Home Filosofen Jean-Jacques Rousseau
Jean Baudrillard
Vorige

Jean Baudrillard

Jean-Jacques Rousseau

Jean-Jacques Rousseau

28 juni 1712 - 2 juli 1778
Jean-Paul Sartre filosoof
Volgende

Jean-Paul Sartre

Quote

“De mens wordt vrij geboren en overal ligt hij in ketenen.”

Jean-Jacques Rousseau is een Zwitserse filosoof uit de eeuw van de Verlichting, en een van de grondleggers van de Romantiek. Hij schreef zowel filosofische teksten als romans en toneelstukken. Het sociaal contract is het hoofdwerk van Jean-Jacques Rousseau.

Verlichting en Romantiek

Rousseau wordt in 1712 geboren in de Zwitserse stad Genève, en belandt in de jaren 1740 in Parijs. Daar komt hij al snel in contact met de Franse verlichtingsdenkers als Denis Diderot, Jean Le Rond d’Alembert en Nicolas de Condorcet. In de salons van Parijs discussieerden deze met elkaar over onderwerpen als gelijkheid, vrijheid van meningsuiting en het bestaan van God. Rousseau schrijft in opdracht van Diderot en d’Alembert een aantal lemma’s voor hun Encyclopédie.

Elke week aan het denken worden gezet door de grootste denkers uit de geschiedenis van de filosofie? Schrijf u in voor de gratis nieuwsbrief

Meld u aan voor onze nieuwsbrief

Ontvang elke woensdag het laatste filosofie nieuws, de beste artikelen van de week en af en toe een aanbieding.
Ontvang wekelijks het laatste filosofienieuws, de beste artikelen en af en toe een aanbieding.

Vanwege deze achtergrond wordt Rousseau vaak tot de verlichtingsdenkers gerekend, maar hij komt regelmatig in conflict met verlichte tijdgenoten als Voltaire en David Hume. Waar de philosophes geloven in een maatschappelijke vooruitgang door het toenemende rationalisme, zet Rousseau zich tegen deze ‘vooruitgang’ af. Met het belang dat hij hecht aan de natuur en het gevoel worden de eerste fundamenten voor de beweging van de Romantiek gelegd door Jean-Jacques Rousseau.

Mensbeeld van Jean-Jacques Rousseau

Draagt de bloei van de kunsten en wetenschappen bij aan de ontwikkeling van de moraal? Onderweg naar zijn vriend Diderot in de gevangenis van Vincennes valt Rousseaus oog in 1749 op deze prijsvraag van de Academie van Wetenschappen van Dijon in de krant Mercure. In strijd met de heersende opvattingen van de Verlichting vindt Rousseau dat dat helemaal niet zo is. De mens is van nature goed, maar die goedheid wordt gecorrumpeerd door de benauwende voorschriften en verplichtingen van de maatschappij. Materiële vooruitgang zou echte vriendschap ondermijnen en jaloezie, angst en wantrouwen opwekken.

Rousseau stuurt dit antwoord als Discours sur les sciences et les arts in, wint de eerste prijs en wordt op slag beroemd. Vanaf dan legt hij zich toe op het schrijven van filosofische teksten, romans en toneelstukken. Aan het fundament van al die teksten staat het mens- en maatschappijbeeld dat hij in zijn eerste Discours voor het eerst opschrijft, aldus Jean-Jacques Rousseau.

Vertoog over de ongelijkheid

Na het succes van zijn deelname vier jaar eerder doet Rousseau in 1754 opnieuw mee aan een prijsvraag van de Academie van Dijon: Wat is de oorsprong van de ongelijkheid tussen mensen? Met zijn inzending Discours sur l’origine et les fondements de l’inégalité parmi les hommes wint hij deze keer niet. Maar Rousseau besluit het tweede Discours alsnog te publiceren. Hij beschrijft de primitieve mens daarin als een ‘edele wilde’: deze zou zich alleen zorgen hebben hoeven maken over zelfbehoud, niet bang zijn voor de dood en een natuurlijke zelfliefde hebben bezeten (amour de soi). Rousseau reageerde hiermee op Thomas Hobbes, die de natuurtoestand als een oorlog van allen tegen allen had beschreven.

