‘Je moet de aarde trouw zijn,’ propageerde Friedrich Nietzsche, waarschijnlijk de filosoof met het grootste talent voor slogans. Zoals wellicht bekend, probeerde hij alle vormen van achter- en bovenwerelden te ontmantelen. Het idee van een hemel bijvoorbeeld, opgevat als een eeuwig all-inclusive wellness-resort dat je, mits je voorzien bent van geldig entreebewijs, na je dood alle onzin en leed doet vergeten of rechtvaardigen: zo’n idee laat je volgens Nietzsche ‘nee’ zeggen tegen de wereld, ontrouw zijn jegens de aarde, want hier in deze modderpoel wil je uiteindelijk niet zijn.
Maar als je ‘nee’ zegt tegen de hemel, betekent dat nog niet dat je ‘ja’ zegt tegen de aarde. Want hoe doe je dat precies, ‘de aarde trouw zijn’? Het was handig geweest als Nietzsche iets meer praktische handvatten had gegeven, een filosofisch werkboek geschikt voor mindere goden, maar voor dat soort aardse beslommeringen had hij waarschijnlijk te weinig geduld. Die handschoen is door vele van zijn volgelingen wél opgepikt. Door Albert Camus bijvoorbeeld, die naar verluidt bij wijze van afgodenschemering een portret van Nietzsche boven zijn schrijftafel had hangen. De mythe van Sisyphus, waarin Camus nadenkt over hoe je je kunt verhouden tot een absurde wereld, gaf hij een prachtig motto mee van de Griekse dichter Pindarus: ‘O ziel van me, richt je niet op het eeuwige leven, maar put het mogelijke helemaal uit!’
Het was deze zin die me, begin twintig, met een schok deed inzien wat dat ’trouw zijn’ aan de aarde concreet zou kunnen betekenen. Het leerde me ook dat de hele geschiedenis van de filosofie één grote ideeën-recyclemachine is, waarin ideeën worden herhaald, geherinterpreteerd en toegepast in andere contexten. Dat is een creatieve bezigheid, omdat er steeds nieuwe betekenissen en perspectieven ontstaan.
Leef in deze tijd, in dit landschap, in dit lichaam
Je begrijpt dan ook dat mijn ziel een klein vreugdesprongetje maakte, toen ik zag dat Ton Lemaire het citaat van Pindarus als motto van zijn nieuwste boek had gekozen. Op weg naar het heden staat in de traditie van Nietzsche en Camus; Lemaire zegt dat zijn boek gaat om de vraag hoe je optimaal kunt leven. Hij situeert dat leven in een duidelijk hier-en-nu: in deze tijd, in dit klimaat, in dit landschap en in het specifieke lichaam waarmee je in deze wereld bent. Het gaat erom, zegt hij in het laatste hoofdstuk over de dood, om geen vreemdeling op aarde te zijn.
Landschapstuin
Een duidelijk antwoord op de vraag hoe optimaal te leven geeft Op weg naar het heden (uiteraard) niet, hoewel het thema onder de oppervlakte overal speelt. Het boek leest alsof je dwaalt door een romantische Engelse landschapstuin. Het heeft geen strakke compositie rondom een vastomlijnd onderwerp, maar snijdt een veelheid aan thema’s aan en biedt op elke pagina wel een verrassend vergezicht of interessant perspectief. Het is een boek van iemand die terugkijkt op decennialang vruchtbaar filosofisch schrijverschap: er zijn biografische anekdotes, af en toe een melancholische terug- of bezorgde vooruitblik en vooral veel merkbaar schrijf- en denkplezier. De hoofdstukken over het gezicht en over de hand, waarin Lemaire een ode brengt aan onze vijfvingerige werktuigen, behoren tot de creatieve hoogtepunten van het boek. Het verbaast dan ook niet dat ook Maurice Merleau-Ponty, de filosoof die zich richtte op het verkennen van onze lichamelijkheid, een belangrijke stem heeft in het achtergrondkoor van dit boek.
Naast de filosofie put Lemaire uit de sociologie en antropologie (van origine zijn stiel), maar ook uit literatuur, schilderkunst en muziek. Het boek bestrijkt uiteenlopende thema’s als tijd en tijdsbeleving, dood, vreemd en vreemdeling zijn. Lemaire richt zich ook op het wel en wee van de planeet, en niet alleen vanuit het gezichtspunt van de ecologie: in het voorlaatste hoofdstuk geeft hij zijn visie op de politieke ontwikkelingen in de Verenigde Staten, Oekraïne en de Europese Unie.
Het is een divers boek dus, maar ook hier staat Lemaire in de traditie: denk aan een filosofen als Seneca, Michel de Montaigne, Ecce homo van Nietzsche, een snufje Cornelis Verhoeven wellicht – toegankelijk geschreven maar niet oppervlakkig, biografisch maar niet ik-gericht, breed georiënteerd maar niet eclectisch. Het is een rijp werk, dat Lemaire in eerste instantie wellicht voor zichzelf heeft geschreven, maar dat zeer aanbevelenswaardig is voor iedere wandelaar die op weg wil gaan naar het heden en wil worden wie hij is.
Op weg naar het heden. Filosoferen over tijd en leven
Ton Lemaire
Ambo Anthos
304 blz.
€ 24,99


