Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
22-12-2015

Waarom wij lachen

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Coen Simon
filosoof, publicist

Wanneer lachen we? Op het moment dat onze vrije wil verdwijnt en we ons lijken te gedragen als een machine die geen controle meer heeft over zijn leven, stelt Henri Bergson in Lachen. Deze klassieker is opgenomen in ons boekenpakket Levenskunst.

‘A passion which has no name’, is het enig scherpzinnige dat Hobbes in zijn twee paragrafen over de lach opmerkt. Want de lach is de uiting van een naamloos gevoel en niet het gevoel zelf. Dat het lastig is om te theoretiseren over iets dat ons zo dicht op de huid zit en waar we zelfs geen naam voor hebben blijkt wel uit de geschiedenis van de filosofie van de lach. Vrijwel iedere filosoof heeft er wel iets over geschreven, maar er zijn er maar weinigen die dat grondig hebben aangepakt, en allemaal beweren ze iets anders. Plato, Aristoteles, Montaigne, Hobbes dus, Descartes, Kant, Schopenhauer, Kierkegaard en Baudelaire waren Henri Bergson al voorgegaan toen deze Franse filosoof er in 1900 als eerste een heel boek aan wijdde – tenminste, als we het verloren gegane tweede deel van Aristoteles’ poëtica Over de komedie niet meerekenen, waarover Umberto Eco de weergaloze historische roman De naam van de roos schreef.

De gemoedstoestand die Bergson aanwijst als oorzaak van iedere lach – een plotselinge gewaarwording van ‘disharmonie’ in menselijk gedrag – is niet heel vernieuwend in vergelijking met die van veel van zijn voorgangers, maar zijn essay Het lachen. Een essay over de betekenis van het komische uit 1900 stijgt in zijn rake beschrijvingen van lachwekkende situaties ver boven zijn voorgangers uit. ‘We hoeven in een ruimte waar gedanst wordt maar onze vingers in onze oren te stoppen om de dansende mensen onmiddellijk belachelijk te doen lijken.’ Bergson ontwaart in het gewone het bijzondere. En zeker bij een onderwerp als lachen is het van het grootste belang om over het vanzelfsprekende heen te kunnen kijken. Probeert u zich maar eens bij iedere lach af te vragen waarom u lacht. Geen beginnen aan. Wel voor Bergson. Hij ziet zelfs waar de aanleidingen zich verbergen als er nog niet eens iets te lachen valt. ‘Hoe regelmatig een gezicht ook is, hoe harmonieus we vermoeden dat de trekken ook zijn en hoe soepel ook de bewegingen, nooit is het evenwicht helemaal volmaakt. Altijd kunnen we een beginnende plooi ontdekken, de aanzet tot een mogelijke grijns – kortom, een uitspringende misvorming waarin zich de grilligheid van de natuur manifesteert.’ In deze beschouwende blik blijkt Bergson over dezelfde gave te beschikken als die van de karikatuurtekenaar die hij beschrijft: ‘het vastleggen van die soms onwaarneembare beweging, haar te vergroten en voor ieders oog zichtbaar te maken.’



Wat karakteristiek is aan Bergsons hele filosofie, het verzet tegen de mechanisering van het wereldbeeld, uit zich pregnant in dit essay. De lach is bij Bergson zogezegd de natuurlijke afweerreactie op die mechanisering. En Frans – ‘zeg maar’ – Bauer is daarvan een uitgesproken voorbeeld, als hij als een robot een interviewer te woord staat. En dan zien we dat achter Bergsons analyse eigenlijk een moreel oordeel schuilgaat. In zijn ogen lacht de mens alleen maar om dit groteske mechanische gedrag omdat we ons ertegen willen verzetten. Hij ziet het als een reactie van de maatschappij op verstarring. Een ingeslapen maatschappij of een monomaan individu wordt erdoor wakker geschud. De lach heeft een sociale functie.

Deze sociale functie werkt alleen, benadrukt Bergson, doordat er ook kwalijke kanten aan de lach zitten. Omdat de lach geen ‘daad van nadenken’ is, maar een ‘door een heel uitgebreide ervaring met het maatschappelijke leven in ons geïnstalleerd mechanisme’, treft de lach niet altijd zijn doel. Dat is jammer, maar niets meer dan collateral damage. Het andere venijn dat Bergson in de sociale functie van de lach ontwaart is de vernedering. De corrigerende werking van het lachen kan namelijk alleen tot stand komen wanneer het lachen vernedert. ‘Het lachen zou zijn doel missen als dit in het teken zou staan van medeleven en goedmoedigheid.’ Dus mocht u zich eens ongemakkelijk superieur voelen bij de zo populaire lachwekkende filmpjes die steeds meer televisieprogramma’s gebruiken om de kijker vast te houden, zoals het Bauer-filmpje bij DWDD, de dagelijks zapservice van Pauw & Witteman of natuurlijk het door Bauer gepresenteerde Bananasplit, wees gerust: de vernedering dient een hoger moreel doel. We lachen om de maatschappij in het gareel te houden.

Dit is een ingekorte versie van een artikel dat eerder verscheen in 2010: 'Waarom wij lachen' (volledig toegankelijk voor leden).

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.