De eeuwige wederkeer van

de ziel en het sadisme

keizer ziel brein swaab heidegger hermans

klik om een oordeel te geven!
Ik was gisteren bij een interessante discussie met Bert Keizer, auteur van het essay van de Maand van de Filosofie Waar blijft de ziel. In dat essay bindt Keizer het gevecht aan met neurologen als Dick Swaab. Zogeheten reductionisten, die menen dat ons geestelijk leven  geheel samenvalt met breinactiviteit (‘wij zijn ons brein’). Keizer laat zien hoe die positie al op tamelijk elementair niveau tot tal van problemen leidt.  Bijvoorbeeld: natuurlijk is er een direct verband tussen zintuiglijke waarneming en hersenactiviteit.  Maar zegt dat iets over de subjectieve, ‘geestelijke’  ervaring van de kleur rood?  Is een hersenscan, gemaakt terwijl ik rood waarneem - en waarop ongetwijfeld een bepaalde activiteit zichtbaar is – ‘hetzelfde’ als die ervaring? Dat is toch heel moeilijk vol te houden.
Hoewel Keizer dus kritiek heeft op het reductionisme, weigert hij zoiets aan te nemen als een onstoffelijke en onsterfelijke ‘ziel’.  Hij wil vooral aantonen dat een uitspraak als ‘wij zijn ons brein’ tot tal van taalproblemen leidt. Voor de rest  is er wat hem betreft er geen verschil tussen  bewustzijn, geest of ziel.  Maar is dat echt zo? En is filosoferen over de ziel  echt achterhaald, zoals de onze jonge, nieuwe blogger Jeroen Hopster stelt? Ik denk het niet.

Ik denk dat Keizer gelijk heeft dat er een essentieel verschil is tussen een hersenscan en de ervaring  van de kleur rood. Maar evengoed is er een essentieel verschil tussen een subjectieve ervaring, en wat ik nu maar even – verwijzend naar de filosoof Gerard Visser – een individuerende ervaring noem.  Ervaringen die mij als persoon aan gaan, die te maken hebben met ‘hoe ik in het leven sta’, die voor mij een bijzondere betekenis hebben.
Een ervaring van de kleur rood is subjectief,  en daarom ook zo moeilijk te delen. Leg een ander maar eens uit wat er door je heen gaat als je een kleur ziet. Toch hoeft een zintuiglijke ervaring mij als persoon niet per se aan te gaan. Gelukkig maar, het leven zou ondraaglijk zijn. Daarnaast zijn er ervaringen of momenten die voor mij een bijzondere betekenis hebben. Dat kan de dood van een naaste zijn, een verliefdheid, de keuze voor een studie, een roman, een herinnering – er zijn talloze momenten die bepalend zijn voor wie we zijn, of waar we voor staan. Filosofen spreken ook wel van existentiële  ervaringen – momenten die betekenisvol zijn voor een manier van bestaan. En hoewel we tot zekere hoogte die betekenis kunnen delen, gaat het hier altijd om een individueel bestaan. Tenslotte heeft eenieder zijn eigen leven te leiden.

Nu verwijst het woord ‘ziel’ naar een oude wereld, de wereld van het christendom. Maar we kunnen die christelijke ziel ook zien als een metafoor voor een menselijke ervaring, die niet is verdwenen met het tanende geloof.  Namelijk de ervaring dat ik betekenis moet geven aan dit leven. Een metafoor die overigens nog steeds werkt; als iemand zegt dat een opmerking ‘door zijn ziel sneed’, dan weten we nog precies wat hij bedoelt.  Het gaat hier om zo’n individuerende of existentiële ervaring.  Moeilijk exact na te voelen,  maar we begrijpen hoe diep het zit.

