Gelukkige minuten

De zwangere man

Marco Polo, couvade, René de Obaldia

klik om een oordeel te geven!
Omstreeks 1300 vermeldt Marco Polo in het beroemde verslag van zijn reis naar China een eigenaardigheid van de bewoners van de provincie Jinxi: wanneer een vrouw er een kind heeft gebaard, is het haar man die veertig dagen in bed blijft liggen. Sindsdien hebben antropologen dergelijke riten bij volkeren over de hele wereld beschreven. De vader rolt kermend heen en weer, de uitputting nabij, terwijl het bezoek zich rond zijn bed verzamelt en de kersverse moeder hem bedient. Couvade wordt deze rite genoemd; de achterliggende gedachte zou zijn dat de man zo de aandacht van boze geesten afleidt van de vrouw en de kwetsbare pasgeborene. De term wordt ook gebruikt voor het psychosomatisch verschijnsel waarbij aanstaande vaders lijden aan overduidelijke symptomen zoals gewichtstoename, misselijkheid, rugpijn en een hunkering naar zure bommen. Daaraan zouden verschillende emoties ten grondslag kunnen liggen: empathie met de aanstaande moeder, schuldgevoel haar bezwangerd te hebben, afgunst vanwege haar levenschenkend vermogen. Je kunt in ieder geval zeggen dat de gezegende toestand van zijn vrouw zo’n man met gemengde gevoelens vervult.

In de uit 1956 daterende korte roman De Graf Zeppelin of De lijdensweg van Émile van de Franse schrijver René de Obaldia (1918) breekt het zweet Émile uit wanneer zijn vrouw begint op te zwellen. Die heteluchtballon in bed drukt hem steeds dichter tegen de muur aan; hij vreest als een vlieg geplet te worden tegen het bloemetjesbehang. Na de bevalling wordt het er niet beter op. De zuigeling krijst ‘met een klank die het midden hield tussen een Siamese kat en roestige messen die in het maanlicht geslepen worden’. Terwijl moeder en kind naar het platteland gaan om aan te sterken, kruipt Émile in bed, waar hij wekenlang geteisterd wordt door angstvisioenen. Hij is een onbeduidend man, de vrijwel onzichtbare employé van een verzekeringskantoor, zwaar bijziend, en tot overmaat van ramp interesseert hij zich voor filosofie. Hij voelt zich verdrongen door zijn nakomeling, voortaan zal hij totaal overbodig zijn. Zijn vrouw heeft de lichamelijke pijn van het baren moeten verduren, maar ‘het [is] de man gegeven om de metafysische pijn te dragen. Van deze laatste pijn geneest men of wordt men gek.’ Émile doet het laatste, in een bizarre, dolkomische vertelling van een briljant stilist. Obaldia stelt niet alleen vaderschap, maar mannelijkheid in het algemeen als iets bijzonder sufs voor, tegenover vrouwen die al opbollend tot ‘koningin van de schepping’ worden gekroond. Het mannetje van de bidsprinkhaan, die terwijl hij bezig is zijn schone taak te vervullen al door het vrouwtje wordt opgepeuzeld, is eigenlijk nog goed af. 
 
René de Obaldia, De Graf Zeppelin of De lijdensweg van Émile
Uit het Frans vertaald door Mirjam de Veth. Coppens & Frenks. 115 pagina’s, 22 euro.
 
 
 
 

Reacties