Home Existentialisme Vrijheid betekent zijn wat je niet bent
Existentialisme

Vrijheid betekent zijn wat je niet bent

Door Miriam Rasch op 11 februari 2026

rug van een vrouw in een rode jurk voor een gebroken spiegel de mens
beeld Stocksy/Ulas&Merve
Cover van
02-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine
Miriam Rasch neemt de clichés over gebrek onder de loep en vraagt zich af wat de mens nu werkelijk te danken heeft aan imperfectie.

Een van de ergerlijkste filosofische clichés vind ik het nietzscheaanse ‘Wat me niet doodt maakt me sterker’. Naar mijn ervaring word je door zaken die je net niet helemaal weten te breken juist danig verzwakt, van gebroken harten tot voortmodderende ziektes. Al die aanvallen op je gesteldheid die bij elkaar ‘leven’ heten, maken een gebrekkig mens, dat vanbinnen en -buiten van ducttape aan elkaar hangt. Dat je vervolgens kracht kunt halen uit je littekens is waar, maar iets anders.

Nog meer clichés: geen pieken zonder dalen. Als je nooit tegenslag hebt, kun je momenten van geluk niet op waarde schatten. Perfectie is saai en mislukking goed, want daar leer je van (een vriendelijke variant van: het maakt je sterker). Van de nood een deugd maken heet dat, en met dat cliché wist Nietzsche zelf wel raad.

Wil je dit artikel verder lezen?

Sluit een abonnement af op Filosofie Magazine voor slechts 4,99 per maand en krijg toegang tot dit artikel én de duizenden andere diepgaande filosofische artikelen. Luister nu ook alle nieuwe artikelen als audio.
Word abonnee en lees verder > Al abonnee? Log dan in en lees (of luister) verder.

Het rondbreien van gebrek en narigheid is sympathiek, maar neemt niet de nare smaak weg die achterblijft van gepraat over dood en mislukking. Het blijft een vervelend vooruitzicht dat je eerst een aanslag op je leven, hart of cv moet overleven om er vervolgens wat van te maken.

Tegen de barst in het zijn kan geen ducttape op

Toch weet ik ook dat het waar is, dat het tekort funderend is. Maar dan in abstractere zin. Volgens de existentialistische filosoof Jean-Paul Sartre maakt ‘het niet’, dat een bres slaat in ‘het zijn’, dat de mens is wat die is. Of liever, dat de mens is wat die niet is. Door dat ‘niet’ val je nooit met jezelf samen – al doen we graag alsof, door een rol te spelen, ons een identiteit aan te meten of ons te voegen naar de heersende maatschappelijke verwachtingen. De barst in het zijn kan echter niet gevuld worden, er valt met geen ducttape tegenop te plakken. In die zin is het menselijk leven inderdaad een parcours van mislukkingen. Behalve natuurlijk als je niet probeert om met jezelf samen te vallen, maar de opening aangrijpt om wat van jezelf te maken.

Een van de mooiste filosofische woorden die ik ken, is ‘negativiteit’. Niet in de zin van het nare en ellendige, zoals dood en mislukking die afschuwelijk blijven hoe vaak je er ook een draai aan geeft. Zelfs niet in de zin van het kritische en nihilistische, dat al te beladen is met morele oordelen. Maar de negativiteit van de via negativa: het beschrijven van iets door te vertellen wat het niet is. Het oningevulde en onbepaalde, of dus ‘het niet’. Het negatieve in John Keats’ negative capability, dat zintuig voor het mysterieuze, voor wat niet te definiëren is en steeds weer uit je handen glipt en wat daarom zo aanlokkelijk is.

Dit ‘niet’ gaat voor alle morele oordelen uit – het is datgene wat een wereld schept waarin moreel oordelen überhaupt mogelijk is. Het zet in beweging en zorgt voor onrust, maar wat is leven anders dan onrust? Stilstand is als een steen. En een steen, dat is de massiviteit van het volle zijn waar geen lucht of leven in te blazen is.