Nu kan je zeggen: zo’n ervaring is een illusie, niets anders dan een effect van  een bepaalde hersenactiviteit. Dat zal best, maar dat zegt nog helemaal niets over de betekenis ervan. Ik zou het zelfs willen omdraaien.  Waarom vinden wij een uitspraak als ‘wij zijn ons brein’ fascinerend,  soms zelfs provocerend? Omdat wij weet hebben van wat het is mens te zijn, omdat we altijd al werden geconfronteerd met de vraag wat de zin of betekenis van ons leven is; alleen tegen die achtergrond raakt de uitspraak ons.  Dus zelfs als we existentiële ervaringen beschouwen als een effect, dan nog kleuren zij bij voorbaat of en hoe we worden geraakt door zo’n uitspraak. Als we ervan overtuigd zouden zijn – als dat mogelijk is – dat het leven een opeenvolging is van causale processen, en al het persoonlijke slechts een effect of illusie, dan zou een uitspraak ‘u bent uw brein’ ons helemaal niets te zeggen hebben. Overigens mag dat een geruststelling zijn voor Swaab, want in dat geval zou hij ook niet zo veel boeken verkopen.

Vergelijk het met rouwen. Het is in theorie en deels in praktijk heel wel mogelijk om aan iemand die een geliefde is verloren, uit te leggen welke psychische en fysische fasen hij gaat doorlopen. We kunnen rouwverwerking verklaren aan de hand van causaliteit. Misschien door een opeenvolgende veranderingen in de hormoonhuishouding, of emoties (‘ongeloof, woede, verdriet, acceptatie’); misschien is het wel te demonstreren met hersenscans. Maar dat zegt nog niets over verlies aan betekenis, als een naaste uit het leven wordt weggerukt. Alles daarna – ook alle goede bedoelingen en opmerkingen van een psycholoog of neuroloog – staat in het teken van dat verlies.  En niet andersom. Keizer vertelde me overigens dat bij het vaststellen van de nieuwe DSM – het handboek voor diagnose van psychische aandoening – serieus stemmen opgingen om ook rouw als een geestesziekte te beschouwen.  Met bijhorende medicatie. Dat zou ontkennen dat de mens een  existentieel wezen is.  Psychologisering van de rouw ontkent de bijzondere betekenis (of verlies aan betekenis) die een verlies voor mij heeft – ook al zou medicatie de pijn wegnemen of onderdrukken.  Hier past de uitspraak van de Duitse filosoof Martin Heidegger: ‘wetenschap denkt niet’. 

Toch moeten we eerlijk zijn. Ik stel dat een reductionistisch of materialistisch wereldbeeld (‘wij zijn ons brein’) slechts betekenis krijgt, omdat we al weet hebben van wat het is om mens te zijn. Dat is niet hetzelfde als zeggen dat we ‘dus’ uiteindelijk meer zijn dan ons brein. Het materialistisch wereldbeeld gaat ons aan, en niet voor niets. De moderne mens moet leven in een koud, materialistisch en zielloos universum, en tegelijkertijd kan hij daar bij voorbaat al niet mee leven. Om WF Hermans te parafraseren: het is een sadistisch universum.  Daar begint in deze moderne wereld het nadenken over de ziel.

Reacties

In reactie op Marieke Koelmans: Ik weet niet zo zeker of het even grasduinen in de wetenschappelijke literatuur op het grensvlak van lichaam en geest verhelderend kan zijn: ik heb ooit ergens gelezen dat het hierbij maar net gaat waar je naar op zoek bent, dus als je al grasduinend op zoek bent naar bijvoorbeeld een roze olifant zie je gaandeweg een roze olifant die je dan gevonden hebt, maar misschien is dit niet zo.