De mens was in de natuurtoestand op fysieke verschillen na volstrekt gelijk, stelt Rousseau. Pas als iemand voor het eerst een hek om een stuk land zet, zegt dat dit is van hem is, en omstanders hem geloven, ontstaat de eerste morele ongelijkheid tussen mensen. Ongelijkheid is volgens Rousseau daarom een inherente eigenschap van de maatschappij. De natuurlijke zelfliefde van de mens (amour de soi) verwordt in die burgermaatschappij bovendien tot amour propre, een gecorrumpeerde vorm van eigenliefde gestimuleerd door jaloezie en trots, schrijft Jean-Jacques Rousseau.

Heloïse

Hoe verstikkend de burgermaatschappij kan zijn voor de mens die authentiek probeert te leven, toont Rousseau in zijn brievenroman Julie, ou la nouvelle Héloïse (1761). Het verhaal draait om twee geliefden in een dorpje aan de voet van de Alpen, de adellijke Julie d’Étanges en haar leraar Saint-Preux. Door het klassenverschil mogen zij niet met elkaar trouwen. In het boek onderzoekt Rousseau de morele waarde van authenticiteit, en zet deze tegenover de rationele morele principes van de maatschappij. Het boek is een groot verkoopsucces voor Jean-Jacques Rousseau.

Sociaal contract

Rousseau buigt zich in zijn hoofdwerk Het sociaal contract uit 1762 over de vraag hoe een optimaal politiek systeem eruit zou moeten zien. Dat boek zou van grote invloed zijn op de latere Franse Revolutie en de Verklaring van de rechten van mens en burger. In het boek schrijft Rousseau dat de macht van een staat gelegitimeerd wordt door een maatschappelijk verdrag of sociaal contract waarin burgers zouden hebben vastgelegd dat ze een deel van hun vrijheid inruilen voor het algemeen belang. Dit algemeen belang wordt vertegenwoordigd door de algemene wil. Dat is iets anders dan de optelsom van de wil van alle individuen – een individueel belang kan nog wel eens ingaan tegen het algemeen belang.

Het collectieve staatslichaam dat geboren wordt uit het sociaal contract noemt Rousseau de soeverein. Elk lid van de soeverein, oftewel iedere burger, bezit gelijke rechten. Mocht de vorst of de regering zijn eigen belang de algemene wil laten overstemmen, dan is het volk gerechtigd de regering te ontslaan, concludeert Jean-Jacques Rousseau.

Emile

Jean-Jacques Rousseau beschrijft vervolgens in Emile, of Over de opvoeding hoe de natuurlijke goedheid van de mens volgens hem gecultiveerd kan worden zonder deze te laten corrumperen door de verderfelijke invloeden van de maatschappij. Dat roept nogal wat vraagtekens op bij critici: een paar jaar eerder had Rousseau al zijn vijf kinderen nog te vondeling gelegd. In het boek voedt tutor Jean-Jacques het fictieve kind Emile op, niet door het strenge regels op te leggen en het over geschiedenis en filosofie te laten lezen, maar door het ervaringen op te laten doen. Aan het einde van het boek behandelt Rousseau de opvoeding van meisjes: die mogen wel worden gestraft en moeten leren te gehoorzamen aan de man, volgens Jean-Jacques Rousseau.

Biografie

Jean-Jacques Rousseau kan de Franse en kerkelijke autoriteiten al snel tot zijn critici rekenen. Terwijl zijn boeken Frankrijk veroveren, moet hij zelf het land ontvluchten. Rousseau begint aan een boek over zichzelf, dat hij Bekentenissen noemt. Hij probeert niet alleen op te schrijven wat hij heeft meegemaakt, maar ook te verklaren waarom hij is geworden zoals hij is. Daarbij laat hij geen gebeurtenis ongenoemd, hoe beschamend ook: asperges stelen, potloodventen bij een waterput en het te vondeling leggen van zijn vijf kinderen. Hij schrijft: ‘Laat ieder zijn hart onthullen met dezelfde oprechtheid en laat dan iemand zeggen, als hij durft: “Ik was beter dan die man”.’