijkende idealen en standpunten, kortom: het afwijzen van de pluralistische samenleving en het geïnstitutionaliseerde conflict dat dit pluralisme garandeert.
 

Weerbare democratie

Hoe kan de democratie verdedigd worden tegen haar vijanden? Op het eerste gezicht biedt het werk van Lefort vooral handvatten voor de verdediging van de radicale openheid van het politieke debat. Hij schetst de mogelijkheidsvoorwaarden van de democratie als politiek regime en bakent deze af. Het debat dat gevoerd wordt tussen alle leden van een samenleving is noodzakelijk onbepaald: de noodzakelijkheid laat zich immers niet opheffen zonder afbreuk te doen aan het democratische debat. De identiteit en invulling van het debat is permanent open: niemand is ervan uitgesloten, en niemand kan het permanent fixeren. Het lijkt dus volgens dit democratiebegrip onmogelijk om bindende ‘spelregels’ voor het democratische debat af te spreken. Zo stelt Lefort:

De democratie luidt de ervaring in van een ongrijpbare en onbeheersbare samenleving, waarin het volk zogezegd soeverein zal zijn, jazeker, maar waarin het voortdurend zijn identiteit ter discussie zal stellen, waarin die identiteit latent zal blijven ...

We kunnen stellen dat de definitie van democratie voor Lefort samenvalt met de publieke ruimte, waarin verschillende individuen verschillende standpunten verkondigen zonder dat er ooit een einde komt aan dit debat. Volgens deze opvatting zijn eerder genomen besluiten ook altijd herroepbaar. Er is dan ook geen blauwdruk voor de democratie, zoals ook filosoof Donald Loose in zijn lezing van Lefort benadrukt. Wanneer er een einde komt aan het debat, of de discussie, dan komt de democratie ten einde. De onbepaaldheid als het wezenskenmerk van de democratie is dan immers niet langer geldig. Daarom moeten we waken voor personen en partijen die de onbepaaldheid van het publieke debat willen afschaffen.

Laten we dit normatieve democratiebegrip nog verder proberen uit te werken. Op welke manier kunnen we de democratie verdedigen tegen degenen die haar willen ontwrichten? Lefort is in zijn formuleringen hierover altijd redelijk ambivalent gebleven, maar helder is dat het democratische regime te prefereren is boven alle andere politieke regimes. Ik meen dat een normatief democratiebegrip bij Lefort voor een belangrijk deel verbonden is aan zijn opvattingen van historiciteit: de geschiedenis kent geen dwingende causaliteit, geen beginpunt en geen eindpunt. De democratie is het enige politieke regime dat deze onbepaaldheid van de geschiedenis in zich opneemt, institutionaliseert en verdedigt.

Binnen een democratie hebben alle burgers het recht om rechten te hebben. Democratie institutionaliseert de maatschappelijke strijd en vormt de verstandigste vertaling van de revolutionaire leus ‘liberté, égalité, fraternité’, door een scheiding te bewerkstelligen tussen recht, macht en kennis. Door de historische onbepaaldheid is het enige wat een democratische samenleving kan uitsluiten het feit dat zij iemand zal uitsluiten. Iedereen, ongeacht afkomst, sekse en religieuze en politieke overtuiging, maakt volgens de democratische ethiek immers aanspraak op een plek in het debat. Er bestaat geen ‘oorspronkelijke afkomst’, ‘juiste religie’ of ‘ware toekomst’. Dat is het inzicht dat de democratie heeft verworven. Ruimte bieden aan pluralisme is dan de enige logische conclusie. Dit pluralisme wordt bedreigd wanneer elementen van uitsluiting in de samenleving infiltreren. Dan wordt er onmiddellijk een toekomstideaal geschapen, met een ‘waar ideaal’ en een ‘waar vaderland’, en komt de democratie onder grote druk te staan. Dit verloopt altijd, zoals Lefort in zijn analyses helder laat zien, door de uitsluiting van bepaalde personen en groepen en door het sprookje van de ware volkswil van stal te halen.
 
Men voelt aan dat in dit normatieve kader toch een paradox besloten ligt. Loopt de democratie niet tegen haar eigen grenzen aan wanneer ze positie inneemt tegen degenen die haar wensen te ontwrichten? Verraadt ze haar eigen principes van radicale openheid daarmee niet?

In een vraaggesprek met het Franse blad Le Nouvel Observateur uit 1992 sprak Lefort over het FIS (Front Islamique du Salut), dat in december 1991 een grote verkiezingswinst boekte in Algerije. Twee weken later, op 11 januari 1992, greep het leger in en benoemde een nieuwe president. Lefort veroordeelde deze interventie niet. Hoewel de democratie middels antidemocratische middelen werd beschermd, plaatste Lefort de verkiezingsoverwinning van de islamisten in een bredere politieke horizon. Hij twijfelde aan de democratische legitimiteit van het verkiezingsproces, omdat de mogelijkheidsvoorwaarden voor een eerlijke verkiezing nog niet gegeven waren. Het democratische proces vloog dus uit de bocht, omdat de verkiezingen niet aan de voorwaarden voor eerlijke stemming konden voldoen.
Lefort vatte de vraag naar de weerbaarheid van democratie hierbij als volgt samen:

'Kan de democratie degenen die haar willen vernietigen het zwijgen opleggen?’ Als de dreiging beperkt blijft tot degenen die zich hebben ingeschreven in de democratische instituties (de rechtsstaat), dan kan hier geen sprake van zijn. Dan kan het zelfs helend werken. Maar wanneer de democratie de macht doet samenballen in de handen van degenen die haar willen afschaffen, die de politieke en de individuele vrijheden willen reduceren, ‘dan is het antwoord ondubbelzinnig ja!'