Theo Benschop op 06-05-2012 om 09:07

In reactie op Stefan Noppen en Leon Heuts:
Er is geen kabeltje nodig om de 'flow van het brein' op andere breinen over te brengen. Telepathie wordt steeds normaler. Het is een kwestie van frequenties. Je eigen beiing staat meer of minder open voor de frequenties van bijvoorbeeld Bach al naar gelang je eigen energiebalans. Met wat of wie resoneer je gemakkelijkst? Verliefd zijn of rouwverwerking opvatten in termen van een goede match tussen twee energieën. Je bent letterlijk geamputeerd als je rouwt en moet het betreffende deel van je eigen energie-mal (dat je relationeel op de ander geprojecteerd had) opnieuw gaan vormgeven. Werken met energie, lichaamswerk doen of even grasduinen in de wetenschappelijke literatuur op het grensvlak van lichaam en geest, kunnen verhelderend zijn. Lees bijvoorbeeld Judith Anodea (psychologe), of lees over ziek zijn bij de arts Christel Page. Of van fysicus Stephan Wollinsky: 'Kwantumbewustzijn'.
Hoe de flow van het brein heden ten dage tussen verschillende zielen kan worden overgebracht zonder kabeltje (ofwel energie ervaren), kan in een workshop Touch of Matrix (zie touchofmatrix.nl). Of google even op Quantumtouch.nl en zie wat daar al jaren gebeurt. Daar is niets zweverigs aan. Het is tijd om uit te zoomen en de kennis vanuit verschillende disciplines bijeen te brengen, net zo als de Big History Association omwille van het milieu dat poogt te doen. Er is zoveel wetenschap wat op de een of andere manier buiten het debat gehouden wordt. De westerse en oosterse zienswijzen kunnen in 2012 echt geïntegreerd worden. Het zal de wereld ten goede komen, zeker in deze mondiale economische en politieke chaos.
Over de ziel valt veel meer wetenschappelijks te zeggen dan wat door de filosofen van de filosofienacht wordt herhaald. Een teleurstellende avond, waarbij sowieso meer kaarten waren verkocht dan er capaciteit was. Zo was er bijvoorbeeld te weinig plaats bij het interview met Jan Bor over Oosterse filosofie. Maf toch, als je 43,- euro toegang betaalt. Echte opponenten van het materialistische wereldbeeld heb ik in de fora niet gezien en helaas was met de zaal in discussie gaan niet toegestaan. O, wat was men het toch met elkaar eens dat we in een zogenaamd zielloze wereld zouden leven. Welke spreker van de filosofienacht heeft de moed om zich buiten de vandaag academisch gangbare denkbeelden (als van Swaab) te verdiepen? Mainstream ideeën loslaten hoeft nog niet eens, als er maar een open blik blijft bestaan om iets ruimers naast het wij zijn onsbrein te zien. Wie gaat de bovengenoemde opponenten lezen? En De Zweedse fysisch bioloog Calleman erbij? Ik ben benieuwd naar de reacties en het erop volgend debat.

Marieke Koelmans op 05-05-2012 om 09:07

Ik vind het een mooi artikel waarin menselijke ervaringen op het gebied van de menselijke existentie op vakkundige wijze is verwoord, maar sinds ik een artikel gelezen heb over een wetenschapper waar ik helaas de naam niet van heb genoteerd, het is mogelijk dat dit de wetenschapper Daniel Kahneman was, die betoogde dat het precies andersom is, de mens wordt niet vanuit zijn brein met 100 miljard hersencellen “bestuurd”, maar vanuit zijn lichaam, waar de vele sensoren zitten die constant signalen naar het onontgonnen gebied van het brein, zeg maar de opvolger van het religieus beladen woord “ziel” of ook in de scheiding van lichaam en geest, “geest” genoemd, sturen, zodat er geen kennis op de wereld bestaat waarin hetgeen wat deze sensoren over het lichaam waarnemen, zeg maar existentiële ervaring of “gevoel” van deze sensoren, geen rol speelt, zodat op het eerste gezicht gesteld kan worden dat er op het ogenblik met het hersenonderzoek t.a.v. het onontgonnen brein van de in heldere taal met mensen communicerende hersenonderzoeker Schwaab helemaal geen achterhaalde “de aarde is plat” eureka toestanden met bijbehorende heftige discussies, boeken en tijdschriften van al dan niet religieus georiënteerde deskundigen zich voordoet, maar dit gewoon een deelonderzoek is wat niet verkeerd kan zijn en waar ook niemand wakker over hoeft te liggen, maar dat de mensen daarentegen juist blij zouden moeten zijn dat dit deelonderzoek door wetenschappers gedaan wordt, zodat het tevens niet verkeerd hoeft te zijn dat menselijke filosofen zich hierbij in een soort kip en ei theorie, wat was er eerder, de sensor of de hersencel, focussen op de niet door lichaam en geest gescheiden mens met al zijn of haar met elkaar op de een of andere manier communicerende hersencellen en sensoren of sensoren en hersencellen.

