Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service | Ledenpagina

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
28-12-2015

Ben ik mijn bloemkool?

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Trudy Dehue

Valerie Granberg onderzoekt in Diner Pensant waarmee filosofen zich voeden. Trudy Dehue vraagt zich af of zij haar bloemkool is.

Ben ik mijn bloemkool? Een ‘Hollandse’ is het in elk geval niet - al heb ik Nederlandse ouders. De bloemkool die mij tot mij zou maken is een product van veel meer dan hun eicel en zaadcel, welke zich eind april 1950 met elkaar verenigden. Er was in die week een beetje zon, wat regen en een gevoelstemperatuur van 3 tot 10 graden, leert me de website ‘weerverleden’. Wie weet heeft dat hun enthousiasme voor elkaar beïnvloed en daarmee al de kwaliteit van mijn breintje in wording.



De regen en de wind bereikten vanuit België hun woonplaats Den Bosch en vervolgens begon de hele aardbol in toenemend tempo onderdeel te worden van wie ik op dit moment ben. Onze relatieve rijkdom was voor een groot deel aan ‘de overzeese gebiedsdelen’ te danken en onze relatieve armoede aan de Tweede Wereldoorlog. We áten ook vaak bloemkool. Die groeide op kunstmest en met pesticiden uit andere landen. Als slot van de maaltijd volgde een Saroma-toetje: aangelengde poederpudding in vanille-, aardbeien-, mocca- of chocoladesmaak, in deze ijzeren opeenvolging dagelijks bereid en gegeten.

Niemand vroeg in die tijd naar de aard en herkomst van de intense kleur- en smaakstoffen die ons zo’n genoegen verschaften. Het voorbeeld van ons voedsel alleen al laat zien hoe merkwaardig het is om te zeggen dat een mens de grijzige bloemkool in haar schedel ‘is’ - of anders de bochtige paren peultjes in haar DNA. Voor zover dat klopt, is het niet interessant en voor zover het interessant is, klopt het niet. Wat ik ben is tot in hoge mate bepaald door wat ik ben geworden en dat weer door alle mee- en tegenvallers die zich in het bestaan van mijn (voor)ouders en mijzelf hebben voorgedaan. Die bepalen de kwaliteit van mijn brein en via de proteïnen in mijn lichaamscellen ook de expressie van mijn genen. Mijn hele lichaam bepaalt vervolgens weer mijn mogelijke interacties met mijn omgeving. Het betreft hier overigens niet noodzakelijk een vicieuze cirkel, want eventueel kan dit proces in een oplopende spiraal plaatsvinden. Hoe weinig plausibel en vruchtbaar het ook is om te denken dat een mens vooral haar eigen biologie is, nogal wat neurobiologische vakliteratuur verspreidt dat idee net zo hard als de populairwetenschappelijke versies ervan.

In de wetenschapsfilosofie heet dit ‘neuro-essentialisme’ en deze kritische term gaat gepaard met analyses van de negatieve consequenties ervan, op wetenschappelijk, maatschappelijk en persoonlijk vlak. Een eerste gevolg van neuro-essentialisme is een scheve verdeling van onderzoeksgelden. De speurtocht naar biotechnologische oplossingen voor problemen scoort al decennia het gemakkelijkst bij wetenschapsfinanciers. Studies van maatschappelijke ongelijkheid of milieuvervuiling kregen een air van pseudowetenschappelijkheid,
ook omdat zij niet volgens de regels van de neurobiologie uit te voeren zijn. 
Dat is een reflectie en versterking van tegenwoordig dominante denkwijzen over de wijze waarop ongewenst geachte emoties, gedachten en gedragingen moeten worden tegengegaan. Steeds meer afwijkingen van normen worden onwenselijk geacht en de maatregelen ter correctie worden in groeiende mate apolitiek. Ze zijn voornamelijk technologisch gericht op het individu dat zichzelf - al of niet met hulp van anderen - zou kunnen en moeten verbeteren. Wie zichzelf als zijn brein beziet, richt zich op eigen initiatief ook op het aanvullen van ontbrekende stofjes of het doen van hersengymnastiek.

Een individualistische en tegelijk eenzame activiteit, die de geslaagden al gauw te tevreden en de mislukkelingen te ontevreden met zichzelf maakt. Zelf heb ik soms succes en ben ik in veel opzichten een mislukkeling. In mijn streven naar een goede mate van tevredenheid lijkt het me desondanks weinig zinvol om me vooral te richten op de bloemkool in - of op - mijn hoofd.

Dit is een voorpublicatie uit het boek Diner Pensant. Waar filosofen op kauwen van Valerie Granberg


Het recept van Trudy Dehue: Gekookte bloemkool


Ingrediënten:
Een bloemkool
Water

Bereiding:
Zet het water in een pan op het vuur, doe de bloemkool
erin en kook hem tot hij gaar is.

P.S.
Trudy kookt bijna nooit, omdat haar man dat meestal
doet. Alleen is hij er heel soms niet en dan zorgt hij dat er
een bloemkool voor haar klaarligt. Ze kookt de bloemkool
en eet hem al werkend achter haar computer op.


 

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.