Home Klassieke Oudheid Hoe de zelfhulpwereld met de stoïcijnen aan de haal ging
Klassieke Oudheid

Hoe de zelfhulpwereld met de stoïcijnen aan de haal ging

Door Annette van der Elst op 19 november 2021

Hoe de zelfhulpwereld met de stoïcijnen aan de haal ging
Cover van 12-2021
12-2021 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

De stoïcijnen zijn populair. Cursussen en zelfhulpboeken zetten uiteen hoe hun gedachtegoed, dat ons leert om gelijkmoedig te zijn, kan worden ingezet om een succesvoller leven te leiden. Maar de stoïcijnen streefden juist naar nederigheid, niet naar succes.

Als er één filosofie is die je kan helpen om meester te worden over je angsten, boosheid, heftige begeerten en andere emoties, is het wel die van de stoïcijnen. Hun denken en vooral ook hun levenswijze – het een kan niet zonder het ander – zijn bij uitstek gericht op verlichting van lijden dat veroorzaakt wordt door angsten en zorgen.

Accepteer wat je niet veranderen kunt, is de centrale gedachte van de stoïcijnen. ‘Ducunt fata volentem, nolentem trahunt’ – het lot geleidt de willende en sleurt de niet-willende met zich mee, stelt Seneca. De juiste verhouding tot het lot is, volgens de stoïcijnen, die van een aan een wagen vastgebonden hond die meeloopt in de rijrichting. Die hond heeft mogelijk een aangename wandeling. Verzet hij zich of wil hij de andere kant op lopen, dan wacht hem een pijnlijke lijdensweg.

Keizer-filosoof Marcus Aurelius gaat nog een stap verder door te stellen: heb álles wat er in je leven gebeurt lief. De wereld kent volgens de stoïcijnen namelijk een gedetermineerde ordening; wat er gebeuren moet, zal gebeuren. Marcus Aurelius spreekt van een innerlijk fort, ‘waarin je je kunt terugtrekken en beschermd weet tegen elke denkbare aanval’. Die burcht is er ‘om de golven van de buitenwereld – en je eigen impulsen – die tegen je aan klotsen tegen te houden, niet om een ander of de wetten van de kosmos te breken’.

Wat je wél veranderen kunt, zijn de oordelen die je hebt over de wereld en de gebeurtenissen in je leven, leert Epictetus ons. Want ‘het zijn niet de feiten die ons troebleren, maar de meningen die we hebben over deze feiten’, schrijft hij in zijn Zakboekje.

Epictetus, die als eerste dit inzicht zo stellig formuleerde, bouwde voort op de ideeën van zijn voorgangers, die het belang van de rede benadrukten om de logos – de wetten van de gedetermineerde wereld – te kennen. Het begrip van die wetten, door middel van de rede, zal leiden tot acceptatie ervan; ze zijn immers onvermijdelijk. Zo wordt het mogelijk om in overeenstemming met de kosmos te leven.

‘Teleurstelling en verdriet kun je voorkomen door je altijd op het ergste voor te bereiden,’ schrijft Seneca

Een emotionele reactie op een gebeurtenis is, zo formuleert Epictetus, een oordeel over een mentale impressie: je hebt een bepaald beeld van de wereld of van een gebeurtenis. Die emotie kun je beoordelen en al dan niet toelaten door ermee in te stemmen of niet. De beoordeling is een taak van de rede, al dan niet ermee instemmen een taak van de wil. Rede en wil zijn te oefenen.

Voorbereiding

Maar hoe maak je de keuze om in te stemmen met een emotie of niet? Daarvoor hadden de stoïcijnen een heel arsenaal aan technieken, die ze ook hun leerlingen bijbrachten. Want, zo stelde Epictetus, een filosofische school is eigenlijk een kliniek. De leraar helpt zijn leerlingen concreet bij het verkrijgen van ataraxia, van rust. Epictetus geeft adviezen als: ‘Zeg nooit dat je iets verloren bent, maar zeg: ik heb het teruggegeven.’ Dit advies geldt ook voor geliefden die je verliest: ‘Is je kind dood? Je vrouw overleden? Je hebt hen teruggeven.’ Ook schrijft hij: ‘Jouw oordeel is verantwoordelijk voor je woede.’ Maar vooral leert Epictetus zijn leerlingen om goed te redeneren, in zijn ogen de eerste stap naar wijsheid, met als doel in harmonie te zijn met de wetten van de natuur.

