Home Historisch profiel Dichter en filosoof Lieke Marsman streed tegen betekenisloosheid
Historisch profiel

Dichter en filosoof Lieke Marsman streed tegen betekenisloosheid

Door Femke van Hout op 2 november 2026

Lieke Marsman voor een groene muur
beeld ANP
Filosofie Magazine twijfel Is twijfelen een vorm van vrijheid?
11-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine

Lieke Marsman (1990-2026) vond dat de werkelijkheid tekort wordt gedaan door valse denkbeelden, vage taal en lege protocollen.

Nadat ze ongeneeslijk ziek werd, las dichter en filosoof Lieke Marsman (1990-2026) geen romans meer. ‘Ik wil heel graag gewoon feiten. Het leven echt zoals het is,’ vertelde ze tijdens haar optreden bij Zomergasten aan presentator Janine Abbring. Haar kostbare tijd leende Marsman niet meer uit aan verzonnen levens. Maar wel aan poëzie: ‘Poëzie ís dit leven.’

Het is jammer dat Abbring na die raadselachtige uitspraak niet doorvraagt. Poëzie wordt vaak gezien als vaag of zweverig, maar volgens Marsman, die van 2021 tot 2023 Dichter der Nederlanden was, ‘is ­poëzie net zo “hard” als de exacte wetenschappen’. Niet omdat poëzie de werkelijkheid objectief beschrijft, maar omdat poëzie deel is van het leven zelf. Waar fictie je vraagt een andere werkelijkheid binnen te gaan, kan poëzie je radicaler in de werkelijkheid zetten, je scherper aanwezig laten zijn. Poëzie, schrijft Marsman, laat een mens ‘doorvoelen wat hij is’: ze laat je ervaren wat het betekent te bestaan.

Lees dit artikel verder

Voor € 6,99 per maand lees én beluister je dit artikel en alle andere online artikelen van Filosofie Magazine.

Word abonnee Al abonnee? Inloggen

De rationele mens heeft de wereld van zijn betekenis ontdaan

In haar gedichten probeert Marsman dan ook zo ‘exact’ mogelijk te zijn, om heel precies woorden te geven aan gevoelens of ervaringen. Ze waarschuwde voor de toenemende ‘vaagheid’ in de taal van politici, ambtenaren en bedrijven; hoe nietszeggender de taal, hoe meer we onze grip op de werkelijkheid verliezen. In haar oeuvre, dat poëzie, romans en essays omvat, schrijft ze behalve over taal ook over de grenzen van rationaliteit, over eenzaamheid, hoop en angst. En over de diepe, soms religieuze openbaringen die mensen ten deel kunnen vallen als ze onder extreme druk staan – of die druk nu veroorzaakt wordt door de onafwendbare klimaatcrisis, een oorlog of een ongeneeslijke ziekte.

Tekst loopt door onder afbeelding

Lieke Marsman in haar studentenhuis aan de Stadhouderskade, 2014
Lieke Marsman in haar studentenhuis aan de Stadhouderskade, 2014. Tijdens haar studie filosofie aan de Universiteit van Amsterdam publiceerde ze haar eerste poëziebundel. beeld Bianca Sistermans

Schril gegil

Lieke Marsman werd in 1990 geboren in Den Bosch. In 2010, vijf jaar vóór ze haar studie filosofie aan de Universiteit van Amsterdam afrondt, verschijnt al haar eerste dichtbundel: Wat ik mijzelf graag voorhoud. Ze wint meteen drie literaire prijzen. De gedichten worden geprezen om hun meanderende, filosofische en toch toegankelijke stijl en gaan over dromen, reizen, de tijd, angst en plotselinge ervaringen van connectie: Het fijne aan geraakt worden/ is dat het niet lang hoeft te duren om lang/ te blijven duren. Vier jaar later volgt haar tweede bundel, De eerste letter. Marsman schrijft daarin onder andere over de eenzaamheid die voortkomt uit het onstilbare maar onmogelijke verlangen samen te smelten met je geliefde: Zijn we toch maar mooi uit eenwording/ twee gewonden geworden.

Eenzaamheid en liefde staan ook centraal in Het tegenovergestelde van een mens (2017), Marsmans eerste roman. Al is ‘roman’ eigenlijk een vreemd woord voor een boek dat zoveel verschillende genres bij elkaar brengt: essays, gedichten, filosofische verhandelingen en fictie. In het boek, dat gaat over een jonge klimaatwetenschapper die zich overweldigd voelt door de klimaatcrisis, vergelijkt Marsman de manier waarop de mens zich verhoudt tot de planeet met een mislukte verliefdheid. We willen zo graag dat onze geliefde ons erkent, ons laat voelen dat we ertoe doen. Net zo, denkt Marsman, willen mensen graag dat het universum een teken geeft dat hun bestaan ertoe doet, dat het leven zin heeft.

