Home Vrouwelijke denkers Moraliteit door vrouwen
Vrouwelijke denkers

Moraliteit door vrouwen

Rond de Tweede Wereldoorlog verzetten vier bevriende vrouwelijke denkers zich tegen de ‘dorre rationalisering’ van de filosofie.

Door Joke Hermsen op 19 augustus 2022

Iris Murdoch
Cover van 09-2022
09-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

Als iemand mij zou vragen om de Angelsaksische filosofie van halverwege de vorige eeuw te beschrijven, dan zou ik eerst iets zeggen over de stroming het logisch positivisme en vervolgens iets over Ludwig Witggenstein. Zijn invloed op de filosofen in Cambridge en Oxford was dusdanig groot dat ze de conclusie van zijn Tractatus logico-philosophicus – ‘Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen’ – zo letterlijk namen dat ze vrijwel elk vraagstuk van ethische, politieke of metafysische aard als filosofisch onzinnig verwierpen. Morele concepten waren volgens hen niet het resultaat van cognitief, op empirische waarneming gebaseerd onderzoek, maar slechts emotionele pseudo-concepten, waarover binnen de filosofie niets zinnigs gezegd kon worden. Die kon slechts binnen het kader van taalanalyses iets over de werkelijkheid zeggen.

Het zou niet in mijn hoofd opkomen om deze periode een golden age of female philosophy te noemen. Toch is dat precies de strekking van twee studies die afgelopen jaar in Engeland zijn verschenen. Zowel Metaphysical Animals van Clare Mac Cumhaill en Rachel Wiseman als The Women Are Up to Something van Benjamin Lipscomb stellen daarin het werk van de vier filosofes Elizabeth Anscombe, Iris Murdoch, Philippa Foot en Mary Midgley centraal. Zij waren van mening dat de verschrikkingen van de oorlog om een grondige heroverweging van de ethiek vroegen en verzetten zich hevig tegen de ‘dorre rationalisering’ van de analytische filosofie.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

De groepsmonografie van Mac Cumhaill en Wiseman verscheen recentelijk in de Nederlandse vertaling van Rogier van Kappel en Ruud van de Plassche onder de titel Het kwartet. Hoe vier vrouwen de filosofie opnieuw tot leven wekten. De auteurs beschrijven in hun inleiding hoe ze getroffen werden door een ingezonden brief in The Guardian uit 2013, waarin de inmiddels hoogbejaarde Mary Midgley uiteenzet hoe ze in de jaren rond de Tweede Wereldoorlog samen met haar drie bevriende collega’s eensgezind optrok tegen de rigide inperkingen van hun vakgebied en pleitte voor een herwaardering van de moraalfilosofie. Ook wijst ze erop dat zij als vrouwelijke filosofen voor het eerst ‘hadden kunnen floreren’, doordat de meeste van hun mannelijke collega’s voor de oorlog waren opgeroepen en zij de kans kregen om de vrijgekomen onderzoeks- en onderwijsposities te bekleden. Een nogal wrange, maar ook terechte opmerking, die volgens Midgley met name duidelijk maakt ‘hoe berucht ongastvrij en onherbergzaam’ de filosofie eeuwenlang voor vrouwen is geweest.

Nieuwe gebieden

Midgley, Foot, Murdoch en Anscombe, met in hun kielzog nog een elftal andere vrouwelijke filosofen, ontwikkelden zich tot veelzijdige filosofes, docenten en research fellows. Ze beoefenden verschillende genres, van academische studies tot filosofische essays en literaire romans – een veelzijdigheid die vrouwelijke denkers vaak beter lijkt te passen dan een louter op de academie gerichte schrijfpraktijk. Ze ontsloten ook nieuwe wijsgerige onderzoeksgebieden, zoals feminisme en ethologie. Maar bovenal zochten ze naar mogelijkheden om de ethiek weer een volwaardige plek binnen het filosofische curriculum te geven.

Deze vier filosofes bliezen de ethiek nieuw leven in

De oorlog had ieder weldenkend mens immers genoodzaakt om het menselijk handelen opnieuw in verband te brengen met moraliteit, en abstracte ethische concepten te verbinden aan urgente en reële ethische vraagstukken. De vragen die ze stelden luidden onder meer: hoe kan ik een goed leven leiden in een wereld waarin zoveel onvoorstelbare slechtheid geschiedt? En op grond van welke ethische maatstaven kan ik handelingen beoordelen?

