Home Opvoeding Ouders, durf te schipperen!
Opvoeding

Ouders, durf te schipperen!

Door Stine Jensen en Frank Meester op 04 januari 2018

Ouders, durf te schipperen!
Cover van 01-2018
01-2018 Filosofie magazine Lees het magazine

Veel ouders zijn onzeker over de koers die ze moeten volgen in de opvoeding. Filosofen Frank Meester en Stine Jensen stellen dat die onzekerheid juist iets is om te koesteren. Plus: opvoedtips uit de filosofie.

Talrijke boeken van opvoedgoeroes schetsen een spookbeeld: we zijn geneigd om onze kinderen te veel te verwennen. Opvoeddeskundige en auteur van Het verwende kind syndroom (2012) Willem de Jong spreekt van ‘tefal-jongeren, het kleine-keizersyndroom’. Het fenomeen beperkt zich niet tot Nederland; in Canada heet het The Pampered Child Syndrome en in Australië Teenage Affluenza. De Vlaamse filosoof Paul Verhaeghe constateert hetzelfde probleem in zijn veelbesproken boek Autoriteit (2015). Na de teloorgang van het geloof, het vanzelfsprekende vaderlijke gezag en het respect, is autoriteit een probleem geworden. Ouders zijn hun vanzelfsprekende gezag kwijtgeraakt, en dat heeft ernstige maatschappelijke gevolgen: een generatie ongeduldige, depressieve en faalangstige kinderen leert niet om verantwoordelijkheid te nemen. 

Tekst loopt door onder afbeelding

Fotografie: Merlijn Doomernik

Maar er is ook een tegengeluid. Nederlandse kinderen rollen steevast als de gelukkigste kinderen ter wereld uit de bus, en dat zou juist komen doordat ze op gelijke voet met hun ouders verkeren. Nederlandse kinderen geven aan dat ze mogen meepraten en dat ze zich daardoor gehoord en gezien voelen. Als het Verlichtingsidee van de achttiende-eeuwse filosoof Immanuel Kant ‘je bevrijden uit onmondigheid’ ergens heeft postgevat, dan is het wel in Nederland, en dat is niet iets om over te somberen, maar iets om te koesteren, want mondigheid maakt gelukkig. Omringende landen vragen zich af hoe de Nederlanders het voor elkaar krijgen. Engelse kranten (Engeland eindigt als 13de van de 16 onderzochte landen) staken de loftrompet over het stressvrije opvoeden van de Nederlandse ouders, en lardeerden hun artikelen met mythische beelden van schattige blonde krullenbollen in een tulpenbollenveld. 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Moeten ouders zich nu wel of niet zorgen maken? Welk opvoedkundig geluid te volgen? Dat van de professional, de filosoof, de pedagoog, van een wereldwijd onderzoek naar geluk of van moeders die vanuit hun eigen ervaring en waarneming spreken? De berg opvoedboeken en columns groeit intussen gestaag door. Als een wipwap verschuift daarbij het perspectief van een sombere waarschuwing aan de ouder naar een opgewekte veer in de kont van diezelfde ouder, en weer terug.

Als moderne ouders lijden wij collectief aan het schippersyndroom. Voortdurend twijfelen we of we de juiste beslissing nemen op opvoedkundig gebied. Zijn we even streng geweest, dan vragen we ons direct af of het niet té streng was; zijn we toeschietelijk, dan vragen we ons af of we ons kroost niet te veel verwennen. En dus kopen we opvoedboeken. Methodes die ons vertellen hoe het moet. En alle oplossingen lijken even voortreffelijk. Maar het is met opvoedboeken net als met zelfhulpboeken: eenmaal overstag blijf je ze kopen. Ze helpen soms wel en soms niet. Ze hebben aanhangers en critici. Ze getuigen in elk geval van een onstuitbaar optimisme en van maakbaarheidsgeloof als het om de opvoeding gaat: er ís een eenduidige methode, het kan beter. Maar zoals het zelf zich bij zelfhulp niet gemakkelijk laat definiëren, zo is het ook met opvoeden bij een opvoedmethode. De definitie van opvoeden staat vaak zelf op het spel en hangt als een vraagteken boven alle opvoeddilemma’s. 

