Home Existentialisme Simone de Beauvoir leefde voor de vrijheid. Haar grootste ideeën op een rij
Existentialisme

Simone de Beauvoir leefde voor de vrijheid. Haar grootste ideeën op een rij

Door Ira Pronk op 14 april 2026

illustratie van filosoof Simone de Beauvoir
beeld Anna Bay
Filosofie Magazine Kun je vrijheid kiezen? het existentialisme van Simone de Beauvoir
05-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine
Vandaag is het 40 jaar geleden dat Simone de Beauvoir overleed. Haar leven en werk in vier ideeën.

Dit artikel krijg je van ons cadeau

Wil je onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? Je bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en je hebt direct toegang.

Een jonge vrouw zijn is een onmogelijk opgave

1908-1926

illustratie van een jurkje voor een historisch profiel over Simone de Beauvoir

Het leven is volgens Simone de Beauvoir ‘een onherroepelijk worden’. Je bent voortdurend in verandering en je staat in contact met anderen die zelf ook veranderen. Dat maakt een biografische tekst als deze gedoemd te mislukken: een ordelijke vertelling van hoe iemands leven gelopen is, lijkt in niets op de dynamiek van het bestaan zelf. Hoewel De Beauvoir vele dagboeken en memoires schreef, omschreef ze het teruglezen ervan als kijken naar de ‘mummies’ van ‘overleden versies van haar “ik”’.

En inderdaad, wie zich het meisje voor de geest probeert te halen dat op 9 januari 1908 in het zesde arrondissement van Parijs op de vroege ochtend geboren werd, ziet niet de bron van mogelijkheden die ze op dat moment was, maar de vroegere versie van de briljante filosoof en feminist tot wie ze zou uitgroeien. Daarbij zou je haast vergeten dat ze zich tot die bijzondere denker moest ontwikkelen, en dat het ook makkelijk anders had kunnen lopen. Sterker nog, om die briljante filosoof te worden moest ze tegen vele maatschappelijke verwachtingen indruisen.

Simone is de oudste dochter van Georges de Beauvoir en Françoise Brasseur en de oudere zus van Hélène. Opgroeiend in een welgesteld, katholiek milieu krijgt ze de nodige intellectuele bagage mee. Haar vader reikt haar boek na boek aan en ze wordt al vroeg ingewijd in de poëzie en de literatuur. Ze is, zoals ze later beschrijft in Herinneringen van een welopgevoed meisje (1958), ‘deugdzaam, ingetogen en gelukkig’.

Die gevoelens van geluk en geborgenheid veranderen echter rond haar puberteit. Het huwelijk van haar ouders wankelt, het gezin verarmt en Simone begint aan haar geloof te twijfelen. Tegelijk botst ze op de tegenstrijdige verwachtingen die aan jonge vrouwen uit haar tijd werden gesteld: ze moet intelligent zijn, maar niet te intelligent om een goede huwelijkspartner te zijn. Ze moet voor zichzelf leven, maar zich ook dienstbaar opstellen. Zelfopoffering van de vrouw ten dienste van anderen (de man, de kinderen) is op dat moment de norm. Simone raakt in een existentiële crisis, waarbij één vraag steeds komt bovendrijven: hoeveel van mijn leven is van mij en hoeveel van anderen?

Vrij ben je alleen dankzij anderen

1926-1943

illustratie van een typemachine voor een historisch profiel over Simone de Beauvoir

De Beauvoir vindt een voorlopig antwoord op deze existentiële vraag door voor zichzelf te kiezen. Een leven waarin je jezelf opoffert voor anderen, zoals haar moeder had gedaan, vormt voor haar als achttienjarige een schrikbeeld. Liever volgt ze haar literaire voorbeelden, de Britse schrijvers George Eliot en Virginia Woolf, en jaagt ze een geestelijk leven na. In 1926 gaat ze filosofie studeren aan de Sorbonne-universiteit. Ook omringt ze zich daar met nieuwe vrienden, die haar in staat stellen om ‘de vrouw te worden die ze wilde worden’.

Op de universiteit ontmoet ze Jean-Paul Sartre (1905-1980). Deze ontmoeting vormt het begin van een levenslange intellectuele en romantische verhouding, die veelvuldig vertolkt zal worden in boeken, films en populaire cultuur. Ze kiezen vanaf het begin voor een open relatie. De rol van Sartre, schrijft De Beauvoir, was ‘om in mijn hart, in mijn lichaam te wonen en vooral (want in mijn hart en lichaam zouden vele anderen kunnen wonen) de onvergelijkbare vriend van mijn denken te zijn’. Na de glansrijke voltooiing van hun filosofiestudie leven Sartre en De Beauvoir enkele jaren van tijdelijke aanstellingen als docent. In 1943 breekt Sartre door met Het zijn en het niet, waarin hij zijn existentialistische filosofie uitwerkt.