‘Het niet’ is kortom de geboorte van de vrijheid. Daar gaat het de existentialisten immers om.

Positief zijn

Ik herinner me hoe ik een eeuwigheid geleden werd overvallen door een Grote Gedachte, een wolk van inzicht die zo vaag en onoverzichtelijk is dat je het eigenlijk gedachte noch inzicht kunt noemen. Ik zag voor me hoe een existentialist zich op Facebook begaf, iemand (ik) wandelde door een mist het platform op om daar zichzelf te gaan verwerkelijken. Ooit geloofden we immers dat we online steeds opnieuw konden worden in plaats van zijn. On the internet nobody knows you’re a dog, was de slogan van de vroege jaren van het web. Maar net als in een reisverhaal volgden allerlei verwikkelingen, die het de arme existentialist steeds moeilijker maakten. Uiteindelijk wordt ze getarget, geprofileerd en opgedeeld in kleine pakketjes essentie doorverkocht aan de hoogste bieder. Uitgeput en teleurgesteld sluit ze de deur van het platform weer achter zich. Niet gedood, maar zeker ook niet sterker.

Een filosoof die het woord ‘negativiteit’, zowel in de betekenis van ‘niets’ als ‘ellendig’, voorgoed aan het internet en de sociale media heeft gekoppeld is Byung-Chul Han. Zijn werk is te lezen als één lange kritiek op de ‘positiviteitsmaatschappij’, waaruit al het negatieve is verbannen. Hij heeft het erover hoe we niet meer om kunnen gaan met pijn en onvervuld verlangen, over de maatschappelijke druk om gelukkig en succesvol te zijn. En ook, al noemt hij Sartre niet, over het online gebrek aan een tekort, over de waarde van wat onzichtbaar is en diepte brengt in een wereld die anders zo plat is als een telefoonscherm.

Han gebruikt ‘negativiteit’ ook om te verwijzen naar ‘het andere’. Digitale technologie strijkt alles wat afwijkt steeds meer glad. Het resultaat is dat iedereen op elkaar begint te lijken, van de influencer op Instagram en de ‘dankbare’ LinkedIn-gebruiker, tot de radicale spierbundel met een podcast. Op het internet is niemand nog een hond maar altijd een opgeblazen versie van zichzelf, en daardoor even karikaturaal als ieder ander.

Die karikatuur doet denken aan de fameuze ober die Sartre beschrijft in Het zijn en het niet (1943), die zijn rol van gedienstige kelner tot in de puntjes beheerst. Juist omdat hij zo opgaat in het ober-zijn is hij niet authentiek. De oplossing voor deze ‘kwade trouw’, zoals Sartre het noemt, is echter niet om je echte zelf ergens anders te zoeken. Dat is namelijk precies nergens te vinden. Je kunt hooguit samenvallen met je oningevulde toekomst. Dat is eerder een voorovervallen.

Tekst loopt door onder afbeelding

beeld Wikimedia Commons | beeldbewerking Nick Groenewold

Niet lullen maar poetsen

Het wordt wel als gebrek gezien als je jezelf existentialist noemt. Het existentialisme van Sartre en consorten zou de mens op een voetstuk zetten en geen mededogen hebben voor anderen. Het zou individualistisch zijn, op het neoliberale af. Daar zit iets in, vrees ik, behalve het neoliberale. Het neoliberalisme draait in alles om het vastleggen van jezelf – in een carrière, op de liefdesmarkt, als huizen- of autobezitter, wereldreiziger of beautyqueen. Jezelf definiëren door spullen en bezit moet wel de allerkwaadste kwade trouw zijn.

Ik denk dat het existentialisme vooral heeft afgedaan omdat het te streng wordt bevonden. Daarbij lijkt het erop alsof vooral de Sartre van de lezing Existentialisme is humanisme wordt herinnerd. Deze beroemde toespraak die hij na de oorlog gaf, verscheen recent in een nieuwe vertaling van Ger Groot. Sartre is daarin nogal aan het oreren, de wilde gebaren spatten van de bladzijden af. Ik moet een beetje grinniken om die ernst. Hij slaat zijn eigen filosofie plat en serveert haar op met een saus van goede bedoelingen.