Tegelijkertijd ziet de westerse mens zich als superieur aan alles wat zich in dat universum bevindt. René Descartes, de grondlegger van de moderne filosofie, beschouwde dieren als machines en ontkende dat ze een redelijke geest hadden. Verlichtingsfilosoof Immanuel Kant voegde daaraan toe dat ons bewustzijn alle objecten betekenis geeft. Het gevolg van dit superioriteitsdenken is een diepe eenzaamheid, stelt Marsman. De rationele mens heeft de wereld van zijn betekenis ontdaan en nu staan we alleen tegenover dat zwijgende universum. De dingen zeggen niets ­terug, de dieren ook niet (behalve misschien ‘in de vorm van het schrille gegil dat onze slachthuizen vult’). ‘En dus zetten we ons af door al die zwijgende natuur om ons heen te vernietigen, als een wanhopige geliefde die maar niet wordt terugge-sms’t en het in een café op een zuipen zet.’

Tekst loopt door onder afbeelding

Lieke Marsman poseert samen met collega-schrijvers met een spandoek op het Boekenbal van 2023
Marsman (links) poseert samen met collega-schrijvers met een spandoek op het Boekenbal van 2023. In boeken, tweets en columns spreekt ze zich uit over politieke onderwerpen. beeld ANP

Protocollen

Dat rationaliteit tot absurde taferelen kan leiden, wordt voor Marsman nog duidelijker als ze in 2018 gediagnosticeerd wordt met een zeldzame vorm van kraakbeenkanker. In haar boek Op een andere planeet kunnen ze me redden (2025) beschrijft ze hoe ze zich eerst probeert te voegen naar de voorschriften van de medische wetenschap. Maar al gauw ervaart ze dat rationeel handelen wordt verward met handelen volgens protocollen – voorschriften over wat telt als ‘kwaliteit van leven’ of ‘zinloos lijden’. De wensen van de individuele mens krijgen weinig ruimte. Maar wat, vraagt Marsman zich af, als het voor haar zinvol voelt om tegen alle protocollen in dóór te behandelen of experimentele medicijnen te nemen? ‘Omdat mijn kwaliteit van leven niet wordt bepaald door de afwezigheid van lijden maar door de aanwezigheid van hoop?’ Nadat Marsman hoort dat ze niet meer beter zal worden, moet ze haar dokters ‘smeken’ om haar arm te amputeren. Volgens de artsen zinloos – ‘Jij gaat toch wel dood’ –, voor haar een kans om nog een paar jaar langer te leven.

Apathie ontstaat omdat de dingen ons wél kunnen schelen

In de jaren na haar diagnose wordt Marsman steeds politiek actiever. Deels omdat dat helpt tegen de eenzaamheid van ziek zijn. Maar een andere reden is dat ziekte je plek in de maatschappij pijnlijk duidelijk maakt, schrijft ze in De volgende scan duurt vijf minuten: ‘Abstracte beleidsbeslissingen (…) bepalen of de afdeling waarop je ligt wel of niet onderbezet is.’ In haar gedichten, essays en op Twitter spreekt ze zich scherp, cynisch en vaak humoristisch uit over thema’s als de farmaceutische industrie, dividendbelasting, klimaatverandering en de privatisering van overheidstaken. Daarbij analyseert ze hoe politici en ambtenaren steeds meer leeg jargon gebruiken. Het is taal die vaak van alles belooft – ‘we gaan ernaar kijken, er komt een commissie’ – maar niets doet. ‘Met dit soort taal kon de Belastingdienst jarenlang verantwoordelijkheid ontwijken in de Toeslagenaffaire. (…) Als je het niet begrijpt, is het moeilijk er iets van te vinden, laat staan er iets mee te doen.’

De dichter en de duivel (2026), dat enkele dagen na Marsmans overlijden verscheen, gaat over het geweld van dat vage ‘taalmonster’. Het is een poëtisch essay, geïnspireerd op Dantes De goddelijke komedie, waarin een dichter verzeild raakt in een onderwereld vol influencers, techbedrijven, chatbots en talkshows. Figuren als Dick Schoof en Gerrit Zalm bombarderen haar met rationeel klinkende taal om de meest wrede bezuinigingen te rechtvaardigen. Steeds weer probeert ‘de dichter’ een echt gesprek te voeren, maar het lukt niet. De hel, lijkt Marsman te willen zeggen, bestaat niet uit intens lijden, maar uit nietszeggendheid en inertie. ‘De ergste straf is niets erg meer vinden,’ schreef ze in 2021 al in het gedicht ‘3×2 minuten’. ‘Zodra je op automatische piloot overgaat, kunnen ze alles met je doen.’ Chronische vaagtaal leidt tot een uitholling van actie en daarmee van de democratie. En toch staat de poëzie volgens Marsman niet machteloos. Poëzie is pas poëzie als het echt wat zegt, concreet is, als het over dit leven gaat. In die zin is de poëzie een manier om de taal weer waarachtig te maken, weer grip te krijgen op de werkelijkheid en iets beters van onze leiders te eisen.

