Home Byung-Chul Han: ‘We knijpen onszelf vrijwillig uit’

Byung-Chul Han: ‘We knijpen onszelf vrijwillig uit’

Door Ronald Düker en Wolfram Eilenberger op 24 september 2012

Cover van 10-2012
10-2012 Filosofie magazine Lees het magazine

Voor uitbuiting is tegenwoordig geen baas meer nodig, analyseert de van oorsprong Koreaanse filosoof Byung-Chul Han. ‘Wij knijpen onszelf vrijwillig uit tot er niets meer van ons over is.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

De filosoof komt op de fiets naar het interview. In de Berlijnse namiddagzon knippert hij met zijn ogen alsof hij net is opgestaan. Hoewel Byung-Chul Han (1959) hoogleraar is in Karlsruhe, woont de van oorsprong Koreaanse denker in Berlijn. Op zijn initiatief vindt het interview plaats op het kantoor van zijn uitgeverij Matthes & Seitz.
Han neemt plaats in een leren fauteuil. Hij zal snel en geconcentreerd spreken over ‘de vermoeide samenleving’ en ‘de politiek van de transparantie’. Tijdens ons gesprek blijkt hoe uitgesproken emotioneel deze filosoof formuleert: hij gesticuleert driftig, verheft zijn stem voortdurend en laat zijn misnoegen de vrije loop. Maar vooral zijn gedachten.

We zouden het graag eerst over uw afkomst willen hebben, want die is nogal ongewoon. Hoe komt een Koreaan in Duitsland terecht? En hoe wordt een metallurg, een deskundige op het gebied van metaal, een filosoof?
‘Een leven kent breuken en veranderingen die niet te verklaren zijn. Mijn ongewone keuze heeft misschien wel met mijn naam te maken. Het Chinese karakter voor “Chul” betekent  zowel “ijzer” als “licht”. In het Koreaans noemt men filosofie “lichtwetenschap”. Dus ik ben waarschijnlijk mijn naam gevolgd.’

Naar Duitsland…
‘Ja, ik ben officieel naar Duitsland vertrokken om bij Göttingen aan de Technische Hochschule Clausthal-Zellerfeld metallurgie te studeren. Ik zei tegen mijn ouders dat ik in Duitsland mijn technische studie wilde voortzetten. Ik moest hun voorliegen, anders hadden ze me niet laten gaan. Ik ben, kortom, in een heel ander land terechtgekomen, waarvan ik de taal helemaal niet kende, en ik heb me op een heel andere studie gestort. Het had iets van een droom. Ik was toen 22.’

Uw essay De vermoeide samenleving, dat in Duitsland een bestseller is geworden, heeft inmiddels ook in Zuid-Korea de status van een cultboek. Hoe verklaart u dat?
‘Dat klopt. Blijkbaar voelen de Koreanen zich aangesproken door de hoofdstelling van het boek dat de hedendaagse prestatiemaatschappij een maatschappij is van vrijwillige zelfuitbuiting; dat tegenwoordig ook uitbuiting zonder autoriteit mogelijk is. Zuid-Korea is een vermoeide samenleving, die op haar laatste benen loopt. In Korea tref je overal slapende mensen aan. De metro’s in Seoel lijken wel slaapwagons.’

Was dat vroeger niet zo?
‘Toen ik op school zat, hingen in de lokalen ingelijste spreuken die te maken hadden met begrippen als geduld, vlijt en dergelijke: de klassieke slagzinnen van een disciplinaire maatschappij. Inmiddels is het land in een prestatiemaatschappij veranderd, en die verandering heeft zich nergens zo snel en bruut voltrokken. Niemand heeft de tijd gehad om zich op de hardste varianten van het neoliberalisme voor te bereiden. Ineens gaat het niet langer om “moeten” of “behoren”, maar om “kunnen”. Tegenwoordig hangen de lokalen vol met spreuken als: “Je kunt het!” Op dit moment lijkt mijn boek een soort tegengif te zijn. Misschien is het een voorbode van een kritisch bewustzijn dat zich nu begint af te tekenen.’

