Home Waanzin Wat is waanzin? | spoedcursus
Waanzin

Wat is waanzin? | spoedcursus

Door Robin Atia, Madelief van de Glind, Liza Görlach en Femke van Hout op 19 mei 2026

Diogenes van Sinope in zijn wijnvat met honden beeld voor een spoedcursus over waanzin
‘Diogenes’, olieverfschilderij van Jean-Léon Gérôme uit 1860. beeldbewerking Nick Groenewold
Filosofie Magazine Kun je gek zijn als niemand het ziet
06-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine
Vier filosofen over gekte en gezondheid.

Het gewone is waanzin

Diogenes van Sinope (ca. 404-323 v.Chr.)

Op een dag bezoekt de machtige koning Alexander de Grote de Griekse filosoof Diogenes. Hij biedt Diogenes aan alles te geven wat hij maar wenst, waarop die zou hebben geantwoord: ‘Ik wens dat je een stap opzij zet. Je staat in mijn zon.’ De filosoof trekt zich weinig aan van autoriteit of andere sociale normen. Hij woont in een wijnkruik, eet van de straat en masturbeert in het openbaar. De filosoof Plato (ca. 427-347 v.Chr.) noemt Diogenes ‘een gek geworden Socrates’. Maar Diogenes’ voorkeur voor een leven als dakloze bedelaar is voor hem geen teken van waanzin, maar van redelijkheid.

Lees dit artikel verder

Voor € 4,99 per maand lees én beluister je dit artikel en alle andere online artikelen van Filosofie Magazine.

Word abonnee Al abonnee? Inloggen

We kennen Diogenes niet voor niets vooral van de anekdotes over zijn onaangepaste manier van doen: zijn filosofie blijkt uit zijn daden. Bijvoorbeeld uit het verhaal dat Diogenes zelfs zijn drinkbeker – een van zijn weinige bezittingen – weggooit als hij beseft dat hij ook uit zijn handen kan drinken. Diogenes laat zo zien wat deugdzaam leven is: een eenvoudig leven in overeenstemming met de natuur. Sociale regels, gewoontes, maar ook rijkdom en macht zijn onnatuurlijke invloeden die een onafhankelijke en heldere geest in de weg staan. Een ‘normaal’ luxeleven verkiezen boven de deugd, dat is pas waanzin. Daarom leeft Diogenes als een hond en bekritiseert hij op schaamteloze wijze de Griekse maatschappij.

Diogenes kiest ervoor om in het midden van de samenleving te wonen. Hij wil mensen aan het denken zetten en confronteert ­degenen die hem vanuit hun comfortabele levens voor gek verklaren. Diogenes stelt ons de vraag wie er nu gek is: iemand die beredeneert wat deugdzaam is en daarnaar leeft, of iemand die zich zonder nadenken aan sociale verwachtingen overgeeft?

Diogenes is een centrale figuur in het cynisme, de filosofische school die rijkdom en sociale gewoontes afwijst. De term komt van het Griekse woord voor ‘honds’, kynikos, duidend op een levensstijl zonder schaamte.

Kind zijn maakt krankzinnig

Melanie Klein (1882-1960)

Melanie Klein spoedcursus waanzin

Een knikker in je neus stoppen of je tong uitsteken naar een vreemde – van kinderen vinden we dit niet gek. Maar als een volwassene op de grond gaat liggen om zijn zin te krijgen, denken we al gauw dat die niet goed snik is. Wat we als normaal bestempelen lijkt afhankelijk van onze leeftijd.

Maar volgens de psychoanalytica Melanie Klein is onze kindertijd de broedplaats voor krankzinnigheden. Klein meent namelijk dat ieder mens geboren wordt met twee tegenstrijdige driften, die ons tot waanzin drijven. Tegenover een natuurlijke neiging tot zelfbehoud plaatst ze de neiging tot zelfdestructie. Bij de meeste volwassenen zijn deze driften in balans, maar bij jonge kinderen is dat niet zo. Een baby kan zichzelf immers niet in leven houden, waardoor hij volledig afhankelijk is van zijn omgeving. Kinderen hebben hierdoor veel angsten.

Afhankelijk zijn roept angsten in ons op

Om met die spanningen om te gaan ontwikkelen we volgens Klein op jonge leeftijd al een coping­mechanisme, een strategie om goed en kwaad uit elkaar te houden. Alles wat prettig en veilig voelt, houden we dicht bij ons, terwijl we wat angst oproept op absurde wijze afstoten. Dat leidt bijvoorbeeld tot agressief gedrag richting de moeder. Wanneer zij niet direct voeding geeft, krijst de baby het uit en begint het op de borst van de moeder te slaan of erin te bijten.

Na een paar maanden laten we dit zwart-witdenken langzaam varen en ontdekken we dat de goede en de slechte moeder een en dezelfde persoon is. Maar niet bij iedereen verloopt dit proces even soepel, meent Klein. Iemand die in zijn latere leven op dit overlevingsmechanisme blijft vertrouwen, ontwikkelt een psychische stoornis, door alle innerlijke conflicten. De wortels van wat wij als waanzin beschouwen, liggen volgens Klein dus al in de vroegste ervaringen. In de kiem zijn we allemaal een beetje gek.