Tekst loopt door onder afbeelding

Marsman staat samen met haar dwergpoedel Pippa voor de deur van haar appartement in Amsterdam. beeld ANP

Inertie

In haar oeuvre reikt Marsman ook een soort fenomenologie van emoties aan. Gevoelens als inertie, depressie en apathie associëren we vaak met onthechting, maar volgens Marsman komen ze meestal juist voort uit hoe dingen ons wél kunnen schelen. Wie verlamd raakt door de klimaatcrisis, weet zich te klein om iets te doen aan het voortbestaan van de mensheid – kan het nog groter? Wie ongeneeslijke kanker heeft, staat machteloos, terwijl het eigen leven continu op het spel staat. Het resultaat, schreef Marsman al in Het tegenovergestelde van een mens, is een vreemde leegte. ‘Dagen die voortkabbelen en die een apathische vorm van verdriet herbergen, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt. Het alledaagse bevat een gevoel van niet verder kunnen, voeten vast in het cement van je onverstoorbare gemoed.’ Wie apathisch is, voelt geen toekomst meer.

Marsman vindt ‘genade’ in boos worden, in uitspreken dat wat er gebeurt onrechtvaardig, verschrikkelijk en ‘fuck’ is. In taal die zegt: dit lijden doet ertoe, ík doe ertoe, ‘ik besta’. En ze vindt genade in hopen. In navolging van existentialistische filosofen als Jean-Paul Sartre en Martin Heidegger – over wie ze haar afstudeerscriptie schreef – stelt Marsman dat leven betekent dat je je kunt blijven richten op een toekomst. We zeggen vaak dat je in het hier-en-nu moet leven, maar het wreedste wat er kan gebeuren is dat het ‘nu’ wordt afgesneden van hoop: Nooit/ zul je meerdaagse plannen maken,/ nooit ’s avonds laat door het Oosterpark lopen/ en verlangen naar de nazomer, dicht Marsman in haar bundel In mijn mand (2021).

Maar hoe blijf je hopen als je weet dat je binnenkort doodgaat? In Op een andere planeet kunnen ze me redden beschrijft Marsman hoe ze midden in haar doodsangst – ze ploetert na haar doods­aankondiging door de modder op de Veluwe – plotseling een goddelijke ervaring heeft. Het was ‘alsof de wereld op dat moment mijn wanhoop beantwoordde. Door er te zijn. (…) Als een soort vriend.’ Marsman heeft er geen ander woord voor dan: ‘God’. God was er op dat moment voor haar. En vanaf dat moment, schrijft ze, móét ze zich wel tot God richten. Ze koopt een Bijbel, leest over bijna-doodervaringen en verdiept zich in religieuze denkers. Aan alles voelt ze: er is meer dan deze fysieke, rationeel kenbare wereld. There are no atheists in foxholes, luidt een bekend Engels gezegde. Misschien, schrijft Marsman, ‘krijgen we er onder grote druk als het ware een zintuig bij dat een werkelijk bestaande bovennatuurlijke wereld kan waarnemen’.

Het maakt haar hongerig naar meer: wat zou ze allemaal nog meer kunnen geloven? Marsman raakt gefascineerd door getuigenissen over ufo’s en ontmoetingen met buitenaardse wezens. Vroeger had ze zulke verhalen als hysterisch afgedaan, nu denkt ze: dit snijdt hout. Uit deze twee ‘bekeringen’ volgt een nieuwe levenshouding: ‘het besef dat je opvattingen nooit rigide moeten zijn’. Je wereldbeeld kan elk moment op z’n kop komen te staan. Marsman haalt de Russische dichter Jevgeni Jevtoesjenko aan: Het is gezapig altijd juist te handelen./ Het is saai je expres te misdragen./ Maar het is geweldig niet te weten wat je nu eens zal doen. Dat is wat ‘leven’ volgens Marsman is: steeds opnieuw niet weten wat je zal doen of zal denken, de mogelijkheden voor het nieuwe en het tegenstrijdige openhouden. Het is ook precies wat de dood voor haar zo eng maakte: ‘het afscheid van alle mogelijkheden hier’. Maar ‘tot die tijd’, schreef Marsman in navolging van Sartre, ‘wil ik een oproep tot leven zijn’.

Boeken

Man met hoed
Lieke Marsman
Pluim
192 blz.
€ 24,99

Het tegenovergestelde van een mens, Lieke Marsman - Gebonden - 9789025446345

Het tegenovergestelde van een mens
Lieke Marsman
Pluim
176 blz.
€ 22,99

Op een andere planeet kunnen ze me redden
Lieke Marsman
Pluim
200 blz.
€ 24,99

De dichter en de duivel
Lieke Marsman
Pluim
120 blz.
€ 24,99

Loginmenu afsluiten