Home Mens en natuur Lieke Marsman: ‘Het is eigenlijk al te laat’
Mens en natuur

Lieke Marsman: ‘Het is eigenlijk al te laat’

Lieke Marsman vraagt zich af hoe het is om ‘het tegenovergestelde van een mens’ te zijn. Volgens haar een noodzakelijke houding in onze tijd van klimaatrampen.

Door Frank Meester op 21 augustus 2017

Lieke Marsman dichter foto Maurits Giesen
Cover van 09-2017
09-2017 Filosofie magazine Lees het magazine

Wat kan ik weten?

‘Het is moeilijk om het menselijk perspectief los te laten. Als je wilt weten hoe het is om niet-menselijk te zijn, moet je speculeren. Hoe voelen vingerplanten, mieren, rivieren, rotsen en komkommers zich? Je moet je fantasie gebruiken, en daarbij kun je alle kanten op gaan. Dat maakt het ook zo leuk.

Er zijn mensen die beweren dat je de menselijke gevoelens niet zomaar op dieren mag projecteren, maar dat zeggen ze ook alleen als het ze goed uitkomt. De uitkomsten van dierproeven nemen ze wel serieus! Als je werkelijk gelooft dat dieren en mensen niets gemeen hebben, dan heeft het ook geen zin om medicijnen eerst op dieren uit te proberen.

De mens zet zichzelf nog steeds in het middelpunt. Ooit dachten we dat de mens de kroon op de schepping was en de aarde het middelpunt van het heelal. Inmiddels weten we beter, maar gedragen we ons nog steeds alsof het wel zo is. Daar zouden we mee moeten stoppen. Er is erg veel ellende door gekomen en er staat nog meer te gebeuren. Natuurlijk kom je nooit helemaal buiten ons menselijke perspectief. Maar je kunt het wel proberen.’

Wat moet ik doen?

‘Er is al ongelooflijk veel non-fictie over de milieuproblemen gepubliceerd, en het leek me goed om er nu eens een fictiewerk over te schrijven. Iedereen moet er vanuit zijn eigen bezigheden iets mee doen – in mijn geval is dat schrijven. Mensen vragen mij: “Wat heb je in je eigen leven veranderd?” Ik ben veel bewuster geworden, maar ik heb niet zo gek veel veranderd. Ik ga bijvoorbeeld nog steeds met het vliegtuig. Er moeten namelijk grote dingen veranderen. Het gaat te langzaam, terwijl het sneller kan. Als er morgen geen kerosine meer zou zijn, zouden we overmorgen elektrisch kunnen vliegen. Maar de ontwikkelingen worden tegengehouden. Daarom vind ik dat je niet boos moet worden op mensen die vliegen of in vervuilende auto’s rondrijden; je moet boos worden op de mensen die de leiding hebben. Ik begrijp ook wel weer dat de machthebbers die wij kiezen zelf net zo goed deel uitmaken van een log systeem waardoor ze niet zomaar alles snel kunnen veranderen. In de Amerikaanse politiek kon Obama zijn plannen er nauwelijks door krijgen, en nu lijkt het Trump niet te lukken zijn vreselijke ideeën erdoor te drukken. Maar zijn geschreeuw vormt wel een vrijbrief voor hate-crimes. Hij werkt mee aan de verandering van de mentaliteit. En als onze premier zegt dat het klimaat belangrijk is, “maar dat het wel leuk moet blijven”, dan doet hij net zo goed iets bijzonder kwalijks.’

Tekst loopt door onder afbeelding

Fotografie: Maurits Giesen

Wat mag ik hopen?

‘Als je naar klimaatwetenschappers luistert, mag je niet zoveel hopen. Steeds meer klimaatexperts lijden aan een klimaatdepressie. Het is eigenlijk al te laat. Door het schrijven van mijn boek Het tegenovergestelde van een mens ben ik alleen maar pessimistischer geworden. Mensen zeggen wel: hoe erg is het nu als het een paar graden warmer wordt? Ik las laatst een treffende vergelijking die duidelijk maakt hoe erg dat is. De wereld is een groot levend organisme. De mens ook. Als jij twee graden warmer wordt, dan heb je flinke koorts en voel je je belabberd. En als je vier graden warmer wordt, ben je dood. Dat het koraalrif nu verdwijnt komt doordat het een graad warmer is geworden. Door de droogte in sommige gebieden zullen er oorlogen worden gevoerd. Dat is nu eigenlijk al gaande. De grote oorlogen van dit moment lijken misschien wel vooral te gaan om religieuze tegenstellingen, maar Naomi Klein, een Canadese schrijver en activiste, die in mijn boek ook een rol speelt, laat zien dat de directe oorzaak voor het conflict vaak de enorme prijsstijgingen zijn die ontstaan door een periode van grote droogte. Toch is Klein zelf nog wel hoopvol. Ze heeft een politiek programma opgesteld om de klimaatproblematiek te lijf te gaan. Er moeten ruimtes komen waar we bij elkaar kunnen komen om van onderop plannen te maken. Heel veel dingen zijn niet meer te redden, maar zolang we plannen blijven maken, kunnen we nog iets doen en is er een sprankje hoop.’

Wat is de mens?

‘De moeder van het hoofdpersonage uit mijn boek zegt dat de mens slecht is. Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Ik denk dat de mensheid als geheel zich op dit moment van haar slechtste kant laat zien. We hebben een economisch systeem bedacht waarin slecht gedrag beloond wordt: hebberigheid en narcisme. Toch denk ik dat mensen niet alleen maar slecht zijn. De meeste mensen bedoelen het heus wel goed. Ik geloof dat het leuker is om het goede te doen. Dat het voor jezelf prettiger is. De hoop voor de mens zit ’m in zijn inlevingsvermogen. Dat maakt dat we ons kunnen verplaatsen in anderen en ook in niet-menselijke dingen. En het is aan de kunst om dat inlevingsvermogen te stimuleren.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.