In dezelfde tijd maakt De Beauvoir ‘een politiek ontwaken’ door. Ze heeft op dat moment weliswaar een roman op haar naam staan en enkele existentialistische ideeën uitgewerkt, maar is daar niet geheel tevreden mee. Ze is naar eigen zeggen ‘solipsistisch’ in haar denken geweest; het ging te veel over haar eigen binnenwereld en te weinig over de wereld om haar heen. Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, het besef dat haar vrije liefde met Sartre soms ten koste ging van het geluk van hun jonge vrouwelijke minnaars, en haar ongenoegen met Sartres onverschillige houding tegenover ethiek, zetten haar op een ander denkspoor.

‘Ik kwam tot de slotsom dat wij, of we nu willen of niet, ingrijpen in het bestaan van anderen en dat wij de verantwoordelijkheid daarvoor moeten aanvaarden,’ schrijft ze in haar roman Bloed van anderen (1945). Ze werkt haar ethiek, behalve in deze roman, ook uit in een toneelstuk en het essay Pyrrhus en Cineas (1943). We hebben anderen nodig om onze eigen vrijheid te realiseren. Of we nu intellectueel, kunstenaar of activist willen zijn, we hebben altijd anderen nodig die ons daarin erkennen. We kunnen onze eigen vrijheid pas bereiken als we de vrijheid van anderen nastreven.

De vrouw komt op de tweede plaats

1943-1949

Na het schrijven van Pyrrhus en Cineas is De Beauvoir vrijer dan ooit. Haar boeken bezorgen haar een sterrenstatus. De filosoof reist af naar the land of the free, waar ze beroemde kunstenaars ontmoet, joints rookt en een liefdesaffaire begint met de Amerikaanse schrijver Nelson Algren. Tegelijkertijd beseft ze hoe ongelijk de vrijheid verdeeld is. In de Verenigde Staten rijden taxi’s haar voorbij wanneer ze met een zwarte vriend reist. Ook leest ze Gunnar Myrdals An American dilemma, een invloedrijk werk over racisme. De Beauvoir besluit een soortgelijk boek te schrijven, maar dan over de positie van de vrouw.

In 1949 publiceert De Beauvoir De tweede sekse. In eerder werk schreef de filosoof dat de mens zijn vrijheid dankt aan het vermogen tot ‘transcendentie’: de mens is niet overgeleverd aan zijn omstandigheden, maar kan door keuzes te maken zelf richting geven aan zijn bestaan. Maar hoe kan het dat mannen daarin veel vrijer zijn dan vrouwen? Die vraag staat centraal in De tweede sekse. De Beauvoir geeft een historische analyse waarin ze laat zien dat mannen de positie van ‘subject’ – het vrije individu – hebben opgeëist, terwijl vrouwen zijn teruggedrongen in de rol van ‘object’, van ondergeschikte. Waar mannen hun eigen lot kunnen bepalen, wordt van vrouwen verwacht dat zij zich dienstbaar opstellen. Ze moeten begeerlijk zijn voor de mannelijke blik, zich volledig overgeven aan de romantische liefde of zich opofferen voor het moederschap.

Cruciaal voor De Beauvoir is dat wat wij onder ‘vrouwelijkheid’ verstaan – zoals zorgzaamheid en passiviteit – niet biologisch bepaald is, maar sociaal geconstrueerd. ‘Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt het,’ luidt een bekende uitspraak uit haar boek. Daarin schuilt ook de mogelijkheid tot verandering: vrouwen kunnen deze opgelegde rol afwerpen en net als mannen hun bestaan vormgeven als vrij individu.

De Beauvoir lijkt deze bevrijding zelf te belichamen: ze reist de wereld rond, kent vele liefdes zonder zich daarin te verliezen en blijft prioriteit geven aan haar werk. Toch worstelt ook zij met de eisen die aan vrouwen worden gesteld. Vanwege haar kritiek op het moederschap en pleidooi voor gelijkwaardige seks wordt De Beauvoir na de publicatie van De tweede sekse openlijk verguisd, wat haar zwaar valt. Uit haar dagboeken blijkt dat ze enige tijd onderscheid maakte tussen de ijverige, onafhankelijke vrouw die ze wil zijn (‘Castor’) en de plichtsgetrouwe, afhankelijke vrouw die ze van de samenleving moet zijn (‘Mademoiselle De Beauvoir’). Desondanks slaagt ze er meestal in voor de vrijheid te kiezen.

Ouderdom maakt niet overbodig

1949-1986

Als negentienjarige had De Beauvoir voor zichzelf een belangrijke conclusie getrokken: denken en leven moeten hand in hand gaan. Een leven dat niet doordacht is, is de moeite niet waard. Omgekeerd is denken dat niet doorleefd is, futiel. Na het schrijven van De tweede sekse trekt De Beauvoir de politieke consequenties hiervan: het is niet voldoende om te wijzen op onvrijheden, het is nodig om er actief tegen te strijden. Als redacteur van tijdschrift Les temps modernes zet ze zich in voor de Algerijnse onafhankelijkheid. Daarnaast strijdt ze voor de legalisering van abortus en anticonceptie en probeert ze een antiseksismewet door het parlement te krijgen.

