Home Filosofie en literatuur Spoedcursus: Fictie
Filosofie en literatuur

Spoedcursus: Fictie

Fictie is meer dan een bron van vermaak. Het is ook een middel om ideeën over te brengen en de waarheid te benaderen, laten deze vier filosofen zien.

Door Femke van Hout en Tim Miechels op 22 oktober 2021

Spoedcursus: Fictie
Cover van 11-2021
11-2021 Filosofie magazine Lees het magazine

Beeld Reinout Dijkstra

De allegorie van de grot – Plato (Ca. 427-347 V.Chr.)

Plato wordt niet alleen tot de invloedrijkste filosofen gerekend, maar ook tot de beste schrijvers uit de westerse geschiedenis. Bijna al zijn teksten nemen de vorm aan van een literaire dialoog, waarin hij de lezer meeneemt in kritische discussies over begrippen als ‘schoonheid’ en ‘rechtvaardigheid’. Aan het begin van elke tekst schetst Plato vaak uitgebreid waar de gesprekspartners zich bevinden. Ze bezoeken bijvoorbeeld een gevangenis, het huis van een rijkaard of een feest, of wandelen langs de stadsmuren van Athene. Plato gebruikt de dialogen niet alleen om lezers actief te betrekken bij de filosofische discussie, maar soms ook om kritiek te geven op het sociale milieu of op de karakters en de manieren van leven van zijn personages.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

In zijn dialogen gebruikt Plato ook nog andere verhaal­vormen om zijn denken concreter te maken. De bekendste daarvan is de allegorie van de grot uit Politeia, waarin hij uiteenzet hoe mensen zich tot de realiteit verhouden. Mensen zijn volgens Plato als gevangenen in een donkere spelonk. We denken dat we de realiteit zien, maar in werkelijkheid zien we enkel schaduwen op de muur. Plato stelt dat wij eigenlijk ‘vastgeketend’ zitten aan een illusie; het leven dat we voor waar aannemen is slechts schijn. Het is vreselijk moeilijk je van deze schijnwereld los te maken en de waarheid onder ogen te zien. Degenen die zich van de ketenen weten te bevrijden, zo schrijft Plato, voelen eerst hoe zij door levenslange kneveling totaal verkrampt zijn. En als ze zich een weg uit de grot hebben weten te banen, zijn ze eerst lange tijd verblind door de felle zon voordat ze de echte wereld kunnen waarnemen. Zo illustreert Plato hoe zwaar het filosofisch denken – volgens hem de enige manier om tot de waarheid te komen – kan zijn; het is vergelijkbaar met een lange en moeizame lichamelijke worsteling.

Het eiland Utopia – Thomas More (1478-1535)

In de tijd van de Engelse humanist Thomas More waren diefstal, oorlog, uitbuiting en corruptie aan de orde van de dag. Aangezet door deze problemen ging hij op zoek naar hoe een ideale samenleving eruit zou zien. In het boek Utopia (1516) beschrijft More een gelijknamig eiland waarop mensen leven in zo’n perfecte staat. Er is verregaande vrijheid van religie, man en vrouw zijn gelijk, euthanasie en scheidingen zijn toegestaan, ziekenhuizen zijn voor iedereen gratis en er wordt geen oorlog gevoerd. De belangrijkste hoeksteen van deze utopische samenleving is de afwezigheid van privébezit. Volgens More was dat namelijk de kern van alle maatschappelijke problemen van zijn tijd. Op Utopia liggen alle goederen opgeslagen in een centraal, voor iedereen toegankelijk warenhuis.

Met Utopia was More de grondlegger van een nieuwe combinatie van literatuur en politieke filosofie. Dit nieuwe utopische genre stelt auteurs in staat literaire blauwdrukken te geven van ideale samenlevingen. Deze blauwdrukken zijn niet bedoeld als letterlijke handleidingen voor het ontwerpen van een staat, maar als bespiegelingen op hoe we ideaal zouden kunnen samenleven als er geen praktische restricties waren. Het genre werd al snel uitgebreid met de dystopische roman, waarin juist een toekomstig schrikbeeld wordt geschetst.

Verrassend genoeg kent Utopia zelf ook een aantal elementen die we nu als dystopisch bestempelen. Zo is slavernij toegestaan als straf voor criminelen. En wie bijvoorbeeld overspel pleegt, wordt tot slaaf gemaakt en aan gouden kettingen gelegd. Daardoor wordt goud volgens More onaantrekkelijk voor de rest van de inwoners van Utopia. Verder kan de overheid verregaand ingrijpen in de samenstelling van gezinnen als dat de samenleving als geheel ten goede komt. Toch niet zo utopisch dus, dat Utopia.

Zit er iets achter de pseudoniemen? – Søren Kierkegaard (1813-1855)

Hoe doe je recht aan de complexiteit van de werkelijkheid? Volgens de Deense filosoof Søren Kierkegaard in elk geval niet door te proberen deze in één eenduidig, megalomaan systeem te vangen, zoals zijn tijdgenoot Georg Hegel deed. Als je denkt de werkelijkheid op die manier te kunnen uitleggen, heb je er niets van begrepen. Volgens Kierkegaard zit de realiteit vol spanningen en tegenstrijdigheden die zich niet laten systematiseren.

