Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
12-04-2018

De zinmakers: een pleidooi om zingeving ambachtelijk ter hand te nemen

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Ben Kuiken

Mensen hebben behoefte aan zin, iets wat het neoliberalisme met zijn nadruk op geld en flexibiliteit niet meer lijkt te bieden. Oud Denker des Vaderlands René Gude hield een pleidooi om het zin maken weer ambachtelijk ter hand te nemen. Organisatiefilosoof Ben Kuiken schrijft in zijn boek De zinmakers dat we veel van hem kunnen leren. 

Nederland is ziek. Letterlijk ziek van werk. Zo’n vijftien procent van de vrouwelijke werknemers en negen procent van hun mannelijke collega’s kampt met klachten van overspannenheid en burn-out. En dit aantal groeit snel, zo blijkt uit een recent onderzoek van universiteit Nyenrode en Intermediair. Twee jaar geleden beantwoordde nog maar 9,4 procent van de ondervraagde vrouwen en zes procent van de mannen de vraag ‘kampt u of heeft u recent gekampt met klachten van overspannenheid of burn-out?’ nog met ‘ja’. Dat is dus een stijging van meer dan vijftig procent in twee jaar tijd!

Een mogelijke verklaring voor deze stijging is volgens de onderzoekers de aantrekkende economie. Omdat bedrijven tijdens de recessie flink hebben gesneden in hun personeelsbestand, zijn er nu minder mensen voor de groeiende hoeveelheid werk en dus hebben zij het druk. Organisaties zijn bovendien huiverig om weer mensen aan te nemen, bang dat ze ze niet meer kwijtraken als de economie weer in het slop raakt. Ook de combinatie van zorgtaken en werk wordt als oorzaak aangewezen; dit zou vooral het hoge percentage onder vrouwen kunnen verklaren. Een derde reden is wellicht de moderne technologie: door de komst van smartphone en tablet kan iedereen altijd en overal werken en ben je dus eigenlijk nooit meer vrij. En dat ding uitzetten blijkt voor veel mensen toch wel heel lastig, zelfs in het verkeer.
 
Ten slotte noemt onderzoeker Jaap van Muijen van Nyenrode de flexibilisering van arbeid en de onzekerheid die dit met zich meebrengt als mogelijke oorzaak. ‘Uit ons onderzoek blijkt dat mensen met een vast dienstverband minder risico lopen op een burn-out. Hetzelfde geldt voor tweeverdieners, die kunnen terugvallen op het inkomen van hun partner, en voor hoogopgeleiden. Hoe groter de inkomensonzekerheid, des te groter het burn-outrisico.’

Leven aan het uiteinde van de e-mail

Sinds het begin van deze eeuw waarschuwt de Amerikaanse socioloog Richard Sennett (1943) voor deze ideologie van de flexibilisering van werk. Net als de ideologie van de gevestigden en de buitenstaanders in Leicester sluit ook deze ideologie mensen uit, zoals de vakman en de werknemer die heel zijn leven voor één baas werkt (losers in de beeldvorming van deze ideologie). Daarmee dient zij de belangen van grote bedrijven en de groep managers die daar aan het roer staan. Zij kunnen daardoor onder meer steeds goedkoper arbeid inkopen en hele fabrieken verplaatsen naar lagelonenlanden. Deze ideologie pakt volgens Sennett echter desastreus uit voor het zelfbeeld van de arbeider, die na een arbeidzaam leven vaak met lege handen achterblijft.

In een interview met De Volkskrant stelt Sennett dat de flexmens steeds meer moeite heeft om ‘de auteur van zijn eigen leven’ te zijn, dat wil zeggen: om te bouwen aan een levensverhaal waar hij of zij zelfrespect aan kan ontlenen. Zo was Sennett tijdens de campagne voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2016 in een fabriek in Pennsylvania. ‘Dan hoor ik vijftigers zeggen dat ze aan het einde van de rit niets hebben kunnen opbouwen. Niets wat blijft. Ze hebben tientallen jaren werk gestopt in een groot bedrijf, maar worden nu behandeld als afzonderlijke, anonieme units. Er is geen baas meer met wie ze persoonlijk contact hebben. Hun werkgevers zitten in Nederland, of in Singapore. Iemand vertelde me: “Wij leven aan het uiteinde van de e-mail.” Dat is geen bestaanswijze die je eindeloos volhoudt.’