Wat is eigenlijk het probleem van de neoliberale prestatie-ethiek?
‘Het probleem van die ethiek is dat ze zo listig is en daarmee zo verwoestend efficiënt. Ik zal u uitleggen wat die list inhoudt. Karl Marx kritiseerde een maatschappij die bepaald werd door externe autoriteit. In het kapitalisme wordt de arbeider uitgebuit en die externe uitbuiting stuit vanaf een bepaald productieniveau op grenzen. Dat verschilt volkomen van de zelfuitbuiting waaraan wij ons tegenwoordig vrijwillig onderwerpen. De zelfuitbuiting is grenzeloos! We knijpen onszelf vrijwillig uit tot er niets meer van ons over is. Als ik ergens niet in slaag, houd ik mijzelf voor die mislukking verantwoordelijk. Als ik lijd of als ik failliet ga, is dat mijn eigen schuld. Zelfuitbuiting is een vorm van uitbuiting zonder autoriteit, omdat die volledig vrijwillig plaatsvindt. En omdat ze onder het teken van vrijheid staat, is ze zo effectief. Op geen enkel moment vormt zich een collectief, een “wij”, dat zich tegen dit systeem zou kunnen verzetten.’

Bij uw diagnose van onze maatschappij maakt u gebruik van het begrippenpaar ‘positiviteit en negativiteit’. U stelt daarbij vast dat de negativiteit verdwijnt. Wat is er goed aan negativiteit? En wat verstaat u er precies onder?
‘Negativiteit is iets wat een immunologische afweerreactie opwekt. Het andere is dus het negatieve, dat het eigene binnendringt en probeert te ontkennen, te vernietigen. Naar mijn idee leven we tegenwoordig in een “postimmunologisch” tijdperk. De psychische ziekten van tegenwoordig, zoals depressiviteit, ADHD en burn-out zijn geen infecties die het gevolg zijn van een virale of bacteriële negativiteit, maar infarcten die veroorzaakt worden door een teveel aan positiviteit, van het gelijke. De zwaarlijvigheid van het systeem maakt ons ziek. Zoals bekend bestaat er geen immuunreactie tegen vet.’

In hoeverre heeft depressiviteit met verdwijnende negativiteit te maken?
‘Depressie is een uitdrukking van narcistische eigenwaarde die op morbide wijze is toegenomen. Wie depressief is, verzinkt en verdrinkt in zichzelf. De ander is hem afhandig gemaakt. Hebt u de film Melancholia van Lars von Trier gezien? Justine, het hoofdpersonage, is een uitdrukking van wat ik bedoel. Ze is depressief omdat ze door zichzelf volkomen uitgeput is. Haar gehele libido gaat naar eigen subjectiviteit uit, en daarom is ze niet in staat tot liefde. En dan – ja, dan verschijnt er een planeet, de planeet Melancholia. In de hel van het gelijke kan de komst van het volkomen andere een apocalyptische vorm aannemen. De dodelijke planeet openbaart zich aan Justine als het volstrekt andere, dat haar uit haar narcistische moeras trekt. Met de dodelijke planeet in zicht bloeit ze gewoonweg op. Ze ontdekt ook de anderen. Zo zorgt ze liefderijk voor Claire en haar zoon. De planeet maakt een erotisch verlangen bij haar los. Eros als de betrekking tot het volstrekt andere overwint de depressie. Het desastreuze brengt genezing met zich mee. Dat woord gaat trouwens terug op het Latijnse woord desastrum, dat  “ongelukkige ster” betekent.’

Bedoelt u dat alleen een ramp ons nog kan redden?
‘We leven in een maatschappij die volledig op productie, volledig op positiviteit gericht is, en de negativiteit van de ander of het vreemde afschaft, om zo de kringloop van productie en consumptie te versnellen. Alleen consumeerbare verschillen zijn toegestaan. Van de anderen aan wie de andersheid ontnomen is, kan men niet houden – men kan ze alleen maar consumeren.’

Kunt u ons een handzamere definitie van de ander geven?
‘Wij zijn het vermogen, het fatsoen kwijtgeraakt, om de ander in zijn andersheid te zien, omdat we alles met onze intimiteit overspoelen. Het andere is iets wat mij in twijfel trekt, het is iets wat mij uit mijn narcistische innerlijkheid rukt.’

Ontstaat er momenteel geen weerbarstig ‘wij’, bijvoorbeeld in de vorm van jonge protestbewegingen als Occupy, dat in het systeem, vertegenwoordigd door de beurs en de markt, de ander erkent en daarmee de strijd wil aangaan?
‘Dat gaat niet ver genoeg. Een beurskrach is nog geen apocalyps. Zo’n probleem is inherent aan het systeem, dat snel zal verdwijnen. En wat krijgen die drie- of vijfhonderd mensen voor elkaar die zich snel door de politie laten wegvoeren? Dat is bij lange na niet het “wij” dat we nodig hebben.’