Seneca adviseert in zijn brieven aan zijn vriend en leerling Lucillius, een ambtenaar op het eiland Sicilië, een reeks oefeningen. ‘Teleurstelling en verdriet kun je voorkomen,’ schrijft Seneca, ‘door je altijd op het ergste voor te bereiden.’ Als Lucillius hem advies vraagt vanwege een rechtszaak die tegen hem wordt aangespannen, waarbij zijn baan en naam op het spel staan, adviseert Seneca: hoop op het meest rechtvaardige, maar bereid je voor op het meest onrechtvaardige. ‘Niets zou onverwacht voor je moeten zijn. Onze gedachten zouden vooruitgezonden moeten worden naar alle mogelijke problemen, niet om alleen te overwegen wat waarschijnlijk is, maar naar alles wat kan gebeuren.’ Door je bewust te zijn van de dood zul je op het heengaan van een geliefde beter voorbereid zijn, meent Seneca.

Met name de Romeinse stoïcijnen zijn van mening dat ieder individu ook zijn eigen natuur – zijn eigen logos – zal moeten vinden om uiteindelijk een rationeel persoon te worden. Subjectiviteit is het resultaat van die zoektocht, niet de oorsprong ervan. De Franse filosoof Michel Foucault omschreef dit als iemand worden die je nooit bent geweest.

Wie zijn de stoïcijnen?
De Athener Zeno van Citium (derde eeuw voor Christus), uit de school van Plato, wordt gezien als de stichter van de eerste stoïcijnse school. Hij onderwees zijn leer aan een algemeen publiek, onder de Stoa Poikilè, letterlijk: de beschilderde zuilengang of veranda. Centraal in zijn onderwijs stond het onderzoek naar drie domeinen: logica, de kosmos (of natuur) en ethiek. Praktisch toegepast – want dat was zijn doel – kwamen die domeinen samen in het devies ‘leven in overeenstemming met de natuur’: onderzoek met behulp van de rede de wetten van de kosmos (logos) en leef daarmee in harmonie.
Tijdgenoot Epicurus, grondlegger van het epicurisme, wordt vaak in één adem genoemd met de stoïcijnen, maar wijkt van hen af met zijn standpunt over genot: geluk is te verkrijgen door pijn te vermijden en genot – zij het met mate – na te streven, stelde hij, in tegenstelling tot de stoïcijnen, die soberheid betrachtten. Wel deelt hij met hen de opvatting dat filosofie primair praktisch moet zijn en gericht op ‘genezing van de ziel’. Filosofie is niets waard als deze niet kan helpen mensen te bevrijden van angsten, met name die voor de dood. Net als de stoïcijnen streefde Epicurus naar onverschilligheid ten opzichte van de dood: de dood gaat ons niets aan, zegt hij, want zolang je leeft is de dood er niet, en als de dood er is ben jij er niet meer.
Halverwege de tweede eeuw voor Christus vatte het stoïcijnse gedachtegoed post in Rome, waarbij Panaetius van Rhodes, die in Athene had gestudeerd, een grote rol speelde. Hij en zijn leerlingen legden het accent meer op de individuele ontwikkeling van een mens. Leven in overeenstemming met de natuur betekent nu ook: leven in overeenstemming met de eigen natuur. Ook werden opvattingen over moraal meer gezien in relatie tot burgerschap.
Centrale figuren in het latere Romeinse stoïcisme zijn Epictetus (eerste eeuw na Christus) – die als Griekse slaaf in het hof van Nero in aanraking was gekomen met het stoïcijnse gedachtegoed – Seneca (eerste eeuw na Christus) en keizer-filosoof Marcus Aurelius (tweede eeuw na Christus). Hun belangrijkste thema’s zijn integriteit, zelfkennis, discipline, het onderscheid tussen wat je kunt veranderen en wat niet, wilsbesluiten en het bouwen aan een ‘innerlijk fort’.

Persoonlijke groei

Theoretici van de cognitieve gedragstherapie verwijzen graag naar de stoïcijnen. Albert Ellis, die in de jaren vijftig van de vorige eeuw de rationeel emotieve theorie (RET) ontwikkelde – een voorloper van de hedendaagse cognitieve gedragstherapie – beriep zich veelvuldig op Seneca. Psychisch lijden, en dan vooral angsten en fobieën, is het gevolg van de voorstellingen die we hebben van dingen en situaties, is het uitgangspunt van deze richting. Seneca schreef aan Lucilius: ‘Als je je zorgen wilt indammen, dan moet je je voorstellen dat waar je bang voor bent zeker gaat gebeuren. Maar daarna moet je jezelf eraan herinneren dat zelfs je ergste voorstelling – vernedering, armoede en werkloosheid – uiteindelijk niet het einde van de wereld is.’