Maar hoe slaag je er dan als filosoof in om toch iets over deze complexiteit te zeggen? Een van de manieren waarop Kierkegaard dit probeert is door zijn teksten te schrijven uit naam van zo’n twintig verschillende pseudoniemen, onder anderen Johannes Climacus, Vigilius Haufniensis en Johannes de Silentio. Deze pseudoniemen zijn meer dan simpele schuilnamen waarachter hij zijn ware identiteit verbergt. Het zijn personages die verschillende perspectieven op de werkelijkheid vertegenwoordigen. Zo laat hij zijn pseudoniemen ook regelmatig op elkaar reageren en met elkaar in discussie gaan.

Deze meerstemmigheid komt duidelijk naar voren in zijn magnum opus Of / Of. Het eerste deel van het boek wordt toegeschreven aan de jonge meneer A., die het esthetische perspectief van de constante zoektocht naar zinnelijk genot vertegenwoordigt. Het tweede deel van het boek bestaat uit brieven en een preek uit naam van rechter Wilhelm, die zich tot meneer A. richt. In deze brieven wijst hij meneer A. op de plichten die horen bij het leven, waarmee hij het ethische perspectief vertegenwoordigt. Zo laat Kierkegaard een rijkdom aan verschillende perspectieven zien, zonder zelf duidelijk stelling te nemen.

We zijn allemaal cyborgs – Donna Haraway (1944)

Het monster opent de gordijnen rondom Victor Frankensteins bed. Arnold Schwarzenegger scheurt de huid van zijn onderarm en onthult een glimmend stalen skelet. Een eenzame man wordt verliefd op zijn virtual assistant. Sciencefiction speelt met onze diepste angsten en fascinaties voor toekomstige wetenschap en technologieën. Hoe ziet onze toekomst eruit als gentechnologie, robotica en kunstmatige intelligentie steeds dieper ingrijpen in ons leven en lichaam? Zullen wij hierdoor onze menselijkheid verliezen?

In haar beroemde essay A Cyborg Manifesto (1985) stelt de Amerikaanse filosoof Donna Haraway dat sciencefiction niet gaat over de verre toekomst, maar over wie we altijd al zijn geweest. Wij mensen, schrijft ze, zijn allemaal cyborgs, fysieke samensmeltingen van mens en machine. Vanaf het moment dat we gereedschap, taal en schrift begonnen te gebruiken is het menselijke bestaan met technologieën vervlochten. Vandaag de dag zijn deze technologieën alleen veel ingrijpender en zichtbaarder. Zo kunnen we onszelf in leven houden met artificiële organen, dient de smartphone als uitbreiding van ons geheugen en stelt virtual reality ons in staat de limieten van tijd en ruimte achter ons te laten.

Haraway gebruikt het beeld van de cyborg als uitgangspunt voor haar postmoderne, feministische filosofie. Als cyborgs, stelt zij, verenigen wij organisme en machine, en natuur en cultuur in één lichaam. Alle ideeën over wat ‘natuurlijk’ of ‘essentieel’ is aan de mens kloppen hierdoor bij voorbaat al niet. Hieronder vallen ook aannames over sekse of natuurlijke rolverdelingen tussen man en vrouw. Zo staat de cyborg model voor een wereld waarin verschillen tussen man en vrouw, maar ook tussen mens en dier, en tussen klassen, rassen en leeftijden, geheel oplossen. Volgens Haraway nodigt de cyborg ons uit afscheid te nemen van onze vooroordelen en open te staan voor een toekomst vol nieuwe mogelijkheden.

Relevante berichten

Verheffen de letteren?
Verheffen de letteren?
Filosofie en literatuur
Voor leden

Verheffen de letteren?

Van literatuur kunnen we bewustere mensen worden die een betekenisvoller leven leiden, betoogt Leen Verheyen.   Dit artikel is exclusief voor abonnees Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over… Read More

Lees meer
Filosofie en literatuur
Voor leden

De literaire zone: Conrad

Uit angst je geweer leegschieten in de jungle. Het is een scène uit Conrads Hart der duisternis die tegenwoordig – een eeuw later – nog steeds tekenend is voor onze interventies in de ‘ontwikkelingswereld’.   ‘Jullie weten nog hoe ik jullie vertelde dat me van verre zekere pogingen… Read More

Lees meer
De kracht van literatuur
De kracht van literatuur
Filosofie en literatuur
Voor leden

De kracht van literatuur

Waar filosofie het leven in abstracties vat, confronteert literatuur ons met het bestaan zelf, zegt Leon Heuts. Van 24 tot en met 27 november 2015 geeft hij een cursus over filosofie en literatuur, waarvan hij in dit artikel alvast een voorproefje geeft. De kracht van literatuur is onder meer… Read More

Lees meer
De ondraaglijke lichtheid van het zijn
De ondraaglijke lichtheid van het zijn
Filosofie en literatuur
Voor leden

De ondraaglijke lichtheid van het zijn

In De ondraaglijke lichtheid van het bestaan trekken de hoofdpersonen zich terug uit de wereld, Milan Kundera bezingt in het boek de kleine idylle van het leven in afzondering. Kundera, ondertussen 85, leeft ook al jaren teruggetrokken uit het publieke leven. Maar we zijn nog niet van hem af. Hij… Read More

Lees meer