Richard SennettSennett hekelt de nadruk op geld, alsof dat het enige is dat mensen motiveert om iedere dag weer hun bed uit te komen. ‘Als ik iets heb geleerd van veertig jaar lang werknemers interviewen, is het dat geld belangrijk is voor mensen, maar zeker niet hun hoogste prioriteit.’ Wat dan wel? ‘Het komt erop neer dat mensen een traject voor zich willen zien. Ze hebben een verhaal nodig over hun werkende leven, iets waarop ze achteraf tevreden kunnen terugkijken: dit heb ik door hard werken stapje voor stapje bereikt, en mijn kinderen zullen het op hun beurt nog beter krijgen. Zo creëren we zin. Het flexibele kapitalisme maakt zo’n langetermijnplanning onmogelijk.’

Een van de problemen van het moderne neoliberalisme is dat het geen grote verhalen meer kent, en die zelfs als verdacht en gevaarlijk terzijde schuift. Na de val van de Berlijnse Muur hadden de grote verhalen afgedaan (het einde van de geschiedenis à la Francis Fukuyama), wierpen linkse partijen hun ideologische veren af en bleef alleen geld nog over als maatgevend. Maar op geld alleen kan de mens niet leven. Sennett: ‘Dan hoor ik soms van economen dat ik te romantisch ben. Het zou werknemers alleen om geld te doen zijn. Elk jaar drie procent erbij en alles is in orde. Onzin. Het idee alleen al dat je iemands leven kunt afkopen met een loonsverhoging van een paar honderd euro, daar klopt niets van. Dat is de vergissing van economen. Een rekenkundige fantasie. Uiteindelijk wordt niemand er gelukkig van om zijn baan te zien als iets tijdelijks, iets wat van de ene op de andere dag kan verdwijnen als gevolg van de zoveelste reorganisatie.’
 

Ambachtelijk zingeven

Mensen hebben met andere woorden behoefte aan zin: een idee wat hun bijdrage is aan de gemeenschap. Het idee ook dat ze hebben bijgedragen aan een betere toekomst, voor hun eigen kinderen en voor de wereld. Ze hebben behoefte aan zingeving, aan het idee dat hun leven niet voor niets is geweest. Maar dit is iets wat de voornamelijk op geld gebaseerde ideologie van het neoliberalisme ons niet meer kan bieden, omdat het, inderdaad, niet in geld kan worden uitgedrukt.

De in 2015 helaas veel te vroeg overleden Denker des Vaderlands René Gude stelde dat zingeving in de verkeerde hoek is terechtgekomen. ‘In onzekere tijden gaan we “op zoek naar zin”, alsof de zin ergens in het verborgene klaarligt om door ons ontdekt te worden.’ Maar de term ‘zingeving’ betekent dat je zelf aan de bak moet, vond Gude: ‘Zin aanbrengen waar die tevoren niet was, een zin bepalen in het onbepaalde, betekenis geven aan het onbegrijpelijke, doelen stellen in een doelloze wereld, zin krijgen in wat je doet. Dat is niet alleen de letterlijke betekenis van “zingeving”, het is ook de oorspronkelijke.’

‘Zin’ is volgens Gude iets wat je moet maken, en dit diende volgens hem ambachtelijk ter hand te worden genomen. ‘De vraag naar de zin van het leven moet je wel beantwoorden. Als je daar niet op de een of andere manier een formulering aan geeft, kun je niet aan een gezin, een onderneming of een politieke carrière beginnen, niet aan wetenschap en ook niet aan filosofie, misschien wel nergens aan; als je geen antwoord kunt geven op de vraag of het allemaal zin heeft, waarom zou je je dan waar dan ook voor inspannen?’ Gelukkig lijken de meeste mensen wel iets van zin te ervaren in hun leven, constateerde Gude monter, ‘want we komen toch maar mooi elke ochtend opnieuw ons bed uit. We gedragen ons in elk geval alsof het leven zin heeft.’