De Oostenrijkse psychoanalytica Melanie Klein wilde de eerste fasen van het psychische leven blootleggen. Ze onderzoekt de emotionele wereld van baby’s en jonge kinderen.

Gekte helpt je overleven

Gilles Deleuze (1925-1995)

Gilles Deleuze spoedcurus waanzin

Elke klinker uit de Engelse taal valt hem aan; eten uit blik zit vol met maden en wormen die nu aldoor in zijn buik krioelen. Het zijn gewaarwordingen die Louis Wolfson beschrijft in Le schizo et les langues (De schizofrenie en de talen, 1970), een autobiografisch boek over leven met schizofrenie. Wie de DSM, het handboek voor psychische stoornissen, erbij pakt, zal geneigd zijn te zeggen dat Wolfson lijdt aan tal van schizofrene symptomen – hallucinaties, dissociatie, een verminderd realiteitsbesef – en daarvoor zo snel mogelijk psychische hulp moet krijgen.

Maar dat is een veel te beperkte blik op de waanzin, vindt de Franse filosoof Gilles Deleuze. Deleuze, die ook een inleiding schreef voor Wolfsons boek, benadrukt dat de waanzinnige niet lijdt aan realiteitsverlies, maar juist aan een overweldigend ‘teveel aan realiteit’. Het leven is volgens Deleuze altijd al overweldigend, maar de waanzinnige kan dat ‘teveel’ niet meer filteren. Het schizofrene lichaam is als een zeef. Het is té open: de buitenwereld dringt er met enorm geweld naar binnen.

De meeste schizofrene mensen ontwikkelen manieren om zichzelf tegen het ‘teveel’ van de wereld te beschermen. Ze vinden nieuwe symbolen of talen uit om de werkelijkheid te bezweren, ze roepen en tieren, dragen te veel kleding of lopen naakt rond, of maken houterige bewegingen. Er zit gezondheid in de waanzin, denkt Deleuze; het is een vorm van zelfbehoud.

Wie waanzinnig is, doorbreekt de gangbare sociale structuren waarmee we het leven begrijpelijk proberen te maken en legt nieuwe, onverwachte verbanden. De meeste psychiatrische behandelingen proberen de waanzinnige weer terug te brengen in de ‘normale’ wereld. Maar het is juist beter de waanzinnige zijn gang te laten gaan, schrijven Deleuze en zijn vriend Félix Guattari in Anti-Oedipus (1972): ‘Waarom hem opnieuw in deze problemen stoppen die niet langer de zijne zijn? (…) De schizo resumeert dat als volgt: ze zijn me weer aan het verkloten.’

Gilles Deleuze is een Franse filosoof. Hij zet zich af tegen wat hij het westerse ‘boomdenken’ noemt, dat in plaats van aan de oppervlakte te kijken, altijd verklaringen zoekt in onzichtbare, dieperliggende wortels.

Waanzin is geen ziekte

Michel Foucault (1926-1984)

beeld ANP

Wat is het verschil tussen een misdadiger, een werkeloze en een gek? Helemaal niets, zo dachten Europeanen tijdens de zeventiende en achttiende eeuw. Al deze groepen leden aan dezelfde kwaal: ze waren onaangepast en lui. Om ervoor te zorgen dat ze toch nog iets bijdroegen aan de samenleving, werden ze afgezonderd en aan het werk gezet.

In zijn proefschrift Geschiedenis van de waanzin in de zeventiende en achttiende eeuw (1961) onderzoekt de Franse filosoof Michel Foucault hoe westerse samenlevingen door de eeuwen heen naar de waanzin hebben gekeken. Zo dacht men in de late middeleeuwen dat waanzin tot bijzondere ­kennis leidde, terwijl gekte ten tijde van de Renaissance werd gezien als het uiterste van menselijke zwakte.

De mentaal zieke wordt ­gedwongen om te ­conformeren

Vandaag de dag ­begrijpen we ‘geestesziekte’ vanuit een medisch kader. ‘Waanzinnigen’ lijden aan een mentale ziekte en behoren verzorgd te worden, vinden we. Die aanpak lijkt een stuk menslievender dan de achttiende-eeuwse dwangarbeid, maar volgens Foucault is dat slechts schijn. Want nu verwachten we dat mentaal zieke mensen zich bewust worden van hun abnormale gedrag, waarna ze zichzelf moeten observeren en corrigeren om te genezen. Zo voelt de mentaal zieke, waar hij ook gaat of staat, altijd de blik van onzichtbare anderen op zich, die hem dwingt tot conformisme. Fysieke opsluiting is vervangen door mentale gevangenschap, meent Foucault, waarbij het eigen geweten de gevangenbewaarder is.

Foucault pleit niet voor een terugkeer naar middeleeuwse praktijken, maar waarschuwt wel dat de medische benadering van waanzin niet objectief of neutraal is. Want wie bepaalt wat gezond, normaal of rationeel is? Bovendien ziet deze medische blik maar één kant van de waanzin en is die blind voor de onaangepastheid die bestaande normen terecht kan bevragen. Gekte is een complex sociaal fenomeen dat onlosmakelijk verbonden is met het menszijn, aldus Foucault. Is dat nou zo raar om te geloven?

Michel Foucault is een Franse filosoof. In zijn werk onderzoekt hij thema’s als macht, kennis en normaliteit.

Loginmenu afsluiten