Infotainment 

De hedendaagse zoektocht van de opvoeder naar zijn identiteit kan worden teruggevoerd op een aantal fundamentele maatschappelijke veranderingen. We leven in een posttraditionele samenleving; tradities zijn aan het verdwijnen. Natuurlijk zijn die voortdurend in beweging, maar sinds de eeuw van de Verlichting, de achttiende eeuw, gaan de veranderingen sneller. De Verlichting legt de nadruk op de rede: met ons verstand moeten we alles wat we doen kritisch onder de loep nemen, en als het geen nut heeft, weg ermee! Bedenk maar iets beters. Daarbij sneuvelen tradities die er alleen maar lijken te zijn omdat ze er toevallig zijn. Soms is dat goed. Meisjes besnijden is ook een traditie. Aan de andere kant zijn niet alle tradities zo verwerpelijk. Ze geven hoe dan ook richting aan ons leven en zorgen daarmee voor houvast. Ze zijn inderdaad soms willekeurig, maar daarmee nog niet per se zonder belang. Of we nu rechts rijden of links, dat maakt niet zoveel uit, als we maar wel allemaal hetzelfde doen. En zo zorgen veel gebruiken, hoe nutteloos en willekeurig ze ook mogen lijken, ervoor dat we ongeveer hetzelfde doen en prettig samenleven. Maar als er geen vaste opvoedtradities zijn, en je steeds moet kijken wat het beste werkt (liefst wetenschappelijk onderbouwd, evidence based), dan betekent dat ook dat je telkens weer moet schipperen. 

Tekst loopt door onder afbeelding

Fotografie: Merlijn Doomernik

Verder zijn we juist nu zo aan het schipperen omdat het aantal keuzemogelijkheden voortdurend toeneemt. Talloze opvoedboeken, instanties en sites kunnen geraadpleegd worden met tips voor hoe het moet. Wordt dit als onrust en keuzestress ervaren, dan neemt de behoefte aan houvast juist toe. Die houvast lijkt dan overal te zijn. Van wetenschappers, internet, opvoedprogramma’s op televisie (De kinderfluisteraar, De Nanny, Het beste voor mijn kind) en moderne opvoedgoeroes. Voorstellingen als Lastige kinderen? Heb jij even geluk zitten bomvol. Opvoeding is infotainment geworden, waarbij het prettig lijkt als iemand zegt: en zo moet het. Of: u hebt helemaal geen probleem. Maakt u zich niet druk om die jas op de grond – pick your battles. Hoe minder werkelijke eenduidige aanknopingspunten, hoe sterker het verlangen, zowel op individueel als op collectief niveau, naar die goeroe, entertainer of opvoedkundige die je zegt hoe het moet of die je ontslaat van al je zorgen. Het geschipper begint daarbij al lang vóór de geboorte, en de BN’er schippert een flink potje mee. Als de populaire BNN-presentator Jan Versteegh (31) hoort dat hij vader gaat worden, vraagt hij zich af waarom daar geen school voor is en gaat hij in een serie onderzoeken na hoe dat eigenlijk moet: ‘papa zijn.’ Is hij niet te veel in het buitenland voor zijn werk? Slaapt hij straks wel door? Heeft zijn kind zijn slechte eigenschappen, en hoe moet hij daar straks mee omgaan?
 

Schippersyndroom

In de opvoeding wordt al dat geschipper als stressvol ervaren, maar filosofen cultiveren het juist. Zij lijden permanent aan het schippersyndroom: filosoferen is schipperen. Het is de twijfel centraal stellen als fundament van het denken – dubito ergo sum, ik twijfel dus ik ben. Voor filosofen is het een gezonde conditie die het hart van het vak vitaal houdt. Zij houden van epoché, zoals de oude Grieken het noemen, het uitstellen van een oordeel. Wie schippert ziet om te beginnen meerdere perspectieven op één kwestie, en dat is een gezond en democratisch uitgangspunt. Precies daar waar je aarzelt, komt de botsing van verschillende waardesystemen in beeld. Die waardesystemen zijn niet alleen die van de ouder, maar ook die van de samenleving.

Schippervraagstukken gaan dus niet alleen in praktische zin over hoe laat een kind nu precies naar bed moet en hoe je dat voor elkaar krijgt, maar ook over waar je je kind toe opvoedt en welke waarden centraal staan in een opvoeding. Het ‘enerzijds–anderzijds’ schetste vaak een genuanceerd beeld van die overwegingen en is in het klein een dilemma waar de maatschappij op grotere schaal ook mee kampt. Bij een ferme keuze voor het een, komt een andere waarde in het geding. 

Tekst loopt door onder afbeelding

Fotografie: Merlijn Doomernik

Het schipperen, denken wij, is niet alleen een last, maar toont ook het breukvlak van de tijdgeest waarop ouders van nu opereren. Voor veel ouders geeft schipperen stress. Laat die stress varen en laat het schipperen toe. Schipperen is goed. Maar hoe doe je dat dan? Filosofen hebben misschien de tijd om de hele dag te twijfelen, ouders zitten ondertussen met een kind dat weigert mee te gaan naar de supermarkt omdat het geen chocola krijgt, of dat geen huiswerk wil maken. Dan is actie geboden en kun je moeilijk je oordeel uitstellen, zoals de wijsgeren doen. Dat is waar. Zelfs over het schipperen moet je schipperen. Je zult momenten moeten creëren waarop je de twijfel toelaat, zodat je wanneer actie geboden is beter weet welke actie. 