Er is ook een filosofische drijfveer voor De Beauvoir om zich om het lot van vrouwen te bekommeren. Het is de taak van de filosofie om zoveel mogelijk recht te doen aan het leven. Vergeten stemmen, zoals die van vrouwen, moeten daarom hoorbaar worden gemaakt. ‘Als we het hele menselijke leven scherp zouden kunnen zien en horen, zou het zijn of we het gras konden horen groeien en het hartje van de eekhoorn horen kloppen en zouden we sterven aan het gebrul aan gene zijde van de stilte,’ had haar geliefde schrijfster George Eliot eens geschreven.

Even tussendoor …

Meer lezen over Simone de Beauvoir en andere grote denkers? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:

Ontvang wekelijks de beste artikelen van Filosofie Magazine en af en toe een aanbieding.

Mede om die reden stort De Beauvoir zich eind jaren zestig op het thema ouderdom. Ouderen worden in de samenleving vaak als ‘overbodig’ gezien. Onze houding ten aanzien van de ouderdom gaat zelfs zo ver dat we ontkennen dat we zelf oud zijn, zelfs als het bewijs daarvoor onomstotelijk is, schrijft De Beauvoir. Op die manier doen we geen recht aan wat het betekent om mens te zijn. ‘We weten niet wie wij zijn, als we niet weten wie we zullen zijn,’ stelt ze in De ouderdom (1970). Aan de hand van getuigenissen en literatuur analyseert De Beauvoir de ouderdom: hoe de verhouding tot tijd verandert als je ouder wordt, hoe het lichaam aftakelt en vooral hoe de maatschappij met ouderdom omgaat. Ouderdom hoeft niet altijd iets te zijn om te vrezen, concludeert De Beauvoir. Net als vrouw-zijn is oud-zijn geen universele ervaring; het is voor iedereen anders. Maar we moeten wel als samenleving waardig met ouderen omgaan.

De ouderdom maakt De Beauvoir overigens totaal niet overbodig: ze blijft tot het einde toe politiek en intellectueel actief. En uiteindelijk doet zelfs de dood dat niet. Op haar begrafenis in Montparnasse op 17 april 1986, waar haar lichaam naast dat van Sartre wordt begraven, scanderen talloze vrouwen de woorden van filosoof Élisabeth Badinter: ‘Vrouwen, jullie zijn haar alles verschuldigd!’ Daar is niets aan gelogen: haar denken vormt nog altijd de basis van vele vrijheden die vrouwen vandaag de dag genieten.

Leven en werk

1908 (9 januari): Simone de Beauvoir wordt geboren als oudste dochter van Georges de Beauvoir en Françoise Brasseur in een appartement in het zesde arrondissement van Parijs.

1913: Geboorte van haar jongere zus, Hélène (bijgenaamd Poupette), met wie De Beauvoir een hechte band heeft.

1925: Behaalt haar baccalaureaat (afsluiting van de middelbare school) in algemene filosofie. Ze wordt tweede van haar jaar van heel Frankrijk, na Simone Weil. Maurice Merleau-Ponty, met wie ze een levenslange vriendschap koestert, wordt derde.

1926: Gaat filosofie studeren aan de Sorbonne-universiteit in Parijs en ontmoet Jean-Paul Sartre, met wie ze een levenslange relatie aangaat.

1929: Studeert op 21-jarige leeftijd af aan de Sorbonne. De Beauvoir slaagt als jongste ooit voor het nationale filosofie-examen (aggrégation). Ze wordt de tweede van haar jaar, vlak achter Sartre.

1931: Begin van haar loopbaan als filosofiedocent, onder meer in Marseille en Rouen.

1943: Publiceert haar eerste roman Uitgenodigd, over een romantische driehoeksverhouding.

1944: Publiceert het essay Pyrrhus en Cineas, over ethiek en het existentialisme. Ze stopt met lesgeven en wijdt zich volledig aan schrijven en filosofie.

1945: Richt samen met Sartre en enkele anderen het invloedrijke tijdschrift Les temps modernes op.

1947: Publiceert Pleidooi voor een moraal der dubbelzinnigheid, een verdere uitwerking van de ethiek die ze eerder in Pyrrhus en Cineas beschreef.

1949: Publiceert haar hoofdwerk De tweede sekse.

1954: Ontvangt de Prix Goncourt voor haar roman De mandarijnen, over het naoorlogse intellectuele leven in Frankrijk.

1964: Publiceert Een zachte dood, over het sterfbed van haar moeder.

1971: Ondertekent het beroemde ‘Manifest van de 343’, waarin vrouwen verklaren een illegale abortus te hebben ondergaan. Hoewel dat strafbaar was, werden de vrouwen niet vervolgd; de actie maakt juist de weg vrij voor legalisatie van abortus.

1981: Publiceert Het afscheid, een verslag van Sartres laatste jaren.

1986 (14 april): Sterft in Parijs. De Beauvoir wordt enkele dagen later begraven op de begraafplaats in Montparnasse, naast Jean-Paul Sartre. Na lang niet serieus genomen te zijn, is ze nu erkend als groot filosoof.

Loginmenu afsluiten