Ook in de wereld van de zelfhulp en ‘persoonlijke groei’ zijn de stoïcijnen populair. Inzichten van Seneca, Epictetus of Marcus Aurelius zouden je kunnen helpen om je staande te houden in tal van uitdagende situaties, om je succesvoller te laten zijn, en zouden technieken aanbieden om macht – ook over een ander – te verkrijgen. Om die positieve effecten te bereiken moet je werken aan je oordelen en interpretaties van de werkelijkheid. Want de werkelijkheid is een projectie van jouzelf, schrijft bijvoorbeeld zelfhulpspecialist Stephen R. Covey in zijn bestsellers De zeven eigenschappen van effectief leiderschap en De zeven eigenschappen voor succes in je leven.

De wereld is geen projectie van jezelf, maar een vaststaand gegeven

Nederigheid versus ego

Dat is opmerkelijk. Want al waren Seneca (voor zijn verbanning) en Marcus Aurelius machtig en rijk, het stoïcisme is juist níét een filosofie van het succes.

Een opgeblazen ego, strevend naar erkenning en succes, met ook nog eens de (valse) belofte dat die voor iedereen haalbaar zijn, als je maar je best doet – het wrede optimisme van de zelfhulp, in de woorden van de onlangs overleden Amerikaanse cultuurcriticus Lauren Berlant – lijkt eerder emotionaliteit
te bevorderen.

Laten we nog eens kijken naar de werkelijke adviezen en technieken van de stoïcijnen om je te verlossen van het lijden dat een gevolg is van je oordelen, verlangens en vooral van je ego. Hun doel is nederigheid, niet succes. En de wereld is geen projectie van jezelf, maar een vaststaand gegeven, waar je geen macht over hebt. Herken je emoties, oordeel niet, laat je leiden door de rede en neem afstand. Dat is, wil je de stoïcijnen volgen, de enige manier om innerlijke rust te verkrijgen.

Misschien is het voor die innerlijke rust ook nodig om je om de wereld te bekommeren, in plaats van de wereld en de ander in de jacht naar zelfontplooiing en succes te zien als een te veroveren goed.

En een stoïcijn zal zich in onze tijd ook de vraag kunnen stellen: welke emotionele afdruk laat ik achter? Doe ik met mijn handelingen goed of slecht aan de ander en aan de wereld?

Stoïcijnse invloeden
Talloze filosofen hebben in de loop van de geschiedenis van de wijsbegeerte gereageerd op het stoïcijnse denken. Streven naar gelijkmoedigheid en beheersing van emoties spelen onder andere ook in het denken van Benedictus de Spinoza (1632-1677) een rol. Maar Spinoza verwierp het stoïcijnse idee dat je de keuze hebt om met een emotie in te stemmen of niet. Emoties zijn er nu eenmaal, maar een goed leven betekent dat je je niet door die emoties laat meesleuren. Daarvoor is het belangrijk om inzicht te krijgen in jezelf en de volgens Spinoza noodzakelijke samenhang van de wereld. Het gaat hem om een adequaat begrip van je emoties. Dit begrip zou, evenals een juist begrip van de werkelijkheid, rust geven. Ook renaissancedenker Michel de Montaigne (1533-1592) ontleent veel aan de stoïcijnen, met name aan hun opvattingen over de dood en de oproep om te leven in het heden. Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831) wees daarentegen het stoïcijnse gedachtegoed radicaal af als een filosofie voor slaven, vanwege de berustende houding. Friedrich Nietzsche (1844-1900) was gecharmeerd van het idee van een ‘innerlijk fort’ creëren, maar fulmineerde tegen de ‘obsessie van de stoïcijnen om de mens te zien als een lijdend wezen’. Moderne en hedendaagse filosofen die zich bezighouden met levenskunst ontlenen veel aan de technieken van de stoïcijnen. Zo zag Michel Foucault (1926- 1984) die technieken als een manier voor het individu om zich te ‘subjectiveren’, oftewel om een bepaalde subjectiviteit of identiteit te construeren.