Home De 10 beste filosofische romans voor deze zomer

De 10 beste filosofische romans voor deze zomer

Door Daan Roovers, Leon Heuts en e.a. op 25 juni 2008

06-2008 Filosofie magazine Lees het magazine

Welke boeken moet u meenemen op vakantie? Tips van medewerkers en redacteuren van Filosofie Magazine.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Vergilius, Het verhaal van Aeneas

Leon Heuts: Wie tussen de ruïnes van het Forum Romanum de antieke geest wil ontwaren, moet de Aeneis van Vergilius meenemen. Het dichtwerk en het verhaal erachter laten zien wat het Oude Rome zowel groots als kleinzielig maakte. Zoals het minderwaardigheidscomplex ten opzichte van Griekenland, een reden waarom Vergilius door keizer Augustus wordt verzocht de oorsprong van Rome luister bij te zetten. Vergilius doet dat door een Latijnse versie te schrijven van de Ilias en de Odyssee. Het gedicht geeft ook levenslessen van de Stoa, de grootste school uit de klassieke Oudheid. In het beroemde ‘vierde boek’ van het epos verlaat protagonist Aeneas zijn geliefde Dido, koningin van Carthago. Aeneas heeft immers een taak te vervullen – de stichting van Rome – en de plicht gaat voor het meisje. Dat is écht Stoa: een rechtschapen staatsburger heeft pietas en virtu, verantwoordelijkheidsgevoel en morele integriteit, hoger zitten dan de liefde.

(Leon Heuts is redacteur van Filosofie Magazine.)
 

Marcel Proust, Op zoek naar de verloren tijd

Marco Kamphuis: Bij geen enkele andere schrijver roep ik zo vaak uit: ‘Ja, zo is het!’ als bij Marcel Proust. Daarmee bedoel ik niet dat hij mijn reeds bestaande opvattingen bevestigt. De werkelijkheid is veranderlijk en complex, en slechts een sterk vereenvoudigde weergave ervan dringt tot me door. De meer ingewikkelde gewaarwordingen, die in mijn geest nooit helemaal aan de oppervlakte zijn gekomen, zijn gelukkig wél tot het uitzonderlijk scherpe bewustzijn van Proust doorgedrongen, en hij heeft ze ook nog briljant geformuleerd. Vandaar mijn sprakeloze bewondering voor Op zoek naar de verloren tijd.

(Marco Kamphuis is cultuurjournalist en schrijver. Zijn vijfde roman, De prijs, verschijnt in september.)
 

Italo Svevo, Bekentenissen van Zeno

Frank Meester: ‘Schrijf alles op! Ik wil wedden dat u op die manier een volledig beeld van uzelf krijgt’, zegt de psychoanalyticus die Zeno raadpleegt om van zijn rookverslaving af te komen. Zeno gaat meteen aan de slag. Met pen en papier installeert hij zich in een luie stoel om de herinneringen te laten opkomen. ‘Gisteren heb ik me toegelegd op een volledige ontspanning. Het experiment eindigde in een diepe slaap en het enige resultaat dat ik bereikte was een gevoel van grote verkwikking.’
Hij komt uiteindelijk niet van het roken af, maar krijgt wel vrede met zijn verslaving. Zeno mag dan wat weinig wilskracht hebben, waardoor hij zich in moeilijke situaties manoeuvreert en nogal eens met zijn geweten overhoopligt, van zijn geweten weet hij wel steeds te winnen. Ontspannende vakantieliteratuur, die je milder stemt over je eigen gebreken.

(Frank Meester is filosoof en schrijver. Met zijn broer Maarten schreef hij de boeken Meesters in de filosofie, Meesters in religie en Descartes’ dochter. De broers verzorgen een wekelijkse column in de Volkskrant.)
 

Elias Canetti, Het Martyrium

Maarten Meester: Lezen of leven? Waartoe die vraag kan leiden, toont Elias Canetti in Die Blendung (vertaald als Het Martyrium). In deze geniale roman over domheid, deze subtiele roman over banaliteit, leeft de sinoloog Kien voor zijn studies en zijn enorme bibliotheek. Tot hij één keer van zijn monomane leefwijze afwijkt en een jongetje in zijn bestaan toelaat. Daarna volgt een drama in drie delen: ‘Een hoofd zonder wereld’, ‘Hoofdloze wereld’, ‘Wereld in het hoofd’. Wie dat drama in het klein wil naspelen, moet met zijn gezin op vakantie gaan en toch proberen dit vijfhonderd pagina’s tellende werk te lezen.

(Maarten Meester schrijft onder meer voor Filosofie Magazine en Human. Met zijn broer Frank heeft hij een wekelijkse column in de Volkskrant. Maarten is co-auteur van Descartes’ dochter en Benoemen en bouwen. In het najaar van 2008 verschijnen van zijn hand Nieuwe spiritualiteit en Van gnosis tot alchemie.)
 

