Het niets bestaat niet
Parmenides (ca. 515 v.Chr.)

Wanneer we zeggen dat het iemand aan niets ontbreekt, bedoelen we dat die persoon een heerlijk leventje heeft. Maar hoe zou een wereld eruitzien waarin het niets echt ontbreekt? Dat klinkt misschien als een nietszeggende vraag. Je zou zeggen dat zonder het niets niets zou veranderen. Volgens de Griekse filosoof Parmenides leven we zelfs al in een wereld zonder niets. Alleen wat bestaat, bestaat, zo denkt hij; wat niet bestaat – het niets dus – bestaat niet.
Parmenides’ visie klinkt nogal vanzelfsprekend, maar niets is minder waar. In het dagelijks leven gaan we er namelijk wel degelijk vanuit dat het niet-bestaan bestaat. Zo denken we dat je voor je geboorte niet bestond en dat je na je dood niet meer bestaat. Maar als niet-bestaan onmogelijk is, zoals Parmenides denkt, kun je doodgaan wel vergeten. Ook de geboorte vormt een probleem, want iets kan niet uit niets voortkomen.
Maar de problemen worden nog groter. Volgens Parmenides’ redenering is een overgang van ‘bestaan’ naar ’niet-bestaan’ onmogelijk, net als de omgekeerde beweging. Dat betekent dat elke vorm van verandering onmogelijk is, want als iets niet uit het niets kan ontstaan, moet alles wat in de toekomst bestaat, er ook in het heden en verleden al zijn. Maar waarom zou je nog over heden, verleden of toekomst spreken wanneer alles altijd hetzelfde blijft? Zo komt Parmenides tot de conclusie dat verandering, tijd en beweging allemaal illusies zijn. De echte werkelijkheid is een eeuwig en ondeelbaar geheel, waarin niets ooit verandert.
Volgens Parmenides is het onzinnig om over het niets te spreken. We kunnen er zelfs niet over nadenken. Maar voor de meeste mensen is juist Parmenides’ wereld zonder verandering of tijd ondenkbaar. Kunnen we echt niet over het niets denken of kunnen we juist niet zonder niets?
Parmenides is een Griekse filosoof die filosofie onderwees in Elea, in het huidige Italië. Zijn ideeën over de onmogelijkheid van tijd en beweging zijn mede bekend door de paradoxen van zijn leerling Zeno.
Iets is beter dan niets
Gottfried Wilhelm Leibniz (1646-1716)

Waarom is er iets en niet niets? Het bestaan lijkt misschien een vanzelfsprekendheid die je niet hoeft te bevragen, maar voor de Duitse filosoof en wiskundige Gottfried Wilhelm Leibniz (1646-1716) was het juist de belangrijkste vraag die je kunt stellen. Volgens hem is het namelijk veel vanzelfsprekender dat er niets zou zijn dan iets. Alles wat bestaat, had ook niet kunnen bestaan.
Waarom zijn er dan toch een universum, een aarde en mensen die zich hierover kunnen verwonderen? Leibniz probeert die vraag te beantwoorden met wat hij ‘het principe van voldoende grond’ noemt: het idee dat niets zonder reden gebeurt. Voor alles moet een verklaring zijn. De boom aan de bosrand groeit dankzij het zaadje dat een eekhoorntje daar heeft begraven. En jij bestaat omdat je ouders elkaar hebben ontmoet. De werkelijkheid is volgens Leibniz geen verzameling toevalligheden, maar een keten van oorzaken en gevolgen. Daaruit volgt volgens Leibniz dat alle dingen – die boom, jouw geboorte – net zo goed niet hadden kunnen gebeuren. De gebeurtenissen die hieraan voorafgingen hadden namelijk heel goed anders kunnen verlopen. Als een flinke regenbui het eekhoorntje uit dat bos had verdreven of je vader door een griepje thuis was gebleven op de dag dat hij je moeder zou ontmoeten, was alles anders geweest. Het bestaan is contingent: dingen bestaan niet noodzakelijkerwijs, maar hangen af van andere dingen.
Maar als het bestaan van elk ding afhangt van iets anders, ontstaat er een probleem: waar eindigt de keten? Wat verklaart uiteindelijk het bestaan van het universum zelf? Volgens Leibniz kan de oorzaak van ons universum niet ook contingent zijn: er moet iets bestaan dat niet afhangt van iets anders. Het enige dat op zichzelf en noodzakelijk bestaat is God, concludeert hij. En als God noodzakelijk bestaat, kan er niet niets bestaan. God had een reden om in plaats van niets onze wereld te scheppen en daarom kan het volgens Leibniz niet anders dan dat die ‘de beste van alle mogelijke werelden’ is.
Gottfried Wilhelm Leibniz is een Duitse filosoof en wiskundige. Volgens hem is de werkelijkheid opgebouwd uit monaden: fundamentele bouwstenen van de wereld die niet meer verder opgedeeld kunnen worden.
De troon moet leeg zijn
Claude Lefort (1924-2010)