Eén principe is hierbij leidend: de verdediging van de minderheidsstem. Geen enkele meerderheidsstem kan de minderheidsstem tenietdoen zonder daarmee de democratische principes te schenden. Een situatie waarin minderheden permanent worden uitgesloten van het publieke debat is niet langer democratisch te noemen. Het Algerijnse FIS was open in de theocratisch-totalitaire uitgangspunten: het gaf bijvoorbeeld toe de vrije verkiezingen te willen afschaffen zodra het zou zijn doorgedrongen tot de macht.

Ter aanvulling: Lefort noemde in een andere tekst uit hetzelfde jaar de Islamitische Republiek Iran als voorbeeld van een regime dat op een dergelijke wijze – niet de mensenrechten constitueren de politieke orde, maar een eenduidig mensbeeld dat is onderworpen aan God – de fundamentele democratische principes verwierp.

In hetzelfde interview gaf Lefort een verdere specificatie van de verdediging van de democratie. Democratie draait niet alleen om het faciliteren van meerderheidsbesluiten, maar vooral ook om de acceptatie van pluraliteit van meningen en opvattingen en de naleving van de mensenrechten. Want, zo stelde hij, ook refererend aan het Front National van Le Pen: de mening van de meerderheid is, anders dan men vaak beweert, geen criterium om het democratische gehalte van een samenleving te beoordelen. De democratie accepteert de pluraliteit van belangen en idealen en het respect voor mensenrechten. Geen enkele meerderheid kan zijn wil opleggen aan de hele bevolking. Dat is een constitutief principe van de democratie, en dit zijn de principes op basis waarvan ze zich moet verdedigen. Het is een verdediging die verloopt via een omarming van de mensenrechten en de daaruit voortkomende historische onbepaaldheid van onze politieke samenleving.
 
Dit is een bewerkt fragment uit het onlangs verschenen boek ‘De strijd om de democratie. Essays over democratische zelfverdediging’ redactie: Afshin Ellian, Gelijn Molier en Bastiaan Rijpkema (uitgeverij: Boom)
Het bewerkte hoofdstuk is van Bart Verheijen: ‘Onbepaaldheid als weerbaarheid. Claude Lefort (1924-2010) over democratie, totalitarisme en pluralisme’
 

bronnen en verwijzingen in dit fragment

[1] Lefort, ‘Democratie en vertegenwoordiging’. In: Wat is politiek? Samenstelling, inleiding & vertaling Pol van de Wiel & Bart Verheijen. Amsterdam: Boom 2016, p. 116. Een deel van dit artikel, met name het stuk over de relatie tussen totalitarisme en populisme, is een bewerking van eerdere essays die ik schreef: ‘Een democratie in crisis?’ Socialisme & Democratie, vol. 67 (2010), nr. 10, pp. 45-49; en de inleiding van Pol van de Wiel en mijzelf bij de vertaling van Leforts essays: P. van de Wiel en B. Verheijen, ‘Inleiding’. In: C. Lefort, Wat is politiek? Amsterdam: Boom 2016, pp. 11-29
[2] Lefort, ‘Het vraagstuk van de democratie’, Wat is politiek?,  p. 99.
[3] J.-W. Müller, What is populism? Philadelphia, PA: University of Pennsylvania Press, 2016.
[4] D. Loose, ‘Claude Lefort. Het politieke denken in de greep van de eigen tijd’. In: R. Devos en L. Vanmarcke (red.), De marges van de macht. Filosofie en politiek in Frankrijk 1981-1995. Leuven: Leuven University Press 1995, pp. 269-290 (p. 271).
[5] Lefort, ‘Het beeld van het lichaam en het totalitarisme’, Wat is politiek?, pp. 47.
[6] D. Loose, Democratie zonder blauwdruk. De politieke filosofie van Claude Lefort. Best: Damon 1997.
[7] Zie ook: E. van der Zweerde, ‘Mix the Balance! Democracy as a Paradoxical Process’,. In: J. Gijsenbergh, S. Hollander en T. Houwen (red.), Creative Crises of Democracy. Brussel: Presses Interuniversitaires Européennes 2012, pp. 23-46.
[8] R. Geenens, ‘Democracy, Human Rights and History. Reading Lefort’. European Journal of Political Theory, vol. 7 (2008), nr. 3, pp. 269-286 (pp. 269, 284).
[9] C. Lefort, ‘Il fallait arrêter le FIS …. Interview in Le nouvel observateur, 16 januari 1992.
[10] Lefort stelt: ‘Si une telle majorité se dessine, il revient à ceux qui ont le sens de leur responsabilité politique de la combattre’
 
Voor een compleet overzicht zie 'De strijd om de democratie. Essays over democratische zelfverdediging’; redactie: Afshin Ellian, Gelijn Molier en Bastiaan Rijpkema (uitgeverij: Boom)

 

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.