En toch, daar staat het ineens: de existentie gaat vooraf aan de essentie. Is er een bevrijdender idee dan dat? Eerst doen, dan zijn. Niet lullen maar poetsen, zoals we in Rotterdam zeggen. Er staat niets aan het firmament geschreven, gaat hij verder. De hemel is leeg. We krijgen hier niets minder dan een gebrek aan lotsbestemming gepresenteerd. Dat is eenzaam en zwaar, maar tegelijk de grootste vanzelfsprekendheid.

Dat idee van absolute vrijheid is een andere reden dat het existentialisme niet meer meedoet. We denken nu eerder in beperkingen van de vrijheid, hoe we gevormd worden door omstandigheden. Maar dat ontkent Sartre niet. Je wordt in je leven in geworpen, leert hij van Martin Heidegger, en je begint dus altijd vanuit een situatie waarin ook anderen ronddwalen (die wezens die hij ook wel ‘de hel’ heeft genoemd). Er is geschiedenis, familie, gebroken harten en gebrekkige lichamen. En toch bestaat de vrijheid. Juist omdat je niet je geschiedenis, gebroken hart of lichaam bent. De vrijheid om iets te zijn begint met de vrijheid niet te zijn. Zelfs de absolute vrijheid is dus gebrekkig, maar zo’n vlekje vernietigt haar niet. Dat wat je niet doodt maakt je niet per se sterker, maar geeft je vooral een opdracht: doe iets!

Dat brengt me op een andere reden dat Sartre uit de mode is: hij spreekt je aan op je verantwoordelijkheid. Het is de andere kant van de medaille: met de vrijheid komt de verantwoordelijkheid. Ook die is absoluut en wie heeft daar nu zin in? Maar net als de vrijheid is ook de verantwoordelijkheid als gebrekkig te begrijpen. Het is de tragische dimensie van de existentie (die in Simone De Beauvoirs Pleidooi voor een moraal der dubbelzinnigheid wat beter uit de verf komt). Juist omdat je de omstandigheden nooit helemaal kunt controleren of zelfs maar overzien, kun je het nooit helemaal goed doen. Het echec ligt altijd op de loer. Maar dat is ook waarom we steeds opnieuw proberen er iets van te maken.

Gapend gat

Het is waar dat de mens in het existentialisme centraal staat (volgens fenomenologen kun je nu eenmaal niet buiten het menselijk bewustzijn stappen), maar dan wel als een gapend gat midden tussen ons in, waarover niets definitiefs te zeggen valt. Er is geen menselijke natuur, aldus Sartre, dat is een fictie van zowel het christendom als de Verlichting. En van de systemen die elk van ons duidelijk in kaart willen brengen, uitgetekend in patronen en statistische formules. Alsof we worden geregeerd door simplistische wetten van input en output.

Vrijheid bestaat omdat je niet je geschiedenis, gebroken hart of lichaam bent

Zeker in een tijd van calculatie en voorspelling kunnen we de notie van radicale onbepaaldheid die komt met het gebrek aan positiviteit goed gebruiken. Daarvoor moet je ‘het niet’ de ruimte geven. Natuurlijk weten we dat we niet samenvallen met onze online profielen, onze baan of rol in de familie. Maar als we vluchten richting een zogenaamd écht zelf, trappen we in dezelfde val. Het blijft een ontkenning van de vrijheid om niet te zijn wie je bent.

Er bestaat geen menselijke natuur, maar wel een menselijke structuur, lijkt Sartre te zeggen. Die is zelfs universeel te noemen, herkenbaar in het lijden en streven van ieder mens. Het is de structuur van de vrijheid, die voortkomt uit een tekort aan zijn. Dat tekort niet opvullen maar uitleven, maakt je niet per se sterker, maar wel menselijker.

Loginmenu afsluiten