Het maken van zin is een vorm van verzet, stelt Gude, tegen de tijdelijkheid en ogenschijnlijke zinloosheid van het bestaan: ‘Op de keper beschouwd zijn alle menselijke ondernemingen – je karaktervorming, je huwelijk, je bedrijf – gericht op het onvergankelijke. […] Wij willen ten diepste dat iets blijft zoals het is en zijn altijd op zoek naar voortbestaan, continuïteit en duurzaam succes. Al onze plannen zijn vormen van mentaal verzet tegen de feitelijke verandering die zich dagelijks overal om ons heen voltrekt […] Onveranderlijkheid is een idee, een ideaal, een ideologie.’

Datzelfde kan gezegd worden van iedere vorm van organisatie. Gude: ‘Een gezin, een bedrijf, een ngo, politieke par- tij, school, kerk, iedere stad, iedere staat – is het antwoord van coöperatieve wezens op de voortdurende verandering. Aan iedere organisatie ligt een idee ten grondslag, dat wil zeggen een ideale voorstelling die niet verandert, ook niet als de weerbarstige wereld zich daar voortdurend tegen verzet.’
 

Een gezamenlijke bestemming

Gude dateert het ontstaan van dergelijke ideeën in de ijzertijd, zo’n drieduizend jaar geleden. ‘Rijk en arm trokken massaal naar de steden, om bescherming te zoeken tegen strijdwagens en Achillesachtige types in harnas met zwaard en strijdwagen.’ Maar daarmee begonnen de problemen pas echt, want het bleek bijna makkelijker de vijand buiten te houden dan vrienden te blijven binnen de stad. Het leven in de steden stelde met andere woorden hoge eisen aan de capaciteiten van stedelingen om goed werkende collectieven te vormen. ‘Van alle nieuwe typen huishoudens, bedrijven, verenigingen en politieke eenheden dienden de zin, de betekenis en het doel vastgesteld te worden.’ Niet toevallig ontstonden rond die tijd niet alleen de grote wereldgodsdiensten, zoals het christendom en het boeddhisme, maar ook de Ilias van Homerus en het theater van Sophocles. De eerste filosofen ontvouwden hun theorieën, en in 776 werden voor het eerst de Olympische Spelen georganiseerd.

Deze vier ‘trainingsprogramma’s’ – religie, kunst, filosofie en sport – dienden volgens Gude om de boel bij elkaar te houden en bepaalde deugden als rechtvaardigheid en moed te oefenen: ‘Als een samenleving, zelfs van mensen die het goed met elkaar voorhebben, niet als vanzelf een bestemming vindt, dan dienen zin, betekenis en doel ambachtelijk ter hand genomen te worden. Zingeving is voortdurend klussen aan concrete coöperatievormen in ambitieuze veranderlijke samenlevingen.’

En dat was toen niet anders dan nu. Nog steeds moeten we ambachtelijk klussen aan zingeving, aan het vormen van een gezamenlijke bestemming, aan het vormen van grote verhalen. Een van de problemen van de huidige tijd is dat de trainingsprogramma’s vrijwel uitsluitend worden overgelaten aan het individu, meende Gude. ‘De heersende opvatting is dat een goede samenleving niet meer is dan een samenklontering van zo veel mogelijk excellerende individuen.’ Daardoor is vrijwel iedereen de taal voor gemeenschappelijke doelen, belangen en verantwoordelijkheden verleerd. Dus dat moeten we weer oppakken, te beginnen met een ambitieus Bildungsprogramma op scholen. We zouden daarmee ‘het project van de samenleving’ opnieuw op kunnen pakken, in het spoor van Plato en Aristoteles. En dan niet de samenleving zoals die was, maar ‘de samenleving zoals die zou kunnen zijn: de goede samenleving’.

Dit is een voorpublicatie uit het boek 'De zinmakers' van Ben Kuiken. Wij mogen 5 exemplaren van dit boek verloten. Kijk op de ledenpagina voor meer informatie.
 

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.