Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
07-09-2018

Weekendlijstje: Robots in de filosofie

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Nina Tesselaar

Robots gaan er steeds meer uitzien als mensen. Zou er ooit een moment komen waarop we ze niet meer kunnen onderscheiden van onszelf? Veel filosofen buigen zich over de implicaties van geavanceerde kunstmatige intelligentie. Daarom in dit weekendlijstje: robots in de filosofie.

1. Donna Haraway: A Cyborg Manifesto

Een cybergenetisch organisme, afgekort als cyborg, is een samensmelting tussen mens en machine. We zien ze vaak in sciencefictionfilms, bijvoorbeeld in Blade Runner 2049, waar cyborgs en ‘gewone’ mensen naast elkaar leven. In A Cyborg Manifesto (1985) gebruikt bioloog en filosoof Donna Haraway de cyborg als metafoor om aan te tonen dat de rigide scheidslijnen tussen mens en machine, maar ook tussen mens en dier, niet bestaan. Haraway heeft altijd een grote fascinatie voor de relatie tussen mens en natuur gehad. Haar filosofische werk staat bol van metaforen en is zeer geëngageerd.

In het manifest schrijft ze: ‘Onze tijd, het einde van de twintigste eeuw, is een mythische tijd: we zijn allemaal hersenschimmen, getheoretiseerde en gefabriceerde hybriden van machine en organisme’. Dertig jaar later is de versmelting tussen mens en machine alleen maar toegenomen: denk aan robothanden, pacemakers, maar ook gewoon onze mobiele telefoons. We zijn volgens Haraway dus niet langer ‘alleen maar’ mens. Als we ons dit realiseren kunnen we ook met een andere blik gaan nadenken over andere bestaande dichotomieën, zoals het onderscheid tussen mens en dier, geest en lichaam, en bovenal die tussen man en vrouw. A Cyborg Manifesto is dan ook een pleidooi voor het vervagen van grenzen. Het biedt een inzicht dat we meer dan dertig jaar later nog steeds goed kunnen gebruiken.

Leden kunnen hier meer lezen over Donna Haraway.

2. Alan Turing: Can machines think?

Kunnen machines denken? Deze vraag stelde de briljante wiskundige Alan Turing in zijn Computing Machinery and Intelligence (1950). Maar Turing wilde niet filosoferen over de aard van machines en denken. In plaats daarvan bedacht hij de imitation game, wat tegenwoordig ook de ‘turingtest’ wordt genoemd. Dit is een spel met drie spelers, waarbij de eerste speler moet bepalen wie van de andere spelers een computer is. Als de eerste speler het fout heeft, dan kan men volgens Turing zeggen dat de computer even intelligent is als de mens. Dit lijkt misschien een te eenvoudige manier om stellen dat machines kunnen denken, maar voor Turing was het menselijke bewustzijn niet heel bijzonder: hij was gefascineerd door de mogelijke rekenkundige basis van het menselijk denken. Toch was Turing te optimistisch over de toekomst van machines. Hij voorspelde namelijk dat machines vóór het jaar 2000 zouden slagen voor de turingtest, iets wat tot op de dag van vandaag nog niet is gelukt. Het is een kwestie van tijd totdat een computer of robot slaagt, maar de vraag blijft of de turingtest echt kan aantonen of machines kunnen denken.



Meer lezen over Turing kan hier en hier.
Wil je weten of de turingtest al is voltooid? Er bestaat zelfs een site voor de turingtest.

3. John Searle: De Chinese kamer

Machines kunnen niet ‘denken’, stelde de taalfilosoof John Searle. Zijn beroemde ‘Chinese kamer’ gedachte-experiment wordt beschouwd als een belangrijk argument tegen de turingtest en tegen het functionalisme. Het functionalisme is een stroming binnen de filosofie van de geest die stelt dat ons brein werkt als een computerprogramma. Het gedachte-experiment gaat als volgt:
Stel, een vrouw zit in een lege kamer met alleen een pen, papier, en een computer. Ze spreekt geen Chinees, maar via een gleuf in de muur krijgt ze steeds een briefje met Chinese tekens die ze moet vertalen. Het computerprogramma vertelt haar precies hoe ze op deze tekens moet reageren, maar zonder uit te leggen waarom. Ze volgt de instructies op en stuurt haar antwoord door de gleuf naar mensen buiten de kamer. De mensen buiten de kamer denken dat de vrouw Chinees spreekt, terwijl ze eigenlijk alleen maar regels opvolgt.

Het gedachte-experiment laat zien dat het lijkt alsof de vrouw Chinees begrijpt, maar dat er nergens in het proces van vertalen daadwerkelijk sprake is van begrip van de Chinese taal. De Chinese kamer staat symbool voor computerprogramma’s: ze volgen orders op, maar dit maakt de programma’s nog niet intelligent. Het functionalisme kan dus niet verklaren hoe wij dingen kunnen begrijpen. Ook bewijst de turingtest volgens Searle niet dat machines kunnen denken: het bewijst slechts dat machines het menselijke denken goed kunnen simuleren. Voor Searle geldt dit ook voor kunstmatige intelligentie. Hoe menselijk robots zich uiteindelijk ook kunnen gedragen, ze zullen nooit echt begrijpen wat ze doen.

Wil je meer weten? Leden kunnen  hier meer lezen over de Chinese kamer en over het functionalisme.

 

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.