Home Michael Sandel: ‘Ik maak mij zorgen om de skyboxificatie’

Michael Sandel: ‘Ik maak mij zorgen om de skyboxificatie’

Door Elma Drayer op 10 juli 2012

07-2012 Filosofie magazine Lees het magazine

‘Als je op alles een prijs plakt, gaat de waarde ervan omlaag.’ Een gesprek met Harvardfilosoof Michael J. Sandel over onze ‘tijd waarin bijna alles te koop is of verkocht kan worden’.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Harvard’s rock star moralist wordt hij nogal eens genoemd – hij beaamt het met een ongemakkelijk lachje. De typering is niettemin behoorlijk raak. Michael J. Sandel, sinds 1999 hoogleraar aan Harvard, geldt als een van de populairste hedendaagse filosofen. De zalen die hij toespreekt zitten steevast stampvol, zijn recente boeken zijn in vele talen vertaald. Bovendien groeiden de YouTube-tapes van zijn collegereeks rond het thema ‘rechtvaardigheid’ uit tot wereldwijde downloadhits. Wie ze bekijkt, begrijpt meteen waarom: op socratische wijze weet Sandel ingewikkelde vraagstukken toegankelijk te maken – scherp, gevat, zonder ook maar één keer door de knieën te gaan.

Dat hij moralist is klopt al evenzeer. ‘Ik beschouw dat niet als een pejoratief’, zegt hij. ‘Tenzij ze ermee bedoelen: iemand die preken houdt. Dat doe ik niet. Maar ik wil wel de aandacht vestigen op de morele dimensies in het publieke domein. Dat vind ik ook mijn taak als politiek filosoof: mensen inspireren tot kritische reflectie op de tijd waarin we leven.’

Voor het overige heeft Sandel (1953) trouwens niets van een popster: onopvallend gekleed, tenger postuur, zachte stem. Hij is in Amsterdam voor een bliksembezoek. Gisteravond nog gaf hij een uitverkochte lezing in de Londense St. Paul’s Cathedral (‘Wat een geweldige locatie!’), vandaag is hij te gast op de Vrije Universiteit voor een symposium van CBA Academica, en morgen vliegt hij door naar Japan. Uiteraard spreekt hij overal over zijn pas verschenen boek What Money Can’t Buy ofwel Niet alles is te koop.

Daarin buigt Sandel zich over de ‘vermarkting’ van de samenleving. ‘We leven in een tijd,’ schrijft hij, ‘waarin bijna alles te koop is of verkocht kan worden. In de afgelopen drie decennia zijn markten – en marktwaarden – ons leven gaan beheersen als nooit tevoren. We zijn niet door een bewuste keuze in deze situatie verzeild geraakt. Het lijkt wel of het ons is overkomen.’ 

De triomf van de markt heeft volgens Sandel niet alleen geleid tot de financiële crisis, maar is ook hard op weg de sociale verhoudingen te infecteren. Voor de goede orde: hij is géén antikapitalist. Een markteconomie is in zijn ogen noodzakelijk om welvaart te creëren. Maar wat we nu meemaken is de geruisloze overstap van een ‘markteconomie’ naar een ‘marktsamenleving’, waarin niet alleen producten, maar ook waarden in economische termen vertaald worden. En daar zet hij wel vraagtekens bij.

Wat heet. Aan de hand van een verpletterende hoeveelheid voorbeelden laat Sandel zien hoe diep de commercialisering is doorgedrongen in het alledaagse leven. Hij doelt daarbij niet alleen op de privatisering van de gezondheidszorg, het gevangeniswezen, de legermacht. Hij doelt ook op de yup die een dakloze inhuurt om voor hem in de rij te staan ten einde een concertkaartje te bemachtigen. Op het echtpaar met kinderwens dat à raison van 6250 dollar een baarmoeder huurt in India. Op universiteiten die studenten met matige cijfers toelaten als hun ouders flink doneren. Op burgers die boetes incalculeren zodat ze rustig door kunnen gaan met te hard rijden, foutparkeren, het milieu vervuilen.

Volgens Sandel wordt het hoog tijd om ons af te vragen waar de ‘morele grenzen’ liggen van de marktwerking. En wie het boek heeft dichtgeslagen kan zijn zorgen alleen maar delen.

Oxford

Ooit vatte Sandel het plan op om zijn boterham te verdienen als econoom. Maar toen hij midden jaren zeventig met een beurs studeerde in Oxford, raakte hij gegrepen door de filosofie. Zijn docent Alan Montefiori (‘Hij herinnerde me er gisteravond in Londen nog aan’) vond dat het hem ontbrak aan theoretische scholing. Hij stond erop dat Sandel Kritiek van de zuivere rede van Immanuel Kant zou lezen. De jonge student nam het vuistdikke boek mee op een reis naar Spanje en raakte ‘zeer overtuigd’ door Kants ‘verwoestende’ kritiek op het utilitarisme – het idee dat morele en politieke principes hun waarde vinden in het geluk dat ze teweegbrengen bij zoveel mogelijk mensen.

