Home Politiek De onversneden democratiekritiek van Plato
Politiek

De onversneden democratiekritiek van Plato

Angst voor populisme en dalend politiek vertrouwen roepen twijfels op over de democratie. Die twijfel is niet van vandaag of gisteren. Plato leefde in de nog prille Atheense democratie en was een fel tegenstander van deze staatsvorm.

05 maart 2018

De onversneden democratiekritiek van Plato

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

In zijn veelbesproken Politeia (De staat) zet Plato zijn ideale staat uiteen aan de hand van de vraag ‘wat is rechtvaardigheid?’ Zijn democratiekritiek op de democratie is stevig.

Plato is absoluut geen voorstander van de democratie. Niet verwonderlijk, want zijn grote voorbeeld Socrates kreeg door een democratische stemming de gifbeker toebedeeld. Democratie is volgens Plato een systeem dat gedoemd is te falen. Regeren vereist een bekwaamheid die slechts door enkelen verkregen kan worden, dus het hele idee van democratie is irrationeel en absurd.

Niet zomaar iedereen die door het volk wordt gekozen zou een staat mogen aanvoeren, maar uitsluitend hoogopgeleide experts in het regeren. Enkel filosofen komen hier eigenlijk voor in aanmerking.

Filosoof word je overigens niet door enkele jaren filosofie te studeren. Nee, Plato heeft een omvangrijk educatiesysteem uitgedacht, met onder andere vijftien jaar militaire dienst. Pas als je deze educatie – die vijftig jaar duurt – glansrijk hebt doorstaan mag je jezelf filosoof noemen, en samen met de andere filosofen het land besturen.

Als filosofen de staat aanvoeren, is een rechtvaardige staat mogelijk. Deze rechtvaardige toestand bestaat erin dat iedereen zijn juiste taak in de samenleving vervult en goed samenwerkt. Filosofen moeten leiding geven, de middenklasse moet voor veiligheid en orde zorgen en de lagere klasse moet voedsel en andere middelen produceren zodat iedereen voldoende heeft.

De ideale is staat absoluut een aristocratie; een staat moet bestuurd worden door ‘de besten’. Na een aristocratie is een timocratie, waarin de militairen aan de macht zijn, de beste keuze. Hierna volgt een oligarchie, waarin de rijken het voor het zeggen hebben. Plato wil niet dat rijkdom de maatschappelijk status bepaalt, maar zelfs dat is nog beter dan de democratie, die op de vierde plek staat. De enige staatsvorm die erger is dan een democratie is volgens hem een tirannie – waar een democratie overigens altijd op uitloopt.