Fernando Pessoa, Het boek der rusteloosheid

Martijn Meijer: Fernando Pessoa hield niet van reizen. Zijn hele volwassen leven heeft hij Lissabon niet verlaten, op enkele uitstapjes na. Ook zijn alter ego Bernardo Soares, hulpboekhouder te Lissabon, leidt een roerloos leven in Het boek der rusteloosheid (geschreven tussen 1929 en 1935, voor het eerst gepubliceerd in 1982). De rusteloosheid bevindt zich in zijn hoofd en in de sublieme notities die hij maakt. Soares is een man die niet deelneemt aan het leven, maar van een afstand toekijkt, en die zichzelf zo grondig analyseert dat hij op het laatst niet meer lijkt te bestaan, behalve dan als redenerend intellect. Natuurlijk gaat zo’n man niet op reis. ‘Indien ik zou reizen’, schrijft Soares, ‘zou ik een zwakke kopie aantreffen van wat ik al had gezien zonder te reizen.’ Hij reist dus in zijn hoofd. Het boek der rusteloosheid is, kortom, het ideale boek voor de lezers die thuisblijven deze zomer.

(Martijn Meijer is filosoof en journalist. Dit jaar verscheen zijn tweede roman, Foute man.)
 

Franz Kafka, De gedaanteverwisseling

Thomas Rietstra: De handelsreiziger Gregor Samsa wordt op een dag wakker en blijkt in een gigantische kever veranderd te zijn. Zijn verschijning is vreeswekkend en Gregor is gedoemd om rond te kruipen in zijn kamer, waar zijn familie hem verzorgt en hem opgesloten houdt. Gregor probeert de logica in het ondoorgrondelijke raadsel te ontdekken. Waarom is hij veranderd? Wie is er verantwoordelijk voor zijn straf? Is hij schuldig aan de moeizame relatie met zijn vader? Franz Kafka beschrijft humoristisch en meelijwekkend hoe de arme Gregor vecht tegen de onredelijkheid van zijn onvermijdelijke lot.

(Thomas Rietstra is afgestudeerd in de wijsbegeerte, studeert Frans en is stagiair bij Filosofie Magazine)
 

Stendhal, Het rood en het zwart

Florentijn van Rootselaar: De held leeft in de verkeerde tijd: hij koestert een kleine afbeelding van Napoleon, zoals een ander een portret van zijn geliefde bij zich draagt. Maar de heroïsche tijd van Napoleon is net voorbij. Nu richt Julien Sorel, hoofdpersoon van Stendhals Het rood en het zwart, al zijn strijdlust maar op het veroveren van de beau monde en van vrouwenharten – en dat laatste doet hij met de strategische inzet, en ook roekeloosheid, van een militair. Juliens blik is volledig gevormd door het lezen van de Bekentenissen van Rousseau, schrijft Stendhal. Hij deelt met Rousseau een grote passie voor de vrijheid. Ondanks de filosofisch invloeden blijft het boek, dankzij de stilistische kwaliteiten van de schrijver, aangenaam licht. Het is een ideeënroman en schelmenroman ineen.

(Florentijn van Rootselaar is redacteur van Filosofie Magazine)
 

F. Bordewijk, Karakter

Daan Roovers: ‘Ik zal hem wurgen, ik wurg hem voor negen tienden, en dat éne tiende dat ik hem laat, dat kleine beetje asem zal hem groot maken.’ Deurwaarder Drewerhaven is ook in zijn opvoeding van zijn onwettige kind meedogenloos. Uit liefde voor zijn zoon zit hij hem zo veel mogelijk dwars: dat zal ’m sterk maken. Dat is goed voor zijn karakter!
Bordewijks roman Karakter is een klassieker over trots en doorzettingsvermogen. De pedagogische aanpak verdient geen navolging, maar het uitgangspunt dat tegenwerking vormend is voor een sterke persoonlijkheid blijkt juist in het latere leven vaak heilzaam ‘Wat me niet doodt, maakt me sterker’, zou Nietzsche zeggen.

(Daan Roovers is hoofdredacteur van Filosofie Magazine.)
 

Paul Bowles, Het dak van de hemel

Ivo Slangen: Een Amerikaans echtpaar reist door Marokko en vervreemdt van elkaar en zichzelf. Hoe verder van de beschaving, hoe sneller hun beschermde bestaan ontregeld raakt – door de felheid van de Sahara, de zwarte nachten, de sensualiteit van het woestijnvolk. Wanneer Port Moresby samen met zijn vrouw op een woestijnklif zit en om zich heen enkel de strakke blauwe lucht ziet, beseft hij dat zijn leven zonder betekenis is. Hij sterft later ergens in een open hut; het contrast tussen zijn lucide bewustzijn en de stilte van de nacht is hard. Zijn vrouw Kit wacht een nog erger lot. Camus meets Lynch in deze existentiële horror.

(Ivo Slangen is redacteur van Filosofie Magazine.)
 

Ivan Gontsjarov, Oblomov

Sebastien Valkenberg: Wilde hij Schopenhauer weerleggen? Ik heb het over de Russische schrijver Gontsjarov, auteur van Oblomov (1859). De wereld is een hel, zei Schopenhauer. De remedie: stoppen met willen. Koester geen enkele ambitie meer. Die raad lijkt Oblomov, een Russische edelman, ter harte te hebben genomen. Hij is de personificatie van de lusteloosheid. De eerste 150 pagina’s van het boek komt hij zelfs zijn bed niet uit. En toch vervelen die pagina’s geen moment – als dat geen aanbeveling is… Maar een bewijs van Schopenhauers gelijk is het boek niet. Ziet verlossing van de wil er zo uit? Dan liever het leven in al zijn woeligheid.

(Sebastien Valkenberg is filosoof en publicist. Hij schrijft onder meer voor Filosofie Magazine en Trouw. In 2006 verscheen van hem Het laboratorium in je hoofd.)