Sandel zegde de studie van de ‘homo economicus’ vaarwel en stortte zich met overgave op de wijsbegeerte. Naar eigen zeggen werd hij, behalve door Kant, diepgaand beïnvloed door Aristoteles (‘Krachtige correctie op de misvatting dat politiek louter instrumenteel is’), door Jean-Jacques Rousseau (‘Vertoog over de ongelijkheid is een van de ontroerendste en rijkste geschriften die ik ken’), door Hannah Arendt (‘Zij revitaliseerde Aristoteles’) en natuurlijk door zijn landgenoot John Rawls, op wiens hoofdwerk Een theorie van rechtvaardigheid hij in 1982 polemisch zou promoveren. Ook Hegels naam noemt hij met ere, vooral vanwege diens concept van de Sittlichkeit: ethiek kan zichzelf pas vormgeven in een sociale context.

Sandel: ‘Al die invloeden vind je terug in mijn boeken en in mijn projecten. Ik wil filosofische ideeën verbinden met onze ervaringen in de wereld van vandaag. Daarom gebruik ik zoveel voorbeelden. Niet als illustraties bij abstracte principes, maar als een manier om filosofie te bedrijven.’

Vandaar dat ook zijn nieuwe boek nauwelijks theoretisch is. ‘De filosofie zit onder de oppervlakte,’ zegt hij zelf. ‘Ik wilde dat Niet alles is te koop inspirerend zou zijn voor collega’s én voor een breed lezerspubliek. Het thema dat ik behandel – waar zijn markten goed voor de publieke zaak, en waar horen ze niet thuis? – vind ik niet alleen een zaak voor filosofen. Het zijn vragen die alle burgers aangaan. Uiteindelijk draait het om een fundamentele filosofische kwestie: in welke samenleving willen wij leven?’

Corruptie

Sandel komt in Niet alles is te koop met twee hoofdbezwaren tegen de doorgeslagen marktwerking. Het eerste klinkt bekend: privatisering en commercialisering werken de sociale ongelijkheid in de hand. Wie weinig middelen heeft kan nu eenmaal geen voorrang kopen op welke wachtlijst dan ook. ‘Dat noem ik het eerlijkheidsargument. Maar er is nog een bezwaar, dat veel verder strekt en dat veel lastiger filosofisch te onderbouwen is: het corruptieargument. Ik betoog dat vermarkting mensen degradeert en sociale verhoudingen corrumpeert. Als je op alles een prijs plakt, gaat de waarde ervan omlaag. Maar als je dat constateert moet je eigenlijk eerst met elkaar vaststellen welke waarde je aan bepaalde zaken toekent. Hoe waarderen wij het menselijk lichaam, hoe waarderen wij ouderschap, gezondheid, oorlogsvoering? Wat willen we bereiken met ons onderwijs?’

Neem een school in een achterstandswijk die leerlingen 2 dollar belooft als het ze lukt om een boek uit te lezen. ‘Dat werkt op korte termijn, kinderen gaan inderdaad meer lezen. Maar er bestaat het risico dat ze geen boek meer inkijken zodra het experiment stopt. Wat heb je dan bereikt, behalve een kortetermijneffect? En in hoeverre ondermijnen zulke financiële prikkels wat je eigenlijk wilt bereiken: de liefde voor het lezen?’

U geeft geen concrete antwoorden op de vragen die u opwerpt. Uw boek eindigt zelfs letterlijk met een vraag.
Dat klopt, zegt hij. ‘Maar volgens mij heb je aan het eind heel goed in de gaten waar ik sta in deze materie. Of had u dat soms niet? Ik ben beslist niet neutraal.’

In al zijn werk bepleit Sandel terugkeer naar de aristotelische notie van een politiek die niet het eigenbelang, maar het algemeen belang nastreeft, het ‘goede leven’. Zijn critici vragen zich daarbij af wie bepaalt wat het goede leven inhoudt. Sandel zelf, soms? Of, zoals de Britse historicus Niall Ferguson het formuleerde in een debat met hem: ‘Elke keer als u het woord deugd gebruikt, zie ik Robespierre voor me.’ Maar Sandel vindt het niet passend bij zijn rol als filosoof om kant-en-klare recepten voor te schrijven. ‘Mijn taak is het om het debat los te maken.’

Volgens hem is er op dit moment in de publieke arena nauwelijks ruimte om te discussiëren over morele vragen. ‘Dat debat is eigenlijk helemaal weggebannen, in de hoop dat we zo sektarische ruzies zouden voorkomen. Het gevolg is dat we met een enorme morele leegte zijn achtergebleven. En juist dat heeft de weg vrijgemaakt voor de technocratische managementpolitiek die de samenleving teistert.’