Ze lieten zich inspireren door filosofen uit de Griekse Oudheid, zoals Aristoteles en Plato, maar ook door Franse filosofen als Simone Weil, en door het werk van de latere Wittgenstein. Anscombe was zijn laatste intellectuele pupil en beheerde na Wittgensteins overlijden een belangrijk deel van zijn filosofische nalatenschap. Foot verwierf met haar moraalfilosofische teksten een aanzienlijke reputatie binnen de academische filosofie. Murdoch werd een veelgeprezen romanschrijver en letterkundige, en Midgley bracht als een van de eersten de dialoog tussen filosofie, dierkunde en ethologie op gang.

De vier filosofes meenden dat hun mannelijke collega’s als Ayer en Hare destijds aan de belangrijkste conclusie van Wittgensteins Tractatus waren voorbijgegaan, namelijk dat zijn oplossing niets had opgelost, zoals hij zelf in een brief aan Ludwig von Ficker had toegelicht: ‘Mijn werk bestaat uit twee delen: uit dat wat hier voor mij ligt en uit dat wat ik niet geschreven heb. En precies dat tweede deel is het belangrijkste.’ In zijn boek Ludwig Wittgenstein (1986) geeft Ayer toe dat hij het destijds onbegrijpelijk vond dat Wittgenstein de ethiek niet gewoon als onzin afdeed, maar er zoveel aandacht aan schonk: ‘Wittgenstein stelt dat degenen die over ethiek proberen te praten tegen de grenzen van de taal op lopen. Wat wij echter niet begrepen was dat dit hem er niet toe bracht om deze zaken, samen met de rest van de metafysica, terzijde te leggen, omdat ze de moeite van onze aandacht niet waard waren. Wittgensteins begrip van important nonsense bleef voor ons heel mysterieus.’

Precies deze important nonsense gaf richting aan het werk en onderzoek van de denkers uit Het kwartet. Het viertal keerde terug naar vragen over deugdzaamheid en een goed en waardig leven. Ze verrichtten hun filosofische werk tussen kinderen krijgen, gedichten schrijven en vrijwilligerswerk in. Ze kwamen tot de conclusie dat een waardig menselijk leven niet zozeer draait om het nastreven van de belangen van een enkel individu, maar van het algemene belang van de groep. In het boek komt de vriendschap van de vier vrouwen duidelijk naar voren, evenals de manieren waarop ze elkaar in de ontwikkeling van hun denken steunden.

Gedachtes en geliefden

Om twee van de vier denkers uit te lichten: Elizabeth Anscombe, wellicht de meest briljante filosofe van de groep, was enorm productief in de jaren vijftig; ze schreef niet alleen twee belangrijke filosofische studies – Intention (1957) en An Introduction to Wittgenstein’s Tractatus (1959) – en een reeks artikelen over handelingsfilosofie, psychologiefilosofie en ethiek, maar vertaalde ook duizenden pagina’s van Wittgensteins Nachlass en bracht zijn Philosophical Investigations (1953) en zijn Remarks on the Foundations of Mathematics (1956) uit.

Ze probeerde Aristoteles’ aanname dat de mens vanwege zijn talige, reflexieve en creatieve vermogens meer is dan een louter biologisch wezen te combineren met het voorstel van de ‘latere’ Wittgenstein om ook recht te doen aan de psychologische betekenis van intenties en intuïties, die een ‘deugdzaam menselijk’ leven mede motiveren. Ze introduceerde ook de term ‘consequentialisme’, waarbij het ethisch juiste handelen gekenmerkt wordt door het goede resultaat van de handeling.

De vrouwelijke filosofen konden floreren doordat hun mannelijke collega’s waren opgeroepen voor de oorlog

Ook Iris Murdoch publiceerde in de jaren vijftig een indrukwekkende stapel boeken. Naast Sartre. Romantic Rationalist (1953) schreef ze maar liefst vier romans en een reeks artikelen over ethiek, politieke theorie en esthetiek. Net als Anscombe bepleitte zij een ‘anti-niet-cognitivistische’ benadering van noties als vrijheid, goedheid, liefde en deugdzaamheid. De kern van Murdochs morele psychologie is de opvatting van ‘ontzelving’ of zelfvergetelheid, waarvoor ze onder meer te rade ging bij het werk van Simone Weil. De mens wordt gedreven door een verlangen naar het goede, maar zijn ego en eigen belang staan een goed handelen vaak in de weg. Hoe beter we erin slagen om werkelijk aandacht voor anderen op te brengen, hoe beter we volgens Murdoch de werkelijkheid zien zoals ze is.

Het kwartet is een levendig, mooi geschreven portret van vier vrouwelijke denkers, die naast ideeën ook hun appartementen, kleding en zelfs geliefden deelden. De auteurs laten overtuigend zien hoe deze vier filosofes niet alleen de moraalfilosofie nieuw leven hebben ingeblazen, maar ook een geëngageerde manier van filosofie bedreven die ons nog steeds kan inspireren.