Bovendien: wie bereid is de twijfel over opvoeden vaker toe te laten, staat als ouder niet alleen veel meer open voor de mogelijkheden van de opvoeding, maar ook als mens voor de mogelijkheden van de wereld. Wanneer je een kind begeleidt bij zijn menswording, stuit je onherroepelijk op de grenzen van de maakbaarheid en zul je moeten accepteren dat je het vaak niet weet en dat geen enkel besluit perfect is. Terwijl je gewoon doorgaat met proberen het zo goed mogelijk te doen, ben je milder gestemd over je eigen handelen. Een kind opvoeden is een nieuwe kennismaking met jezelf en je geploeter; misschien worden kinderen daarom ook wel ‘kleine goeroes’ genoemd. Via kinderen ontdek je opnieuw je eigen worsteling met waarden van het leven. Ouders, durf te schipperen! 
 

Opvoedtips uit de filosofie

Socrates – vraag het aan een kind 
Socrates (470-399 v.Chr.) liep door de straten van Athene en stelde vragen aan de jeugd. Dat was zijn manier van opvoeden. Hij probeerde geen kennis over te dragen, maar naar boven te halen wat de jongelingen zelf al wisten. Zijn methode is nog steeds handig. Bijvoorbeeld als je kind iets heeft gedaan wat echt niet mag en je niet goed weet wat de juiste straf is. Vraag het aan je dochter of zoon. Ze blijken meestal precies te weten welke straf ze verdienen. En doordat het hun eigen oplossing is, leven ze hem nog keurig na ook.

Aristoteles – oikos, een bedrijf in de liefde 
Griekse denkers als Aristoteles schreven veel over de oikos: het huishouden. Ons woord ‘economie’ komt ervandaan. In de Griekse tijd was het huishouden meer een bedrijf dan nu. Het was een zelfvoorzienende boerderij, met slaven en vee. Misschien zou het in onze tijd verstandig zijn om het huishouden weer iets zakelijker te benaderen. Doordat de rollen binnen het gezin namelijk niet meer zo duidelijk zijn als zo’n vijftig jaar geleden, toen vader voor het geld zorgde en moeder voor de kinderen, ontstaan er vaak meningsverschillen over wat de beste aanpak is. Bovendien zijn er veel eenoudergezinnen en is er vaak sprake van gedeeld ouderschap. Om niet in chaos te vervallen dan wel stiekem toch weer in de oude rolverdeling, is het daarom verstandig af en toe een familievergadering te houden. Daarin leg je vast wie waar verantwoordelijk voor is, bespreek je hoe de rolverdeling bevalt en kan ieder lid van het gezin zijn agendapunten inbrengen. Er wordt naar iedereen geluisterd, en zo praat je dingen door voordat ze escaleren. Het secretarisschap en het voorzitterschap kun je laten rouleren. Zie je gezin dus ietsje meer als een bedrijf: een bedrijf in de liefde.

Yogi Bhajan – kies een mentor 
Binnen de oosterse filosofische traditie die gebaseerd is op de ideeën van Yogi Bhajan, bestaat er een duidelijk idee tot welke leeftijd je als ouder invloed hebt op je kinderen. Tot het zevende levensjaar is volgens hem de rol van de moeder erg belangrijk. Zij kan, samen met de vader, de basisveiligheid, structuur en gewoonten aanreiken. Vanaf het zevende levensjaar keert de blik van het kind naar buiten en verruimt het bewustzijn zich. Vriendjes worden belangrijker. De vader speelt nu een cruciale rol en kan bijsturen tot het elfde levensjaar. Dan zit de taak van de ouders er nog niet helemaal op, maar wordt de mogelijkheid tot beïnvloeden en bijsturen wel steeds minder. School, onderwijzers en andere kinderen worden steeds bepalender. Een kind kan op deze leeftijd daarom veel baat hebben bij een mentor in zijn of haar leven. Iedere volwassene kan zelf ook deze rol van mentor voor een kind vervullen. Je bent vertrouwenspersoon: praat met een kind en stimuleer het kind. 

Plato – opvoeden is niet leuk
Volgens Plato is opvoeden niet leuk, en opgevoed worden ook niet. Wellicht een verademing voor ouders van nu die krampachtig proberen het leuk te houden. Als ouder doe je gewoon je plicht, en veel meer kun je nu eenmaal niet doen.

Simone de Beauvoir – jongens knuffelen
Kleine kinderen behandelen we ongeveer hetzelfde: we vinden ze schattig en knuffelen ze. Vanaf een jaar of vier gaat het mis volgens De Beauvoir. Meisjes blijven we waarderen om hun schattigheid, terwijl we jongens uitdagen om hun grenzen te verleggen. Daarom raadt De Beauvoir aan om niet op te houden jongens te knuffelen en tegelijkertijd meisjes te stimuleren om dingen te durven. Wees je bewust van je uitspraken. Zeg niet steeds tegen een meisje: ‘O, wat mooi’, of: ‘Wat heb je een leuke jurk aan.’ Prijs haar om haar acties en handelingen.