Theo Benschop op 10-04-2012 om 09:07

Dick Swaab zal dan misschien niet geloven in een ziel als klassiek concept, maar zal dan toch wel op een of andere manier bezield zijn of gepassioneerd om breinen te bestuderen. Als Dick Swaab zijn eigen hersenen zou kunnen onderzoeken, zal hij dan ergens die bezieling of passie kunnen vinden in zijn brein? Ik heb sterke twijfels. Hij zal ten hoogste wat samenhang kunnen aantonen met bepaalde ‘kronkels’ en impulsen in zijn brein of een of andere neurotransmitter en receptoren. Maar waren die er al wel van in het begin of is zijn brein zo geworden? Niet alle geesteskenmerken hoeven een eenduidige correlatie te hebben in het brein. Toch meen ik dat zijn passie en bezieling om breinen te onderzoeken wel een of andere student heeft aangezet of beïnvloedt om breinen verder en dieper te onderzoeken. Waarom hebben leerlingen liever een enthousiaste leerkracht die zijn vak kent, dan een zeer professionele techneut. Kennisoverdracht gebeurt niet louter met woorden, boekjes en didactische technieken en overdracht van ervaring. De persoonlijkheid van de leerkracht is minstens zo belangrijk als zijn professionaliteit. Bezieling werkt aanstekelijk. Het helpt de overdracht van kennis faciliteren. There must be some ‘ flow’. Maar waar vind je flow in het brein? En hoe breng je zoiets over op andere breinen? Alvast niet alleen door breinen te verbinden met een ‘kabeltje’, hoewel in de toekomst zo’n technologische oplossing wel eens mogelijk wordt. Men probeert nu al visuele prikkels van het brein om te zetten in herkenbare beelden aan de hand van de elektrische impulsen in het brein te vertalen naar een beeldscherm. Zo zal het best kunnen dat je in de toekomst iemands gedachten kan zichtbaar maken. Bezieling en zielen als gedachtestromen die kunnen doorgegeven worden aan andere mensen als het originele brein is gestorven. Tja, dan is er nog altijd leven na de dood, ook al is er geen hemel of hel. Het hiernamaals zou wel eens veel concreter en meer meetbaar worden. Stel je even voor dat je via een helm op je hoofd of een bijzondere kabel naar je hersenen, kan beleven wat een overleden persoon heeft beleefd of gedacht. Nu gaat veel herseninformatie verloren als men sterft. Slechts dat wat je hebt doorverteld, hebt aangeleerd aan anderen of hebt vastgelegd via allerlei media kan je doen herleven. Zo kan Elvis best gestorven zijn, maar een stukje van zijn ‘ziel’ kan je nog altijd beluisteren via zijn muziek. En Bach kan nog menig mens in vervoering brengen. De ziel van Bach is nog steeds tastbaar en hoorbaar onder de vorm van zijn muziek. Een stukje van de ziel van Bach dwaalt nog in de wereld van vandaag op aarde. De hemel: dat is de aarde van de toekomst voor de hedendaagse mens of en de hedendaagse aarde voor de vele mensen die in het verleden zijn gestorven en een stukje van zich hebben nagelaten, al was het maar een onbeduidend stukje genetisch materiaal. De hel bestaat ook alleen op aarde. De dood is vaak de enige manier om mensen te verlossen van de hel op aarde. Liever geen leven dan een hels leven. Enkel wie een goed leven heeft gehad, zal wensen verder te blijven leven na de dood. Kan het dan niet echt, onder de vorm van een klassieke onsterfelijke ziel die ergens ronddwaalt of in de hemel , dan toch als herinnering of verwezenlijking ‘spoor’ of fossiel op aarde of in menig hersenpan van wie nu leeft.

