Home Moreel dilemma Moreel dilemma: heeft de samenleving meer empathie nodig?
Moreel dilemma

Moreel dilemma: heeft de samenleving meer empathie nodig?

Sommige filosofen beklagen zich over een empathisch tekort, anderen verzetten zich tegen een empathisch teveel. Hoeveel empathie heeft de samenleving eigenlijk nodig?

Door Jeroen Hopster op 28 januari 2022

empathie Beeld: Bas van der Schot
Cover van 02-2022
02-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

Een genetisch gemodificeerd ‘supervarken’ genaamd Okja vertolkt de hoofdrol in de gelijknamige film van regisseur Bong Joon-ho (2017). Okja ontwikkelt een innige vriendschap met zijn verzorger, Mija. Maar Okja is eigendom van de Mirando Corporation, die supervarkens creëert voor grootschalige vleesconsumptie. Uiteindelijk (spoiler alert!) komt Okja in een slachthuis terecht en rolt, omringd door een legioen armzalige supervarkens, de slachtbank tegemoet. Maar Mija herkent haar geliefde vriend en redt Okja van een wisse dood. Een happy end? Mija en Okja hebben elkaar teruggevonden; dat is voor hen het enige dat telt.

Maar terwijl zij huiswaarts keren, blijven Okja’s soortgenoten bij bosjes naar de slachtbank rollen. Als kijker trof het mij als een wrange ontknoping: voor haar supervarken springt Mija in de bres, maar ongeïdentificeerde lotgenoten laat ze links liggen. Die selectiviteit is volgens menig filosoof inherent aan empathie. Empathie mag dan aan de basis staan van de moraal, maar het is tevens een bevooroordeeld vermogen. Brengt empathie de samenleving niets dan goeds?

Ja

Empathie heeft verschillende schakeringen, maar wie zich een weg baant door de wirwar aan zienswijzen en definities stuit op een duidelijke constante: empathie is een bouwsteen van de moraal. Zo is empathie cruciaal voor wat filosoof Martha Nussbaum de ‘narratieve verbeelding’ noemt: het vermogen om te bedenken hoe het is om in de schoenen van een ander te staan, en de emoties, wensen en verlangens te begrijpen van iemand in een totaal andere situatie. Ook Adam Smith prees – destijds met de term ‘sympathie’ – het vermogen om je in een ander te verplaatsen, je een idee te vormen van diens sensaties, en je met die persoon te vereenzelvigen. Mary Wollstonecraft schreef instemmend dat moreel handelen erom vraagt om onszelf als toeschouwers op te stellen, onpartijdig maar niet onbewogen. Je moet je in anderen invoelen en hen eerst als gelijken herkennen, voordat je over hun gevoelens kunt oordelen. Verdedigers vatten empathie dus niet op als basale impuls, maar als een complexe vaardigheid, die moet worden geoefend en ontwikkeld, en die nauw verwant is aan – of samenvalt met – het vermogen om dingen van een andere kant te bekijken. Dat vermogen is puur goedaardig.

Nee

Empathiecritici als Jesse Prinz, Paul Bloom en Ignaas Devisch hebben zich de laatste jaren flink doen gelden. En hun boodschap is niet nieuw: denkers, van fenomenoloog Edith Stein tot Hannah Arendt, hebben de schaduwkant van empathie al vaak belicht. Want met wie empathiseren we? In de praktijk vooral met eigen soort, eigen volk en eigen vriend. De empathische vermogens van de mens zijn beperkt en partijdig, benadrukken de critici. We verplaatsen ons bovenal in gelijkgestemden en mensen in onze nabijheid, die we kunnen zien, horen en voelen. Empathie is immers een nogal basaal psychologisch vermogen, geëvolueerd in een context van samenwerking, maar ook van uitsluiting. Zo begaan als we zijn met het lot van groepsgenoten, zo gemakkelijk distantiëren we ons van lotgevallen die niet de onze zijn. Selectieve empathie maakt ons coöperatief binnen eigen kring, maar op z’n best onverschillig naar buiten. Wie een inclusieve en rechtvaardige maatschappij nastreeft, dient zich daarom twee keer te bedenken alvorens een beroep op empathie te doen. In plaats van empathische betrokkenheid, stelt ethicus Ignaas Devisch, heeft de maatschappij juist baat bij een flinke dosis geïnstitutionaliseerde onverschilligheid. We zijn domweg met te veel om ons allemaal in elkaar in te leven. Een rechtvaardige samenleving staart zich niet blind op specifieke lotgevallen, maar oordeelt zonder aanzien des persoons.

We zijn domweg met te veel om ons in elkaar te verplaatsen

Sentimentalisme

Empathiekritiek is de laatste paar jaar bon ton. Waarom? Een mogelijke verklaring is cultuurfilosofisch van aard. Met de opkomst van in smartphones geïntegreerde camera’s en sociale media is een cultuur ontstaan waarin eindeloos veel beeldmateriaal wordt gedeeld, dat vaak een sterke emotionele respons aanwakkert. Of het nu aaibare alpaca’s zijn of indringende video’s van slachtoffers van politiegeweld, affectieve content doet het goed in newsfeeds. Voortdurend worden empathische neigingen bespeeld, die bepalend zijn voor de waan van de dag. Dit stimuleert een maatschappelijk debat van incident en sentiment, waartegen empathiecritici in het geweer komen. Je daadwerkelijk in een ander verplaatsen, daar is niets op tegen. Maar als richtpunt van maatschappelijke aandacht zetten empathische reacties ons nogal eens op een dwaalspoor. Empathie is onmisbaar, maar moet wel met een stevige dosis ratio worden vermengd.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.