Is er dan wel een uitweg?
‘Ook literatuur, kunst en poëzie leven van het verlangen naar de volstrekt andere. De huidige crisis in de kunst is wellicht ook een crisis in de liefde. We zullen spoedig de gedichten van Paul Celan niet meer begrijpen, dat weet ik zeker. Ze zijn namelijk gericht aan de volstrekt andere. Ook de nieuwe communicatiemedia schaffen de ander af. Een regel uit een gedicht van Celan gaat als volgt: “Du bist so nah, als weiltest du nicht hier.” Daar gaat het hier om! Afwezigheid – daardoor wordt de ander volkomen bepaald; dat is negativiteit. Omdat hij hier niet is, kan ik spreken. Alleen daardoor is poëzie mogelijk.
Het verlangen wordt door het onmogelijke gevoed. Maar als je in de reclame bijvoorbeeld voortdurend hoort “Je kunt het” en “Alles is mogelijk”, dan is dat het einde van het erotische verlangen. Er is geen liefde meer omdat wij ons te vrij wanen, uit te veel mogelijkheden kunnen kiezen.’

Hoe houdt dit volgens u verband met de hedendaagse politiek? Daarin gaat het eigenlijk vooral om transparantie.
‘Daarvoor moet men allereerst het digitale paradigma begrijpen. Ik beschouw de digitale technologie als een dramatische en historische ontwikkeling die te vergelijken valt met de uitvinding van het schrift of de boekdrukkunst. Het digitale zelf spoort tot transparantie aan. Eén druk op het toetsenbord, en ik heb al een resultaat. De tijdsdimensie van de transparante maatschappij is de onmiddellijkheid, de real-time. Een opstopping, een informatieopstopping, wordt niet meer geaccepteerd. Alles moet tegenwoordig onmiddellijk zichtbaar zijn.’

De Piratenpartij is van mening dat de politiek profijt kan hebben van deze onmiddellijkheid.
‘LiquidFeedback [gratis software voor het bepalen van politieke standpunten en het maken van politieke keuzes, veel gebruikt binnen de Piratenpartij Duitsland en Oostenrijk, red.] is daar geloof ik het toverwoord. Maar hun opvatting leidt tot enorme problemen. Er zijn namelijk zaken die zich niet naar de onmiddellijkheid schikken. Zaken die eerst moeten rijpen. En politiek moet juist een experiment zijn, een experiment met een open einde. Zolang er geëxperimenteerd wordt, kan het resultaat nog niet bekend zijn. Zolang een bepaald idee gerealiseerd moet worden, heeft het die tijdsopstopping gewoonweg nodig. De politiek die de Piratenpartij voorstaat, is daarom noodzakelijkerwijs een politiek zonder visie. En dat geldt ook wat betreft het ondernemen. Er vindt voortdurend een of andere beoordeling plaats. Er moet elke dag maximaal gepresteerd worden. Langdurige projecten zijn niet meer mogelijk. De digitale habitus houdt ook in dat wij voortdurend van standpunt veranderen. Er zal dan ook geen politicus meer overblijven. Een politicus is immers iemand die bij zijn standpunt blijft.’

En dat is volgens u allemaal het gevolg van een nieuwe technologie?
‘Wat wil digitaal eigenlijk zeggen? “Digitaal” komt van digitus, het Latijnse woord voor “vinger”. In onze digitale tijd wordt het menselijke doen en laten teruggebracht tot de vingertoppen. Menselijke verrichtingen waren lange tijd met de hand verbonden. Vandaar begrippen als “handeling” en “handwerk”. Maar tegenwoordig zijn we alleen maar met onze vingers bezig. Dat is de digitale lichtheid van het bestaan. Een echte handeling is echter altijd een soort drama. Heideggers fetisjisme van de hand is al een protest tegen het digitale.’

