Filosoof Marie Lucassen waande zich altijd een afgebakend en onafhankelijk wezen. Tot haar identiteit tijdens haar eerste zwangerschap op losse schroeven kwam te staan. Plotseling deelde ze haar lichaam en haar bestaan met een ander, die zowel een deel van haar als een vreemde was. De grenzen van haar ‘zelf’ werden poreus. Die ervaring dwong Lucassen (1996) om haar mensbeeld te herzien. Maar in de boeken die voorheen haar leidraad waren geweest vond ze weinig aanknopingspunten: in de westerse filosofie gaapt ‘een moedervormig gat’, schrijft ze in haar boek Uit het midden. Een filosofie van de zwangerschap, dat ze afrondde terwijl ze in verwachting was van haar tweede kind.
Waarom hebben filosofen nog zo weinig nagedacht over zwangerschap?
‘Zwangerschap is eigenlijk een optelsom van twee no-goarea’s binnen de filosofie. Ten eerste werd de vrouwelijke ervaring lange tijd niet als een waardevolle bron van kennis gezien. Hetzelfde geldt voor de lijfelijke ervaring. Ware kennis bereik je volgens veel filosofen alleen door te denken, niet door te voelen.
Maar een meer welwillende lezing vind ik filosofisch interessanter. Binnen de filosofie staat het zicht centraal, dat wat zich in het licht bevindt. Pas als we iets kunnen zien, dan is het iets; dan kunnen we het kennen, het isoleren, er omheen lopen. Dat heeft ook een democratische kant: als je het kunt zien, kan een ander het ook zien en kun je het erover hebben. Kennis associëren we daardoor met iets in het licht plaatsen. Zwangerschap is het tegenovergestelde daarvan. Het is bij uitstek iets wat zich buiten het zicht voltrekt: je ziet wel de effecten van zwangerschap, zoals een dikke buik, en je kunt met een echo een beeld maken. Maar we hebben geen directe toegang tot die kennis. Zwangerschap speelt zich af in een schemergebied, en dat is filosofisch ongemakkelijk.’
Wat betekent het voor ons mensbeeld dat zwangerschap zo weinig zichtbaar is?
‘De meeste filosofen zeggen dat het mensenleven begint bij de geboorte, als het kind in het zicht treedt. Dan lijkt het alsof daar ter plekke iets ontstaat of begint. Het moment van afscheiding of losmaking zien we vaak als onze oorsprong. De Engelse filosoof Thomas Hobbes schrijft bijvoorbeeld dat mensen als paddenstoelen uit de grond schieten, spontaan en zonder enige afhankelijkheid van elkaar. Medici leggen het moment van oorsprong eerder: als het hartje klopt, of bij 25 weken zwangerschap, wanneer de foetus levensvatbaar is buiten de baarmoeder. Maar beide benaderingen geven uiting aan een enorme behoefte om precies aan te kunnen wijzen: híer begint het.
Mijn ervaring is juist dat ontstaan een traag, ambigu en gedeeld proces is. Er is niet één moment waarop een persoon begint. Het idee van een aanwijsbare oorsprong is niet alleen een misvatting over waar het punt van oorsprong precies ligt. Er hangt ook een normatief idee aan: een ideaalbeeld van onszelf als autonome en ongebonden wezens.’
Hoe breekt de ervaring van zwangerschap met dat individualistische mensbeeld?
‘Het is een fysieke, letterlijke, aanraakbare en opdringerige ontmanteling ervan. Ik kon mezelf niet langer begrijpen als een ordentelijk en coherent geheel met een duidelijk binnen en buiten, een duidelijk mij en jou. Het is een grenservaring. In de filosofische stromingen van het existentialisme en de fenomenologie wordt wel nagedacht over relationaliteit, maar dit is veel radicaler: nog voor de vorming van het subject is er al verwikkeling met een ander. Je blijft de rest van je bestaan bezig om een afgerond ik te worden. Ontstaan begint ver voor de conceptie en duurt tot het moment van je overlijden.
Als we allemaal zouden inzien dat ons ontstaan gradueel en voortdurend is, zouden we anders kijken naar zaken als zorg en afhankelijkheid. Want dat is het fundament van wie wij zijn. In de kern zijn we schatplichtig aan elkaar.’
Is dit ook relevant voor mensen die zelf nooit zwanger zullen of willen worden?
‘Ik beschrijf twee perspectieven: enerzijds dat van de zwangere, en anderzijds dat van degene die de zwangere in zich draagt. Via de verwikkeling en verwevenheid van die twee kom je dicht bij het perspectief van de foetus. Dan heb je het opeens over iedereen, want iedereen is ooit een foetus geweest, zelfs mensen als Donald Trump en Andrew Tate. Ik ben benieuwd of zij anders zouden denken als ze er van vergewist zouden zijn dat ze zijn ontstaan uit een gedeeldheid.
Je hoort een man niet vaak zeggen: mijn ervaring met zwangerschap was zus en zo. Maar waarom eigenlijk niet? We hebben allemaal ervaring met zwangerschap, want we zijn allemaal onderdeel van een zwangerschap geweest. Filosofie van de zwangerschap is eigenlijk filosofie van de oorsprong.’
Uit het midden. Filosofie van de zwangerschap
Marie Lucassen
Athenaeum
192 blz.
€ 20,99