Op 21 januari 1793 wordt op het Place de la Révolution in Parijs de koning onthoofd. Onder de guillotine sterft niet alleen Lodewijk XVI, maar ook zijn politieke systeem: het ancien régime, waarin de koning de staat belichaamt. En het opmerkelijke van deze omverwerping van de macht, schrijft Claude Lefort, is dat er niets voor in de plaats komt. Waar normale revoluties de ene koning door de andere vervangen, onthoofdt de Franse Revolutie de staat zonder er een nieuw hoofd voor terug te plaatsen. ‘De plaats van de macht wordt een lege plaats.’
Dat is typerend voor de democratie, volgens Lefort: in een democratische samenleving is de macht niet aan een persoon gebonden. Niemand kan de macht claimen omwille van wie hij is: de macht krijg je pas als de juiste procedures – verkiezingen, kabinetsvorming – doorlopen zijn en dan nog moet je die macht elke paar jaar opnieuw verwerven. In een democratie staat alles altijd ter discussie. ‘Er kan geen wet worden uitgevaardigd waarvan de formuleringen niet aanvechtbaar en de grondslagen niet vatbaar zijn om opnieuw ter discussie te worden gesteld.’ Er zijn geen vaste waarden, geen zekerheden; er zit niemand op de troon. Er is enkel de ‘onbepaaldheid’: de tegenstrijdige meningen van mensen die vechten om voorrang.
Niets is het hart van democratie
Die leegte is voor veel mensen bedreigend, analyseert Lefort. Hoe moeten we omgaan met economische crises? Welke mensen van buiten mogen hier wonen? We zijn geneigd het niets alsnog op te vullen, door achter politici aan te lopen die zeggen dat ze weten wat het volk wil. Maar de kunst van de democratie is volgens Lefort om de troon leeg te laten.
En misschien is de beste manier om dat te doen wel door er alsnog iemand neer te zetten: iemand die de macht niet verdient en niet kan gebruiken, iemand met als enige functie de lege troon te beschermen, oftewel een koning. ‘De aanstelling van de vorst is geen opheffing van de lege plaats van de macht,’ schrijft denker Matthijs van Boxsel in een commentaar op Lefort. ‘De koning voorkomt dat tijdelijke machthebbers plakken aan het pluche.’ Alleen met een nietsnut kunnen we het niets beschermen dat het hart van de democratie vormt.
Claude Lefort is een Franse filosoof en politiek activist. Hij hield zich bezig met onderzoek naar totalitarisme en was actief voor verschillende linkse bewegingen.
Verzoen je met het niets
Patricia De Martelaere (1957-2009)

Wat de mens onderscheidt van andere dieren is niet zijn redelijkheid, bewustzijn of taalvermogen, maar zijn horror vacui, zijn angst voor het niets, dacht de Vlaamse filosoof Patricia De Martelaere. Terwijl andere dieren altijd bang zijn voor iets – zoals een roofdier, een hard geluid of onweer – is er voor de mens niets huiveringwekkender dan niets. Sterker nog: de mens is het enige dier voor wie het niets bestaat. ‘Een dier kijkt om zich heen en wat het ziet is alleen maar wat er is. De mens kijkt naar dezelfde dingen en plots komt het niets ter wereld, in een blik die voortdurend “nee” zegt tegen alles wat gegeven is.’
De mens wordt op allerlei manieren door het niets geteisterd, schrijft De Martelaere in haar essay Wat blijft (2002). We weten dat alles wat bestaat weer tot niets kan vergaan; het niets confronteert ons met vergankelijkheid en de dood. Als we zoeken naar de reden voor ons bestaan of een absoluut fundament voor onze waarden, treffen we in plaats van iets niets aan. En zelfs in ons eigen bewustzijn valt het niets ons lastig, schrijft De Martelaere. Jean-Paul Sartre (1905-1980) heeft beschreven hoe het menselijk bewustzijn wordt gekenmerkt door een innerlijke gespletenheid, een leegte in het centrum. Terwijl andere dieren volledig samenvallen met zichzelf, blijft de mens op afstand tot zichzelf staan. Hierdoor kan hij op zichzelf reflecteren, maar het brengt ook onrust, onzekerheid en angst voor de dood met zich mee.
Maar wie beter kijkt, schrijft De Martelaere, ontdekt dat onze angst voor het niets berust op een denkfout. We zijn het niets met verlies en dreiging gaan associëren, maar in werkelijkheid zouden we zonder het niets al helemaal met lege handen staan. Het niets is het enige fundament van de werkelijkheid en ons bewustzijn. ‘Onze grote fout, die zorgt voor onze grote ontreddering, is dat wij onszelf beschouwen als “iets” te midden van het onherbergzame en bedreigende niets. In werkelijkheid is het net andersom: het niets is onze thuishaven en ziel.’
Patricia De Martelaere is een Vlaamse filosoof en schrijver. Ze schreef essays over thema’s als verlangen, de dood en kunst. In de laatste jaren van haar carrière verdiepte ze zich in het taoïsme.