Wat het ook moeilijk maakt om te handelen is dat er in deze nieuwe digitale logica geen leidinggevenden meer zijn. We zien een politiek zonder leiders.
‘Dat is bij de Piratenpartij het geval. Leidinggeven is een vorm van handelen. Als men een leider wil zijn, moet men zijn oog op de toekomst gericht hebben. Een leider kijkt in de toekomst. Als ik een politiek experiment aanga, moet ik ook een risico durven aangaan, omdat ik me in een onberekenbare ruimte begeef. Een leider, als iemand die ons voorgaat, begeeft zich in het onberekenbare. De transparantie die met het digitale verbonden is, streeft daarentegen totale berekenbaarheid na. Alles moet berekenbaar zijn. Maar een handeling die berekenbaar is, is niet denkbaar. Het zou anders gaan om rekenen, om berekening. Een handeling strekt zich altijd uit naar het onberekenbare, naar de toekomst. Dat betekent dat de transparante samenleving een samenleving zonder toekomst is. De toekomst is de temporele dimensie van het volstrekt andere. Maar tegenwoordig is “toekomst” niets meer dan geoptimaliseerd heden.’

Heeft deze zegetocht van de onmiddellijkheid ook met infantilisering te maken? Ook kleine kinderen kunnen er niet tegen als hun ouders hun niet meteen geven wat ze willen.
‘Zeker. Het digitale infantiliseert ons, omdat we niet meer kunnen wachten. Zo gaat bijvoorbeeld het tijdsaspect van de liefde verloren. De uitspraak “Ik hou van jou” is namelijk een belofte richting de toekomst. Menselijke handelingen die nadrukkelijk op de toekomst gericht zijn, zoals beloften, verkommeren tegenwoordig. Ook kennis en ervaring hebben een tijdshorizon op de toekomst. De tijdsdimensie van informatie of van belevenissen is daarentegen het heden. De informatiemaatschappij kent een nieuwe ziekte, Information Fatigue Syndrom (IFS). Een van de symptomen is de verlamming van het analytisch vermogen. Te midden van de informatiestroom is men blijkbaar niet meer in staat om onderscheid te maken tussen wat wel en niet belangrijk is. Het is ook interessant dat een ander symptoom het onvermogen is om verantwoordelijkheid te nemen.’

U noemt de transparante samenleving ook een ‘pornomaatschappij’. Waarom?
‘De transparante samenleving is in zoverre pornografisch dat de zichtbaarheid wordt getotaliseerd en verabsoluteerd, en het geheim daarover volledig verdwijnt. Het kapitalisme verscherpt de pornografisering van de maatschappij doordat het alles als waar uitstelt en aan de zichtbaarheid overlevert. Men streeft een maximum aan tentoonstellingswaarde na. Het kapitalisme kent geen andere vorm van seksualiteit.’

Het pornografische vernietigt dus het erotische?
‘Ja. Kent u die prachtige passage in Flauberts Madame Bovary? De koetstocht van Leon en Emma – die tocht is volkomen zinloos. Ze rijden de hele stad door, en de lezer krijgt niets mee, ook niet van wat er in de koets zelf gebeurt. Flaubert somt alleen maar plaatsen en straatnamen op. En aan het eind steekt Emma haar hand uit het raam en strooit papiersnippers als vlinders op een klaverveld. Haar hand is het enige naakte in die scène – een erotischer moment is niet denkbaar. Omdat er niets te zien is. In de hyperzichtbaarheid die ons omgeeft, is zoiets niet meer voor te stellen.’

Welke rol heeft de filosofie in deze hel van het gelijke?
‘Voor mij is filosofie de poging om geheel andere levensvormen te ontwikkelen – om in elk geval in het denken andere levensomstandigheden uit te proberen. Aristoteles is ons daarin voorgegaan. Hij is de bedenker van de vita contemplativa, van het beschouwende leven. Tegenwoordig staat de filosofie daar ver vanaf. Ze is deel geworden van de hel van het gelijke. Tegelijkertijd zijn er talloze zaken en gebeurtenissen die op filosofische wijze besproken moeten worden. Depressiviteit, transparantie, de Piratenpartij – dat zijn voor mij filosofische problemen. Vooral digitalisering en digitale netwerken vormen voor de filosofie een bijzondere uitdaging. Wij hebben een nieuwe – ja, een digitale antropologie nodig, een digitale kennis- en waarnemingstheorie. We hebben een digitale sociale en cultuurfilosofie nodig. Heideggers Zijn en tijd had al lang geleden een digitale update moeten krijgen.’

De vermoeide samenleving
Byung-Chul Han
(Van Gennep)
61 blz. / € 6,95

De transparante samenleving
Byung-Chul Han
(Van Gennep)
32 blz. / € 6,95