Uw boek is geschreven vanuit de Amerikaanse situatie, waar de vermarkting hevig heeft toegeslagen. Geldt uw bezorgdheid ook voor Europa?
‘Amerika is zonder meer het extreemste voorbeeld van een door de markt bepaalde samenleving. Maar we zijn zeker niet uniek. De groei van het aantal particuliere cipiers in gevangenissen heb je ook in Engeland en in Australië. En ook daar worden politiekorpsen nu overvleugeld door particuliere bewakingsdiensten. Het gebruik van financiële prikkels in de gezondheidszorg is evenmin exclusief Amerikaans. En in ontwikkelingslanden is het heel gewoon om ouders te betalen zodat ze hun kinderen naar school sturen. Sowieso is het gebruik van de term “financiële prikkels” wijdverbreid – tot in Japan, Zuid-Korea en China aan toe. Dus nee, het gaat niet alleen om de Verenigde Staten. Ik denk dat ik een globale trend beschrijf.’

Is de geest uit de fles?
‘Dat is een interessante vraag. Neem het voorbeeld dat ik ook in mijn boek beschrijf, van een kinderdagverblijf dat boetes besloot uit te delen aan ouders die hun kind te laat ophaalden. Een bekend probleem, heel vervelend voor de leiding. Die financiële prikkel bleek totaal niet te helpen. Ouders gingen de boete beschouwen als part of the deal, als een service waarvoor ze betaalden. Dus kwamen er nog meer ouders te laat én ze voelden zich er totaal niet schuldig over. En er zit een postscriptum aan dit verhaal. Toen het kinderdagverblijf de boetes weer terugdraaide, had dat evenmin het gewenste effect.’

Economen zullen zeggen dat de boetes niet hoog genoeg waren.
‘Natuurlijk, je kunt de boetes opvoeren tot 1 miljoen dollar per keer. Dan laten ouders het wel uit hun hoofd om te laat te komen. Maar dat is niet het punt dat ik wil maken. Mijn punt is dat invoering van financiële prikkels de morele normen aantast. Want als ouders pas op tijd komen als ze 1 miljoen dollar moeten betalen, dan doen ze het dus alleen om het geld. Niet omdat ze het fatsoenlijk vinden om hun kind tijdig op te halen – terwijl dat het gedrag is dat je wilt bereiken. Ze doen het goede om de verkeerde redenen.’

Morele waarden, kortom, komen te voet en gaan te paard?
‘Als het idee van gedeelde verantwoordelijkheid en wederzijdse verplichting eenmaal is geërodeerd,’ zegt Sandel, ‘dan kan het heel lang duren voordat je dat weer hebt gerepareerd. Menselijke verhoudingen heb je zo in geld omgezet. Solidariteit herstellen duurt veel langer.’

Wat moeten we dan? Er is, zegt hij, niet één oplossing. ‘Maar als we ons zouden inspannen om instituties weer meer te mixen en de openbare ruimte weer meer met elkaar te delen, dan zou dat een weg terug kunnen zijn. We leven, werken en winkelen in toenemende mate op verschillende plaatsen. Vroeger zaten bij bijvoorbeeld een sportwedstrijd alle sociale klassen door elkaar. Tegenwoordig zitten de rijken in skyboxen, ver weg van de gewone man. Dat noem ik de ‘skyboxificatie’ van de samenleving. Ik vind dat een verlies. Bovendien is het niet goed voor de democratie. We hoeven niet allemaal gelijk te zijn, maar we moeten elkaar wel op gezette tijden kunnen ontmoeten. Alleen zo kunnen we met elkaar in gesprek blijven over het algemeen belang.’

Vroeger kwamen rijk en arm elkaar toch ook zelden tegen?
‘Natuurlijk. Maar dat is juist de laatste twee eeuwen grondig veranderd. De rechtspraak ging van particulier naar openbaar, huurlingenlegers werden burgerlegers, de gezondheidszorg werd toegankelijk voor iedereen, het onderwijs ook. Dat allemaal hebben we in tweehonderd jaar bereikt. Pas sinds de jaren tachtig zijn deze verworvenheden aan het afbrokkelen. Dus ja, in zekere zin gaan we terug naar die eeuwen ervóór. Alleen was de samenleving toen niet in de ban van het marktdenken. Nu wel.’

Bent u pessimistisch over de nabije toekomst?
‘Er is geen tekort aan redenen om bezorgd te zijn. Maar een bron van hoop is denk ik de enorme honger in alle democratische landen naar een robuustere vorm van debat. Ik vind dat een goed teken. Politieke partijen weten nog niet hoe ze daarop moeten reageren. Zij zijn veel te technocratisch en te materialistisch. En als ze debatteren, dan zijn het schreeuwsessies, in plaats van ideeënuitwisselingen op basis van wederzijds respect. Burgers zijn daar heel ontevreden over. En indirecter zie ik die honger in de enorme belangstelling voor mijn colleges en voor mijn lezingen. Er is zo’n verlangen naar een debat over morele waarden, ook onder jongeren. Vindt u dat niet hoopvol?’

Niet alles is te koop. De morele grenzen van marktwerking
Michael J. Sandel
(Ten Have)
240 blz. / € 19,95

Op de hoogte blijven van filosofie? Neem nu 5 nummers Filosofie Magazine voor maar € 25,- en kies ‘Meer denken over seks’ of ‘De filosofie twittercanon’ als welkomstgeschenk.