Gottfried Wilhelm Leibniz "Deze wereld is de beste van alle mogelijke werelden."  

"Muziek is niets anders dan onbewuste aritmetica."

Leibniz was een wonderkind. Hij studeerde al op vijftienjarige leeftijd rechten en kreeg op zijn 21ste een professoraat aangeboden. Hij was één van de laatste universele geleerden, en hield zich bezig met filosofie, wiskunde, natuurkunde, waterbouw, architectuur, theologie en meer.

Binnen de filosofie is Leibniz het meest bekend vanwege zijn monadenleer. Volgens Leibniz zijn  monaden de fundamentele bouwstenen van de wereld. Een monade is een eenheid, iets wat niet tot iets anders herleid kan worden en wat ook niet deelbaar is. Een monade is een kracht die een individu in beweging kan zetten. Om uit te leggen hoe monaden kunnen bewegen en hoe de ordening van monaden tot stand komt, grijpt Leibniz terug op een idee van Aristoteles dat ‘entelechie’ (ingebouwde doelgerichtheid) heet.

Leibniz omschrijft God als de hoogste monade. Hij heeft alle mogelijke werelden overzien en uiteindelijke de beste van alle werelden geschapen. ‘Beste’ betekent hier de grootst mogelijke verscheidenheid binnen de strengst mogelijke orde. Bij de schepping van de wereld heeft God de monaden op elkaar afgestemd waardoor er harmonie is in de wereld.

Leibniz is vaak bekritiseerd op deze metafysica en wordt verweten dat hij blind is voor het kwaad in de wereld. Echter Leibniz meent dat alleen God perfect is en dat de mens met beperkingen is gemaakt. Hij is dan ook de bron van het metafysisch kwaad.
Een tweede kwaad bestaat in de fysieke beperkingen van mensen. Deze kunnen leiden tot pijn en verdriet, maar kunnen ook op een bepaalde manier nuttig zijn.

Maar het echte kwaad is het morele kwaad. Alle vrije wezens kunnen moedwillig kwaad handelen en daardoor zondigen.
Naast zijn uitgebreide metafysica is Leibniz beroemd vanwege zijn lange correspondentie met Isaac Newton. Newton en Leibniz ruzieden over de vraag wie van hun beiden de differentiaalrekening had uitgevonden. De correspondentie is uitgebreid bestudeerd door academici. Aan het  einde van de zeventiende eeuw oordeelde een groep onderzoekers van de Royal Society dat Leibniz zich schuldig had  gemaakt aan plagiaat. Newton zelf stond echter aan het hoofd van die onderzoeksgroep.

Leibniz was van mening dat alle ruzie en misverstanden het gevolg waren van miscommunicatie. Om deze definitief de wereld uit te helpen werkte hij aan de ontwikkeling van een mathematica universalis, een universele taal die strikt logisch was opgebouwd en die van een argumentatie een wiskundige berekening kon maken. Hiermee was hij de grondlegger van het formalisme.