Noppen Stefan op 09-04-2012 om 09:07

Beste Leon, ik zie het heel simpel: de heer Swaab vergeet dat er zoiets is als fantasie, beter gezegd verbeelding. Als ik nu aan een mus denk, kan ik het beeld van een mus voor mijn geest halen en de heer Swaab als hij dit leest. Maar ik weet zeker dat op het moment dat ik dit schrijf, hij niet aan een mus denkt.
Met andere woorden, het feit dat de mens zich dingen kan verbeelden maakt hem of haar uniek en dat staat m.i. los van het feit dat hersenen in staat zijn ons gedrag te bepalen.
Als empirist vind ik het boek van de heer Swaab lezenswaardig en interessant. Het brengt ons m.i. weer een stukje verder in het begrijpen van de mens, maar in tegenstelling tot de discussie die erover plaatsvindt, zou ik de gedachten van de heer Swaab omarmen als een aardig stukje medisch-technisch vernuft waarbij we volgens mij nog aan het begin van allerlei ontwikkelingen staan, maar buiten kijf staat voor mij dat de verbeelding waartoe de mens in staat is, niet gerekend kan worden tot "wij zijn ons brein". Als voorbeeld kan bijvoorbeeld de schilderijen van Dali worden genoemd, die uitgaan van bestaande wezens maar die in een absudistisch kader zijn geplaatst (zoals bijvoorbeeld vliegende tijgers).

JHAM van der Linden op 09-04-2012 om 09:07

Leon, je stuk sluit goed aan bij mijn (ook heel praktische) boek over zwangerschap dat over een paar weken in de boekhandel ligt. 'Welkom op aarde!' heet het - ook een provocerende titel want het suggereert dat er meer is dan aarde. Dat is tegen het zere been van hedendaagse wetenschappers zoals de alom aangehaalde Swaab. De vraag is echter hoe hedendaags die is. Is zijn denken niet juist ouderwets, twintigste eeuws? Het materialisme kwam een eeuw geleden voort uit de belofte van de techniek. Het was een tijd waarin mensen zich, door de filosofie gesteund, uit de boeien van de kerken bevrijdden. De DNA-theorie van Cricks is niet uitsluitend wetenschappelijk gemotiveerd. Het lijkt er nu op dat met het wijwater vorige eeuw ook het kind is weggegooid.

Daar sta je anno nu als zwangere met een baby in je buik. Je kind heeft dankzij de enorme technologische vooruitgang betere overlevingskansen dan ooit, maar overleven waartoe? Niet meer om de ouders op hun oude dag te verzorgen. Niet meer om een zinvol leven te leiden. Het kind is volgens de wetenschapsbijlage van de krant slechts product van zinloos DNA. En als het kind besluit zijn leven zin te géven, wordt cynisch opgemerkt dat het hier achteraf verhalen van zijn 'kwebbeldoos' betreft.

Er zijn gelukkig genoeg grote wetenschappers die deze visie tegenspreken. Nee, we handelen inderdaad slechts zelden bewust, maar dat betekent nog niet dat er geen vrije wil is, zo betoogt Noam Chomsky. Einstein, Sheldrake, Prigogine, Bohm, Bell en vele anderen leggen uit hoe ongelooflijk al het leven op aarde verweven is. Hoe bewustzijn en materie verschillende kanten van dezelfde medaille zijn. Deze mensen hoor je niet zeggen dat we slechts materie zijn. In tegendeel: ze zijn niet vies van woorden als mysterie, relatie, inspiratie. Neuroloog Varela zegt dat het erom gaat ons onderbewuste en bewuste te verenigen. Is het spanningsveld daartussen niet wat wij onze ziel noemen? Het meest menselijke dat er is?

Spinoza zou dit nieuwe denken, waarin de eenheid van materie en geest centraal staat, beschaafd toejuichen, stel ik me zo voor. Van meer directe waarde is dit denken voor aanstaande ouders, want een hoopvolle levensvisie als alternatief naast het 'sadistisch universum' is wel zo fijn als je moet bevallen, daarna maandenlang een slaaptekort hebt en een forse portie van je maandsalaris aan de creche uitgeeft. Vandaar mijn boek.
Voor ouders is het een geruststellende gedachte dat de embryo op de foto van de echo er later naar zal wijzen en zal zeggen: 'dat was ik' terwijl er op dat moment nog geen brein in zijn of haar lichaam aanwezig was...

Erika Gradenwitz-Koehler op 06-04-2012 om 09:07

Gisteren sprak ik met Coen Simon, die in ‘En toen wisten we alles’ een overtuigend pleidooi geeft tegen de verwetenschappelijking van de samenleving. Daarin bekritiseert hij niet de wetenschap zelf, maar het feit dat wij de wereld slechts nog door een wetenschappelijke bril verstaan, terwijl wij ons eigen niveau van begrip – het niveau van ‘geest’, ‘beleving’, ‘gevoel’ en ‘gedrag’ – veronachtzamen. Die kritiek is terecht en treft bijvoorbeeld Victor Lamme, die de suggestie wekt dat we de vrije wil kunnen elimineren door onze blik slechts op het verklaringsniveau van de hersenen te richten.
De positie van Swaab is subtieler: zijn betoog is geen ontkenning (‘De Vrije Wil Bestaat Niet’), maar een identificatie (Wij = Ons Brein) van het overstijgende wij-niveau met het onderliggende brein-niveau. Swaab ontkent niet dat wij over gevoelens, sensaties en ervaringen – kortom, een geestelijk leven – beschikken, maar probeert die geest in verband te brengen met de werking van het brein. Dat is een mooi streven, en een gedeeltelijk succes: het brein heeft enerzijds een grote, en vaak direct aanwijsbare invloed op de geest, maar tegelijkertijd is de ontwikkeling van de geest zo sterk gekleurd door invloeden vanuit onze culturele omgeving, dat de zeggingskracht van de geest-brein identificatie toch beperkt blijft.
Tot zover discussie 1, waarover wij het geloof ik eens zijn.
Discussie 2 is het thema van de Maand van de Filosofie. Dat thema luidt niet ‘het brein’ of ‘de geest’, maar ‘de ziel’. De ziel is, in het licht van discussie 1, een onzinnig begrip: er bestaat niet zoiets als een onstoffelijk of onsterfelijk deel van de mens, of een levensadem die een vleugje magie geeft aan ons bestaan. Alleen al vanwege de uitgesproken onwetenschappelijke bijklank van het begrip ‘ziel’ is het onhandig dat Bert Keizer, deze maand boegbeeld van de filosofie, de discussie aangaat met wetenschapper Dick Swaab. Swaab voert namelijk discussie 1, en in discussie 1 is de notie ‘ziel’ totaal niet op zijn plaats.
In discussie 2 gaat het over het fenomenologische, literaire, of existentiële duiden van de wereld – de individuerende ervaring zoals die naar voren komt in jouw blog, of zoals Simone van Saarloos die beschrijft. Die discussie is beslist niet minder belangrijk dan discussie 1, maar heeft er gewoonweg niets mee te maken. Natuurlijk kunnen we een existentiële ziel verdedigen, als ‘metafoor voor de menselijke ervaring’. Ook daar ben ik trouwens niet zo’n voorstander van, vooral omdat het woordje ‘ziel’ zo snel wordt geassocieerd met religie en spiritualiteit – zie de reactie onderaan Simons blog. Volgens mij kunnen we hetzelfde existentiële verhaal vertellen met minder beladen begrippen – denk aan ‘zelf’, ‘ik’, of ‘mens’.
Het probleem is dat de Maand van de Filosofie discussie 1 en 2 met elkaar verknoopt, terwijl deze discussies geen raakvlak hebben. Dat Bert Keizer ziel2 probeert te verdedigen in discussie1… puur sadisme.

Jeroen Hopster op 06-04-2012 om 09:07